een ode aan (en een verslag van) Fantastels

headingAfgelopen zondag was het opeens zover: de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd 2017. En niet zomaar een uitreiking, want het was de laatste keer. Fantastels gaat stoppen. Gelukkig zijn er al geluiden van anderen die een dergelijke wedstrijd gaan opzetten, naar goed voorbeeld, maar het blijft toch een einde van een tijdperk.

En wat heeft Fantastels een hoop voor me betekend. Even een trip down memory lane, hoor, jongens. Daarna vertel ik hoe dit jaar is afgelopen 😉

2011: Ik weet nog zó goed hoe nerveus ik was, toen ik voor Fantastels 2011 een verhaal instuurde. Het verhaal heette Leercurve. Ik had geen idee van het speelveld, of ik uberhaupt wel goed genoeg was, wat de jury zou zeggen. Het was mijn eerste keer en ik kende niemand die dit wel eens gedaan had, dus om te zeggen dat het een schot in het donker was, is een understatement. Ik was niet eens naar de uitreiking gegaan als mijn vriendin Brenda niet aangeboden had om met me mee te gaan voor steun. We hadden er nog een zonovergoten strandmiddag bij ook, en tot mijn grote schrik was ik niet alleen niet laatste, ik werd 8e. Mijn cyberpunk verhaal over jetpacks en death match arena’s was gewaardeerd! Eén jurylid had me zelfs op nummer 1 gezet. Ik viel bijna flauw van blijheid en opluchting. De bevestiging was overweldigend. Ik kon dus tóch schrijven.

2012: Natuurlijk moest ik toen doorpakken. Ik ging voor boekpublicatie en was dat jaar druk bezig met zowel het manuscript dat Stof & Schitteringen werd, als een complete re-write van het vervolg Bloed & Scherven. En omdat ik daar middenin zat, schreef ik een kort verhaal over de overbruggingsperiode tussen Stof en Bloed. Het ging over Valeria en Romain en een moment van toenadering tussen twee vijanden. Dat werd Rode Lantaarns. Een verhaal wat mij persoonlijk naar de keel greep (ik ship Valeria en Romain in hell, oké jongens), een hartsverhaal. Dus natuurlijk stuurde in hem in – in goed gezelschap van een kort verhaal dat ik jaren daarvoor ooit in het engels had geschreven.
Dat was Getij, een fantasyverhaal over een jonge magiër die gestuurd wordt om met haar magie via een pyrrische overwinning een einde te maken aan een oorlog. Getij vond ik een leuk verhaal, maar deed me niet zo veel als Rode Lantaarns.
Het eindigde op de 49e plaats, wat ik allang al oké vond. Rode Lantaarns kwam veel verder – die kwam in de eindronde terecht, op de 7e plaats. Door twee juryleden werd het op 1 gezet (o.a. Kim ten Tusscher, die mijn verhalen blijkbaar leuk vindt) maar de rest van de jury lag er zo mee overhoop dat er een speciale prijs in het leven werd geroepen: de Deviantprijs, voor het meest polariserende verhaal :’)

En dit is waar het interessant wordt, want Cocky van Dijk van Uitgeverij Zilverspoor was ook in de zaal. En had via een speech gezegd: als je een manuscript wil pitchen, kom dan bij me langs. Een paar maanden daarvoor was Stof & Schitteringen afgewezen bij de Luitingh Manuscripten wedstrijd, en Cocky had in die jury gezeten. Ik ging hij haar langs, legde mijn deviantprijs op tafel en zei heel cheeky: “Dit is mijn pitch!” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Blijkt dat Stof was afgewezen o.a. omdat hij niet in het label van Luitingh paste. En dat Zilver best met me in zee wilde. Ik kreeg mijn contract niet precies die dag aangeboden, maar het goeie nieuws kwam wel de dag erna! :O

