een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

De uitreiking van Waterloper Verhalenwedstrijd

Afgelopen zondag was de uitreiking van de eerste editie van Waterloper Verhalenwedstrijd. Mocht je je afvragen wat Waterloper is, dit is wat er op de website staat: “Waterloper is een themaverhalenwedstrijd in de genres fantasy, horror en science fiction voor maximaal 10.000 woorden.” Ik zie het zelf eigenlijk vooral als de spirituele opvolger van Fantastels, de verhalenwedstrijd waaraan ik heel veel te danken heb (o.a. mijn contract bij Zilverspoor, maar ook het merendeel van de verhalen die straks in mijn bundel “Verloren zielen” gepubliceerd zullen worden) en meerdere keren met veel plezier aan meegedaan heb (zelfs een keertje als jurylid). Toen Fantastels ophield, vond ik dat erg jammer – maar gelukkig werd toen Waterloper gelanceerd! 🙂

Een van de grote verschillen met Fantastels is dat Waterloper thema’s meegeeft om op te schrijven, dus dat was even nadenken. De deadline voor inzending was eind mei, dus de twee maanden ervoor was ons schrijfgroepje hard bezig met het schrijven en redigeren van onze eigen en elkaars verhalen. “Wedstrijdseizoen” noemen we het. In ons groepje had Tijs twee verhalen ingestuurd, en Brenda en ik allebei individueel een verhaal, en samen een verhaal. We hadden dus vier paarden in de race, lekker spannend. Corina en Wendy hadden dit keer niet ingestuurd, maar hebben wel meegelezen en geredigeerd.

Rosalynd trapt de uitreiking af

En zo togen we naar Rijen, waar zondag de uitreiking was. Wendy ging met ons mee, als aanmoediging. Het is grappig, hoe je er maandenlang niet nerveus over bent, maar op de ochtend van de uitreiking je opeens begint te panieken (“wat als hij gediskwalificeerd is?” “wat als hij laatste is?” ). Het wordt ook nooit gemakkelijker, zo’n uitreiking…. trillende handjes, klotsende oksels… en dan het verlossende woord.

Mijn horrorverhaal, wat ik uit de losse pols had geschreven om te kijken of ik uberhaupt wel horror kon schrijven genaamd “Nachtdienst”, haalde de tiende plaats! Ik ben heel erg blij met hoe “Nachtdienst” als verhaal geworden is. Het is niet super origineel, een beetje in de lijn van “Paranormal Activity”, maar dat was ook waar ik voor ging. Ik wilde kijken of ik het kon, en ik vond zelf dat t een spannend verhaal was geworden, met een leuke conclusie. De jury was het er mee eens, die was heel lovend. Een prima staaltje van “Voor wat het is, is het perfect uitgevoerd”. Hij wordt in de “Verloren zielen” bundel gepubliceerd, dus je kunt hem binnenkort lezen. 🙂

Brenda’s verhaal “Het andere kind” (sferische urban fantasy) werd 7e, Tijs’ verhaal “Grond voor echtscheiding” (horror) werd 6e en “Vergeten of vergeven” (urban fantasy/alternate universe) werd 4e. Allemaal supermooie prestaties, maar ik ga niet te ver daar op in want dat was hun prestatie. Ik heb alleen proefgelezen en geredigeerd en aangemoedigd. 🙂

En het sci-fantasy verhaal dat Brenda en ik samen geschreven hebben, “Rozengeur en maneschijn” werd derde! DERDE! Ik ben zo trots! Dit verhaal was ook een experiment, maar op andere gebieden. Allereerst wilden we kijken of we samen konden schrijven (het antwoord is “ja”), en ten tweede hebben we een heel universum gebouwd waarin we een trilogie willen gaan schrijven, en dit verhaal speelt zich er in af – dus we wilden kijken of de jury goed zou reageren op onze wereld(en). En ook dat experiment is meer dan geslaagd. Zo fijn!

De juryrapporten waren zo lovend dat ik er een dag later nog van gloei. Echt fantastisch.

Ook dit verhaal wordt opgenomen in “Verloren zielen”, dus als je nieuwsgierig bent, kun je dit verhaal binnenkort ook lezen.

Blije gezichten! Van links naar rechts Tijs, mijn persoontje, en Brenda 🙂

Django Mathijsen en Anaid Haen werden tweede met “Op zoek naar de poort”, en Debby Willems heeft de eerste editie van Waterloper verhalenwedstrijd gewonnen met haar verhaal “Paardenbloemen”. Gefeliciteerd, jullie zijn toppers! Hier vind je de rest van de top 10:

1 Paardenbloemen – Debby Willems
2 Op zoek naar de poort – Anaid Haen en Django Mathijsen
3 Rozengeur en maneschijn – Kelly van der Laan en Brenda Hingstman
4 Vergeten of vergeven – Tijs de Jong
5 Fietspunk, het zevende werk van Armsterk – Django Mathijsen
6 Grond voor echtscheiding – Tijs de Jong
7 Het andere kind – Brenda Hingstman
8 De graveyard orbit – Antoni Dol
9 De onschuld de tover en de held – Anaid Haen  
10 Nachtdienst – Kelly van der Laan 

Als jullie benieuwd zijn naar de volledige uitslag: die vind je hier.

