een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

over een betere schrijver worden

Zomer 2006, tijdens een vakantie in Frankrijk. Hier was ik een verhaal aan het schrijven dat ik Dead In The Water noemde. 🙂

Als mensen me vragen hoe lang ik al schrijf, dan vertel ik ze dat ik al zo lang schrijf als ik me kan herinneren. En dat klopt ook wel – op de basisschool schreef ik korte verhaaltjes en genoot ik van opstellen schrijven, maar op de middelbare school, toen ik een computer met Wordperfect 5.1 op mijn kamer kreeg, werd het een van mijn grootste hobbies. Ik schreef vanalles, over een massamoordenaar die het op tieners voorzien had, over een meisje met een buurjongen die haar plaagde, over een creepy opvangtehuis voor tieners waar medische experimenten op ze uitgevoerd werden… allerlei soorten verhalen, en dit zijn degenen die ik me kan herinneren. Er zijn er meer, maar ze zijn bijna allemaal verloren gegaan toen de harde schijf van mijn 486 crashte (*snik*). Ik heb alleen degenen nog die ik uitgeprint had. (Maak backups, jongens!)

In 2002, toen ik 22 was, ontdekte ik Nanowrimo en ging ik, na een paar jaar alleen geroleplayed te hebben, echt verhalen schrijven. Ik vatte het plan op om rond mijn 30e gepubliceerd te zijn. Deze verhalen heb ik wel allemaal nog, en het is heel bijzonder om ze terug te lezen – vooral omdat ik de rudimentaire sterke en zwakke punten er zo uit kan halen.

Ik kan kristalhelder zien waar ik verbeterd ben (met name show don’t tell, actiescenes) en waar mijn inherente kracht zat (dialogen, personages). Het is echt alsof je naar het verleden kijkt als je een oud verhaal terugleest. Ik herken frases uit liedjes terug in hoofdstuktitels, of namen die ik aan personages heb gegeven om een bepaalde reden, of thema’s waar ik toen veel mee bezig was. Het is super grappig om te zien. Gaan die verhalen nog het levenslicht zien? Misschien.

Ze zijn vooral super belangrijk geweest in mijn pad naar de schrijver die ik nu ben. Mijn proeflezers zijn nu bezig met de alpha versie van De prijs van water, een non-stop ademloos actieverhaal. En ja de proza is but en er zitten een aantal structurele zaken ik waar ik nu aan zit te sleutelen, maar ik ben ook heel erg trots. Want een actieverhaal als dit? Die had ik in 2002 echt niet kunnen schrijven.

Het goeie nieuws: er zit dus vooruitgang in! (ik bedoel, ik heb mijn 10.000 uur echt wel gemaakt hoor, en ook wel FLINK meer dan dat!)

Het deed me echter wel nadenken over wat er nou voor gezorgd heeft dat ik mezelf heb kunnen verbeteren. En hier komen ze, in willekeurige volgorde:

  • oefenen, oefenen, oefenen! – meters maken! schrijven, kreng! buiten wordcount doelen, stel ik mezelf ook schrijfdoelen om me uit te dagen. ‘schrijf eens iets sferisch, verstilds’, of ‘schrijf een scene over iets waar je TOTAAL niet comfortabel mee bent, zoals een marteling’ of ‘schrijf eens een keertje een horrorverhaal’. Als je dingen niet uitprobeert, dan kun je de meters niet maken.
  • de feedback van proeflezers, redacteuren en juryleden – dankzij mijn allerliefste schrijfgroepje, maar ook proeflezers en natuurlijk mijn lieve redacteuren (soms ook niet zo lief, vooral als ik nét de feedback heb gehad) heb ik verhalen geherstructureerd, scenes herschreven, concepten geschrapt. ik heb ze soms ook hard genegeerd en lekker mijn eigen zin gedaan, maar de hoeveelheid keren dat ze precies de vinger wisten te leggen op iets wat me onderbewust dwars zat, is best heel groot.
  • praten met lezers – het is zo bijzonder om te zien waar lezers op “pingen”. Scenes of concepten die ik heel belangrijk of controversieel vond, worden geaccepteerd zonder veel commentaar (we kijken naar jou, seks-scene in de proloog van Bloed & Scherven!), en andere opmerkingen of concepten worden als “geweldig!” aangehaald. En dan zijn er de personages, dat vind ik nog wel het boeiendste. Als ik lezers vraag naar hun favoriete personage in de Lentagonserie, dan krijg ik steeds verschillende antwoorden. Zo bijzonder! Ik ben altijd super bang dat het overduidelijk is voor de lezers wie mijn favoriet is, maar blijkbaar is dat niet het geval. En wat betreft de favorieten van lezers… er is letterlijk niet te voorspellen waar lezers zich mee identificeren.  Dat heeft me wel een hoop geleerd – ik kan niet beslissen wat jij van mijn boek gaat vinden. En aan de ene kant is dat doodeng, maar aan de andere kant is dat ook wel bevrijdend. Ik kan niet iedereen plezieren, maar mensen halen ook plezier uit dingen waar ik nooit op gerekend had. Het werkt dus twee kanten op!

