een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

over een betere schrijver worden

Zomer 2006, tijdens een vakantie in Frankrijk. Hier was ik een verhaal aan het schrijven dat ik Dead In The Water noemde. 🙂

Als mensen me vragen hoe lang ik al schrijf, dan vertel ik ze dat ik al zo lang schrijf als ik me kan herinneren. En dat klopt ook wel – op de basisschool schreef ik korte verhaaltjes en genoot ik van opstellen schrijven, maar op de middelbare school, toen ik een computer met Wordperfect 5.1 op mijn kamer kreeg, werd het een van mijn grootste hobbies. Ik schreef vanalles, over een massamoordenaar die het op tieners voorzien had, over een meisje met een buurjongen die haar plaagde, over een creepy opvangtehuis voor tieners waar medische experimenten op ze uitgevoerd werden… allerlei soorten verhalen, en dit zijn degenen die ik me kan herinneren. Er zijn er meer, maar ze zijn bijna allemaal verloren gegaan toen de harde schijf van mijn 486 crashte (*snik*). Ik heb alleen degenen nog die ik uitgeprint had. (Maak backups, jongens!)

In 2002, toen ik 22 was, ontdekte ik Nanowrimo en ging ik, na een paar jaar alleen geroleplayed te hebben, echt verhalen schrijven. Ik vatte het plan op om rond mijn 30e gepubliceerd te zijn. Deze verhalen heb ik wel allemaal nog, en het is heel bijzonder om ze terug te lezen – vooral omdat ik de rudimentaire sterke en zwakke punten er zo uit kan halen.

Ik kan kristalhelder zien waar ik verbeterd ben (met name show don’t tell, actiescenes) en waar mijn inherente kracht zat (dialogen, personages). Het is echt alsof je naar het verleden kijkt als je een oud verhaal terugleest. Ik herken frases uit liedjes terug in hoofdstuktitels, of namen die ik aan personages heb gegeven om een bepaalde reden, of thema’s waar ik toen veel mee bezig was. Het is super grappig om te zien. Gaan die verhalen nog het levenslicht zien? Misschien.

Ze zijn vooral super belangrijk geweest in mijn pad naar de schrijver die ik nu ben. Mijn proeflezers zijn nu bezig met de alpha versie van De prijs van water, een non-stop ademloos actieverhaal. En ja de proza is but en er zitten een aantal structurele zaken ik waar ik nu aan zit te sleutelen, maar ik ben ook heel erg trots. Want een actieverhaal als dit? Die had ik in 2002 echt niet kunnen schrijven.

Het goeie nieuws: er zit dus vooruitgang in! (ik bedoel, ik heb mijn 10.000 uur echt wel gemaakt hoor, en ook wel FLINK meer dan dat!)

Het deed me echter wel nadenken over wat er nou voor gezorgd heeft dat ik mezelf heb kunnen verbeteren. En hier komen ze, in willekeurige volgorde:

  • oefenen, oefenen, oefenen! – meters maken! schrijven, kreng! buiten wordcount doelen, stel ik mezelf ook schrijfdoelen om me uit te dagen. ‘schrijf eens iets sferisch, verstilds’, of ‘schrijf een scene over iets waar je TOTAAL niet comfortabel mee bent, zoals een marteling’ of ‘schrijf eens een keertje een horrorverhaal’. Als je dingen niet uitprobeert, dan kun je de meters niet maken.
  • de feedback van proeflezers, redacteuren en juryleden – dankzij mijn allerliefste schrijfgroepje, maar ook proeflezers en natuurlijk mijn lieve redacteuren (soms ook niet zo lief, vooral als ik nét de feedback heb gehad) heb ik verhalen geherstructureerd, scenes herschreven, concepten geschrapt. ik heb ze soms ook hard genegeerd en lekker mijn eigen zin gedaan, maar de hoeveelheid keren dat ze precies de vinger wisten te leggen op iets wat me onderbewust dwars zat, is best heel groot.
  • praten met lezers – het is zo bijzonder om te zien waar lezers op “pingen”. Scenes of concepten die ik heel belangrijk of controversieel vond, worden geaccepteerd zonder veel commentaar (we kijken naar jou, seks-scene in de proloog van Bloed & Scherven!), en andere opmerkingen of concepten worden als “geweldig!” aangehaald. En dan zijn er de personages, dat vind ik nog wel het boeiendste. Als ik lezers vraag naar hun favoriete personage in de Lentagonserie, dan krijg ik steeds verschillende antwoorden. Zo bijzonder! Ik ben altijd super bang dat het overduidelijk is voor de lezers wie mijn favoriet is, maar blijkbaar is dat niet het geval. En wat betreft de favorieten van lezers… er is letterlijk niet te voorspellen waar lezers zich mee identificeren.  Dat heeft me wel een hoop geleerd – ik kan niet beslissen wat jij van mijn boek gaat vinden. En aan de ene kant is dat doodeng, maar aan de andere kant is dat ook wel bevrijdend. Ik kan niet iedereen plezieren, maar mensen halen ook plezier uit dingen waar ik nooit op gerekend had. Het werkt dus twee kanten op!

Soms hoor ik wel eens “ja, jij hebt gewoon talent”. Ik vind dat altijd onzin, want oh mijn god heb ik UREN gemaakt wat schrijven betreft – en dan ben ik nog, weet ik veel, netaan bovengemiddeld hoop ik. Ik heb keihard gewerkt om hier te komen.

Ook heb ik super veel te danken aan anderen. Proefleeshulp, aanmoediging, redactie, commentaren. Ik ben er nog lang niet, leren blijf ik altijd wel doen. Maar tegelijkertijd begin ik ook op het punt te komen dat ik ook anderen kan gaan helpen. Ik snap verhaalstructuren, story arcs. Ik snap personages héél goed.

Toen Cocky me in 2017 vroeg of ik voor Zilverspoor/Zilverbron wilde gaan redigeren, dacht ik nog: “Ik? Dat kan ik nooit!” En nu heb ik meerdere trajecten tegelijkertijd lopen en denk ik soms wel eens dat ik inmiddels een betere editor ben dan schrijfster. Het kan verkeren 🙂

Ik kijk er heel erg naar uit om in November met Corina tijdens ons Fantastische Schrijfweekend mensen te helpen met hun eigen schrijfproces en ze helpen beter te worden, zoals ik ook geholpen ben. En ze aan te moedigen om te schrijven, zoals ik ook gedaan heb.

Zo kan ik iets terug doen 🙂

de pre-alpha versie is AF!

Image result for champagne slingersNa een week of twee waarin ik middenin de eindcontrontatie zat en ik zowel het lot van een van mijn hoofdpersonages compleet overhoop gooide, als de antagonisten daarna volledig anders liet reageren, en ik tegen mezelf aan het schreeuwen was over logistiek en logica en wat ga ik dan in GODSNAAM doen in boek 2, heb ik de eerste ruwe versie van De prijs van water afgeschreven. Hoera! Champagne en glitters!

…Met inderdaad een compleet ander einde dan gepland (sorry boek 2!), maar dat is niet zo heel erg. Daar doe ik later wel iets aan, ofzo 🙂

Hij klokt in op 76K, wat een hele nette eerste woordcount einde is. Ik ben vrij tevreden met de opbouw, en hoe de eindconfrontatie uiteindelijk verlopen is. Want ondanks de veranderingen klopt het nu wel, volgens mij, en ik ben best blij wat het doet met de personages 🙂

Nu nog kijken wat de proeflezers ervan zeggen en er dan keihard mee aan de slag gaan. Want je weet wat ze zeggen: de eerste versie van een verhaal hoeft niet goed te zijn, alleen geschreven. Dat is hij nu, stap 1 is gezet. En dan daarna als een idioot aan de slag met de rest, want deadlines enzo 😀

Dus! Ben ik blij? Ja. Is het werk nog af? Bepaald niet!