Rosalynd, bedankt voor de organisatie en de geweldige wedstrijd. Juryleden, bedankt voor jullie lieve commentaren (en jullie goede smaak). Mede deelnemers…. ik zie jullie volgend jaar. We hebben al een sneak preview gehad van de thema’s van volgend jaar, en ik kan je zeggen…. we hebben er zin in! 😀

over een betere schrijver worden

Zomer 2006, tijdens een vakantie in Frankrijk. Hier was ik een verhaal aan het schrijven dat ik Dead In The Water noemde. 🙂

Als mensen me vragen hoe lang ik al schrijf, dan vertel ik ze dat ik al zo lang schrijf als ik me kan herinneren. En dat klopt ook wel – op de basisschool schreef ik korte verhaaltjes en genoot ik van opstellen schrijven, maar op de middelbare school, toen ik een computer met Wordperfect 5.1 op mijn kamer kreeg, werd het een van mijn grootste hobbies. Ik schreef vanalles, over een massamoordenaar die het op tieners voorzien had, over een meisje met een buurjongen die haar plaagde, over een creepy opvangtehuis voor tieners waar medische experimenten op ze uitgevoerd werden… allerlei soorten verhalen, en dit zijn degenen die ik me kan herinneren. Er zijn er meer, maar ze zijn bijna allemaal verloren gegaan toen de harde schijf van mijn 486 crashte (*snik*). Ik heb alleen degenen nog die ik uitgeprint had. (Maak backups, jongens!)

In 2002, toen ik 22 was, ontdekte ik Nanowrimo en ging ik, na een paar jaar alleen geroleplayed te hebben, echt verhalen schrijven. Ik vatte het plan op om rond mijn 30e gepubliceerd te zijn. Deze verhalen heb ik wel allemaal nog, en het is heel bijzonder om ze terug te lezen – vooral omdat ik de rudimentaire sterke en zwakke punten er zo uit kan halen.

Ik kan kristalhelder zien waar ik verbeterd ben (met name show don’t tell, actiescenes) en waar mijn inherente kracht zat (dialogen, personages). Het is echt alsof je naar het verleden kijkt als je een oud verhaal terugleest. Ik herken frases uit liedjes terug in hoofdstuktitels, of namen die ik aan personages heb gegeven om een bepaalde reden, of thema’s waar ik toen veel mee bezig was. Het is super grappig om te zien. Gaan die verhalen nog het levenslicht zien? Misschien.

Ze zijn vooral super belangrijk geweest in mijn pad naar de schrijver die ik nu ben. Mijn proeflezers zijn nu bezig met de alpha versie van De prijs van water, een non-stop ademloos actieverhaal. En ja de proza is but en er zitten een aantal structurele zaken ik waar ik nu aan zit te sleutelen, maar ik ben ook heel erg trots. Want een actieverhaal als dit? Die had ik in 2002 echt niet kunnen schrijven.

Het goeie nieuws: er zit dus vooruitgang in! (ik bedoel, ik heb mijn 10.000 uur echt wel gemaakt hoor, en ook wel FLINK meer dan dat!)

Het deed me echter wel nadenken over wat er nou voor gezorgd heeft dat ik mezelf heb kunnen verbeteren. En hier komen ze, in willekeurige volgorde:

  • oefenen, oefenen, oefenen! – meters maken! schrijven, kreng! buiten wordcount doelen, stel ik mezelf ook schrijfdoelen om me uit te dagen. ‘schrijf eens iets sferisch, verstilds’, of ‘schrijf een scene over iets waar je TOTAAL niet comfortabel mee bent, zoals een marteling’ of ‘schrijf eens een keertje een horrorverhaal’. Als je dingen niet uitprobeert, dan kun je de meters niet maken.
  • de feedback van proeflezers, redacteuren en juryleden – dankzij mijn allerliefste schrijfgroepje, maar ook proeflezers en natuurlijk mijn lieve redacteuren (soms ook niet zo lief, vooral als ik nét de feedback heb gehad) heb ik verhalen geherstructureerd, scenes herschreven, concepten geschrapt. ik heb ze soms ook hard genegeerd en lekker mijn eigen zin gedaan, maar de hoeveelheid keren dat ze precies de vinger wisten te leggen op iets wat me onderbewust dwars zat, is best heel groot.
  • praten met lezers – het is zo bijzonder om te zien waar lezers op “pingen”. Scenes of concepten die ik heel belangrijk of controversieel vond, worden geaccepteerd zonder veel commentaar (we kijken naar jou, seks-scene in de proloog van Bloed & Scherven!), en andere opmerkingen of concepten worden als “geweldig!” aangehaald. En dan zijn er de personages, dat vind ik nog wel het boeiendste. Als ik lezers vraag naar hun favoriete personage in de Lentagonserie, dan krijg ik steeds verschillende antwoorden. Zo bijzonder! Ik ben altijd super bang dat het overduidelijk is voor de lezers wie mijn favoriet is, maar blijkbaar is dat niet het geval. En wat betreft de favorieten van lezers… er is letterlijk niet te voorspellen waar lezers zich mee identificeren.  Dat heeft me wel een hoop geleerd – ik kan niet beslissen wat jij van mijn boek gaat vinden. En aan de ene kant is dat doodeng, maar aan de andere kant is dat ook wel bevrijdend. Ik kan niet iedereen plezieren, maar mensen halen ook plezier uit dingen waar ik nooit op gerekend had. Het werkt dus twee kanten op!

Soms hoor ik wel eens “ja, jij hebt gewoon talent”. Ik vind dat altijd onzin, want oh mijn god heb ik UREN gemaakt wat schrijven betreft – en dan ben ik nog, weet ik veel, netaan bovengemiddeld hoop ik. Ik heb keihard gewerkt om hier te komen.

