Blog

Zilverfest & boekpresentatie Verloren Zielen

Je hebt vast de aankondigingen gezien: het is feest dit weekend! Een Zilver feest zelfs. 😀 Omdat Keltfest niet doorgaat en wij als auteurs (en de uitgeverij) ons contact met jullie lezers zo missen, heeft Uitgeverij Zilverspoor/Zilverbron een super gaaf online event georganiseerd met boekpresentaties, panels, lezingen en workshops.

Image may contain: possible text that says '8 ZILVERFEST Mis het niet! zaterdag 23 en zondag 24 mei van 14:00 tot 20:00 uur'

Ik zit in meerdere panels, geef een workshop (‘Intentie, motivatie en functionaliteit’) en zal mijn verhalenbundel ‘Verloren Zielen’ aan jullie presenteren. Collega-auteur Peter de Willis zal er zelfs uit voorlezen!

97999606_3030774810382841_3309321178295828480_o

Dus als jullie online langs willen komen om met ons te chatten en de sessies te volgen, zijn jullie meer dan van harte welkom. (Serieus, we missen jullie! Kom langs! *puppyogen*) Komen jullie ook? 🙂

Maar hoe dan, vraag je je misschien af. Bij deze meer informatie!

Wat? Zilverfest! (en mijn boekpresentatie, en mijn workshop)

Waar? Online, op Facebook. Met 1 druk op de knop kun je het volgen. (Event linkje!)

Inhoud? Dit is het programma:

 

Ziet er gaaf uit, toch? Ik heb er zin in! 😀

de lentagontrilogie voor je e-reader? dat kan nu!

mijn trouwe Kindle, toen net een paar weken oud 🙂

Ik weet nog goed het moment dat ik besloot: “Oké, that’s it, ik ga een e-reader scoren”. Het was begin 2011 en ik moest op weg naar een klant via het openbaar vervoer, en mijn laptoptas overvol zat van een laptop en een beamer. Tot mijn grote schrok paste het boek wat ik op dat moment aan het lezen was er niet meer bij in mijn tas. Mijn man heeft me toen heel lief een paar maanden later een Kindle voor mijn verjaardag gegeven.

En oh, wat was ik er blij mee! Ik sleepte dat ding overal mee naar toe en had er altijd plek voor. Tot het moment dat ik middenin het laatste boek van de Hunger Games was, en opeens de hond een stuk wilde lopen. En ik wilde niet ophouden met lezen, want het was zo spannend!

Amazon heeft een superchille Kindle app die synct met het fysieke apparaat, waardoor je gewoon op je telefoon verder kan lezen. Dus raad eens wat ik gedaan heb 😉 Daar liep ik hoor, met de hond aan de lijn, te lezen en te lopen. (Ja, ik ben zo’n persoon.)

Sindsdien is mijn Kindle veel meer gaan verstoffen, want ik ben een van die mensen die net zo lekker van een scherm leest als van een boek. Ik ben nooit ook echt super zuinig geweest op boeken – voor mij zijn het gebruiksvoorwerpen en zijn het toegangspoorten tot het verhaal. De vorm maakt me niet zo veel uit, ik verlies me in het verhaal. Dus ja, ik leg het boek soms open op de bank neer, ik maak ezelsoren. Ik maak het boek niet actief kapot, maar als de rug er strepen op heeft zitten en het boek valt bijna uit elkaar, ben ik er niet verdrietig over. Het verhaal verandert immers niet!

