de herfst is voor schrijven

Ik wilde deze post eigenlijk beginnen met een hele verhandeling over dat het november is, voor mij de schrijfmaand bij uitstek omdat Nanowrimo weer begonnen is. Ik doe bijna ieder jaar wel mee met Nanowrimo – en dat is dus ieder jaar sinds 2002, wat betekent dat ik voor Nanowrimo alleen al goed ben voor een kleine miljoen woorden – en ook dit jaar wil ik “de schrijfmaand” aangrijpen om mezelf te pushen om het vervolg op De Prijs Van Water af te schrijven. Ik ben al zó dichtbij om die V1 op papier te hebben… tijd voor een eindsprintje.

Maargoed ik dwaal af, want dat is dus wat ik wílde vertellen. November, schrijfmaand, etcetera.

Echter, ik ben de afgelopen maanden al als een idioot aan het schrijven geweest. Niet alleen november is de schrijfmaand, ik ben al sinds begin september aan het KNALLEN. Misschien dat het daarom hier ook even stil was? Ik was echt hard bezig. Wat ik de afgelopen maanden gedaan heb:

  • Mijn manuscript “Zwanenzang” ingeleverd bij Zilverspoor, zodat we deze maand kunnen beginnen met de redactie van mijn nieuwe verhalenbundel, de opvolger van “Verloren zielen” (!!!) super happy en trots op deze. Het is zo’n mooie bundel geworden, 13 verhalen. Ik kan niet wachten om samen met Cocky de redactie te tackelen.
  • Nog even gauw “Overdrachtsvlekken” geschreven, een verhaal voor de “Bloedzuigers in de polder” bundel, een initiatief van Mike Jansen. Dit verhaal neem ik ook op in mijn eigen “Zwanenzang”, want ik ben er heel blij mee met hoe charmant dit verhaal geworden is
  • De eerste versie afgeschreven van “Onrust”, Boek 7 in de Zwijgende Aarde serie van Uitgeverij Quasis (!) – deze ligt nu bij de proeflezers en de eerste overall reacties zijn al binnen
  • Een kort verhaal geschreven genaamd “Midwinterrace” voor de volgende “Voorbij de storm” klimaatbundel, een initiatief van Johan Klein Haneveld
  • De redactie afgerond van “Zonnekracht – Vluchteling” van Johan Lubbers, en ik ben bezig met de redactie van “Heksenvrees” van Gaby Raaijmakers

Het was stiekem best een hoop, als ik er zo op terugkijk. Misschien ook wel een beetje te veel, zo kort op de race om “De Prijs Van Water” in augustus te kunnen publiceren. Maar gelukkig is het meeste hiervan nu voorlopig af, of ligt het te wachten, zodat ik me aankomende maand lekker op het vervolg van De Prijs Van Water kan gaan richten.

En dan ook meteen een beslissing te nemen over hoe het gaat heten, want de werktitel is “De Waarde Van Bloed”, maar ik vind “Bloed In Het Water” ook wel een gave/passende titel. Dus dat wordt even hard broeden terwijl ik de climax van dat verhaal neerpen, haha. We gaan het meemaken.

Iedereen die deze maand meedoet aan Nanowrimo, laat het me weten, dan worden we Nano vriendjes op de site 😀

van droom tot boek

Ik kreeg vrijdag van Team Zilverspoor te horen dat deze dinsdag mijn boek geleverd wordt! Overmorgen al! Het voelt als een verlaat verjaardagskadootje ❤ Precies op tijd voor Castlefest volgende week vrijdag. Ik ben er super blij mee! En ik dacht dat het misschien wel leuk was om even in een tijdlijn uit te drukken hoe dit verhaal nu daadwerkelijk ontstaan is. Van conceptie tot boek. Want whew, hij heeft wat ups en downs doorgemaakt!