Het is best heftig geweest om het afschrijven van De prijs van water te combineren met het redactieproces van Verloren zielen (de bundel) en… o ja, een baan als IT consultant ernaast. Maar is het ’t waard? Oh ja 🙂  Het lijkt erop alsof we ergens gaan komen nu. Ik ben zó benieuwd naar het eindresultaat! 😀

een tipje van de sluier

piotr-dura-crystal-cave2k
art by Piotr Dura

En opeens komt die releasedatum van Vuur en vergankelijkheid steeds dichterbij.. nog drie maanden en dan is ook dit kindje geboren! Mijn redacteur Cocky en ik zijn op dit moment hard bezig met de redactie, we zijn bijna halverwege. Het gaat lekker! Het is vooral strak trekken van de proza (zo veel stopwoordjes :() en dat is genoeg om me tijdens mijn vakantie (ik begin 15 mei met een nieuwe job) goed van de straat te houden!

In de tussentijd realiseerde ik me dat jullie eigenlijk nog heel weinig weten van dit verhaal, dus ik wilde graag een tipje van de sluier oplichten. Dit verhaal is namelijk heel anders dan de Lentagontrilogie. Ja, het speelt zich af in dezelfde wereld, maar zo’n zeventig jaar eerder, dus het sci-fi element moeten we voor een deel loslaten. Ze hebben nog telefoons met draaitoetsen, geen comms en dergelijke, want het internet is er nauwelijks en computers/TVs zijn luxeproducten 😀 De ‘feel’ van het verhaal wordt daarom een stuk minder futuristisch. Denk meer jaren ’80 fantasy, haha 🙂

Vuur & Vergankelijkheid gaat grotendeels over de uitvinding van het poortstation, en wat er nu uiteindelijk in die kristalmijn in Surral gebeurd is. Oplettende lezers van Talent & Kristal hebben de passage vast opgemerkt, toen Joy, Valeria en Sirka de grotten insneakten van wat vroeger de grote kristalmijn van Haen was, en nu nauwelijks begaanbaar:

‘Stel je voor hoe het hier zeventig jaar geleden was,’ zei Valeria. ‘Met al dat kristal, al dat potentieel…’ Ze klonk bijna gretig.

‘Mijn vader vertelde dat mijn grootouders dat nog gezien hebben. Hij beweerde zelfs dat ze erbij waren toen de mijn opgeblazen werd,’ zei Sirka.

Valeria grinnikte. ‘Zelfs je grootouders waren al revolutionairen. Het zit jou en Seamon blijkbaar in het bloed.’

‘Dat, of onze familie is gewoon vervloekt.’

Wat is er zeventig jaar geleden gebeurd? Dat vertelt dit boek. 🙂

First draft: klaar!

tumblr_oex8qoOw4V1v7al35o1_400Laat ik maar met de deur in huis vallen: gisteravond heb ik mijn first draft naar mijn alpha proeflezers gestuurd. YES EINDELIJK!

Ik zal heel eerlijk zijn; dit was een stroef proces. Ondanks dat ik in het verhaal geloofde en in het potentieel, had ik een tijdje maar heel weinig geloof in mezelf. Stom hè, hoe dat gaat. Een nieuw project, nieuwe personages, wel dezelfde wereld maar een andere tijd-setting, en opeens is alles eng. Ben ik wel origineel genoeg? Kan ik je genoeg om de personages laten geven als ik maar één boek de tijd heb? Geef ik genoeg om deze mensen? Is mijn spanningsboog interessant genoeg?

