een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

een ode aan (en een verslag van) Fantastels

headingAfgelopen zondag was het opeens zover: de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd 2017. En niet zomaar een uitreiking, want het was de laatste keer. Fantastels gaat stoppen. Gelukkig zijn er al geluiden van anderen die een dergelijke wedstrijd gaan opzetten, naar goed voorbeeld, maar het blijft toch een einde van een tijdperk.

En wat heeft Fantastels een hoop voor me betekend. Even een trip down memory lane, hoor, jongens. Daarna vertel ik hoe dit jaar is afgelopen 😉

2011: Ik weet nog zó goed hoe nerveus ik was, toen ik voor Fantastels 2011 een verhaal instuurde. Het verhaal heette Leercurve. Ik had geen idee van het speelveld, of ik uberhaupt wel goed genoeg was, wat de jury zou zeggen. Het was mijn eerste keer en ik kende niemand die dit wel eens gedaan had, dus om te zeggen dat het een schot in het donker was, is een understatement. Ik was niet eens naar de uitreiking gegaan als mijn vriendin Brenda niet aangeboden had om met me mee te gaan voor steun. We hadden er nog een zonovergoten strandmiddag bij ook, en tot mijn grote schrik was ik niet alleen niet laatste, ik werd 8e. Mijn cyberpunk verhaal over jetpacks en death match arena’s was gewaardeerd! Eén jurylid had me zelfs op nummer 1 gezet. Ik viel bijna flauw van blijheid en opluchting. De bevestiging was overweldigend. Ik kon dus tóch schrijven.

2012: Natuurlijk moest ik toen doorpakken. Ik ging voor boekpublicatie en was dat jaar druk bezig met zowel het manuscript dat Stof & Schitteringen werd, als een complete re-write van het vervolg Bloed & Scherven. En omdat ik daar middenin zat, schreef ik een kort verhaal over de overbruggingsperiode tussen Stof en Bloed. Het ging over Valeria en Romain en een moment van toenadering tussen twee vijanden. Dat werd Rode Lantaarns. Een verhaal wat mij persoonlijk naar de keel greep (ik ship Valeria en Romain in hell, oké jongens), een hartsverhaal. Dus natuurlijk stuurde in hem in – in goed gezelschap van een kort verhaal dat ik jaren daarvoor ooit in het engels had geschreven.
Dat was Getij, een fantasyverhaal over een jonge magiër die gestuurd wordt om met haar magie via een pyrrische overwinning een einde te maken aan een oorlog. Getij vond ik een leuk verhaal, maar deed me niet zo veel als Rode Lantaarns.
Het eindigde op de 49e plaats, wat ik allang al oké vond. Rode Lantaarns kwam veel verder – die kwam in de eindronde terecht, op de 7e plaats. Door twee juryleden werd het op 1 gezet (o.a. Kim ten Tusscher, die mijn verhalen blijkbaar leuk vindt) maar de rest van de jury lag er zo mee overhoop dat er een speciale prijs in het leven werd geroepen: de Deviantprijs, voor het meest polariserende verhaal :’)

En dit is waar het interessant wordt, want Cocky van Dijk van Uitgeverij Zilverspoor was ook in de zaal. En had via een speech gezegd: als je een manuscript wil pitchen, kom dan bij me langs. Een paar maanden daarvoor was Stof & Schitteringen afgewezen bij de Luitingh Manuscripten wedstrijd, en Cocky had in die jury gezeten. Ik ging hij haar langs, legde mijn deviantprijs op tafel en zei heel cheeky: “Dit is mijn pitch!” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Blijkt dat Stof was afgewezen o.a. omdat hij niet in het label van Luitingh paste. En dat Zilver best met me in zee wilde. Ik kreeg mijn contract niet precies die dag aangeboden, maar het goeie nieuws kwam wel de dag erna! :O

2013: Tja, hoe top je zo’n entry dan? Ik had die zomer helemaal geen verhaalideeën, ik was zo druk met Stof. Tot de vakantie in de Lake District, toen ik een epische droom had over een stad middenin een plaag en een handvol goud. Ik wist daar dat ik iets had – iets dat ik alleen maar uit hoefde te werken. In zes weken werd dat Roze water, nog net voor de deadline van inzenden. Ik had niet zo veel verwachtingen van het verhaal. Het was semi-medieval fantasy, wat niet mijn forte is, en hoewel ik super blij was met de morele keuzes die in het verhaal getoond werden en het einde, vond ik toch nog wat snelheidsfoutjes in het verhaal nadat ik het ingezonden had. Bovendien waren mijn proeflezers niet wild enthousiast – de consensus was dat Rode Lantaarns van vorig jaar beter was, en ikzelf vond Corina’s inzending (Zoete val, die ik proefgelezen had) veel beter dan de mijne – dus ik ging ook alleen naar de uitreiking die april, luttele weken voordat mijn boek uitkwam.