22 december 2017: mijn man Olli, mijn hond Bodhi en ik zijn op vakantie in Duitsland. Na een dag lang wandelen word ik ’s nachts wakker uit een hele intense droom – randje nachtmerrie – en chat ik mijn schrijfmaatjes: ‘ik heb een vet weirde droom gehad vannacht, volgens mij zit er een verhaal in.’ Ik beschreef het aan de crew als een rare mix van de klassieke JRPG Final Fantasy 7, tv-serie Mr. Robot en boekenserie John Dies At The End. (misschien niet heel gek, ik had toen net het nieuwe boek in de John Dies At The End-serie uit)

Ik was echter op dat punt nog druk bezig met het afpolijsten van Vuur & Vergankelijkheid en besloot dat dit idee nog even op de plank moest blijven liggen. Sommige schrijvers kunnen tegelijkertijd meerdere projecten tackelen. Ik ben daar ietsje minder goed in. Korte verhalen kunnen wel tussendoor, maar grote series is een ander verhaal.

Mijn plan was om Nanowrimo 2018 te gebruiken om de eerste versie op papier te krijgen. Om dat goed voor te bereiden, ben ik samen met schrijfmaatje Brenda mid-augustus 2018 gaan zitten om de eerste outline rond te krijgen. Uit die sessie kwamen meerdere dingen naar voren; de belangrijkste was dat het verhaal een tweeluik zou worden. Boek 1 zou De Prijs Van Water gaan heten, en Boek 2 De Waarde Van Bloed (hoewel ik nu bij boek 2 aan het twijfelen ben over de titel, dus pin me daar niet op vast). Ik was er super zelfvoldaan over, zoals je wel aan de shit-eating grin op de foto kunt zien, haha.

18 augustus 2018, de eerste plot/post-it sessie van De Prijs Van Water

Oorsponkelijk was het de bedoeling dat De Prijs Van Water begin 2020 uit zou komen. Echter, het concept van mijn verhalenbundel Verloren Zielen kwam er tussendoor, en omdat ik in de zomer van 2019 zo druk bezig was met de redactie van de bundel, redde ik de deadline van De Prijs Van Water niet. Ik had netaan een alpha versie op papier staan toen ik het verhaal eigenlijk al moest inleveren.

Leuk hoor, al die ambitie, maar ik had een potente mix van een drukke baan in de ICT consultancy (en was in de zomer van 2019 net bij een nieuwe werkgever begonnen), de redactieklussen die ik voor Zilverbron/Zilverspoor erbij doe, en dan óók nog eigen schrijfwerk af proberen te leveren. Het ging duidelijk niet zoals ik wilde, en daarom kon ik ook niet de kwaliteit leveren die nodig is om een gaaf boek op te zetten.

Dus we kozen ervoor om Verloren Zielen begin 2020 uit te geven. Ik was wel alvast begonnen met het uitschrijven van Boek 2 tijdens november 2019, zodat ik Boek 1 wat sterker kon verankeren. Het is beter om de hele verhaallijn al te hebben staan voordat je een serie uitgeeft, vind ik. En dat hielp zeker! Het idee was dus om dan ergens in 2020 mijn zaakjes op orde te krijgen, en dan alsnog in de herfst van 2020 te releasen.

…En toen gebeurde COVID-19. Ik kan je zeggen dat alle ambities betreffende grote nieuwe projecten bij mij linea recta het raam uitgingen. Ik kon Verloren Zielen niet eens promoten, dus waarom zou ik me drukmaken om een volledige nieuwe serie in de markt te gaan zetten? Ik heb dus de tijd genomen om te zorgen dat ik het verhaal gewoon goed had staan. Nadenken over boek 2 (en een plotsessie met mijn schrijfmaatjes in november 2019), en herschrijven van boek 1 tot iets wat verder was dan een alpha of beta versie. Heel veel meters maakte ik alleen niet, want lang marathon-werk zat er met COVID niet echt in. Wat ik wel gedaan heb, is heel veel korte verhalen schrijven (dat wordt dus weer een bundel, met werktitel Zwanenzang, die ergens in 2023 uitkomt. Bedankt, COVID :D).

In 2020 gebeurde er dus een stuk minder dan ik gewild zou hebben aan de Paraiso wereld, hoewel ik verre van stilstond wat schrijven betrof. En het gaf me wel de tijd die ik nodig had om gewoon even met de wereld te zitten, om erover na te denken. In 2021 heb ik serieuze meters gemaakt met Boek 2, waardoor ik tot een aantal doorbraken kon komen met Boek 1.