Ook heb ik super veel te danken aan anderen. Proefleeshulp, aanmoediging, redactie, commentaren. Ik ben er nog lang niet, leren blijf ik altijd wel doen. Maar tegelijkertijd begin ik ook op het punt te komen dat ik ook anderen kan gaan helpen. Ik snap verhaalstructuren, story arcs. Ik snap personages héél goed.

Toen Cocky me in 2017 vroeg of ik voor Zilverspoor/Zilverbron wilde gaan redigeren, dacht ik nog: “Ik? Dat kan ik nooit!” En nu heb ik meerdere trajecten tegelijkertijd lopen en denk ik soms wel eens dat ik inmiddels een betere editor ben dan schrijfster. Het kan verkeren 🙂

Ik kijk er heel erg naar uit om in November met Corina tijdens ons Fantastische Schrijfweekend mensen te helpen met hun eigen schrijfproces en ze helpen beter te worden, zoals ik ook geholpen ben. En ze aan te moedigen om te schrijven, zoals ik ook gedaan heb.

Zo kan ik iets terug doen 🙂

Fantastisch schrijfweekend in de natuur

fantastisch schrijfweekend
Ik mag het eindelijk delen! Na veel plannen, overleggen en workshops in elkaar timmeren, ben ik trots om samen met mijn lieve vriendin en super getalenteerde schrijfster Corina Onderstijn ons Fantastisch Schrijfweekend in de natuur te presenteren!
Meer informatie vind je in de bijgevoegde Brochure, maar als voorproefje:

Ons schrijfweekend

Ben je in je hoofd bezig met het schrijven van een boek, novelle of  kort verhaal, maar kom je er in het echt niet aan toe door de  dagelijkse drukte? Dan is dit schrijfweekend iets voor jou! Temidden van twee natuurgebieden, De Kraanlannen en de Alde Feanen,  ligt Kloesewier, een honderd jaar oude school die is omgebouwd tot  groepsaccommodatie. Hier kan je deze herfst drie dagen lang onder  professionele begeleiding genieten van ontspanning en inspiratie voor  je schrijven. We verzorgen lessen en gesprekken over de inhoud en techniek van  schrijven en over jouw proces als schrijver. Natuurlijk maken we ook  veel ruimte om in alle rust te mogen schrijven, voor gezelligheid,  reflectie en aanmoediging, en om te lachen om (herkenbare) valkuilen.     Afhankelijk van jouw behoefte kan je vrij schrijven aan iets dat je al  hebt of meedoen met oefeningen om (opnieuw) op gang te komen.

Wanneer is het?

Heb je van vrijdag 22 november t/m zondag 24 november niets te doen? Dan weten wij de leukste plek in Nederland om dat weekend te zijn & te schrijven: bij ons in Kloesewier 🙂

Waarom is dit zo gaaf?

Middenin de Friese natuur hebben we een geweldige locatie gevonden om jullie te coachen, te begeleiden, workshops te geven, te hiken, geïnspireerd te raken en natuurlijk ook gewoon ruimte te geven om te schrijven en te chillen. Voedsel, drank en overnachtingen zijn volledig inbegrepen, leuke coaches/workshopgevers (namelijk: wij) ook! Over de leukheid van de cursisten kan ik nog niets zeggen, maar als jij er bij bent, dan is dat alvast een super begin. 😀

Meer informatie nodig?

Check de Folder Fantastisch Schrijfweekend even, daar staat alle informatie in, ook kosten en hoe aan te melden enzo. Als je vragen hebt, kun je contact opnemen met mij of Corina.
Hopelijk tot gauw! (We hebben er zo’n zin in!!)

de stilte verbroken

Het is zes maanden sinds mijn laatste post en de wereld ziet er inmiddels volledig anders uit. Ik heb het stof van mijn website afgepoetst, want lieve mensen, er zit een hoop aan te komen! (inclusief een verrassing, dus blijf hangen!)

plannen, plannen, plannen…

“Wat zit er allemaal aan te komen dan, Kelly?” vraag je me nu misschien. Nou, lieve lezer, eigenlijk best een hoop. Ik kan nog niet álles vertellen, maar ik kan je in ieder geval al schrijfnieuws meegeven. Want de laatste keer dat we spraken was ik De prijs van water aan het schrijven, het eerste deel van het Paraiso tweeluik. Dat heeft een tijdje stilgelegen aangezien ik druk bezig was met redactieklussen voor Zilverbron en ook nog eens van baan gewisseld ben.

Hoe staat het met De prijs van water? Geef me een status update!

OK, OK, komt-ie. Ik heb slecht en ik heb goed nieuws. Het slechte nieuws is dat De prijs van water niet uitkomt in november, zoals ik beloofd had. De releasedatum is ietsje teruggeschoven naar januari 2020. Maak je geen zorgen, van uitstel komt geen afstel. Ik ben namelijk keihard bezig met schrijven en zit middenin de eindconfrontatie. In juni alleen heb ik iets van 18000 woorden geschreven. Ik verwacht er nog zo’n slordige 15K bij te schrijven voor het einde.

Daarna gaat hij naar de proeflezers, en maak ik hem mooi voor mijn lieftallige en getalenteerde redacteur. Ik ben zelfs al aan het outlinen voor boek 2, De waarde van bloed, die voor augustus 2021 (anderhalf jaar later) op de planning staat. En dan zou je zeggen, dan zijn we klaar, toch?