En dan win je even. De foto die ik van de trofee maakte, is helemaal wazig omdat mijn handen zo trilden van de adrenaline. Die rush van dat winnen is onvergetelijk – het ongeloof ook vooral, want ik had het oprecht niet zien aankomen. Vooral op het moment dat Corina en ik in de top 2 belandden – toen wist ik zó zeker dat ik zou winnen, want zij had het beter verhaal, en dat vond ik helemaal verdiend. Maar toen werd de nummer twee aangekondigd en begon jurylid Gerard over ‘subtiliteit’ en toen wist ik het. Want Roze water is veel, maar niet subtiel :’)

Stof & Schitteringen was al klaar voor de drukproef op dat punt, dus we moesten nog even gauw op de kaft zetten dat ik Fantastels gewonnen had 😀

2014:  Natuurlijk kun je dat niet meer toppen, maar in 2014 had ik een verhaal (Zij die weggingen) over het vagevuur en loslaten na de dood, en daarmee schopte ik het tot de 10e plaats. Veel leuker nog was dat het verhaal van mijn vriendin/schrijfmaatje Brenda (Verborgen paden) dat jaar won. Stiekem ook een beetje mijn overwinning, want als Brenda de moeder is van dat verhaal, dan ben ik toch wel een beetje de tante. 🙂

2015: Dat jaar zat in in de jury, en wat was het leuk! Het was hard werken, maar ik las ontzettend veel verhalen – ergens in de veertig – en er zaten zulke juweeltjes tussen. Die ervaring was ook genoeg om in de Edge Zero scherpe woorden te zeggen over ‘de staat van de Nederlandstalige fantasy’ en hoe er gezegd wordt dat het niet goed genoeg is. Ik heb die verhalen gelezen. Ja, sommigen hadden nog werk nodig. Maar 90% van alles is crap. Die 10%? Ik las het met liefde. En zulke verhalen moeten gekoesterd worden, daar moet constructief advies op gegeven worden, aangemoedigd worden. Fantastels werkt vanuit dat perspectief en pas toen ik die integriteit en die liefde voelde als jurylid, begreep ik écht hoe belangrijk dat is. Ik heb mijn best gedaan om de schrijvers aan te moedigen. Want alleen zo komen we tot de verhalen.

2016:  Voor Fantastels 2015 schreef ik een kort verhaal (Uitgangen) dat ik persoonlijk een van mijn sterkste ooit vind. Het gaat over dimensies en de achterkamers van de werkelijkheid, en het is geen heldenverhaal – maar blijkbaar was het zo edgy dat het niet voor iedereen weggelegd is. Sommigen liepen ermee weg (dank je, jurylid Roos), maar anderen niet, en hij bleef steken aan het einde van de eerste ronde, op de 28e plaats. Hartbrekend. 😦 In 2017 ging het schrijven toch al niet zo lekker, dus dat was best moeilijk. Maar we geven niet op, uiteraard! Het kostte even… maar toen kwam het idee voor dit verhaal.

2017: Voor dit jaar stuurde ik een verhaal in dat ik ook al naar de Harland Awards van 2015 had gestuurd, en wat ik ietwat gestroomlijnd had, want daar werd hij (maar) 51e. Boem, bij Fantastels knalde ik met Excuses (vroeger Deus ex machina, wat een veel betere titel is) door naar de 2e ronde en een mooie 19e plaats. Ofwel mijn redactie heeft geholpen, of de Fantastels jury heeft een betere smaak. Laten we het maar op een beetje van allebei houden. 😉

En tegelijkertijd had ik de stoute schoenen aangetrokken en Corina overgehaald om ons ‘er is een iets’ concept uit… wat, 2015? – uit te werken tot een echt verhaal, een zombie apocalypse met een gave twist. Dat werd Een tijdelijke oplossing. En ondanks dat het een pittige samenwerking was omdat Corina het eigenlijk veel te druk had om te schrijven en we blijkbaar compleet andere schrijfritmes hebben, schopten we het tot de 9e plaats! Super blij, super tevreden, en man man, wat was het spannend! Want het tafeltje waar wij aan zaten nam zo ongeveer de helft van de top 10 in beslag.  Corina en ik werden 9e, Wendy werd 8e, Tijs werd 7e met zijn Harland veteranenverhaal… Mike Jansen en Sophia Drenth, die bij ons zaten werden 3e en 4e respectievelijk, en toen had Tijs zijn laatste verhaal nog in de race… en WON met zijn Rassenhaat in vijf gangen. ZO GAAF! Wat een heerlijke hoge noot om op te eindigen.

photo_2018-04-08_17-44-27

Tijs, Wendy, Corina, Brenda en ik hebben samen een chatgroepje, waarin we over schrijven kletsen, elkaar aanmoedigen, en voor elkaar proeflezen. We hebben elkaar geholpen om beter te worden. En zonder de lieve aanmoediging en het vertrouwen dat Fantastels me gegeven heeft, was dit nooit zo ver gekomen. Dan hadden Corina en ik niet kunnen bonden over onze inzendingen, waren we geen vriendinnen geworden. Dan had ik Cocky van Dijk nooit zo direct aangesproken om mijn boek aan haar te pitchen. Dan had ik nu geen drie boeken uitgegeven en een vierde onderweg.

Fantastels heeft mij geinspireerd om te creëren, om kansen aan te grijpen. Om béter te worden (want ik heb Roze water onlangs herlezen, en dat proza kan ik inmiddels beter). Om te genieten van creatie, om te spelen, en te experimenteren. En daar ben ik dankbaar om 🙂

Zoals Curtiss al zong:

Let me see your creation
like a gift you, you give to me.
Hey, go on to create!
If you don’t create anymore, who’ll give the world another meaning?
Hey, please go on to play!
If you don’t create anymore, who’ll give humankind inspiration?

Dank je wel, Anaïd en de juryleden van de afgelopen jaren. Het was me een genoegen ❤