En, op 18 maart 2022 chatte ik naar mijn schrijfmaatjes:

Kelly van der Laan-Willemse, [18-3-2022 23:37]
nou, ik denk dat ik m klaar heb
De Prijs Van Water is klaar voor redactie

of iig zo klaar als ik kan

(hier stonden wat feest gifjes van de crew :D)

Kelly van der Laan-Willemse, [18-3-2022 23:42]
ik heb er bijna 2K uit geschrapt in de laatste ronden
(en prompt natuurlijk een scene erbij geschreven vanavond)
final wordcount: 78697

En daarna de redactie natuurlijk. Uiteindelijk is het verhaal geëindigd op 81723 woorden (311 pagina’s in de zetproef). Niet mijn dikste boek, wel mijn spannendste, denk ik 😀

En boek 2 wordt nog dikker. Daar ga ik binnenkort de laatste hand aan de eerste versie leggen. Mijn magiesysteem staat inmiddels goed uitgewerkt, de relaties tussen de personages zijn uitgediept, en de dramatische spanning lekker toegevoegd. Ik heb ontzettend veel zin in boek 2 afmaken en naar de proeflezers sturen.

In de tussentijd ben ik tegelijkertijd nog steeds bezig aan Onrust, het nieuwe Zwijgende Aarde boek, samen met Brenda, en staat de nieuwe verhalenbundel ook nog steeds op de lijst.
Wellicht (weer) wat ambitieus, maar we gaan het meemaken. We gaan er gewoon voor! 🙂

even een kleine update

De Google Page Experience update - Is jouw website er al klaar voor?

Pfew, ik ben nogal stil geweest, zie ik! Er is wat weinig te vertellen geweest de afgelopen maanden, zo zonder alle beurzen (*snottert over Castlefest*), en ik heb de release van de Paraiso serie wat opgeschoven omdat ik me de afgelopen maanden nogal gefocust hebt op de redactieklussen die ik voor Zilverspoor heb lopen (*zwaait naar Dianne en Jeroen*). Dat betekent gelukkig niet dat er niets gebeurd is!

Korte verhalen

Waterloper: Ik ben hard bezig geweest met korte verhalen schrijven voor Waterloper en heb er uiteindelijk drie ingestuurd waar ik heel erg mee in mijn nopjes ben. Twee ervan zijn collaboraties (eentje met Brenda, en eentje met Wendy), en een ervan heb ik in mijn eentje geschreven. De verhalenwedstrijd is hartstikke anoniem, dus ik vrees dat ik daar verder dan niets meer over kan zeggen. De verhalen zijn netjes aangekomen en het is wachten op wat de jury ervan vindt!

Poe in de Polder: Ik was uitgenodigd om een verhaal mee te schrijven aan Poe In De Polder, een anthologie van meerdere Nederlandse en Vlaamse schrijvers, met Edgar Allan Poe-achtige verhalen die zich in Nederland afspelen. Tot mijn eigen verbazing had ik daar meteen een ideetje voor, en dat verhaal staat nu in de eerste versie klaar. Ik laat hem even “in de week”, en dan ga ik daar in augustus lekker mee verder.

Harland: De Harland Awards deadline is 31 oktober en ik heb een verhaalidee, maar ik moet nog even kijken of het me lukt om die op tijd op papier te krijgen. Maar we gaan er gewoon voor.

…Een nieuwe eigen bundel? Ja! Ik heb Cocky gesproken, want ik realiseerde me dat ik eigenlijk al weer prima genoeg verhalen heb om een tweede verhalenbundel te gaan vullen. De release datum staat op begin 2023 (da’s over anderhalf jaar, lijkt nog super ver weg maar is dat stiekem niet), en ik heb tegen die tijd de luxepositie dat ik waarschijnlijk kan kiezen welke verhalen ik in de bundel op wil nemen. Ik heb er echt SUPER veel zin in.

De Paraiso serie

Ja, da’s wat treuriger nieuws. Ik zit met die serie even helemaal vast en heb extra tijd nodig om de boel op te poetsen en retroactief te laten kloppen. Het is op een goeie manier vastzitten hoor, want ik bedacht een extra plotdraad die de boel diepgang geeft en de antagonisten wat driedimensionaler maakt, maar dat betekent wel dat ik een hoop in moet weven en retconnen en aanpassen.