Verrassing! Er komt nóg een release aan. 😀

Nóg een release? Wat dan? En wanneer?

Nou, lieve lezer: dat is het nieuws dus. Deze november (ja, de oorspronkelijke datum dat Water uit zou komen), komt er een ANDER boek van me uit. En ja, die is al geschreven. Mijn redacteur Tamara en ik zijn vandaag begonnen met de redactie en ik vind het super spannend – ik heb tot dusverre alleen met Cocky gewerkt en zelf redacteur geweest, dus ik ben heel benieuwd wat ik van Tamara nog kan leren.

Het boek in kwestie is een bundel met korte verhalen die ik de afgelopen jaren (vaak voor verhalenwedstrijden) geschreven heb. De genres van de verhalen lopen uiteen van cyberpunk tot fantasy tot horror, en spelen zich in verschillende werelden en tijden af. Twee van de (waarschijnlijk) elf verhalen zijn Lentagon verhalen. De rest speelt zich af in andere werelden.

De naam van deze bundel is Verloren zielen, en ik ben heel benieuwd wat jullie van mijn kortverhalen vinden. Ik heb altijd een bijzondere relatie gehad met het schrijven van korte verhalen – het is alsof je een sprintje trekt in plaats van de marathon waar je het hele jaar mee bezig bent. Een van de verhalen in de bundel stond letterlijk in de eerste versie in twee avonden op papier, en dat was een afgerond universum, een afgerond verhaal. Dat kan met een roman echt niet. Ik kan daar intens van genieten. Ik hoop dat jullie dat ook zullen doen! 🙂

het toetsenbord waarop het allemaal gebeurt 😀

Dus, even samengevat, dit is hoe het Paraiso tweeluik gereleased gaat worden:
De prijs van water: januari 2020
De waarde van bloed: augustus 2021

En de (verrassings!)bundel:
Verloren zielen: november 2019

Tijd om weer aan de slag te gaan dus. 🙂 Ik houd jullie op de hoogte, want niet alleen zijn we aan het schrijven en aan het redigeren, er komt nog veel meer leuks aan dit najaar! Later! 😀

het schrijfproces – iets over schade en schande en tips voor jou

Image result for writing tipsHeel grappig, als je eenmaal een of meerdere boeken gepubliceerd hebt, word je opeens gevraagd naar tips & tricks. Beginnende schrijvers kijken je aan alsof jij opeens weet waar je het over hebt, wat betreft schrijven. Alsof je een expert bent op dat gebied. Heh. 🙂

Laat ik het zo zeggen: ja, ik heb in de afgelopen… zeventien jaar? in ieder geval zo’n anderhalf miljoen woorden geschreven. Zo’n slordige 350.000 woorden daarvan zijn zelfs gepubliceerd. (holy shit!) Na al dat werk voel ik me nog steeds verre van een expert. Maar ik kan in ieder geval wel ervaringen delen, dus dan doe ik dat maar.

  • “The only way to fail is not to write”. Dit is zo ongeveer mijn mantra. Ja, zelfs met anderhalf miljoen woorden in mijn broekzak heb ik ook periodes waarin ik alles haat wat ik schrijf, of waarin ik gewoon niet eens zin heb om het Word bestand te openen want:
    • mijn proza is poep
    • mijn verhaallijn is poep en super onorigineel
    • het is al 100x eerder gedaan
    • waarom zou iemand op mijn schrijfsels zitten te wachten
    • ugh waarom ben ik zo bagger, eerder was ik best okay dus waarom lukt het niet meer?
    • moet zijn omdat ík poep ben…
    • etc

Laat dat idee los! Misschien is wat je schrijft niet geweldig. Dat maakt niet uit, dan herschrijf je het later. Je moet het gewoon dóén. Niemand is geboren met een boek in zijn hoofd en direct het talent om alles in 1x perfect op te schrijven. Zelfs talent brengt je maar zo ver. Je moet gewoon produceren, de rest komt later wel. (En geloof me, ik struikel hier regelmatig over, helaas).

