nanowrimo update!

Sommigen van jullie die me op Facebook volgen, hebben er al hintjes van gezien, maar ik dacht dat het misschien leuk was om er ook even wat over te vertellen: mijn nanowrimo avontuur tot nu toe. Hoe gaat het nu eigenlijk?

Nou…. 😀

Op het moment van schrijven staat het wordcount van De waarde van bloed op 39201 woorden. Dus… best lekker, zou ik zeggen. Ik zit wel op dit moment op mijn welbekende vastloopmoment, dat altijd plaatsvindt rond de 35K, maar de ervaring leert dat als ik gewoon doorzet, dat ik er dan wel kom. Die 50K deze maand gaat wel lukken, daar heb ik alle vertrouwen in. Natuurlijk ben ik nog compleet aan het wauwelen, is de proza poep en heb ik géén idee wat het totale wordcount gaat worden want er moet nog zó veel gebeuren… maar het gaat lekker.

Leuke weetjes over deze Nanowrimo ervaring:

  • In het eerste weekend, waarin ik samenschreef met mijn schrijfmaatjes, was ik goed voor 10K. Dus dat was een vliegende start!
  • Binnen 5K (op de eerste dag dus) ging ik al off-script van mijn zo bloedig uitgeschreven outline voor het verhaal. (zucht)
  • Sergio is dit verhaal mijn favoriet, omdat hij zichzelf heerlijk uit situaties improviseert. Hij is pragmatisch, houdt het hoofd koel, is super competent… en is wat mij betreft op dit punt de MVP in het verhaal.
  • Monika behoudt haar titel als “meest brutale personage”, because lieve god haar manier van met antagonisten omgaan is om ze te belédigen.
  • Alle personages zijn meer getraumatiseerd van de gebeurtenissen in boek 1 dan ik initieel verwacht had, en ik ben een beetje boos op mezelf dat ik dat niet zag aankomen. (Dat is een van de redenen van de problemen met mijn outline).
  • Ik heb super veel lol met het (proberen te) vermenselijken van de antagonisten, die als kemphanen tegenover elkaar staan. (En mijn arme personages, die er tussen in vastzitten).
  • Ik ben heel blij dat ik Avatar: The Last Airbender (eindelijk) heb gekeken voordat ik verder schreef aan mijn eigen serie, want zo kan ik ervoor zorgen dat de elementmagie in mijn eigen serie toch anders blijft. En ik ben ook blij dat ik het gezien heb want MAN wat een fijne serie. Hell yeah, enzo.

Dus, dat tot dusverre. Hoe gaat Nanowrimo bij jullie? ❤

kelly kletst over schrijven (3)

round black side table with coffee cup
kom erbij!

Whoo, derde post in de serie! Inmiddels is het niet heel erg “schuif aan bij mijn tuintafel”-weer meer, dus we hebben nu een knusse bank en een kop thee om samen op te zitten en te kletsen over schrijven. Ik heb zojuist mijn inzending voor de Harland Awards de deur uit gedaan, dus ik vind dat ik wel even wat kletsen verdien 😀

Op welk punt in je schrijfproces verzin je de titel voor je verhaal of je boek?

Goeie vraag, want dat wisselt heel erg! Soms is de titel het eerste wat ik weet van een verhaal, maar meestal werk ik met een werktitel die ik later aanpas naar iets wat ik beter vind werken. Stof & Schitteringen heeft bijvoorbeeld altijd al zo geheten, maar Bloed & Scherven is nog een tijdje Zand & Scherven geweest (wat ook niet slecht is, aangezien er belangrijke scenes op het strand plaatsvinden in dat boek), en Talent & Kristal is héél lang Talent & Terreur geweest. Pas enkele maanden voor de publicatie vond ik deze titel toch wat te heftig en heb ik hem afgezwakt. Dat was toen best een moeilijke beslissing, want aan de ene kant is die heftige titel wel precies wat er gaande is, maar aan de andere kant wilde ik mensen ook niet afschrikken.
Vuur & Vergankelijkheid heeft bijna het hele schrijfproces heen en weer gepingpongd tussen de uiteindelijke titel (waar ik mee begonnen was) en Vuur & Verandering, die ik net zo goed vond werken. Het hing er echt vanaf op welk aspect ik wilde focussen, want het verhaal komt neer op het verbreken van de status quo en het creëren van de toekomst, hoe goed of slecht die ook zou zijn. Dus voor allebei is wat te zeggen – alleen Vergankelijkheid klinkt veel cooler, let’s be real 😀
Verloren Zielen daarentegen was heel gauw verzonnen, die tijdens een brainstormsessie met mijn schrijfmaatje en vriendin Brenda bedacht is. Die voelde meteen zo goed, dat ik er niets meer aan veranderd heb.

Met korte verhalen is het vergelijkbaar. Onze plaats in het universum, bijvoorbeeld, hebben we ingezonden naar een verhalenwedstrijd met een andere titel, genaamd Een tijdelijke oplossing. De jury had wat opmerkingen over de titel, en hoewel ik een tijdje zuur was over een verandering (de inspiratie voor de daadwerkelijke uitschrijving van het verhaal kwam uit een liedje met de frase ‘a temporary solution’ en die wilde ik niet loslaten), zijn co-auteur Corina en ik helemaal tevreden met wat het geworden is.
Roze Water heette oorspronkelijk Een handvol goud, wat denk ik ook wel gewerkt zou hebben, maar klinkt ietsje minder exotisch. Bovendien focust het op de steekpenningen, en niet op de infectie – en ik wilde daar de aandacht op vestigen.
Rode lantaarns heeft vanaf het begin zijn titel gehad, omdat het concept van de herdenkingsdag, de lantaarns en de rouw direct op een liedje genaamd “Red paper lanterns” is gebaseerd. Zoals je ziet, loopt het lekker uiteen! 🙂

Deel een zin of paragraaf van je schrijfsels waar je het meest trots op bent, en leg uit waarom.