Zulk soort dingen. Het kostte me een lange tijd om over die hobbel heen te komen, en die deadline van de uitgeverij komt steeds maar dichterbij. Tot twee weken geleden, toen ik in één keer de geest kreeg en de climax van het verhaal er zomaar uit knalde. Wat het hem deed? Het lezen van Brandon Sanderson’s laatste boek, Oathbringer. Op de een of andere manier weet Sanderson, met zijn kwaliteitsoutput en zijn waanzinnige werkethiek me altijd te inspireren. Het was zijn Mistborn serie die me destijds de moed gaf om mijn eerste kort verhaal te redigeren en in te sturen (dat was Geboorterecht, de proloog van Stof en Schitteringen), en nu heeft hij me weer de moed gegeven om het gewoon te DOEN.

Dus nu ligt de Lentagon prequel bij de proeflezers en is het een kwestie van afwachten wat zij er van gaan vinden. Spannend hoor!

Oh, en de titel? Die staat weer even op losse schroeven. Daar kom ik nog bij je op terug.

camp nanowrimo

camp1Laten we meteen maar even met de deur in huis vallen: 30.000 woorden. Op dat wordcount bevindt Vuur en Verandering zich nu. Gaat best lekker, zou je zeggen, toch? Natuurlijk had ik al op het dubbele willen zitten, mijn doel was 1000 woorden per dag, maar voor wat het waard is, ben ik niet heel erg ontevreden. Ik ben ook op het punt aanbeland waar ik vorige keer stopte, dus vanaf nu ben ik niet meer aan het omgooien en herschrijven, maar vanaf nu komt er allemaal nieuw materiaal.

Dus, om een stok achter de schrijfdeur te houden, heb ik mezelf aangemeld voor Camp Nanowrimo. Even een mini-Nanowrimo om mezelf aan het produceren te krijgen en houden. Er zijn tenslotte deadlines te halen en ik wil dit verhaal nu écht een keer op papier schrijven. (De climax van dit verhaal wordt echt a-ma-zing en ik kan niet wachten tot ik die scenes uit kan schrijven!)

Ik heb net zoals de vorige twee maanden mijn wordcount op 30K gezet. Moet eigenlijk 31K zijn, aangezien juli 30 dagen heeft, maar ach. 😉 Mijn man gaat een weekje de deur uit, die gaat naar zijn ouders in Oostenrijk, dus ik heb het huis alleen. Om de eenzaamheid te verlichten, ga ik dan gewoon schrijven, is mijn doel. Bovendien heb ik een schrijfdagje met mijn vriendin Wendy ingepland, dus hopelijk kunnen we dan ook wat meters maken. Of ik kan een begin maken met dat korte verhaal idee dat ik al jaren in mijn hoofd heb zitten…. hmm…

Maar eerst: terug naar de slushpile van Edge-Zero. Er zijn verhalen die beoordeeld moeten worden!

schrijfavonturen en wordcount

427407_10150640114930520_791948615_n

Soms helpt het als je van de daken schreeuwt wat je moet gaan doen; als je het immers aan anderen vertelt wat het plan is, dan kunnen zij ernaar informeren… of beter/erger nog, je eraan houden. Dit was voor mij een van de redenen om lezers en mijn uitgever op Elfia te vertellen dat ik per 1 mei aan de slag zou gaan met het (her)schrijven Vuur en Verandering.

Gewoon, om jullie te laten weten dat ik dit echt moet gaan doen, en dat ik soms hulp nodig heb om me eraan te herinneren dat ik ook echt ‘aan de schrijf’ moet gaan.

Dus, vraag je je misschien af: hoe gaat het nu? Nou… best goed! Ik loop nog ietsje achter op mijn doel – dat was om duizend woorden per dag te schrijven – maar het gaat wel goed. Vooral als je je bedenkt dat we nog bezig waren met de redactie van Enkele reis Mars af te ronden en ik de afgelopen week in mijn Peugeotje zo ongeveer het halve land doorkruist heb op weg naar consultancyafspraken bij klanten. Als je dat in gedachten neemt, dan is het niet zo erg dat ik ‘pas’ 10.000 woorden op papier heb staan. Dan is dat eigenlijk best goed. En die (eerste) 10K is toch altijd wel een beetje een mijlpaal, op een vreemde manier. Nu heb ik nog acht van die mijlpalen te gaan, maar da’s prima. De kop is eraf!