  • Over doen gesproken…  Niet lui zijn, meters maken. Je moet schrijven om beter te worden. Ook al is het bagger. David Eddings vond zelfs dat je een miljoen woorden moest schrijven, ze moest verbranden, en dat je dan misschien klaar was om voor publicatie te gaan. Er zijn helaas geen shortcuts. Net zoals een muziekinstrument leren spelen, is het oefenen, oefenen, oefenen. En zelfs als je denkt, hé, dit gaat best aardig… dan nog moet je doorzetten. Want zelfs dan kun je nog niet magisch een idee op papier denken. Zet die handen aan het toetsenbord en blijf aan je verhaal pulken totdat het een beetje oké is.
  • De eerste versie hoeft alleen maar geschreven te zijn. Grote kans dat hij niet geweldig is. (Dat zijn de mijne ook niet, hoewel het achteraf nooit zo erg is als ik denk. Dat komt denk ik omdat ik die meters wel gemaakt heb inmiddels, maar dan nog.) Dat maakt niet uit, daar is redigeren voor.
  • En dan de redactie. Ja dus. De redactie is waar het eigenlijk een beetje begint. In de eerste versie heb je je huis gebouwd, in de tweede versie ga je hem inrichten, schilderen. Maar in de tussentijd zit je een tijd in de bende. Alle ramen zijn afgeplakt, er ligt plastic op de vloer, en alles zit onder de verspetters en het stof van het schuren. Ugh. Hoe overleef je je redactie?
    • Proeflezers. Net als bij een verbouwing, is het fijn als je iemand hebt die je helpt, die je wijst op dat stukje wat je gemist hebt. En dan niet van het soort dat zegt: ‘ja ik vond het wel een leuk verhaal’ maar degene die zegt: ‘dat personage is echt een eikel’, of: ‘weet je, ze zitten wel erg lang op 1 plek, kan je ze niet naar een andere locatie laten gaan?’ of: ‘ik wil wat meer conflict in het verhaal, het gaat nu wel allemaal erg gemakkelijk’, of: ‘yeah sorry, je breekt nu de natuurwetten, Kelly’. (dit zijn allemaal dingen die tegen mij gezegd zijn in het verleden). Heb je niemand in je vriendenkring die dit kan? Zoek dan communities op het internet op. Er zijn zat mensen die elkaar hiermee willen/kunnen helpen. Als je niet weet waar je feedback op moet vragen, probeer deze als conversatie openers:
      • vraag om updates per hoofdstuk: hoe denken ze dat het verder gaat? vinden ze het spannend? leuk? waarom?
      • wat is hun algemene indruk en waarom?
      • werkte gebeurtenis X Y Z? zagen ze gebeurtenis A aankomen? waarom wel/niet?
      • wie was hun favoriete personage en waarom?
    • Probeer te leren van je fouten. Als je weet dat je iets consequent fout doet, hang dan briefjes aan je monitor met de uitleg van de grammatica. (been there, done that). Maak een lijstje met je standaard stopwoordjes, en doe een control-F actie met het stopwoord, zodat je ze eruit kan vissen. Mijn stopwoordjes?
      • ‘Maar’
      • ‘Even’
      • ‘Terwijl’
      • ‘Compleet’
    • Redigeren is soms echt een pokkenwerk. Alles lijkt afschuwelijk terwijl je bezig bent, je denkt dat het nooit afkomt, het is doodeng, en er is altijd nog iets om te verbeteren. Maar het is het waard! Als je zelf een goeie redactie over je manuscript gooit, voordat je hem instuurt naar een uitgever, heb je veel meer kans op een uitgegeven manuscript. En je redacteur vindt het ook niet erg. 😉

Dit zijn de belangrijkste tips die ik zo snel kan bedenken. Best deprimerend eigenlijk he, als je het zo leest. Gelukkig is schrijven heel erg leuk, dat helpt! 😉

 

het aangaan van de lichten

2018 was een vreemd jaar, qua schrijven. Een jaar van laatste keren, eigenlijk wel, want vanaf 2019 gaan er toch wel een aantal zaken veranderen. Dus laten we nog even kijken naar wat er in 2018 afgesloten is, voordat we naar de toekomst gaan kijken.

Allereerst was er natuurlijk Vuur & Vergankelijkheid. Qua schrijven de belangrijkste verandering – de allerlaatste encore van het Lentagon concert, voordat de lichten aangaan en iedereen met de ogen staat te knijpen, staat bij te komen, misschien nog even na-kletst en dan naar huis gaat. Ik heb vaker de metafoor gebruikt van het concert voor de Lentagon serie. De trilogie was het concert, en Vuur was de onverwachte encore. Ik hoop dat het ervoor gezorgd heeft dat we op een hoge noot geëindigd zijn – voor mij was het ’t moeilijkste boek om te schrijven, maar het heeft er wel een paar scenes in zitten waar ik zo verdomde blij mee ben. Voor mij was het echt een afsluiting.

En dan gaan opeens de lichten aan en… nu wat? Al heel snel na dat heerlijke weekend op Castlefest en de boekpresentatie kwam ik op dat punt terecht. Ik heb mijn nieuwe tweeluik (serie) al een beetje lopen teasen, de Paraiso serie. Boek 1 gaat De prijs van water heten (boek 2 De waarde van bloed) en is in de eerste versie halverwege geschreven nu. En het is geen absolute poep dit keer – ik denk dat je goed kan merken dat ik heel veel lol heb met dit verhaal. Ik moet ongetwijfeld nog vanalles aanscherpen en de wereld nog een beetje uitdiepen, maar man, dit is een hoop vrolijke actie.

Het schrijven ligt heel even stil want ik heb meerdere redactieklussen liggen (*zwaait naar Natascha en Ian*) maar binnenkort ga ik weer verder. Ik moet sowieso nog even plotten, dus het is niet zo erg 🙂

De andere grote verandering was het eindigen van Fantastels – toch wel een standaard moment in het jaar waar je naartoe leeft, Het verhaal dat Corina en ik samen schreven, Een tijdelijke oplossing, schopte het tot de top 10 en haalde wat mooie jurycommentaren binnen. (Ik ga ze ook gewoon delen hier ook hoor, ik ben gewoon fucking trots. Vier je successen, right, Corina? ;))

“De opbouw van dit verhaal is weergaloos. De wijze waarop je de wanhoop van de personages voelt toenemen bij elke regel die je leest. Dit is zo goed gedaan dat ik er echt even stil van was.”

“Pffff, wat een verhaal. Wat moet ik ervan zeggen? “Wow” dekt de lading niet”

“Een behoorlijk realistisch, goed verteld verhaal dat zich zeker kan meten met de vruchten van de betere thrillerschrijvers.”