Soms hoor ik wel eens “ja, jij hebt gewoon talent”. Ik vind dat altijd onzin, want oh mijn god heb ik UREN gemaakt wat schrijven betreft – en dan ben ik nog, weet ik veel, netaan bovengemiddeld hoop ik. Ik heb keihard gewerkt om hier te komen.

Ook heb ik super veel te danken aan anderen. Proefleeshulp, aanmoediging, redactie, commentaren. Ik ben er nog lang niet, leren blijf ik altijd wel doen. Maar tegelijkertijd begin ik ook op het punt te komen dat ik ook anderen kan gaan helpen. Ik snap verhaalstructuren, story arcs. Ik snap personages héél goed.

Toen Cocky me in 2017 vroeg of ik voor Zilverspoor/Zilverbron wilde gaan redigeren, dacht ik nog: “Ik? Dat kan ik nooit!” En nu heb ik meerdere trajecten tegelijkertijd lopen en denk ik soms wel eens dat ik inmiddels een betere editor ben dan schrijfster. Het kan verkeren 🙂

Ik kijk er heel erg naar uit om in November met Corina tijdens ons Fantastische Schrijfweekend mensen te helpen met hun eigen schrijfproces en ze helpen beter te worden, zoals ik ook geholpen ben. En ze aan te moedigen om te schrijven, zoals ik ook gedaan heb.

Zo kan ik iets terug doen 🙂

een tipje van de sluier

piotr-dura-crystal-cave2k
art by Piotr Dura

En opeens komt die releasedatum van Vuur en vergankelijkheid steeds dichterbij.. nog drie maanden en dan is ook dit kindje geboren! Mijn redacteur Cocky en ik zijn op dit moment hard bezig met de redactie, we zijn bijna halverwege. Het gaat lekker! Het is vooral strak trekken van de proza (zo veel stopwoordjes :() en dat is genoeg om me tijdens mijn vakantie (ik begin 15 mei met een nieuwe job) goed van de straat te houden!

In de tussentijd realiseerde ik me dat jullie eigenlijk nog heel weinig weten van dit verhaal, dus ik wilde graag een tipje van de sluier oplichten. Dit verhaal is namelijk heel anders dan de Lentagontrilogie. Ja, het speelt zich af in dezelfde wereld, maar zo’n zeventig jaar eerder, dus het sci-fi element moeten we voor een deel loslaten. Ze hebben nog telefoons met draaitoetsen, geen comms en dergelijke, want het internet is er nauwelijks en computers/TVs zijn luxeproducten 😀 De ‘feel’ van het verhaal wordt daarom een stuk minder futuristisch. Denk meer jaren ’80 fantasy, haha 🙂

Vuur & Vergankelijkheid gaat grotendeels over de uitvinding van het poortstation, en wat er nu uiteindelijk in die kristalmijn in Surral gebeurd is. Oplettende lezers van Talent & Kristal hebben de passage vast opgemerkt, toen Joy, Valeria en Sirka de grotten insneakten van wat vroeger de grote kristalmijn van Haen was, en nu nauwelijks begaanbaar:

‘Stel je voor hoe het hier zeventig jaar geleden was,’ zei Valeria. ‘Met al dat kristal, al dat potentieel…’ Ze klonk bijna gretig.