2013: Tja, hoe top je zo’n entry dan? Ik had die zomer helemaal geen verhaalideeën, ik was zo druk met Stof. Tot de vakantie in de Lake District, toen ik een epische droom had over een stad middenin een plaag en een handvol goud. Ik wist daar dat ik iets had – iets dat ik alleen maar uit hoefde te werken. In zes weken werd dat Roze water, nog net voor de deadline van inzenden. Ik had niet zo veel verwachtingen van het verhaal. Het was semi-medieval fantasy, wat niet mijn forte is, en hoewel ik super blij was met de morele keuzes die in het verhaal getoond werden en het einde, vond ik toch nog wat snelheidsfoutjes in het verhaal nadat ik het ingezonden had. Bovendien waren mijn proeflezers niet wild enthousiast – de consensus was dat Rode Lantaarns van vorig jaar beter was, en ikzelf vond Corina’s inzending (Zoete val, die ik proefgelezen had) veel beter dan de mijne – dus ik ging ook alleen naar de uitreiking die april, luttele weken voordat mijn boek uitkwam.

En dan win je even. De foto die ik van de trofee maakte, is helemaal wazig omdat mijn handen zo trilden van de adrenaline. Die rush van dat winnen is onvergetelijk – het ongeloof ook vooral, want ik had het oprecht niet zien aankomen. Vooral op het moment dat Corina en ik in de top 2 belandden – toen wist ik zó zeker dat ik zou winnen, want zij had het beter verhaal, en dat vond ik helemaal verdiend. Maar toen werd de nummer twee aangekondigd en begon jurylid Gerard over ‘subtiliteit’ en toen wist ik het. Want Roze water is veel, maar niet subtiel :’)

Stof & Schitteringen was al klaar voor de drukproef op dat punt, dus we moesten nog even gauw op de kaft zetten dat ik Fantastels gewonnen had 😀

2014:  Natuurlijk kun je dat niet meer toppen, maar in 2014 had ik een verhaal (Zij die weggingen) over het vagevuur en loslaten na de dood, en daarmee schopte ik het tot de 10e plaats. Veel leuker nog was dat het verhaal van mijn vriendin/schrijfmaatje Brenda (Verborgen paden) dat jaar won. Stiekem ook een beetje mijn overwinning, want als Brenda de moeder is van dat verhaal, dan ben ik toch wel een beetje de tante. 🙂

2015: Dat jaar zat in in de jury, en wat was het leuk! Het was hard werken, maar ik las ontzettend veel verhalen – ergens in de veertig – en er zaten zulke juweeltjes tussen. Die ervaring was ook genoeg om in de Edge Zero scherpe woorden te zeggen over ‘de staat van de Nederlandstalige fantasy’ en hoe er gezegd wordt dat het niet goed genoeg is. Ik heb die verhalen gelezen. Ja, sommigen hadden nog werk nodig. Maar 90% van alles is crap. Die 10%? Ik las het met liefde. En zulke verhalen moeten gekoesterd worden, daar moet constructief advies op gegeven worden, aangemoedigd worden. Fantastels werkt vanuit dat perspectief en pas toen ik die integriteit en die liefde voelde als jurylid, begreep ik écht hoe belangrijk dat is. Ik heb mijn best gedaan om de schrijvers aan te moedigen. Want alleen zo komen we tot de verhalen.

2016:  Voor Fantastels 2015 schreef ik een kort verhaal (Uitgangen) dat ik persoonlijk een van mijn sterkste ooit vind. Het gaat over dimensies en de achterkamers van de werkelijkheid, en het is geen heldenverhaal – maar blijkbaar was het zo edgy dat het niet voor iedereen weggelegd is. Sommigen liepen ermee weg (dank je, jurylid Roos), maar anderen niet, en hij bleef steken aan het einde van de eerste ronde, op de 28e plaats. Hartbrekend. 😦 In 2017 ging het schrijven toch al niet zo lekker, dus dat was best moeilijk. Maar we geven niet op, uiteraard! Het kostte even… maar toen kwam het idee voor dit verhaal.