Het herschrijven is wel leuk, trouwens. Ik heb een aantal belangrijke personage wijzigingen in het verhaal doorgevoerd, waardoor eigenlijk grotendeels nog steeds hetzelfde gebeurt als in de versie die ik in november uitschreef, alleen het gevoel ervan is compleet anders. Op die manier is het een compleet nieuw verhaal, en alleen maar door een paar nuanceverschillen. Ik merk wel dat ik nu beter met mijn personages overweg kwam, en dat is echt kritiek voor mij als ik aan het schrijven ben. Wereldbouwen en magie en actie en explosies zijn leuk, maar de intrinsieke motivaties van de personages zijn bij mij het hart van het verhaal, dus dat moet wel goed zitten. En dat zit het, volgens mij. Dus op naar de volgende mijlpaal: 20k! 😀

(en voel je vrij om me aan het werk te zetten, als je me ziet lanterfanten. Dat mag!)

over rebound personages en hechtingsproblemen

Afgelopen weekend stond ik op Retro-Con met mijn lieve collega schrijvers. Uiteraard hadden we de tijd om tussen de boekenverkoop en het signeren door de tijd om lekker met elkaar bij te kletsen. Joris vertelde dat hij super lekker gaat met het schrijven van zijn nieuwe boek (goed man, ik kijk er al naar uit om hem te lezen!), maar ik moest toegeven dat het bij mij niet zo lekker gaat als ik wilde.

Even uitgaande dat de reguliere redenen (ik heb het super druk op mijn werk, en ik ben daarnaast ook nog druk bezig met mijn eerste officiële redactie job van het tweede boek van Gaby Raaymakers, Elins Keuze – wat wordt hij leuk!), dan is er eigenlijk ook nog iets anders wat me een beetje dwars zit, en dat is dat ik mijn draai niet kan vinden met mijn nieuwe personages. Ze zijn nieuw, ik ken ze nog niet goed genoeg, ze zijn een stuk introverter dan mijn vorige cast, en ik heb echt moeite om ze aan het praten te krijgen. Ik mis mijn vorige cast een beetje, die ik blind in een situatie kon neerzetten en die reageerden, praatten en dachten zonder enig filter richting mij als schrijver. Die connectie was zo sterk en intens dat ik me nooit zorgen hoefde te maken over wat de personages zouden doen. Die babbelden wel met me. Het is alsof deze mensen – lief en leuk als ze zijn – dat nog niet doen.

“Oh,” reageerde Joris op mijn uitleg, “dus eigenlijk zijn dit een beetje rebound personages!”

En dat is het precies. Het is een beetje alsof je vorige relatie beëindigd is en je al een nieuwe relatie gestart bent, maar je nog niet helemaal over je vorige liefde heen bent. Stiekem is de relatie met de nieuwe persoon waarmee je bent toch wat moeizamer, er is nog geen vertrouwen, je moet elkaar nog ontdekken — en diep van binnen blijf je toch vergelijken met de vorige persoon.

Tel daar nog eens mee op dat ik mezelf op het moment midden in de fase van het woordenaantal zit dat ik meestal een gezonde weerzin voor mijn verhaal heb (dat wordt meestal na 35000 woorden beter, en ik zit nu op de 30K), en je hebt een mooi recept voor het stroef verlopen van mijn schrijfproces. Tja. Nanowrimo is hem dit jaar dus niet geworden. Het is wel goed geweest voor 30K aan woorden die ik daarvoor niet had, dus ik ben niet ontevreden, het is nog steeds een mooie output, maar die 50 is helaas onmogelijk… voor het eerst in 15 jaar. Bleh.

DSC_1568.JPG
de post-it methode! ziehier een overzicht van het plot van boek 4, hopelijk niet precies leesbaar want hij staat vol met spoilers 😉

Maar, ogen op de horizon, wat gaan we er aan doen?