Het is het betere graaf- en herschrijfwerk, maar dan heb je wel wat. En dan kan ik van daaruit ook meteen doorstomen en de serie als een huis neerzetten, zoals ik met de Lentagon-serie destijds ook heb kunnen doen. Wat betekent dit voor de release data?

  • De Prijs van Water (boek 1): medio 2022
  • De Waarde van Bloed (boek 2): medio 2023

…en daar tussendoor dus de bundel ook nog een keer, begin 2023. Het is dus even wachten, maar ’22 en ’23 ga ik weer als een gek releasen!

kelly kletst over schrijven (2)

Pin on Interiors/Exteriors
we gaan er weer voor zitten! (disclaimer: dit is niet mijn tuintafel :D)

Vorige blogpost vertelde ik over een vragenlijst voor schrijvers die ik aan het afwerken was. Dit is deel 2 in die serie. Ik heb super veel lol met het nadenken over de vragen en de antwoorden met jullie delen, hoop dat dat voor jullie ook zo is 😉 Hier komt het volgende setje vragen. Schuif je weer aan bij mijn virtuele tuintafel?

Welk personage vind je het leukst om te schrijven?

Ik heb hier heel erg lang over na moeten denken, want ik houd van al mijn personagekinders. Uit de Lentagonserie was het ’t moeilijkst om te kiezen, maar ik denk uiteindelijk dat mijn favoriet Sirka is. (ze had serieuze competitie van Valeria, trouwens. En Joy, want die heeft de beste one-liners in de hele serie) Sirka is zo’n heerlijk geconflicteerd personage. Ze probeert zo hard het juiste te doen, maar als je tussen haar en haar doel in staat, dan is het jammer voor je, dan liegt, bedriegt en vecht ze tot je aan de kant staat. Ze liegt als een motherfucker om te krijgen wat ze hebben wil, en dat is een thema dat de hele serie terug blijft komen. En dat hele felle, nietsontziende, gecontrasteerd met haar liefhebbende hart, vind ik een ontzettend gaaf spanningsveld om in te spelen.

In de Paraisoserie had ik het meeste lol met Monika, zoals je in de vorige post al kon lezen. Monika Silva is 20 jaar oud en werkt als callcenter medewerkster bij Hydron – de (enige) waterleverancier van Paraiso (een woestijnstad). Ze haat haar werk en haar leven. Om bij te beunen is ze illegale drank aan het stoken en een van haar grootste afnemers is haar manager. En omdat je om drank te stoken een hoop water nodig hebt, is haar manager haar aan het matsen met haar waterrekening. Kwestie van tijd totdat dit misgaat, uiteraard… 😉

Van mijn korte verhalen heb ik denk ik het meeste plezier gehaald aan het schrijven van Reka, de hoofdpersoon van Roze Water. Die had een hele aparte stem, zo murwgeslagen door eerder trauma, dat het bijzonder was om haar te schrijven. Ik heb tot op de dag van vandaag zo met haar te doen.

Schrijf je liever korte scènes of verhalen, of liever langere verhalen/boeken?

Die vraag krijg ik vaker, maar ik beantwoord hem graag! Het fijne aan korte verhalen is dat je heel kort heel intens kunt gaan. Het zijn relatief korte projecten, alsof je een sprintje trekt. Helaas is het daarna klaar, en is er meestal geen reden meer om terug te keren naar die wereld of dat concept. (Tenzij je de League schrijft, want dat is op 2 novelles na zo’n 300K aan korte verhalen langs 1 tijdlijn)

Bij het schrijven van een novelle/boek heb je een veel langere adem. Dan ben je veel meer betrokken bij de personages, bij hun ontwikkeling. Het is een marathon, of, als je het in de term van relaties wil vatten: alsof je een huwelijk aangaat, ipv een one-night-stand.

Beide opties hebben zo hun voordelen. Ik vind allebei erg leuk. Dit jaar heb ik Prijs Van Water klaargemaakt voor de redactie (begint heel binnenkort), twee-en-een-half kort verhaal geschreven voor Waterloper verhalenwedstrijd, een kort verhaal wat een compleet stijl experiment is en waarschijnlijk niet geschikt voor inzendingen, en een laatste kort verhaal wat ik voor Harland/Hebban wil insturen. Dus zoals je ziet, lekker afwisselend! 🙂

Ben je een pantser of een plotter?