Er zijn er meerderen die ik heel fijn vind, maar die zijn soms erg spoilerig. Dus laat ik deze delen – dit is een paragraaf uit Talent & Kristal:

‘De Lentagon is niet veilig,’ zei Sirka opeens. Haar stem was rauw en vol met emotie. ‘Er is niets veiligs
aan het kristal en ik baal dat ik keer op keer deze verdomde discussie met mensen moet voeren. Het is geen kadootje, het is geen schild. Het is een mes zonder handvat en voor je het weet bloed je erop dood en voel je je er geweldig bij.’

Soms lees je een stuk tekst terug en dan wéét je dat je in de flow was, en dan zie je passages of dialogen waarvan je denkt: YES. Dit was sowieso een mooi moment – een moment waar Joy, Sirka én Seamon het roerend met elkaar eens waren, en samen een front tegen de buitenwereld vormden. (eat shit, Lemaire).

Heb je onlangs wat nieuws geprobeerd? (stijl, genre, perspectief, of iets anders?)

Bijna altijd – veel van mijn korte verhalen zijn uitdagingen voor mezelf geweest. Zo was Nachtdienst mijn uitdaging om een horrorverhaal te schrijven, en bij Zij die weggingen wilde ik iets met veel sfeer schrijven. Onlangs heb ik een kort verhaal geschreven (bijna het hele jaar mee bezig geweest, het is op het moment een beest van bijna 10K en whew, het is een PROJECT) waarbij ik met proza en stijl aan het experimenteren ben geweest.

Ik durf er nog niet zo veel over te vertellen, want spoilers misschien – ondanks dat ik m niet geschikt vind voor verhalenwedstrijden – maar wat ik wel kan zeggen, is dat ik de onstabiele mentale staat van de hoofdpersoon in de tekst, als stijlfiguur, wilde laten terugkomen. En volgens mij is dat gelukt. Volgens mij voelt het niet als een super herkenbaar verhaal van mij. (?) Er is me verteld dat ik een super opvallende, herkenbare stijl heb, dus het zou fijn zijn als ik daarvan weg kan stappen. Dat experiment is dit verhaal geworden. Het heeft nog een paar tweaks nodig, en het is echt SUPER bleak, maar missie geslaagd, denk ik zo 😀

Delen jullie ook je favoriete zinnen en titels en nieuwe experimenten? Ik hoor ze graag! 😀

kelly kletst over schrijven (2)

Pin on Interiors/Exteriors
we gaan er weer voor zitten! (disclaimer: dit is niet mijn tuintafel :D)

Vorige blogpost vertelde ik over een vragenlijst voor schrijvers die ik aan het afwerken was. Dit is deel 2 in die serie. Ik heb super veel lol met het nadenken over de vragen en de antwoorden met jullie delen, hoop dat dat voor jullie ook zo is 😉 Hier komt het volgende setje vragen. Schuif je weer aan bij mijn virtuele tuintafel?

Welk personage vind je het leukst om te schrijven?

Ik heb hier heel erg lang over na moeten denken, want ik houd van al mijn personagekinders. Uit de Lentagonserie was het ’t moeilijkst om te kiezen, maar ik denk uiteindelijk dat mijn favoriet Sirka is. (ze had serieuze competitie van Valeria, trouwens. En Joy, want die heeft de beste one-liners in de hele serie) Sirka is zo’n heerlijk geconflicteerd personage. Ze probeert zo hard het juiste te doen, maar als je tussen haar en haar doel in staat, dan is het jammer voor je, dan liegt, bedriegt en vecht ze tot je aan de kant staat. Ze liegt als een motherfucker om te krijgen wat ze hebben wil, en dat is een thema dat de hele serie terug blijft komen. En dat hele felle, nietsontziende, gecontrasteerd met haar liefhebbende hart, vind ik een ontzettend gaaf spanningsveld om in te spelen.

In de Paraisoserie had ik het meeste lol met Monika, zoals je in de vorige post al kon lezen. Monika Silva is 20 jaar oud en werkt als callcenter medewerkster bij Hydron – de (enige) waterleverancier van Paraiso (een woestijnstad). Ze haat haar werk en haar leven. Om bij te beunen is ze illegale drank aan het stoken en een van haar grootste afnemers is haar manager. En omdat je om drank te stoken een hoop water nodig hebt, is haar manager haar aan het matsen met haar waterrekening. Kwestie van tijd totdat dit misgaat, uiteraard… 😉

Van mijn korte verhalen heb ik denk ik het meeste plezier gehaald aan het schrijven van Reka, de hoofdpersoon van Roze Water. Die had een hele aparte stem, zo murwgeslagen door eerder trauma, dat het bijzonder was om haar te schrijven. Ik heb tot op de dag van vandaag zo met haar te doen.

Schrijf je liever korte scènes of verhalen, of liever langere verhalen/boeken?