Mijn hele schrijfgroepje deed het fantastisch (Tijs won zelfs) dus het was een geweldige noot om op te eindigen. Maar ja, Fantastels is nu klaar… waar ga ik nu mijn verhalen voor schrijven? Ik ben wel nog bezig met twee leuke, originele kortverhalen, dus we gaan het zien. Ik heb altijd al zowel kortverhalen als romans geschreven en daar ga ik zeker niet mee stoppen. Zelfs al de lichten aangaan, houden we ons oog op het doel.

Tijd voor wat anders, maar de basis gaat niet veranderen. Ik blijf schrijven, ik blijf spelen in andere werelden. En jullie zijn allemaal uitgenodigd om met me mee te genieten in 2019. Op naar het volgende concert. Dat die maar nog veel beter zal worden. ❤

Beste wensen allemaal, en super veel liefs! xx

De prijs van water

Anders schrijf je even zo lang geen blogs meer dat je je eigen website niet meer inkomt…

(bedenk maar dat hier een stukje staat over hoe erg ik het vind dat ik al zo lang niets meer geschreven heb, dat ik het zo druk heb gehad, dat ik weer veertig uur in de week werk en had ik al gezegd dat mijn baan ook super druk en leuk is? …zoiets. maak er maar wat van)

Ahem. Hoi! Ik ben er weer! 🙂

Inmiddels is het al een tijdje geleden dat Vuur & Vergankelijkheid verschenen is. Ik ben er verschillende beurzen al mee afgeweest en de reacties van fans waren werkelijk hartverwarmend: iedereen zat zo op Vuur te wachten dat ik op Castlefest op twee boeken na uitverkocht was! De recensies zeiden ook superfijne dingen tot dusverre, dus alleen maar positiviteit aan deze kant. En dit weekend sta ik met mijn lieve collega’s op Comic Con, dus dat wordt weer gezellig. 😀

We leven nu november en ik ben stiekem bezig met het schrijven van mijn nieuwste boek. Ik gebruik Nanowrimo als een excuus, hoewel ik wel iets te traag schrijf voor een Nanowrimo tempo. Maar op het moment maakt dat me helemaal niet uit, ik was helemaal “uit” het regelmatig schrijven ritme, en ik schrijf iedere dag wel iets, dus het gaat super. En man, wat heb ik een lol met mijn nieuwe verhaal!

Even een snelle FAQ, voor degenen die vragen hebben:

1) Speelt dit verhaal in de Lentagon-wereld?

Nee, dit is iets compleet nieuws. (spannend he!)

2) Ga je nooit meer Lentagon verhalen schrijven?

Als de Lentagon trilogie een concert was, was Vuur & Vergankelijkheid de encore. Het concert is afgelopen. Ik ga niet uitsluiten dat ik in de toekomst nooit meer iets voor de Lentagonwereld zal schrijven (ik heb nog een vaag idee over Marlon Beringer en de onderwereld in Zyx liggen), maar voorlopig niet meer. Eerst nu wat anders.

3) Wat ben je aan het schrijven dan?

Ik heb al lopen hinten op verschillende beurzen naar wat ik aan het doen ben. Het plan is dat dit een tweeluik wordt, waarvan boek 1 De prijs van water gaat heten, en boek 2 De waarde van bloed.

4) Wat is het genre?

Nog steeds wel moderne fantasy, maar dit keer met een flinke vleug horror/supernatural erin verweven. En actie. Zó veel actie, jongens. Wat minder kristal dit keer, maar nog steeds genoeg explosies. 😀

5) Wanneer komt hij uit?

Eind volgend jaar is de bedoeling. Dus ik mag wel doorschrijven! 😉

Speaking of which… ik moet nog even aan de slag vanavond. Ik spreek jullie later!

View Of High Rise Buildings during Day Time

een ode aan (en een verslag van) Fantastels

headingAfgelopen zondag was het opeens zover: de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd 2017. En niet zomaar een uitreiking, want het was de laatste keer. Fantastels gaat stoppen. Gelukkig zijn er al geluiden van anderen die een dergelijke wedstrijd gaan opzetten, naar goed voorbeeld, maar het blijft toch een einde van een tijdperk.

En wat heeft Fantastels een hoop voor me betekend. Even een trip down memory lane, hoor, jongens. Daarna vertel ik hoe dit jaar is afgelopen 😉

2011: Ik weet nog zó goed hoe nerveus ik was, toen ik voor Fantastels 2011 een verhaal instuurde. Het verhaal heette Leercurve. Ik had geen idee van het speelveld, of ik uberhaupt wel goed genoeg was, wat de jury zou zeggen. Het was mijn eerste keer en ik kende niemand die dit wel eens gedaan had, dus om te zeggen dat het een schot in het donker was, is een understatement. Ik was niet eens naar de uitreiking gegaan als mijn vriendin Brenda niet aangeboden had om met me mee te gaan voor steun. We hadden er nog een zonovergoten strandmiddag bij ook, en tot mijn grote schrik was ik niet alleen niet laatste, ik werd 8e. Mijn cyberpunk verhaal over jetpacks en death match arena’s was gewaardeerd! Eén jurylid had me zelfs op nummer 1 gezet. Ik viel bijna flauw van blijheid en opluchting. De bevestiging was overweldigend. Ik kon dus tóch schrijven.