Ah, de eeuwige vraag. Plan je alles van te voren volledig uit, of hoop je maar dat het goedkomt als je begint te schrijven? Het blijkt dat ik er tussenin val. Ik werk mezelf door verschillende iteraties met mijn verhaal heen, en hoe verder ik in mijn verhaal (hoe hoger de versiegetallen worden), hoe strenger ik ga outlinen. Maar in de allereerste versie ben ik meer van de freeform.

Ik ben een Lawful Plantser – ik heb een aantal key points in mijn verhalen – zeker het einde / de eindconfrontatie is een van de dingen die vooraf vast staan. Ik schrijf van key point naar key point toe, en raak onderweg regelmatig verdwaald. Ik schrijf eigenlijk bijna altijd chronologisch, omdat ik dan mee ontwikkel met de personages.

En ja, ik gebruik zeker character bio’s (man, ik plan mijn personages beter dan mijn plot, haha!) en ik voel me personally attacked door de opmerking “has definitely taken personality tests for their characters”. Pffff. *schuift haar notitieboek weg met Myers-Briggs uitwerkingen, sterrenbeelden, enneagrammen, character arcs etc*

Als ik aan het herschrijven sla, dan word ik meer een Neutral Plotter, want dan ga ik kijken naar spanningsbogen en volgordes van gebeurtenissen en dergelijke. Maar dat is zeker niet mijn natuur. Als je mij het lekkerst wil laten schrijven, dan geef je me een concept van een geweldige scène tijdens de eindconfrontatie, en dan bouw ik mijn personages, mijn wereld en mijn plot daar omheen. Door schade en schande, en heel veel frustratie heen. Ik zou willen dat ik het anders kon. Door discipline en doorbijten omdat ik verdomme een deadline heb kom ik een heel eind, maar een echte Plotter zal ik wel nooit worden. 🙂

Vertel, hoe zit dat bij jou? 🙂

een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

over een betere schrijver worden

Zomer 2006, tijdens een vakantie in Frankrijk. Hier was ik een verhaal aan het schrijven dat ik Dead In The Water noemde. 🙂

Als mensen me vragen hoe lang ik al schrijf, dan vertel ik ze dat ik al zo lang schrijf als ik me kan herinneren. En dat klopt ook wel – op de basisschool schreef ik korte verhaaltjes en genoot ik van opstellen schrijven, maar op de middelbare school, toen ik een computer met Wordperfect 5.1 op mijn kamer kreeg, werd het een van mijn grootste hobbies. Ik schreef vanalles, over een massamoordenaar die het op tieners voorzien had, over een meisje met een buurjongen die haar plaagde, over een creepy opvangtehuis voor tieners waar medische experimenten op ze uitgevoerd werden… allerlei soorten verhalen, en dit zijn degenen die ik me kan herinneren. Er zijn er meer, maar ze zijn bijna allemaal verloren gegaan toen de harde schijf van mijn 486 crashte (*snik*). Ik heb alleen degenen nog die ik uitgeprint had. (Maak backups, jongens!)

In 2002, toen ik 22 was, ontdekte ik Nanowrimo en ging ik, na een paar jaar alleen geroleplayed te hebben, echt verhalen schrijven. Ik vatte het plan op om rond mijn 30e gepubliceerd te zijn. Deze verhalen heb ik wel allemaal nog, en het is heel bijzonder om ze terug te lezen – vooral omdat ik de rudimentaire sterke en zwakke punten er zo uit kan halen.

Ik kan kristalhelder zien waar ik verbeterd ben (met name show don’t tell, actiescenes) en waar mijn inherente kracht zat (dialogen, personages). Het is echt alsof je naar het verleden kijkt als je een oud verhaal terugleest. Ik herken frases uit liedjes terug in hoofdstuktitels, of namen die ik aan personages heb gegeven om een bepaalde reden, of thema’s waar ik toen veel mee bezig was. Het is super grappig om te zien. Gaan die verhalen nog het levenslicht zien? Misschien.

Ze zijn vooral super belangrijk geweest in mijn pad naar de schrijver die ik nu ben. Mijn proeflezers zijn nu bezig met de alpha versie van De prijs van water, een non-stop ademloos actieverhaal. En ja de proza is but en er zitten een aantal structurele zaken ik waar ik nu aan zit te sleutelen, maar ik ben ook heel erg trots. Want een actieverhaal als dit? Die had ik in 2002 echt niet kunnen schrijven.