Die vraag krijg ik vaker, maar ik beantwoord hem graag! Het fijne aan korte verhalen is dat je heel kort heel intens kunt gaan. Het zijn relatief korte projecten, alsof je een sprintje trekt. Helaas is het daarna klaar, en is er meestal geen reden meer om terug te keren naar die wereld of dat concept. (Tenzij je de League schrijft, want dat is op 2 novelles na zo’n 300K aan korte verhalen langs 1 tijdlijn)

Bij het schrijven van een novelle/boek heb je een veel langere adem. Dan ben je veel meer betrokken bij de personages, bij hun ontwikkeling. Het is een marathon, of, als je het in de term van relaties wil vatten: alsof je een huwelijk aangaat, ipv een one-night-stand.

Beide opties hebben zo hun voordelen. Ik vind allebei erg leuk. Dit jaar heb ik Prijs Van Water klaargemaakt voor de redactie (begint heel binnenkort), twee-en-een-half kort verhaal geschreven voor Waterloper verhalenwedstrijd, een kort verhaal wat een compleet stijl experiment is en waarschijnlijk niet geschikt voor inzendingen, en een laatste kort verhaal wat ik voor Harland/Hebban wil insturen. Dus zoals je ziet, lekker afwisselend! 🙂

Ben je een pantser of een plotter?

Ah, de eeuwige vraag. Plan je alles van te voren volledig uit, of hoop je maar dat het goedkomt als je begint te schrijven? Het blijkt dat ik er tussenin val. Ik werk mezelf door verschillende iteraties met mijn verhaal heen, en hoe verder ik in mijn verhaal (hoe hoger de versiegetallen worden), hoe strenger ik ga outlinen. Maar in de allereerste versie ben ik meer van de freeform.

Ik ben een Lawful Plantser – ik heb een aantal key points in mijn verhalen – zeker het einde / de eindconfrontatie is een van de dingen die vooraf vast staan. Ik schrijf van key point naar key point toe, en raak onderweg regelmatig verdwaald. Ik schrijf eigenlijk bijna altijd chronologisch, omdat ik dan mee ontwikkel met de personages.

En ja, ik gebruik zeker character bio’s (man, ik plan mijn personages beter dan mijn plot, haha!) en ik voel me personally attacked door de opmerking “has definitely taken personality tests for their characters”. Pffff. *schuift haar notitieboek weg met Myers-Briggs uitwerkingen, sterrenbeelden, enneagrammen, character arcs etc*

Als ik aan het herschrijven sla, dan word ik meer een Neutral Plotter, want dan ga ik kijken naar spanningsbogen en volgordes van gebeurtenissen en dergelijke. Maar dat is zeker niet mijn natuur. Als je mij het lekkerst wil laten schrijven, dan geef je me een concept van een geweldige scène tijdens de eindconfrontatie, en dan bouw ik mijn personages, mijn wereld en mijn plot daar omheen. Door schade en schande, en heel veel frustratie heen. Ik zou willen dat ik het anders kon. Door discipline en doorbijten omdat ik verdomme een deadline heb kom ik een heel eind, maar een echte Plotter zal ik wel nooit worden. 🙂

Vertel, hoe zit dat bij jou? 🙂

kelly kletst over schrijven (1)

Solar Fairy lights Connectable
schuif lekker aan!

Onlangs vond ik op Tumblr een leuke lijst met vragen voor schrijvers. En aangezien dit mijn blog is en ik hier verondersteld word om over schrijven te babbelen, hebben jullie nu vast een idee wat er nu komt: ik ga proberen om een aantal van de asks te beantwoorden in een serie van blogposts. Waarom niet, toch? Het is een prachtige nazomeravond, schuif aan, pak een drankje naar keuze. Ik zet een kaarsje neer, en een kaasje/snackje. Laten we kletsen over schrijven. Klets vooral mee in de commentaren!

“Vertel ons over je huidige project(en) – waar gaat het over, hoe gaat ’t met de voortgang, en wat vind je er zo leuk aan?”

Ik heb op dit moment twee projecten lopen: de eerste is mijn kortverhaal voor de Harland/Hebban verhalenwedstrijd. Daarvan staat versie 1 nu in de steigers en is het een kwestie van redigeren tot hij goed genoeg is om in te sturen. Ik ben SUPER blij met het concept, de wereld, en het einde van het verhaal. Kan er helaas niets over zeggen, want de verhalenwedstrijd is anoniem 🙂

Mijn andere project op het moment is natuurlijk De Prijs Van Water, het eerste deel in de Paraiso serie. Ik wil “tweeluik” zeggen maar daar heb ik me eerder aan gebrand. Wat ik zo leuk vind aan deze serie is dat het heel anders is dan de Lentagon-serie qua vorm en verhaallijn (want OMG, actie-actie-actie), maar de personages spreken me heel erg aan. En ik had niet van te voren verwacht hoe die verhoudingen zouden liggen – ik had verwacht dat Ilsa het meest babbelige personage zou zijn, maar Kai is degene die me de oren van de kop kletst. (En Kai, lieve mensen, is een schatje. En zijn relatie met Ilsa? Oh man, die verhouding tussen die twee is heerlijk om te schrijven) En Monika doet me soms aan Valeria denken, op alle goeie manieren – qua haar pragmatisme. Monika is alleen veel ambitieuzer en komt van veel minder privilege, dus het voelt anders. Sergio is een heerlijke eikel, en zijn personageontwikkeling heb ik zo veel lol mee. En Xavi doet zo zijn best ❤

En dan de wereld. Oh, Paraiso. Wat een wereldstad, en wat een ongelofelijke tyfusbende 😀 Dus ja, wat vind ik er leuk aan? Alles 😀

“Wat is die ene scene die je eigenlijk altijd al had willen schrijven, maar wat zo veel gedoe is om qua context helemaal op te zetten dat je er nooit aan toegekomen bent?”