‘Mijn vader vertelde dat mijn grootouders dat nog gezien hebben. Hij beweerde zelfs dat ze erbij waren toen de mijn opgeblazen werd,’ zei Sirka.

Valeria grinnikte. ‘Zelfs je grootouders waren al revolutionairen. Het zit jou en Seamon blijkbaar in het bloed.’

‘Dat, of onze familie is gewoon vervloekt.’

Wat is er zeventig jaar geleden gebeurd? Dat vertelt dit boek. 🙂

zo goed als klaar voor de redactie!

IMG_20180320_100401863.jpg
#redactieselfie

De afgelopen maanden zijn hectisch geweest wat schrijven betreft. Nadat mijn proeflezers me met ideeën voor een extra plotdraad opscheepten, heb ik zo’n 20K aan het verhaal bijgeschreven. Niet dat je er héél veel van gaat merken, want ik heb ook een aantal goeie schrapsessies achter de rug, dus Vuur & Vergankelijkheid klokt nu in op 91K. Ongeveer even veel woorden als Stof & Schitteringen dus!

En ja, de titel staat nu ook eindelijk vast. Hij werd al genoemd in het leuke interview dat ik met Connie had voor Connies boekenblog, maar het is nu echt officieel. Het is lang tobben geweest omdat er zeker ook wat te zeggen is voor de andere titel die ik in mijn hoofd had, maar uiteindelijk denk ik dat deze beter past. En heel eerlijk, ‘vergankelijkheid’ is gewoon een mooi woord en zit al in mijn hoofd sinds de eerste exercitie om dit verhaal op te schrijven (wat niet eens leek op wat ik nu heb).

De opzet voor de kaft is er nu ook, maar die houd ik nog eventjes geheim.

Over een week of twee ga ik met Cocky beginnen met de officiële redactie. Spannend hoor! En man, wat ben ik er klaar voor om de laatste oppoetsronde in te gaan en de proza recht te trekken, want ik zie het niet meer. Ik zit op het punt dat ik een frase lees en denk: oh nee, gebruik ik die niet te vaak?! en dan een control-F door mijn document doe en zie dat het maar drie keer gebruikt is in het hele verhaal. Ik heb het inmiddels duidelijk te vaak gelezen :’)

Tijd voor échte redactie. En dan een release in Augustus op Castlefest.

My body is ready!

over plot en draden

tumblr_ojzkdynlni1vy2c2ho1_400Zo zeg, anders bedenk je even een hele nieuwe plotdraad nadat je proeflezers zeggen dat ze wat meer conflict in je verhaal willen. En dat terwijl je een deadline hebt van 1 maart. En je ook aan het bezig bent als redacteur voor een ander boek. …En dan als klap op de vuurpijl bedenk je óók nog eens, terwijl je een weekje in de bossen in Duitsland zit, een nieuw boekidee.

Gaat goed hier, joh! 😉

Als je denkt, goh, wat is die Kelly stil… nouja, dat is de reden dus. In de kerstvakantie kreeg ik de kritieken terug van mijn harde, maar rechtvaardige (en getalenteerde, knappe, geweldige…) proeflezers. En gelukkig stipten ze voor een groot deel de punten aan waar ik zelf ook mee zat, en waar ze me handvaten gaven voor verbetering, kon ik daar meteen ook wat mee. Nieuwe ideeën bloeiden op en begin januari ben ik begonnen met de hopelijk laatste versie voordat het manuscript naar Zilverspoor gaat.

Ik ben hard bezig met het vlechten van een extra plotdraad in mijn Lentagon boek, het herschrijven en schrappen van scènes die veel te veel wauwelen (zo’n 500 woorden per hoofdstuk, lekker joh), en het algehele oppoetsen van het hele verhaal. Het is een hoop werk, en het moet even gebeuren, maar het verhaal wordt er zo veel beter van. Dus we ploeteren verder.