Het goeie nieuws: er zit dus vooruitgang in! (ik bedoel, ik heb mijn 10.000 uur echt wel gemaakt hoor, en ook wel FLINK meer dan dat!)

Het deed me echter wel nadenken over wat er nou voor gezorgd heeft dat ik mezelf heb kunnen verbeteren. En hier komen ze, in willekeurige volgorde:

  • oefenen, oefenen, oefenen! – meters maken! schrijven, kreng! buiten wordcount doelen, stel ik mezelf ook schrijfdoelen om me uit te dagen. ‘schrijf eens iets sferisch, verstilds’, of ‘schrijf een scene over iets waar je TOTAAL niet comfortabel mee bent, zoals een marteling’ of ‘schrijf eens een keertje een horrorverhaal’. Als je dingen niet uitprobeert, dan kun je de meters niet maken.
  • de feedback van proeflezers, redacteuren en juryleden – dankzij mijn allerliefste schrijfgroepje, maar ook proeflezers en natuurlijk mijn lieve redacteuren (soms ook niet zo lief, vooral als ik nét de feedback heb gehad) heb ik verhalen geherstructureerd, scenes herschreven, concepten geschrapt. ik heb ze soms ook hard genegeerd en lekker mijn eigen zin gedaan, maar de hoeveelheid keren dat ze precies de vinger wisten te leggen op iets wat me onderbewust dwars zat, is best heel groot.
  • praten met lezers – het is zo bijzonder om te zien waar lezers op “pingen”. Scenes of concepten die ik heel belangrijk of controversieel vond, worden geaccepteerd zonder veel commentaar (we kijken naar jou, seks-scene in de proloog van Bloed & Scherven!), en andere opmerkingen of concepten worden als “geweldig!” aangehaald. En dan zijn er de personages, dat vind ik nog wel het boeiendste. Als ik lezers vraag naar hun favoriete personage in de Lentagonserie, dan krijg ik steeds verschillende antwoorden. Zo bijzonder! Ik ben altijd super bang dat het overduidelijk is voor de lezers wie mijn favoriet is, maar blijkbaar is dat niet het geval. En wat betreft de favorieten van lezers… er is letterlijk niet te voorspellen waar lezers zich mee identificeren.  Dat heeft me wel een hoop geleerd – ik kan niet beslissen wat jij van mijn boek gaat vinden. En aan de ene kant is dat doodeng, maar aan de andere kant is dat ook wel bevrijdend. Ik kan niet iedereen plezieren, maar mensen halen ook plezier uit dingen waar ik nooit op gerekend had. Het werkt dus twee kanten op!

Soms hoor ik wel eens “ja, jij hebt gewoon talent”. Ik vind dat altijd onzin, want oh mijn god heb ik UREN gemaakt wat schrijven betreft – en dan ben ik nog, weet ik veel, netaan bovengemiddeld hoop ik. Ik heb keihard gewerkt om hier te komen.

Ook heb ik super veel te danken aan anderen. Proefleeshulp, aanmoediging, redactie, commentaren. Ik ben er nog lang niet, leren blijf ik altijd wel doen. Maar tegelijkertijd begin ik ook op het punt te komen dat ik ook anderen kan gaan helpen. Ik snap verhaalstructuren, story arcs. Ik snap personages héél goed.

Toen Cocky me in 2017 vroeg of ik voor Zilverspoor/Zilverbron wilde gaan redigeren, dacht ik nog: “Ik? Dat kan ik nooit!” En nu heb ik meerdere trajecten tegelijkertijd lopen en denk ik soms wel eens dat ik inmiddels een betere editor ben dan schrijfster. Het kan verkeren 🙂

Ik kijk er heel erg naar uit om in November met Corina tijdens ons Fantastische Schrijfweekend mensen te helpen met hun eigen schrijfproces en ze helpen beter te worden, zoals ik ook geholpen ben. En ze aan te moedigen om te schrijven, zoals ik ook gedaan heb.