Joy die haar vader weer ontmoet. Ik heb twee versies van die ontmoeting uitgeschreven: de eerste in de ALLEREERSTE versie van Bloed & Scherven, waarin de serie eindigt met dat Joy een tell-all interview houdt met de media, en als ze uit de opnamestudio wegloopt, ze opgebeld wordt door haar vader. Dat was het einde van de serie, oorspronkelijk. Maar ik vond het mooier om met Sirka te eindigen, omdat het met haar begonnen was, en een dergelijke scene was overbodig.

En de andere versie van die confrontatie zat in een hele verhaallijn in Talent & Kristal waar Victor Harting zich aangesloten had bij de Jonge Radicalen, dat hij daar als een Edward Snowden ondergedoken was, maar het voegde uiteindelijk weinig toe aan het boek zelf. Ik heb er nog wel wat van liggen…

[context: Talent & Kristal, Hoofdstuk 7 – SPOILERS als je nog niet zo ver in de serie gekomen bent
Joy is net in Zyx aangekomen en is in de hangar aan het ruziemaken met Seamon]

“Misschien is het handig als jullie dit later even privé bespreken,” zei iemand achter me. Een mannelijke stem. Hij klonk bekend; ik zou me moeten herinneren wie dit was, iemand van lang geleden die ik goed kende…

“Bemoei je er niet mee,” snierde ik terug zonder om te kijken.

“Joy,” zei Seamon, de uitdrukking op zijn gezicht verzachtend. Hij maakte een gebaar dat ik me om moest draaien en toen wist ik opeens wie er achter me stond.

Oh lieve goden.

Ik draaide me om en zonder zelfs maar op of om te kijken stortte ik me in de armen van mijn vader. “Pap,” snikte ik, opeens huilend tegen zijn borst. “Het spijt me zo.” Een jaar geleden had ik mijn ouderlijk huis verlaten omdat we ruzie hadden. Die ruzie van toen leek nu zo triviaal, zo verdomde kinderachtig. En het had ons beiden levens compleet overhoop gehaald… allemaal mijn schuld.

Hij omhelsde me stevig. “Meisje toch,” zei hij en natuurlijk was het zijn stem, natuurlijk had ik hem direct moeten herkennen. Dit was mijn váder. Hij rook nog steeds hetzelfde, naar die ene cologne die ik hem destijds op mijn dertiende van mijn zakgeld voor hem gekocht had, omdat ik vond dat hij modern moest ruiken. Inmiddels was de geur allang al niet meer modern, maar het feit dat hij het nog steeds droeg brak mijn hart in een miljoen stukjes. “Ik ben zo blij dat je veilig bent,” zei hij.

(hou er even rekening mee dat dit ruwe, ongeredigeerde tekst is – maar ik vond het wel leuk om dit te delen, dan heb je een beetje een idee)

Heb je verhalen met alternatieve versies? (plotdraden die je hebt laten vallen, AU’s (Alternate Universe) van je eigen werk?) Vertel eens!

Ik heb sommigen van mijn lezers wel eens verteld dat dankzij de redactieronde met Cocky het einde van Bloed & Scherven héél anders is geworden. Iemand die het ternauwernood overleefde, stierf in de originele versie een bloederige dood. Het was super hartbrekend, en voordat ik de alternatieve versie kon uitschrijven, heb ik even een paar flinke mentale hoepels door moeten springen. (400 kilometer in de auto nadenken over hoe ik dit kon aanvliegen hielpen daarbij). Uiteindelijk kan ik me niet meer voorstellen dat ik het ooit op die manier heb gedaan, want de versie die jullie gelezen hebben is veel eleganter in zijn uitwerking.

Ja, oh ja, ik heb een AU. Die zal de meesten van jullie niets zeggen, maar als je terugbladert naar mijn blog dan hoor je me kletsen over de League wereld, die ik samen met mijn vriendin Brenda gebouwd heb. En hoe we tijdens een etentje dachten: Hm, wat als? Dus toen bedachten we een scenario dat op de vierde wereldoorlog uitdraaide. En ik MOEST het schrijven. Het vrat aan mijn hersenen totdat ik het opschreef. En dat is denk ik de keer dat ik (behalve toen een week nadat ik Talent & Kristal afgeschreven had en tot wat realisaties kwam) het hardst heb zitten huilen om mijn eigen werk. Het was zó hartbrekend en zo afschuwelijk. Dat was, alles bij elkaar genomen, een verschrikkelijk slecht idee. (ben ik blij dat ik het uitgeschreven heb? ja/nee. Ja omdat het daarna wel uit mijn hoofd weg was. Nee omdat het écht niet leuk was. Aan de andere kant is het experiment: “Kan ik mezelf aan het grienen krijgen door mijn geliefde personages absoluut kapot te maken” compleet geslaagd. Dus dat dan wel weer) 2/10, zou niet aanraden. 😦

Volgende keer meer schrijfgeklets! 😀

About Books!