2017: Voor dit jaar stuurde ik een verhaal in dat ik ook al naar de Harland Awards van 2015 had gestuurd, en wat ik ietwat gestroomlijnd had, want daar werd hij (maar) 51e. Boem, bij Fantastels knalde ik met Excuses (vroeger Deus ex machina, wat een veel betere titel is) door naar de 2e ronde en een mooie 19e plaats. Ofwel mijn redactie heeft geholpen, of de Fantastels jury heeft een betere smaak. Laten we het maar op een beetje van allebei houden. 😉

En tegelijkertijd had ik de stoute schoenen aangetrokken en Corina overgehaald om ons ‘er is een iets’ concept uit… wat, 2015? – uit te werken tot een echt verhaal, een zombie apocalypse met een gave twist. Dat werd Een tijdelijke oplossing. En ondanks dat het een pittige samenwerking was omdat Corina het eigenlijk veel te druk had om te schrijven en we blijkbaar compleet andere schrijfritmes hebben, schopten we het tot de 9e plaats! Super blij, super tevreden, en man man, wat was het spannend! Want het tafeltje waar wij aan zaten nam zo ongeveer de helft van de top 10 in beslag.  Corina en ik werden 9e, Wendy werd 8e, Tijs werd 7e met zijn Harland veteranenverhaal… Mike Jansen en Sophia Drenth, die bij ons zaten werden 3e en 4e respectievelijk, en toen had Tijs zijn laatste verhaal nog in de race… en WON met zijn Rassenhaat in vijf gangen. ZO GAAF! Wat een heerlijke hoge noot om op te eindigen.

photo_2018-04-08_17-44-27

Tijs, Wendy, Corina, Brenda en ik hebben samen een chatgroepje, waarin we over schrijven kletsen, elkaar aanmoedigen, en voor elkaar proeflezen. We hebben elkaar geholpen om beter te worden. En zonder de lieve aanmoediging en het vertrouwen dat Fantastels me gegeven heeft, was dit nooit zo ver gekomen. Dan hadden Corina en ik niet kunnen bonden over onze inzendingen, waren we geen vriendinnen geworden. Dan had ik Cocky van Dijk nooit zo direct aangesproken om mijn boek aan haar te pitchen. Dan had ik nu geen drie boeken uitgegeven en een vierde onderweg.

Fantastels heeft mij geinspireerd om te creëren, om kansen aan te grijpen. Om béter te worden (want ik heb Roze water onlangs herlezen, en dat proza kan ik inmiddels beter). Om te genieten van creatie, om te spelen, en te experimenteren. En daar ben ik dankbaar om 🙂

Zoals Curtiss al zong:

Let me see your creation
like a gift you, you give to me.
Hey, go on to create!
If you don’t create anymore, who’ll give the world another meaning?
Hey, please go on to play!
If you don’t create anymore, who’ll give humankind inspiration?

Dank je wel, Anaïd en de juryleden van de afgelopen jaren. Het was me een genoegen ❤

 

Advertenties

First draft: klaar!

tumblr_oex8qoOw4V1v7al35o1_400Laat ik maar met de deur in huis vallen: gisteravond heb ik mijn first draft naar mijn alpha proeflezers gestuurd. YES EINDELIJK!

Ik zal heel eerlijk zijn; dit was een stroef proces. Ondanks dat ik in het verhaal geloofde en in het potentieel, had ik een tijdje maar heel weinig geloof in mezelf. Stom hè, hoe dat gaat. Een nieuw project, nieuwe personages, wel dezelfde wereld maar een andere tijd-setting, en opeens is alles eng. Ben ik wel origineel genoeg? Kan ik je genoeg om de personages laten geven als ik maar één boek de tijd heb? Geef ik genoeg om deze mensen? Is mijn spanningsboog interessant genoeg?