Zo kan ik iets terug doen 🙂

een tipje van de sluier

piotr-dura-crystal-cave2k
art by Piotr Dura

En opeens komt die releasedatum van Vuur en vergankelijkheid steeds dichterbij.. nog drie maanden en dan is ook dit kindje geboren! Mijn redacteur Cocky en ik zijn op dit moment hard bezig met de redactie, we zijn bijna halverwege. Het gaat lekker! Het is vooral strak trekken van de proza (zo veel stopwoordjes :() en dat is genoeg om me tijdens mijn vakantie (ik begin 15 mei met een nieuwe job) goed van de straat te houden!

In de tussentijd realiseerde ik me dat jullie eigenlijk nog heel weinig weten van dit verhaal, dus ik wilde graag een tipje van de sluier oplichten. Dit verhaal is namelijk heel anders dan de Lentagontrilogie. Ja, het speelt zich af in dezelfde wereld, maar zo’n zeventig jaar eerder, dus het sci-fi element moeten we voor een deel loslaten. Ze hebben nog telefoons met draaitoetsen, geen comms en dergelijke, want het internet is er nauwelijks en computers/TVs zijn luxeproducten 😀 De ‘feel’ van het verhaal wordt daarom een stuk minder futuristisch. Denk meer jaren ’80 fantasy, haha 🙂

Vuur & Vergankelijkheid gaat grotendeels over de uitvinding van het poortstation, en wat er nu uiteindelijk in die kristalmijn in Surral gebeurd is. Oplettende lezers van Talent & Kristal hebben de passage vast opgemerkt, toen Joy, Valeria en Sirka de grotten insneakten van wat vroeger de grote kristalmijn van Haen was, en nu nauwelijks begaanbaar:

‘Stel je voor hoe het hier zeventig jaar geleden was,’ zei Valeria. ‘Met al dat kristal, al dat potentieel…’ Ze klonk bijna gretig.

‘Mijn vader vertelde dat mijn grootouders dat nog gezien hebben. Hij beweerde zelfs dat ze erbij waren toen de mijn opgeblazen werd,’ zei Sirka.

Valeria grinnikte. ‘Zelfs je grootouders waren al revolutionairen. Het zit jou en Seamon blijkbaar in het bloed.’

‘Dat, of onze familie is gewoon vervloekt.’

Wat is er zeventig jaar geleden gebeurd? Dat vertelt dit boek. 🙂

zo goed als klaar voor de redactie!

IMG_20180320_100401863.jpg
#redactieselfie

De afgelopen maanden zijn hectisch geweest wat schrijven betreft. Nadat mijn proeflezers me met ideeën voor een extra plotdraad opscheepten, heb ik zo’n 20K aan het verhaal bijgeschreven. Niet dat je er héél veel van gaat merken, want ik heb ook een aantal goeie schrapsessies achter de rug, dus Vuur & Vergankelijkheid klokt nu in op 91K. Ongeveer even veel woorden als Stof & Schitteringen dus!

En ja, de titel staat nu ook eindelijk vast. Hij werd al genoemd in het leuke interview dat ik met Connie had voor Connies boekenblog, maar het is nu echt officieel. Het is lang tobben geweest omdat er zeker ook wat te zeggen is voor de andere titel die ik in mijn hoofd had, maar uiteindelijk denk ik dat deze beter past. En heel eerlijk, ‘vergankelijkheid’ is gewoon een mooi woord en zit al in mijn hoofd sinds de eerste exercitie om dit verhaal op te schrijven (wat niet eens leek op wat ik nu heb).

De opzet voor de kaft is er nu ook, maar die houd ik nog eventjes geheim.

Over een week of twee ga ik met Cocky beginnen met de officiële redactie. Spannend hoor! En man, wat ben ik er klaar voor om de laatste oppoetsronde in te gaan en de proza recht te trekken, want ik zie het niet meer. Ik zit op het punt dat ik een frase lees en denk: oh nee, gebruik ik die niet te vaak?! en dan een control-F door mijn document doe en zie dat het maar drie keer gebruikt is in het hele verhaal. Ik heb het inmiddels duidelijk te vaak gelezen :’)

Tijd voor échte redactie. En dan een release in Augustus op Castlefest.