Sinds we door Corona al een half jaar thuiszitten en dus geen contact meer kunnen hebben met lezers op beurzen, heeft Zilverspoor het internet opgezocht om dit toch nog een beetje te kunnen bewerkstelligen. (We missen jullie!) En via About Books, auteurinterviews, Zilverfest en nog allerlei andere alternatieven, zijn we toch nog een beetje bij je.

Op 2 september mocht ik live te gast zijn bij About Books, de online uitzending van Uitgeverij Zilverspoor, waarin we kletsen over… nouja, boeken dus. Boeken van de uitgeverij, maar ook vooral mijn boeken (en ook die van Joris en Cocky). We hadden een supergezellige sessie waarin we kletsten over schrijven, over de Lentagon-serie, over Verloren Zielen, en mijn aankomende boekentweeluik, de Paraiso serie. En eigenlijk over vanalles en nogwat. Er kwamen ook leuke opmerkingen en vragen van lezers binnen, dus dat maakte het extra leuk.

Zin om de gezelligheid te herleven (of te Uitzending-Gemist-en)? Check dan de video hierboven. 🙂

Op het YouTube kanaal van Zilverspoor vind je nog veel meer van deze leuke uitzendingen, inclusief de uitzendingen van Zilverfest. Klik op het linkje om die ook te bekijken!

over wat mij een warm hart voor moderne fantasy bezorgd heeft

“Oh, moderne fantasy. Wat apart,” zei een lezer ooit tegen mij op een beurs, toen ze een van de Lentagonboeken in handen had. “Dat zie je niet zo vaak.”

En dat klopt, neem ik aan, als je dingen als urban fantasy niet in acht neemt. Hoewel ik epische fantasy zeker wel geschreven heb, is het overgrote deel van de fantasy die ik schrijf zo modern dat het tegen science fiction aanschuurt. En hoewel ik heel rebels roep dat ik me niet wil binden aan vastgestelde hokjes en gewoon lekker wil doen waar ík zin in heb, en schrijven wat ík graag wil lezen (en dat ook zeker waar is!) heeft het me wel doen afvragen hoe ik daar zo bij gekomen ben. Hoe kwam het dat ik me daar instinctief zo comfortabel mee voel? Want de boeken die ik altijd gelezen heb, en die het meeste invloed op me gehad hebben tijdens mijn tienerjaren en toen ik in de twintig was, waren met name de boeken van George R. R. Martin, Robin Hobb en Robert Jordan. (Met een dosis Stephen King erbij, trouwens) Geen van alle erg moderne fantasy.

En toen realiseerde ik het me, want het staart me al jaren in mijn gezicht en ik ben soms een beetje blond. Natúúrlijk had ik een intense invloed tijdens de jaren dat ik echt serieus begon met schrijven. En natúúrlijk heb ik daar talloze uren in gezonken. Natuurlijk was het Final Fantasy.

Toen mijn man (toen nog mijn vriend) en ik gingen samenwonen  en ik de tere leeftijd van net 19 had, poelden we onze resources samen. We maakten boekenseries compleet, we genoten van elkaars cd collectie, en hij had een playstation. Man wat hebben we een hoop lol van dat ding gehad. Pinball toernooien, Tekken drinking games (als je een gevecht verloor, moest je een shotje nemen), …en Final Fantasy 7. De grap is dat ik daar nog niet eens begonnen was, initieel. Ik liet hem nog even links liggen.

Maar Final Fantasy 8 kwam rond die periode uit, toen we net op onszelf woonden in 1999, en díé hebben we echt kapot gespeeld. Final Fantasy 8 was mijn eerste FF game, en man wat was ik verslaafd. Final Fantasy 8 is een moderne, grungy setting, waarbij magie ook gebruikt kan worden, door het harnassen van natuurgeesten/summons/guardian forces. Maar ondertussen hebben ze auto’s, treinen, machinegeweren en wat dies meer zij. Ik heb er honderden uren in gezonken, in zowel de shitty PC versie als de wél werkende playstation versie.

En toen, een jaar later (eind 2000), heb ik tijdens de kerstvakantie Final Fantasy 7 eindelijk opgepakt. En daar heb ik ook van genoten. Die laatste eindbattle tegen Sephiroth zal ik nooit vergeten. Het was op een zaterdagavond laat, ik besloot de laatste dungeon (Northern Crater) in te gaan en hem te verslaan ter experiment, want ik was helemaal nog niet sterk genoeg en ik was helemaal niet zo goed in deze game als ik in FF8 was (ik vogelde pas aan het einde van de game uit dat je materia kunt breeden. UGH), maar ik had zoiets van: ach, het is zaterdagavond, let’s GO. Dus ik daalde de krater af, en dat is nog best een tijdrovende dungeon crawl, en ik kwam bij de eindbaas. Sephiroth, die de wereld zou vernietigen met een meteoorinslag. Dus we vochten. En het was EPISCH. Ik was tot drie keer aan toe een seconde verwijderd van een total party kill, en de totale battle duurde denk ik anderhalf uur. De battle music (het iconische One Winged Angel) knalde door mijn speakers. Ik schreeuwde tegen mijn TV. En toen lukte het, en ik zat trillend van de adrenaline, en Olli kwam het eindfilmpje met me kijken. En we keken naar buiten en realiseerden ons dat het buiten keihard aan het sneeuwen was en dat het twee uur ’s nachts was. Dus toen zijn we midden in de nacht door de sneeuw gaan lopen, omdat we allebei ZO HYPE waren dat we anders niet konden slapen.