(en intussen… intussen broeden we op een nieuw verhaal. Een heel andere wereld, een urban fantasy/horror plot. héél anders dan de Lentagon. maar zo, zo leuk!)

Oh ja, en als je in de tussentijd nog een leuk interview met me wil lezen, klik dan hier! 🙂

bloedengel, van rosalynd randolph

Een van de redenen waarom ik in de maanden februari en maart zo stil ben geweest, is omdat ik druk bezig geweest ben met het redigeren van twee romans – niet mijn eigen boeken, maar twee andere prachtboeken. Een van de twee is nog in wording (releasedatum is in mei), maar de ander – die ik hier bij deze met gepaste trots aan jullie presenteer – ziet op Elfia Haarzuilens het levenslicht.

Dat is Bloedengel, het nieuwe boek van Rosalynd Randolph. Tijdens een fantastische samenwerking heb ik Rosalynd mogen helpen om de laatste puntjes op de i te zetten wat betreft haar verhaal. Om heel eerlijk te zijn: ze had me weinig nodig, wat een klasseverhaal heeft ze geschreven! Ik hoefde maar een paar kleine nuances te suggereren, veel meer had ze niet nodig.

Rosalynd is een geweldig auteur die ik al persoonlijk kende omdat ze, naast dat ze een Zilvercollega is, jurylid is bij Fantastels (en twee super schattige hondjes heeft die ze soms meeneemt naar beurzen), maar haar oudere werk had ik nog niet gelezen. In haar nieuwe boek Bloedengel weet ze een urban fantasy setting te creërendie zó dicht bij de onze ligt, dat ik het moeilijk vind om het fantasy te noemen. Er bestaan toch succubi, demonen en engelen? Wat? Zo werkt het toch, om je ziel aan de duivel te verkopen? Het verhaal leest meer als een superspannende thriller, met zulk realistisch geschreven fantasy elementen, dat ik het eigenlijk moeilijk zou vinden om hem te typeren als fantasy. Ondanks dat het dat gewoon ís. (Ik ben niet zo goed met genres, zoals je al gemerkt had).

De personages zijn levendig, rijk, sarcastisch en tragisch en begrijpelijk tegelijkertijd. En leg daar de demonische en hemelse krachtmetingen nog bovenop, een proza dat leest als een trein, en je hebt een ontzettend goed boek in handen. Een echte page-turner. (Serieus, ik heb de eerste versie van dit verhaal al tijdens een vijf-uur-durende vliegreis van Gran Canaria naar Schiphol in één ruk uitgelezen, en dat was voor de redactie plaatsvond!)

Ik kan dit boek iedereen aanraden die houdt van spannende verhalen en die een powerstruggle tussen de hemel en de hel niet te versmaden vindt. Ik ben er zo eentje, jij ook? Haal dan Bloedengel op Elfia, en bedank me later maar. 😉

bloedengel

Elins keuze

De afgelopen weken heb ik erg weinig geschreven – noch op mijn blog, noch aan mijn gewone schrijfwerk. Behalve dat ik lichamelijk een beetje aan mijn tax zat (en nu dus prompt een waanzinnige verkoudheid voor de kiezen heb gekregen, hoera voor lage weerstanden), ben ik ook heel druk geweest met een nieuw avontuur: redigeren.

Ik heb de eer gehad om het tweede boek van Gaby Raaijmakers te mogen redigeren, Elins Keuze. Een spannend verhaal, vol intrige, omgaan met macht, keuzes, magie en verraad, voor de liefhebbers van high fantasy. Je moet het voorgaande boek, Branna’s Offer, wel gelezen hebben, maar da’s absoluut geen straf. Gaby schept mooie werelden, vol rijke details en interessante concepten, en bevolkt ze met sympathieke personages die moeten omgaan met heftige dillemma’s.