2012: Natuurlijk moest ik toen doorpakken. Ik ging voor boekpublicatie en was dat jaar druk bezig met zowel het manuscript dat Stof & Schitteringen werd, als een complete re-write van het vervolg Bloed & Scherven. En omdat ik daar middenin zat, schreef ik een kort verhaal over de overbruggingsperiode tussen Stof en Bloed. Het ging over Valeria en Romain en een moment van toenadering tussen twee vijanden. Dat werd Rode Lantaarns. Een verhaal wat mij persoonlijk naar de keel greep (ik ship Valeria en Romain in hell, oké jongens), een hartsverhaal. Dus natuurlijk stuurde in hem in – in goed gezelschap van een kort verhaal dat ik jaren daarvoor ooit in het engels had geschreven.
Dat was Getij, een fantasyverhaal over een jonge magiër die gestuurd wordt om met haar magie via een pyrrische overwinning een einde te maken aan een oorlog. Getij vond ik een leuk verhaal, maar deed me niet zo veel als Rode Lantaarns.
Het eindigde op de 49e plaats, wat ik allang al oké vond. Rode Lantaarns kwam veel verder – die kwam in de eindronde terecht, op de 7e plaats. Door twee juryleden werd het op 1 gezet (o.a. Kim ten Tusscher, die mijn verhalen blijkbaar leuk vindt) maar de rest van de jury lag er zo mee overhoop dat er een speciale prijs in het leven werd geroepen: de Deviantprijs, voor het meest polariserende verhaal :’)

En dit is waar het interessant wordt, want Cocky van Dijk van Uitgeverij Zilverspoor was ook in de zaal. En had via een speech gezegd: als je een manuscript wil pitchen, kom dan bij me langs. Een paar maanden daarvoor was Stof & Schitteringen afgewezen bij de Luitingh Manuscripten wedstrijd, en Cocky had in die jury gezeten. Ik ging hij haar langs, legde mijn deviantprijs op tafel en zei heel cheeky: “Dit is mijn pitch!” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Blijkt dat Stof was afgewezen o.a. omdat hij niet in het label van Luitingh paste. En dat Zilver best met me in zee wilde. Ik kreeg mijn contract niet precies die dag aangeboden, maar het goeie nieuws kwam wel de dag erna! :O

2013: Tja, hoe top je zo’n entry dan? Ik had die zomer helemaal geen verhaalideeën, ik was zo druk met Stof. Tot de vakantie in de Lake District, toen ik een epische droom had over een stad middenin een plaag en een handvol goud. Ik wist daar dat ik iets had – iets dat ik alleen maar uit hoefde te werken. In zes weken werd dat Roze water, nog net voor de deadline van inzenden. Ik had niet zo veel verwachtingen van het verhaal. Het was semi-medieval fantasy, wat niet mijn forte is, en hoewel ik super blij was met de morele keuzes die in het verhaal getoond werden en het einde, vond ik toch nog wat snelheidsfoutjes in het verhaal nadat ik het ingezonden had. Bovendien waren mijn proeflezers niet wild enthousiast – de consensus was dat Rode Lantaarns van vorig jaar beter was, en ikzelf vond Corina’s inzending (Zoete val, die ik proefgelezen had) veel beter dan de mijne – dus ik ging ook alleen naar de uitreiking die april, luttele weken voordat mijn boek uitkwam.

En dan win je even. De foto die ik van de trofee maakte, is helemaal wazig omdat mijn handen zo trilden van de adrenaline. Die rush van dat winnen is onvergetelijk – het ongeloof ook vooral, want ik had het oprecht niet zien aankomen. Vooral op het moment dat Corina en ik in de top 2 belandden – toen wist ik zó zeker dat ik zou winnen, want zij had het beter verhaal, en dat vond ik helemaal verdiend. Maar toen werd de nummer twee aangekondigd en begon jurylid Gerard over ‘subtiliteit’ en toen wist ik het. Want Roze water is veel, maar niet subtiel :’)

Stof & Schitteringen was al klaar voor de drukproef op dat punt, dus we moesten nog even gauw op de kaft zetten dat ik Fantastels gewonnen had 😀

2014:  Natuurlijk kun je dat niet meer toppen, maar in 2014 had ik een verhaal (Zij die weggingen) over het vagevuur en loslaten na de dood, en daarmee schopte ik het tot de 10e plaats. Veel leuker nog was dat het verhaal van mijn vriendin/schrijfmaatje Brenda (Verborgen paden) dat jaar won. Stiekem ook een beetje mijn overwinning, want als Brenda de moeder is van dat verhaal, dan ben ik toch wel een beetje de tante. 🙂

2015: Dat jaar zat in in de jury, en wat was het leuk! Het was hard werken, maar ik las ontzettend veel verhalen – ergens in de veertig – en er zaten zulke juweeltjes tussen. Die ervaring was ook genoeg om in de Edge Zero scherpe woorden te zeggen over ‘de staat van de Nederlandstalige fantasy’ en hoe er gezegd wordt dat het niet goed genoeg is. Ik heb die verhalen gelezen. Ja, sommigen hadden nog werk nodig. Maar 90% van alles is crap. Die 10%? Ik las het met liefde. En zulke verhalen moeten gekoesterd worden, daar moet constructief advies op gegeven worden, aangemoedigd worden. Fantastels werkt vanuit dat perspectief en pas toen ik die integriteit en die liefde voelde als jurylid, begreep ik écht hoe belangrijk dat is. Ik heb mijn best gedaan om de schrijvers aan te moedigen. Want alleen zo komen we tot de verhalen.