Die herinnering neemt niemand me meer af. Ik heb later de anderen ook nog gespeeld, trouwens, hoor. 6, 9, 10, 12, 13, 13-2 en 15. FF11 en 14 zijn MMO’s, dus die stonden wat lager op het lijstje. Komt nog.

En als je het zo bekijkt, is het niet zo gek dat ik dus ook moderne fantasy schrijf, zoals in Final Fantasy 7 en 8. (en 15, mijn andere favoriet, maar die heb ik pas deze winter kunnen spelen)

Oh, en de Final Fantasy 7 remake? Fantastisch. Aanrader. Hell yeah, enzo. 🙂

 

verloren zielen

bokeh photography of person holding fireworks
sparklers voor iedereen!

Ik heb het al een paar keer aangekondigd, maar het gaat héél binnenkort gebeuren: mijn nieuwe boek komt uit! Terwijl ik dit schrijf, ligt hij bij de drukker. De zetproef is gecheckt, de kaft is afgemaakt, de verhalen zijn opgepoetst… alles is klaar. Ik hoef alleen nog maar te wachten. Als het goed is, heb ik voor het einde van de maand mijn nieuwste kindje in handen. 😀

Goed, en voordat jullie allemaal omvallen van de nieuwsgierigheid, want dat doen jullie natuurlijk ALLEMAAL… 😉 hier komen de stats:

Titel: Verloren Zielen

ISBN: 9879463081993

Uitgeverij: Zilverspoor

Inhoud: 12 korte verhalen!

  • Roze water, dystopische fantasy, winnaar van Fantastels 2013. Een jonge poortwachter moet keuzes maken om haar stad te beschermen van een plaag.
  • Rode Lantaarns, een Lentagon verhaal, winnaar van de Fantastels Deviantprijs 2012. Twee vijanden hebben een moment op Herdenkingsdag.
  • Blauwe luchten, een Lentagon verhaal, volgt direct op Rode lantaarns – de volgende morgen.
  • Theta, een Lentagon verhaal, speelt zich af tijdens de eerste vier hoofdstukken van Bloed & scherven en toont het directe moment dat de oorlog tussen Parsia en Jediah weer oplaait.
  • Nachtdienst, horror. Een jonge vrouw wordt lastiggevallen tijdens haar nachtdienst, en haar aanvaller is niet menselijk.
  • Excuses, fantasy. Een priester is op weg om het leven van zijn god te redden.
  • Uitgangen, urban fantasy/horror/existentiële shit (:D). Een jonge man ontdekt onder de invloed van drugs dat hij de mogelijkheid heeft om buiten de tijd te stappen.
  • Rozegeur en maneschijn, science fiction/fantasy, 3e plaats Waterloper verhalenwedstrijd 2019. Een dief probeert in het keizerlijk paleis in te breken om de kroonjuwelen te stelen.
  • Leercurve, cyberpunk. Twee broers melden zich aan voor een deathmatch toernooi.
  • Getij, fantasy. Een meisje met doodsmagie wordt er op uit gestuurd om de oorlog te beëindigen.
  • Onze plaats in het universum, dystopisch. Een mindfulness app gaat viral. De gevolgen zijn niet te overzien.
  • Zij die weggingen, urban fantasy. Geesten zijn niet alleen tijdens de schemering zichtbaar. Onder de juiste omstandigheden kan iedereen geesten zien.

Je kunt Verloren zielen binnenkort bestellen via alle bekende kanalen (boekhandels, bol.com, etcetera), het boek komen halen op beurzen (ik sta in maart en april op Fantasy Fest, Comic Con, FACTS en Elfia Haarzuilen met de rest van mijn lieve collega auteurs), of direct bij mij bestellen.

Voor nu wil ik afsluiten met hoe blij en trots ik ben dat deze verhalen eindelijk met jullie kan delen. Ik heb bij ieder verhaal in het boek kort iets gezegd, maar ik zou er dagen over kunnen door kletsen, want ieder van deze verhalen gaat me na aan het hart en is om zijn eigen reden speciaal voor me. Dus het feit dat jullie eindelijk deze verhalen kunnen lezen….. nou… sparklers voor iedereen, dus! 😀
Meer informatie volgt nog, inclusief de kaft. 🙂

 

een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

De uitreiking van Waterloper Verhalenwedstrijd

Afgelopen zondag was de uitreiking van de eerste editie van Waterloper Verhalenwedstrijd. Mocht je je afvragen wat Waterloper is, dit is wat er op de website staat: “Waterloper is een themaverhalenwedstrijd in de genres fantasy, horror en science fiction voor maximaal 10.000 woorden.” Ik zie het zelf eigenlijk vooral als de spirituele opvolger van Fantastels, de verhalenwedstrijd waaraan ik heel veel te danken heb (o.a. mijn contract bij Zilverspoor, maar ook het merendeel van de verhalen die straks in mijn bundel “Verloren zielen” gepubliceerd zullen worden) en meerdere keren met veel plezier aan meegedaan heb (zelfs een keertje als jurylid). Toen Fantastels ophield, vond ik dat erg jammer – maar gelukkig werd toen Waterloper gelanceerd! 🙂

Een van de grote verschillen met Fantastels is dat Waterloper thema’s meegeeft om op te schrijven, dus dat was even nadenken. De deadline voor inzending was eind mei, dus de twee maanden ervoor was ons schrijfgroepje hard bezig met het schrijven en redigeren van onze eigen en elkaars verhalen. “Wedstrijdseizoen” noemen we het. In ons groepje had Tijs twee verhalen ingestuurd, en Brenda en ik allebei individueel een verhaal, en samen een verhaal. We hadden dus vier paarden in de race, lekker spannend. Corina en Wendy hadden dit keer niet ingestuurd, maar hebben wel meegelezen en geredigeerd.