Zulk soort dingen. Het kostte me een lange tijd om over die hobbel heen te komen, en die deadline van de uitgeverij komt steeds maar dichterbij. Tot twee weken geleden, toen ik in één keer de geest kreeg en de climax van het verhaal er zomaar uit knalde. Wat het hem deed? Het lezen van Brandon Sanderson’s laatste boek, Oathbringer. Op de een of andere manier weet Sanderson, met zijn kwaliteitsoutput en zijn waanzinnige werkethiek me altijd te inspireren. Het was zijn Mistborn serie die me destijds de moed gaf om mijn eerste kort verhaal te redigeren en in te sturen (dat was Geboorterecht, de proloog van Stof en Schitteringen), en nu heeft hij me weer de moed gegeven om het gewoon te DOEN.

Dus nu ligt de Lentagon prequel bij de proeflezers en is het een kwestie van afwachten wat zij er van gaan vinden. Spannend hoor!

Oh, en de titel? Die staat weer even op losse schroeven. Daar kom ik nog bij je op terug.

fantastels, dus…

headingOmdat ik een sukkel ben die het zichzelf graag moeilijk maakt, en omdat ik tevens een sukkel ben die altijd het gevoel hebt dat ik dat wel even doe/dat het wel goedkomt, heb ik dit jaar voor Fantastels de handen ineengeslagen met mijn vriendin Corina. Gewoon om te kijken of het kon. (wees niet bang, ik zal geen spoilers geven ;))

Begin augustus liep ik ’s avonds met de hond buiten, niet helemaal nuchter (laten we eerlijk zijn, het was vakantie, een zomeravond, en ik had een paar wijntjes op) en had een ‘holy shit’ moment, gerelateerd aan een oud idee dat we op de plank hadden liggen. Dus ik app Corina direct – ‘Ik denk dat ik een invalshoek heb voor ons oude verhaalidee’ zei ik, of iets in die geest. ik weet nog dat ik dacht, ‘hey Kel, da’s nog best laconiek voor het feit dat je GEEST IN BRAND STAAT’ en moest om mezelf lachen. Ik geloof dat ik, in al mijn niet-nuchtere-glorie, een beetje pushy was, en vond dat het moest gebeuren. Dit moest geschreven worden. Dus ik besloot alvast te gaan schrijven, met Corina’s zegen – ik moest dit kwijt.

Ik heb haar er een beetje in gesleurd en ondanks alle obstakels op de weg (zowel qua tijd – gelukkig had Corina het niet superdruk in die tijd *kuch kuch* sorry! – als aanpak als schrijfstijl) hebben we een verhaal afgeleverd, anderhalve dag voor de deadline. HOERA 😀

Wat een ervaring is het, zo’n samenwerkingsproces! Wat een leerproces! Dat je er dan achter komt hoe erg je verschilt in de manier waarop je het schrijfproces aanvliegt… Dat Corina veel langer over concepten wil nadenken en een outline in elkaar wil zetten terwijl ik al vijfduizend woorden aan pure stront heb geschreven die allemaal door de plee moeten… (en terecht trouwens hoor!) Dat Corina veel meer zintuiglijk schrijft en ik meer emotioneel. En de concessies die je moet doen aan de deadline, die met rasse schreden nadert.
‘Nou, zo moet het maar…’ was het gevoel bij inzending… maar dan diep van binnen ben ik toch wel trots op dit verhaal, en toch ook wel heel erg benieuwd zijn naar wat de jury ervan vindt. We hebben ons best gedaan, we gaan het zien.

En nu is het wachten geblazen…

(Corina, als het verhaal niet door de voorronde komt, dan is dat mijn schuld. Aan jouw schrijven lag het niet. Je was amazing en ik ben ongetwijfeld niet de gemakkelijkste. ILY! <3)

Uitslag winactie & camp nanowrimo

DSC_2259
het beste aan de zomer: lekker in de tuin schrijven!

Zo, de maand juli is weer voorbij. Wat is hij omgevlogen! Het was een drukke maand; zo met camp nanowrimo en de Edge Zero jurering. In de laatste heb ik me flink verkeken, vrees ik, dat is een stuk meer werk dan ik gedacht had (ik lees nu in een paar weken tijd anderhalf keer zo veel verhalen als ik voor Fantastels gelezen heb), dus dat is nog even aanpoten.