2016:  Voor Fantastels 2015 schreef ik een kort verhaal (Uitgangen) dat ik persoonlijk een van mijn sterkste ooit vind. Het gaat over dimensies en de achterkamers van de werkelijkheid, en het is geen heldenverhaal – maar blijkbaar was het zo edgy dat het niet voor iedereen weggelegd is. Sommigen liepen ermee weg (dank je, jurylid Roos), maar anderen niet, en hij bleef steken aan het einde van de eerste ronde, op de 28e plaats. Hartbrekend. 😦 In 2017 ging het schrijven toch al niet zo lekker, dus dat was best moeilijk. Maar we geven niet op, uiteraard! Het kostte even… maar toen kwam het idee voor dit verhaal.

2017: Voor dit jaar stuurde ik een verhaal in dat ik ook al naar de Harland Awards van 2015 had gestuurd, en wat ik ietwat gestroomlijnd had, want daar werd hij (maar) 51e. Boem, bij Fantastels knalde ik met Excuses (vroeger Deus ex machina, wat een veel betere titel is) door naar de 2e ronde en een mooie 19e plaats. Ofwel mijn redactie heeft geholpen, of de Fantastels jury heeft een betere smaak. Laten we het maar op een beetje van allebei houden. 😉

En tegelijkertijd had ik de stoute schoenen aangetrokken en Corina overgehaald om ons ‘er is een iets’ concept uit… wat, 2015? – uit te werken tot een echt verhaal, een zombie apocalypse met een gave twist. Dat werd Een tijdelijke oplossing. En ondanks dat het een pittige samenwerking was omdat Corina het eigenlijk veel te druk had om te schrijven en we blijkbaar compleet andere schrijfritmes hebben, schopten we het tot de 9e plaats! Super blij, super tevreden, en man man, wat was het spannend! Want het tafeltje waar wij aan zaten nam zo ongeveer de helft van de top 10 in beslag.  Corina en ik werden 9e, Wendy werd 8e, Tijs werd 7e met zijn Harland veteranenverhaal… Mike Jansen en Sophia Drenth, die bij ons zaten werden 3e en 4e respectievelijk, en toen had Tijs zijn laatste verhaal nog in de race… en WON met zijn Rassenhaat in vijf gangen. ZO GAAF! Wat een heerlijke hoge noot om op te eindigen.

photo_2018-04-08_17-44-27

Tijs, Wendy, Corina, Brenda en ik hebben samen een chatgroepje, waarin we over schrijven kletsen, elkaar aanmoedigen, en voor elkaar proeflezen. We hebben elkaar geholpen om beter te worden. En zonder de lieve aanmoediging en het vertrouwen dat Fantastels me gegeven heeft, was dit nooit zo ver gekomen. Dan hadden Corina en ik niet kunnen bonden over onze inzendingen, waren we geen vriendinnen geworden. Dan had ik Cocky van Dijk nooit zo direct aangesproken om mijn boek aan haar te pitchen. Dan had ik nu geen drie boeken uitgegeven en een vierde onderweg.

Fantastels heeft mij geinspireerd om te creëren, om kansen aan te grijpen. Om béter te worden (want ik heb Roze water onlangs herlezen, en dat proza kan ik inmiddels beter). Om te genieten van creatie, om te spelen, en te experimenteren. En daar ben ik dankbaar om 🙂

Zoals Curtiss al zong:

Let me see your creation
like a gift you, you give to me.
Hey, go on to create!
If you don’t create anymore, who’ll give the world another meaning?
Hey, please go on to play!
If you don’t create anymore, who’ll give humankind inspiration?

Dank je wel, Anaïd en de juryleden van de afgelopen jaren. Het was me een genoegen ❤

 

First draft: klaar!

tumblr_oex8qoOw4V1v7al35o1_400Laat ik maar met de deur in huis vallen: gisteravond heb ik mijn first draft naar mijn alpha proeflezers gestuurd. YES EINDELIJK!

Ik zal heel eerlijk zijn; dit was een stroef proces. Ondanks dat ik in het verhaal geloofde en in het potentieel, had ik een tijdje maar heel weinig geloof in mezelf. Stom hè, hoe dat gaat. Een nieuw project, nieuwe personages, wel dezelfde wereld maar een andere tijd-setting, en opeens is alles eng. Ben ik wel origineel genoeg? Kan ik je genoeg om de personages laten geven als ik maar één boek de tijd heb? Geef ik genoeg om deze mensen? Is mijn spanningsboog interessant genoeg?

Zulk soort dingen. Het kostte me een lange tijd om over die hobbel heen te komen, en die deadline van de uitgeverij komt steeds maar dichterbij. Tot twee weken geleden, toen ik in één keer de geest kreeg en de climax van het verhaal er zomaar uit knalde. Wat het hem deed? Het lezen van Brandon Sanderson’s laatste boek, Oathbringer. Op de een of andere manier weet Sanderson, met zijn kwaliteitsoutput en zijn waanzinnige werkethiek me altijd te inspireren. Het was zijn Mistborn serie die me destijds de moed gaf om mijn eerste kort verhaal te redigeren en in te sturen (dat was Geboorterecht, de proloog van Stof en Schitteringen), en nu heeft hij me weer de moed gegeven om het gewoon te DOEN.

Dus nu ligt de Lentagon prequel bij de proeflezers en is het een kwestie van afwachten wat zij er van gaan vinden. Spannend hoor!

Oh, en de titel? Die staat weer even op losse schroeven. Daar kom ik nog bij je op terug.