  1. Even het verhaal laten rusten, het dan van begin tot einde in 1x doorlezen
  2. Een band opbouwen met mijn nieuwe personages – lekker gaan zitten met character sheets, desnoods wat fluff schrijven om ze beter te leren kennen
  3. Dan SCHRIJVEN! Het doel is om mezelf langs die 35K en verder persen – ik heb vorige week geoutlined met de post-it methode, en dat hielp al heel erg. Ik heb 8 hoofdstukken gehad, ongeveer nog 17 te gaan, en ik weet nu wat er in ieder hoofdstuk moet gebeuren.

Met kaders, een leuke cast met personages, en een supergaaf plot zou het straks helemaal goed moeten komen. Maar eerst even rustig aan doen. Kwaliteit kost soms een beetje tijd!

 

 

nanowrimo dag 19

Het is heel gek. Toen ik begin september ging zitten om voor het einde van het jaar Talent en terreur volledig in de first draft uit te schrijven, wist ik dat het niet gemakkelijk zou worden. Ik had al een hele tijd niets écht nieuws meer geschreven; de afgelopen jaren hebben volledig in het teken gestaan van het herschrijven en redigeren van twee boeken die al jarenlang in eerdere versies hadden bestaan.

Talent en terreur was een idee dat zichzelf (met de subtiliteit van een blikseminslag) aan me presenteerde in de internationale trein tussen Brussel en Den Haag, eind maart dit jaar. Verder was er, behalve wat vage concepten die me wel leuk leken, nog helemaal niets. Dus ja, dat was weer even vanaf het nulpunt beginnen. Weer een first draft schrijven, terwijl hetgeen wat ik de afgelopen jaren gezien heb, vierde versies en vijfde versies na acht redactierondes met Cocky waren.

Dus dan moet je even terug naar de basis en jezelf vertellen dat je het natúúrlijk nog kan. Ja, de proza in die eerste versie is niet fantastisch; maar dat ben ik die het verhaal aan mezelf vertel, die is niet voor jullie. De discrepantie tussen Kelly die tegen zichzelf grotendeels dialogen en setups doet en Kelly die jullie een verhaal vertelt waar ze haar best op heeft gedaan om het zo mooi mogelijk te maken… die is best groot.

fe157e3c07a2fec9ea705900766efabb

De eerste tachtigduizend woorden van het verhaal schrijven, voelde als vechten tegen de bierkaai. Dat proces in dat plaatje boven (ik heb hem al eens eerder gepost) is geen grapje, zo ging het. En toen, ergens afgelopen weekend, toen ik de negentigduizend overschreed en eindelijk mijn einde in zicht had en al die ???SCREAMING?!?!! delen van mijn plot gehad had… toen begonnen dingen eindelijk op hun plaats te vallen. (Beetje jammer dat dat na 90K pas komt, maar liever laat dan nooit.)

Ik heb nu een goed gevoel over wat ik aan het doen ben; dat het verhaal verteld moet worden, en dat de logistieke/motivationele problemen die ik nu in de lijn van het verhaal zie, gemakkelijk opgelost kunnen worden. De ergste heuvel is genomen, nu wordt het een run naar de finish.

En die gaat heftig worden, want de climax van het verhaal is best heftig. Moet ook, als het ’t einde van een trilogie betekent, maar ja, het wordt bikkelen. Maar voor het eerst sinds ik met dit project begonnen ben, kijk ik er echt naar uit. Het gaat niet gemakkelijk worden, maar wel geweldig.

BRING. IT. ON. 😀

Nanowrimo wordcount update: 37K voor nanowrimo, 97K voor het verhaal in totaal. Als het goed is, ga ik de 100K vandaag of morgen halen en dat is toch ook wel weer een triomf. Ik heb ooit al eens, lang geleden, een 125K verhaal geschreven, maar dat was met een pauze van een half jaar ertussen. Ik heb nog nooit in één keer in een marathon sessie 100K in een keer geschreven. Dus hoera 😀