Gelukkig is het me wel gelukt om te schrijven. Niet zo veel als ik hoopte – uiteindelijk ben ik voor de maand juli op 15000 woorden geëindigd, maar het zijn wel goede woorden geweest. Ik heb tijd doorgebracht met mijn antagonist, ik heb heerlijk gechilld met mijn andere personages, en het plot begint nu echt te lopen. Het lijkt alsof die rottige 30K hobbel nu echt wel genomen is, en daar deed ik het voor. We gaan nu in een hogere versnelling, waar het spannend gaat worden, dus dan wordt het sowieso leuker. Vuur en verandering staat nu op 45000 woorden – ik denk dat we ongeveer halverwege zijn! 😀

Nou en dan verder nog, over de winactie: bedankt voor alle lieve reacties en felicitaties, mensen. Het was even moeilijk kiezen, maar ik ben tot een beslissing gekomen… ik wil Kirsten Groot graag feliciteren, want zij heeft mijn verjaardag winactie gewonnen. Ik stuur je een berichtje op Facebook, dan gaan we even afstemmen hoe Stof en Schitteringen bij je terecht gaan komen.

Voor degenen die toch nog nieuwsgierig zijn naar mijn boeken – aankomend weekend ben ik tijdens het leukste event van Nederland – Castlefest dus – het hele weekend te vinden in de stand van Zilverspoor/Zilverbron, dus kom vooral even langs voor een praatje… of om mijn boeken te bekijken. Vind ik gezellig!

camp nanowrimo update

IMG_0029
Kelly anno 2004 (duidelijk nog een baby hier), op een camping in Valkenburg – schrijvend, omdat laptops meeleuren naar een tentencamping niet zo’n goed idee is. Maarja, wat moet je dan als je een goed verhaal idee hebt? Juist ja… notitieboekjes. Niet zo praktisch, dus! Het is een goed ding dat Camp Nano virtueel kamperen behelst… 😉

We zijn op dag 10 van Camp Nanowrimo. Ik zit in een virtuele ‘cabin’ met gezellige schrijfvriendinnetjes (en een schrijfvriend), en ik ben lekker aan het schrijven. Het gaat nog niet zo hard als ik zou willen, maar we zijn inmiddels bijna 8000 woorden verder (totale wordcount op het moment: 38K), en ik ben alweer lekker van mijn plot aan het afwijken en interessante details aan het bedenken die mijn verhaal verder tillen dan alleen een outline die uitgewerkt wordt.

Dat je dan gepland had dat Iris en Stefan een relatie zouden aangaan die niet bepaald over rozen ging door een valse start aan het begin – en dat ze vervolgens allebei smoorverliefd zijn en er geen speld tussen te krijgen is. Of dat ze de kristalmijn ingaan om kristal te halen en ze vervolgens gaan sightsee’en en de prachtigste dingen ontdekken. En Danira, die een wel ontzettend leuke manier heeft om niet te erg beïnvloed te worden door het kristal. Zulk soort dingen maken me domweg gewoon gelukkig; dit is waarom schrijven leuk is. Soms is schrijven het equivalent van kiezen trekken, maar soms is het ook het ontdekken van een wereld die misschien al ergens diep in je onderbewuste bestond, met al die sprankelende details en wereldbouw en persoonlijkheden. Dit is waarom ik het doe.

Help me hieraan herinneren als ik straks hopeloos in de knoei zit, alsjeblieft! 😉

camp nanowrimo

camp1Laten we meteen maar even met de deur in huis vallen: 30.000 woorden. Op dat wordcount bevindt Vuur en Verandering zich nu. Gaat best lekker, zou je zeggen, toch? Natuurlijk had ik al op het dubbele willen zitten, mijn doel was 1000 woorden per dag, maar voor wat het waard is, ben ik niet heel erg ontevreden. Ik ben ook op het punt aanbeland waar ik vorige keer stopte, dus vanaf nu ben ik niet meer aan het omgooien en herschrijven, maar vanaf nu komt er allemaal nieuw materiaal.