Rosalynd trapt de uitreiking af

En zo togen we naar Rijen, waar zondag de uitreiking was. Wendy ging met ons mee, als aanmoediging. Het is grappig, hoe je er maandenlang niet nerveus over bent, maar op de ochtend van de uitreiking je opeens begint te panieken (“wat als hij gediskwalificeerd is?” “wat als hij laatste is?” ). Het wordt ook nooit gemakkelijker, zo’n uitreiking…. trillende handjes, klotsende oksels… en dan het verlossende woord.

Mijn horrorverhaal, wat ik uit de losse pols had geschreven om te kijken of ik uberhaupt wel horror kon schrijven genaamd “Nachtdienst”, haalde de tiende plaats! Ik ben heel erg blij met hoe “Nachtdienst” als verhaal geworden is. Het is niet super origineel, een beetje in de lijn van “Paranormal Activity”, maar dat was ook waar ik voor ging. Ik wilde kijken of ik het kon, en ik vond zelf dat t een spannend verhaal was geworden, met een leuke conclusie. De jury was het er mee eens, die was heel lovend. Een prima staaltje van “Voor wat het is, is het perfect uitgevoerd”. Hij wordt in de “Verloren zielen” bundel gepubliceerd, dus je kunt hem binnenkort lezen. 🙂

Brenda’s verhaal “Het andere kind” (sferische urban fantasy) werd 7e, Tijs’ verhaal “Grond voor echtscheiding” (horror) werd 6e en “Vergeten of vergeven” (urban fantasy/alternate universe) werd 4e. Allemaal supermooie prestaties, maar ik ga niet te ver daar op in want dat was hun prestatie. Ik heb alleen proefgelezen en geredigeerd en aangemoedigd. 🙂

En het sci-fantasy verhaal dat Brenda en ik samen geschreven hebben, “Rozengeur en maneschijn” werd derde! DERDE! Ik ben zo trots! Dit verhaal was ook een experiment, maar op andere gebieden. Allereerst wilden we kijken of we samen konden schrijven (het antwoord is “ja”), en ten tweede hebben we een heel universum gebouwd waarin we een trilogie willen gaan schrijven, en dit verhaal speelt zich er in af – dus we wilden kijken of de jury goed zou reageren op onze wereld(en). En ook dat experiment is meer dan geslaagd. Zo fijn!

De juryrapporten waren zo lovend dat ik er een dag later nog van gloei. Echt fantastisch.

Ook dit verhaal wordt opgenomen in “Verloren zielen”, dus als je nieuwsgierig bent, kun je dit verhaal binnenkort ook lezen.

Blije gezichten! Van links naar rechts Tijs, mijn persoontje, en Brenda 🙂

Django Mathijsen en Anaid Haen werden tweede met “Op zoek naar de poort”, en Debby Willems heeft de eerste editie van Waterloper verhalenwedstrijd gewonnen met haar verhaal “Paardenbloemen”. Gefeliciteerd, jullie zijn toppers! Hier vind je de rest van de top 10:

1 Paardenbloemen – Debby Willems
2 Op zoek naar de poort – Anaid Haen en Django Mathijsen
3 Rozengeur en maneschijn – Kelly van der Laan en Brenda Hingstman
4 Vergeten of vergeven – Tijs de Jong
5 Fietspunk, het zevende werk van Armsterk – Django Mathijsen
6 Grond voor echtscheiding – Tijs de Jong
7 Het andere kind – Brenda Hingstman
8 De graveyard orbit – Antoni Dol
9 De onschuld de tover en de held – Anaid Haen  
10 Nachtdienst – Kelly van der Laan 

Als jullie benieuwd zijn naar de volledige uitslag: die vind je hier.

Rosalynd, bedankt voor de organisatie en de geweldige wedstrijd. Juryleden, bedankt voor jullie lieve commentaren (en jullie goede smaak). Mede deelnemers…. ik zie jullie volgend jaar. We hebben al een sneak preview gehad van de thema’s van volgend jaar, en ik kan je zeggen…. we hebben er zin in! 😀

over een betere schrijver worden

Zomer 2006, tijdens een vakantie in Frankrijk. Hier was ik een verhaal aan het schrijven dat ik Dead In The Water noemde. 🙂

Als mensen me vragen hoe lang ik al schrijf, dan vertel ik ze dat ik al zo lang schrijf als ik me kan herinneren. En dat klopt ook wel – op de basisschool schreef ik korte verhaaltjes en genoot ik van opstellen schrijven, maar op de middelbare school, toen ik een computer met Wordperfect 5.1 op mijn kamer kreeg, werd het een van mijn grootste hobbies. Ik schreef vanalles, over een massamoordenaar die het op tieners voorzien had, over een meisje met een buurjongen die haar plaagde, over een creepy opvangtehuis voor tieners waar medische experimenten op ze uitgevoerd werden… allerlei soorten verhalen, en dit zijn degenen die ik me kan herinneren. Er zijn er meer, maar ze zijn bijna allemaal verloren gegaan toen de harde schijf van mijn 486 crashte (*snik*). Ik heb alleen degenen nog die ik uitgeprint had. (Maak backups, jongens!)