In het verleden heb ik veel proefgelezen voor andere mensen (o.a. Corina Onderstijn, Cocky van Dijk en J. Sharpe), maar dit was mijn eerste uitstapje als daadwerkelijke redacteur. Dat was best heel spannend, een heel gaaf (leer)traject voor ik denk zowel Gaby als mijzelf, en ik hoop dat ik het goed gedaan heb.

Elins Keuze is in ieder geval een supermooi boek geworden (serieus, die KAFT alleen al! hij past zó mooi!) en het verhaal is zeker de moeite waard. Hij komt begin februari uit, maar je kan hem alvast voorbestellen op de Zilverbron website. Aanrader, jongens! 🙂

15972353_1257029534390095_2334297645587664441_o

en zo sluiten we 2016 af

2017…Wat een jaar is het geweest, mensen! 2016 was op zijn zachtst gezegd best een beetje intens. Zullen we het daar gewoon maar bij houden? Er is super veel gebeurd in de wereld, en heel veel dingen waren heftig – en dat duizelt me soms, hoe verdomde actueel mijn boeken zijn. Ik begon de Lentagonserie als een roadtrip en een ontdekkingstocht naar de gevolgen van macht en verslaving, maar ik eindigde met een scherpe aanklacht aan racisme, angstcultuur en haat. Ergens is de ‘echte wereld’ in mijn boeken geslopen, en ergens is ‘write what you fear’ veranderd in ‘write what you know’ en dat is een depressieve noot waarop ik eigenlijk niet wil eindigen, want 2016 is ook een goed jaar geweest.

Het belangrijkstste is natuurlijk dat ik Talent & Kristal heb afgeschreven en aan jullie heb mogen presenteren, en de recensies zijn tot op heden zonder uitzondering allemaal goed. (Whoo! Ik heb het einde niet verpest blijkbaar!) De serie is afgerond – het verhaal is klaar. Ik begin daar nu pas een beetje vrede mee te krijgen, merk ik. Blijkbaar heeft het nogal wat emotionele energie gekost. 🙂

En verder heb ik de eer gehad om Fantastels Verhalenwedstrijd te mogen jureren, wat echt geweldig was. Ik mocht zitting nemen in een panel voor ‘Spannende nieuwe stemmen’ in het fantasy genre, met dank aan de organisatie van het Gala van het Fantastische Boek, en een gaaf panel tijdens X-mas Con. Het concept dat je gevraagd wordt om in publiek te vertellen over wat je doet, als een expert, is bij tijd en wijle nog wel een beetje bizar. Voor mijn reguliere baan als IT consultant doe ik het wel vaker, maar om als schrijver ook zo serieus genomen te worden is toch wel héél erg gaaf.

Daaraan gerelateerd ben ik inmiddels ook voor uitgeverij Zilverspoor/bron bezig als redacteur, op dit moment met twee manuscripten. Dat zorgt er een beetje voor dat ik weinig tijd heb om me op mijn eigen verhalen te focussen, maar dat is niet zo erg. Deze pauze heb ik blijkbaar even nodig. Ik ben 30.000 woorden op weg in de Lentagon prequel, en in het nieuwe jaar ga ik weer knallen.

Dus, wat is het plan voor 2017?

  • De eerste versie van de Lentagon prequel (af)schrijven (releasedatum: april 2018, bij het Zilverspoor label)
  • Weer wat meer korte verhalen schrijven voor mijn plezier (en voor verhalenwedstrijden)!
  • Mijn redactieprojecten tot een goed einde brengen
  • En genieten van de beste baan ter wereld 🙂

Ik wens jullie allemaal alle liefs, heel veel goeds, en een schitterend 2017 ❤

Wat zijn jullie plannen?

hij is af!

13775473_10154205055780211_4805114527504277617_n
proost! Tokaji wijn, een dichtgeklapte laptop, een bak Ben & Jerry’s ijs, en een filmpje aan. Nu mag het!

Ik zie ons nog in de auto zitten, mijn man en ik. Twee jaar geleden. Hij rijdt, ik zit naast hem. We komen terug uit Hoorn, waar we bij familie langs geweest zijn. De A7 is donker, bijna verlaten. We hebben het over mijn boeken. “Weet je,” zegt mijn man nadenkend, “het is eigenlijk jammer dat je niets meer met de Jonge Radicalen gedaan hebt.”