Dus, om een stok achter de schrijfdeur te houden, heb ik mezelf aangemeld voor Camp Nanowrimo. Even een mini-Nanowrimo om mezelf aan het produceren te krijgen en houden. Er zijn tenslotte deadlines te halen en ik wil dit verhaal nu écht een keer op papier schrijven. (De climax van dit verhaal wordt echt a-ma-zing en ik kan niet wachten tot ik die scenes uit kan schrijven!)

Ik heb net zoals de vorige twee maanden mijn wordcount op 30K gezet. Moet eigenlijk 31K zijn, aangezien juli 30 dagen heeft, maar ach. 😉 Mijn man gaat een weekje de deur uit, die gaat naar zijn ouders in Oostenrijk, dus ik heb het huis alleen. Om de eenzaamheid te verlichten, ga ik dan gewoon schrijven, is mijn doel. Bovendien heb ik een schrijfdagje met mijn vriendin Wendy ingepland, dus hopelijk kunnen we dan ook wat meters maken. Of ik kan een begin maken met dat korte verhaal idee dat ik al jaren in mijn hoofd heb zitten…. hmm…

Maar eerst: terug naar de slushpile van Edge-Zero. Er zijn verhalen die beoordeeld moeten worden!

schrijfavonturen en wordcount

427407_10150640114930520_791948615_n

Soms helpt het als je van de daken schreeuwt wat je moet gaan doen; als je het immers aan anderen vertelt wat het plan is, dan kunnen zij ernaar informeren… of beter/erger nog, je eraan houden. Dit was voor mij een van de redenen om lezers en mijn uitgever op Elfia te vertellen dat ik per 1 mei aan de slag zou gaan met het (her)schrijven Vuur en Verandering.

Gewoon, om jullie te laten weten dat ik dit echt moet gaan doen, en dat ik soms hulp nodig heb om me eraan te herinneren dat ik ook echt ‘aan de schrijf’ moet gaan.

Dus, vraag je je misschien af: hoe gaat het nu? Nou… best goed! Ik loop nog ietsje achter op mijn doel – dat was om duizend woorden per dag te schrijven – maar het gaat wel goed. Vooral als je je bedenkt dat we nog bezig waren met de redactie van Enkele reis Mars af te ronden en ik de afgelopen week in mijn Peugeotje zo ongeveer het halve land doorkruist heb op weg naar consultancyafspraken bij klanten. Als je dat in gedachten neemt, dan is het niet zo erg dat ik ‘pas’ 10.000 woorden op papier heb staan. Dan is dat eigenlijk best goed. En die (eerste) 10K is toch altijd wel een beetje een mijlpaal, op een vreemde manier. Nu heb ik nog acht van die mijlpalen te gaan, maar da’s prima. De kop is eraf!

Het herschrijven is wel leuk, trouwens. Ik heb een aantal belangrijke personage wijzigingen in het verhaal doorgevoerd, waardoor eigenlijk grotendeels nog steeds hetzelfde gebeurt als in de versie die ik in november uitschreef, alleen het gevoel ervan is compleet anders. Op die manier is het een compleet nieuw verhaal, en alleen maar door een paar nuanceverschillen. Ik merk wel dat ik nu beter met mijn personages overweg kwam, en dat is echt kritiek voor mij als ik aan het schrijven ben. Wereldbouwen en magie en actie en explosies zijn leuk, maar de intrinsieke motivaties van de personages zijn bij mij het hart van het verhaal, dus dat moet wel goed zitten. En dat zit het, volgens mij. Dus op naar de volgende mijlpaal: 20k! 😀

(en voel je vrij om me aan het werk te zetten, als je me ziet lanterfanten. Dat mag!)