In 2002, toen ik 22 was, ontdekte ik Nanowrimo en ging ik, na een paar jaar alleen geroleplayed te hebben, echt verhalen schrijven. Ik vatte het plan op om rond mijn 30e gepubliceerd te zijn. Deze verhalen heb ik wel allemaal nog, en het is heel bijzonder om ze terug te lezen – vooral omdat ik de rudimentaire sterke en zwakke punten er zo uit kan halen.

Ik kan kristalhelder zien waar ik verbeterd ben (met name show don’t tell, actiescenes) en waar mijn inherente kracht zat (dialogen, personages). Het is echt alsof je naar het verleden kijkt als je een oud verhaal terugleest. Ik herken frases uit liedjes terug in hoofdstuktitels, of namen die ik aan personages heb gegeven om een bepaalde reden, of thema’s waar ik toen veel mee bezig was. Het is super grappig om te zien. Gaan die verhalen nog het levenslicht zien? Misschien.

Ze zijn vooral super belangrijk geweest in mijn pad naar de schrijver die ik nu ben. Mijn proeflezers zijn nu bezig met de alpha versie van De prijs van water, een non-stop ademloos actieverhaal. En ja de proza is but en er zitten een aantal structurele zaken ik waar ik nu aan zit te sleutelen, maar ik ben ook heel erg trots. Want een actieverhaal als dit? Die had ik in 2002 echt niet kunnen schrijven.

Het goeie nieuws: er zit dus vooruitgang in! (ik bedoel, ik heb mijn 10.000 uur echt wel gemaakt hoor, en ook wel FLINK meer dan dat!)

Het deed me echter wel nadenken over wat er nou voor gezorgd heeft dat ik mezelf heb kunnen verbeteren. En hier komen ze, in willekeurige volgorde:

  • oefenen, oefenen, oefenen! – meters maken! schrijven, kreng! buiten wordcount doelen, stel ik mezelf ook schrijfdoelen om me uit te dagen. ‘schrijf eens iets sferisch, verstilds’, of ‘schrijf een scene over iets waar je TOTAAL niet comfortabel mee bent, zoals een marteling’ of ‘schrijf eens een keertje een horrorverhaal’. Als je dingen niet uitprobeert, dan kun je de meters niet maken.
  • de feedback van proeflezers, redacteuren en juryleden – dankzij mijn allerliefste schrijfgroepje, maar ook proeflezers en natuurlijk mijn lieve redacteuren (soms ook niet zo lief, vooral als ik nét de feedback heb gehad) heb ik verhalen geherstructureerd, scenes herschreven, concepten geschrapt. ik heb ze soms ook hard genegeerd en lekker mijn eigen zin gedaan, maar de hoeveelheid keren dat ze precies de vinger wisten te leggen op iets wat me onderbewust dwars zat, is best heel groot.
  • praten met lezers – het is zo bijzonder om te zien waar lezers op “pingen”. Scenes of concepten die ik heel belangrijk of controversieel vond, worden geaccepteerd zonder veel commentaar (we kijken naar jou, seks-scene in de proloog van Bloed & Scherven!), en andere opmerkingen of concepten worden als “geweldig!” aangehaald. En dan zijn er de personages, dat vind ik nog wel het boeiendste. Als ik lezers vraag naar hun favoriete personage in de Lentagonserie, dan krijg ik steeds verschillende antwoorden. Zo bijzonder! Ik ben altijd super bang dat het overduidelijk is voor de lezers wie mijn favoriet is, maar blijkbaar is dat niet het geval. En wat betreft de favorieten van lezers… er is letterlijk niet te voorspellen waar lezers zich mee identificeren.  Dat heeft me wel een hoop geleerd – ik kan niet beslissen wat jij van mijn boek gaat vinden. En aan de ene kant is dat doodeng, maar aan de andere kant is dat ook wel bevrijdend. Ik kan niet iedereen plezieren, maar mensen halen ook plezier uit dingen waar ik nooit op gerekend had. Het werkt dus twee kanten op!

Soms hoor ik wel eens “ja, jij hebt gewoon talent”. Ik vind dat altijd onzin, want oh mijn god heb ik UREN gemaakt wat schrijven betreft – en dan ben ik nog, weet ik veel, netaan bovengemiddeld hoop ik. Ik heb keihard gewerkt om hier te komen.

Ook heb ik super veel te danken aan anderen. Proefleeshulp, aanmoediging, redactie, commentaren. Ik ben er nog lang niet, leren blijf ik altijd wel doen. Maar tegelijkertijd begin ik ook op het punt te komen dat ik ook anderen kan gaan helpen. Ik snap verhaalstructuren, story arcs. Ik snap personages héél goed.

Toen Cocky me in 2017 vroeg of ik voor Zilverspoor/Zilverbron wilde gaan redigeren, dacht ik nog: “Ik? Dat kan ik nooit!” En nu heb ik meerdere trajecten tegelijkertijd lopen en denk ik soms wel eens dat ik inmiddels een betere editor ben dan schrijfster. Het kan verkeren 🙂

Ik kijk er heel erg naar uit om in November met Corina tijdens ons Fantastische Schrijfweekend mensen te helpen met hun eigen schrijfproces en ze helpen beter te worden, zoals ik ook geholpen ben. En ze aan te moedigen om te schrijven, zoals ik ook gedaan heb.

Zo kan ik iets terug doen 🙂