Dat was het eerste zaadje van het idee voor het derde boek in de Lentagon serie. Het zou op die manier een tijdlang sluimeren, totdat ik nu anderhalf jaar geleden een beeld voor me zag van wat nu de eindconfrontatie van het boek is geworden. Tezamen met de realisatie dat ik nog een verhaal miste (het verhaal van Seamon), heeft dat geboorte gegeven aan wat uiteindelijk Talent en Kristal is geworden.

Het is een bizarre tocht geworden om dit verhaal te schrijven, met de dood van mijn uitgever Jos Weijmer en de ontzettende ROTZOOI die de wereld verworden is in het afgelopen jaar. Het is heel angstwekkend om over een terreurbeweging/vrijheidsvechters te schrijven als tegelijkertijd in de echte wereld allemaal aanslagen gepleegd worden. Write what you know, write what you fear, zeggen ze. Ik had het liefste gehad dat het alleen het tweede zou zijn, maar helaas leven we niet in zo’n wereld. En Seamons verhaal moest verteld worden, want uiteindelijk draait de serie om hem – Sirka en Joy zijn vertellers, maar ze zijn verbonden via hem.

Gisteravond heb ik de laatste hand aan de zetproef gelegd en die de deur uit gedaan naar Zilverbron. Morgen gaat Talent en Kristal naar de drukker. Het is nu uit mijn handen. Ik heb gisteren spare ribs besteld en een fles dure Tokaji wijn opengetrokken om het te vieren, maar het kwam nog niet echt binnen. Pas vandaag begint het besef een beetje in te dalen (“Oh mijn God, ik hoef helemaal niet te editen vandaag”)… maar ook toen ik vandaag in de auto naar Hoorn zat, bij mijn zusje op verjaardag. Weer de A7, weer de auto naar Hoorn. Ik had mijn Lentagon playlist aanstaan en hij gaf me “Chasing Cars” van Snow Patrol. If I lay here, if I just lay here, will you lie with me and just forget the world?

Dit liedje toont maar weer hoe oud de originele versie van Stof en Schitteringen is, trouwens – die schreef ik in 2006, met Joy en Seamon in het gras naast de snelweg. Dat zonovergoten moment, waarop Joy verliefd werd. De lyrics brachten dat gevoel van dat moment helemaal terug. Het kwam even hard aan, hoe dat cirkeltje nu rond is. Het verhaal is af.

Het is uit mijn handen, en ik hoop dat jullie ervan genieten. Nog een paar weken, dan is hij uit. Talent en Kristal, het afsluitende deel van de Lentagon serie. 🙂

 

 

Redigeren en promoten

redactieselfie
#redactieselfie

En zo waren we opeens alweer een paar weken verder en hadden we een superleuke workshopmiddag bij Boekhandel Scheltema en een weekendje Keltfest alweer achter de rug. Om nog maar niet te spreken over de wervelwind die de redactie van het manuscript van Talent & Kristal is. Pfew!

Aankomende maand wordt het qua redactie nog even bikkelen, want we willen begin juli toch echt wel klaar zijn met het editen en de zetproef gaan opzetten. Tot dusverre gaat het voorspoedig en heb ik veel lol samen met mijn redacteur; we maken er echt wat moois van. Ik zie het een beetje als het huis wat ik gebouwd heb en de muren geverfd heb; Cocky en ik zijn het afplaktape nu aan het verwijderen, een nieuwe vloer erin aan het leggen, en de gordijnen aan het ophangen. Het verhaal was er al, maar we maken het nu leefbaar. En mooi. Zo mooi!

Het is heel onwerkelijk dat ik over even ruim twee maanden mijn derde boek aan jullie mag presenteren. Voor die tijd komen er nog allemaal berichten over de boekpresentatie, een teaser van de proloog, en natuurlijk de kaftonthulling… maar eerst nog even verder bikkelen.

keltfest
Keltfest!