My body is ready!

over plot en draden

tumblr_ojzkdynlni1vy2c2ho1_400Zo zeg, anders bedenk je even een hele nieuwe plotdraad nadat je proeflezers zeggen dat ze wat meer conflict in je verhaal willen. En dat terwijl je een deadline hebt van 1 maart. En je ook aan het bezig bent als redacteur voor een ander boek. …En dan als klap op de vuurpijl bedenk je óók nog eens, terwijl je een weekje in de bossen in Duitsland zit, een nieuw boekidee.

Gaat goed hier, joh! 😉

Als je denkt, goh, wat is die Kelly stil… nouja, dat is de reden dus. In de kerstvakantie kreeg ik de kritieken terug van mijn harde, maar rechtvaardige (en getalenteerde, knappe, geweldige…) proeflezers. En gelukkig stipten ze voor een groot deel de punten aan waar ik zelf ook mee zat, en waar ze me handvaten gaven voor verbetering, kon ik daar meteen ook wat mee. Nieuwe ideeën bloeiden op en begin januari ben ik begonnen met de hopelijk laatste versie voordat het manuscript naar Zilverspoor gaat.

Ik ben hard bezig met het vlechten van een extra plotdraad in mijn Lentagon boek, het herschrijven en schrappen van scènes die veel te veel wauwelen (zo’n 500 woorden per hoofdstuk, lekker joh), en het algehele oppoetsen van het hele verhaal. Het is een hoop werk, en het moet even gebeuren, maar het verhaal wordt er zo veel beter van. Dus we ploeteren verder.

(en intussen… intussen broeden we op een nieuw verhaal. Een heel andere wereld, een urban fantasy/horror plot. héél anders dan de Lentagon. maar zo, zo leuk!)

Oh ja, en als je in de tussentijd nog een leuk interview met me wil lezen, klik dan hier! 🙂

bloedengel, van rosalynd randolph

Een van de redenen waarom ik in de maanden februari en maart zo stil ben geweest, is omdat ik druk bezig geweest ben met het redigeren van twee romans – niet mijn eigen boeken, maar twee andere prachtboeken. Een van de twee is nog in wording (releasedatum is in mei), maar de ander – die ik hier bij deze met gepaste trots aan jullie presenteer – ziet op Elfia Haarzuilens het levenslicht.

Dat is Bloedengel, het nieuwe boek van Rosalynd Randolph. Tijdens een fantastische samenwerking heb ik Rosalynd mogen helpen om de laatste puntjes op de i te zetten wat betreft haar verhaal. Om heel eerlijk te zijn: ze had me weinig nodig, wat een klasseverhaal heeft ze geschreven! Ik hoefde maar een paar kleine nuances te suggereren, veel meer had ze niet nodig.

Rosalynd is een geweldig auteur die ik al persoonlijk kende omdat ze, naast dat ze een Zilvercollega is, jurylid is bij Fantastels (en twee super schattige hondjes heeft die ze soms meeneemt naar beurzen), maar haar oudere werk had ik nog niet gelezen. In haar nieuwe boek Bloedengel weet ze een urban fantasy setting te creërendie zó dicht bij de onze ligt, dat ik het moeilijk vind om het fantasy te noemen. Er bestaan toch succubi, demonen en engelen? Wat? Zo werkt het toch, om je ziel aan de duivel te verkopen? Het verhaal leest meer als een superspannende thriller, met zulk realistisch geschreven fantasy elementen, dat ik het eigenlijk moeilijk zou vinden om hem te typeren als fantasy. Ondanks dat het dat gewoon ís. (Ik ben niet zo goed met genres, zoals je al gemerkt had).

De personages zijn levendig, rijk, sarcastisch en tragisch en begrijpelijk tegelijkertijd. En leg daar de demonische en hemelse krachtmetingen nog bovenop, een proza dat leest als een trein, en je hebt een ontzettend goed boek in handen. Een echte page-turner. (Serieus, ik heb de eerste versie van dit verhaal al tijdens een vijf-uur-durende vliegreis van Gran Canaria naar Schiphol in één ruk uitgelezen, en dat was voor de redactie plaatsvond!)

Ik kan dit boek iedereen aanraden die houdt van spannende verhalen en die een powerstruggle tussen de hemel en de hel niet te versmaden vindt. Ik ben er zo eentje, jij ook? Haal dan Bloedengel op Elfia, en bedank me later maar. 😉

bloedengel

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