Hoe ik het consumeer – via scherm, kindle of papier, boeit me ook weinig. Ik consumeer het verhaal het liefst met zo min mogelijk hindernissen, dus ik lees verrassend veel van mijn telefoonscherm. Waar dan ook. (Zo heb ik een keer van schrik “NEE!” geschreeuwd tegen mijn telefoon in mijn handen omdat er iets SUPER heftigs in mijn boek gebeurde, midden op straat. Goed ding dat het half twaalf ’s avonds was en er verder niemand op straat was , ahem!)

digitaleboekenkastSinds ik via Kindle lees, is er dus niet zo veel meer aan fysieke boeken bijgekomen in mijn boekenkast. Joris (J. Sharpe) merkte ooit op, toen hij in mijn huiskamer kwam, dat hij verwachtte dat ik  meer boeken zou hebben – ik heb een kast of twee), maar het is niet zo gek, sinds 2011 is er nog vrij weinig fysiek bijgekomen op de Zilverboeken na, en mijn man is al jarenlang meer van de luisterboeken. Dit is mijn Amazon account van de afgelopen maanden, en 187 items in mijn digitale boekenkast. 99% daarvan is gelezen 😉

photo_2020-05-14_11-36-27

Dat was een beetje een meanderend verhaal, sorry! De reden dat ik deze post schrijf is omdat ik over dit onderwerp een aankondiging wil doen: de Lentagontrilogie is nu ook beschikbaar in e-formaat! Voor je Kobo, of je Kindle, of op je telefoon – wat je maar wil. Je kunt ze bestellen via de webshop van Zilverspoor!

Dat betekent dat je nu in deze Corona tijd dus ook (mijn) boeken (en die van mijn collega’s, want er zijn inmiddels bijna vijftig Zilvertitels beschikbaar en dat wordt nog meer!) kunt lezen zonder dat je fysiek het boek hoeft te halen. Zo fijn!

(Mocht je meer informatie over de Lentagon serie willen bekijken, die vind je hier)

Ik wens jullie allemaal heel veel leesplezier. ❤

 

over wat mij een warm hart voor moderne fantasy bezorgd heeft

“Oh, moderne fantasy. Wat apart,” zei een lezer ooit tegen mij op een beurs, toen ze een van de Lentagonboeken in handen had. “Dat zie je niet zo vaak.”

En dat klopt, neem ik aan, als je dingen als urban fantasy niet in acht neemt. Hoewel ik epische fantasy zeker wel geschreven heb, is het overgrote deel van de fantasy die ik schrijf zo modern dat het tegen science fiction aanschuurt. En hoewel ik heel rebels roep dat ik me niet wil binden aan vastgestelde hokjes en gewoon lekker wil doen waar ík zin in heb, en schrijven wat ík graag wil lezen (en dat ook zeker waar is!) heeft het me wel doen afvragen hoe ik daar zo bij gekomen ben. Hoe kwam het dat ik me daar instinctief zo comfortabel mee voel? Want de boeken die ik altijd gelezen heb, en die het meeste invloed op me gehad hebben tijdens mijn tienerjaren en toen ik in de twintig was, waren met name de boeken van George R. R. Martin, Robin Hobb en Robert Jordan. (Met een dosis Stephen King erbij, trouwens) Geen van alle erg moderne fantasy.

En toen realiseerde ik het me, want het staart me al jaren in mijn gezicht en ik ben soms een beetje blond. Natúúrlijk had ik een intense invloed tijdens de jaren dat ik echt serieus begon met schrijven. En natúúrlijk heb ik daar talloze uren in gezonken. Natuurlijk was het Final Fantasy.

Toen mijn man (toen nog mijn vriend) en ik gingen samenwonen  en ik de tere leeftijd van net 19 had, poelden we onze resources samen. We maakten boekenseries compleet, we genoten van elkaars cd collectie, en hij had een playstation. Man wat hebben we een hoop lol van dat ding gehad. Pinball toernooien, Tekken drinking games (als je een gevecht verloor, moest je een shotje nemen), …en Final Fantasy 7. De grap is dat ik daar nog niet eens begonnen was, initieel. Ik liet hem nog even links liggen.

Maar Final Fantasy 8 kwam rond die periode uit, toen we net op onszelf woonden in 1999, en díé hebben we echt kapot gespeeld. Final Fantasy 8 was mijn eerste FF game, en man wat was ik verslaafd. Final Fantasy 8 is een moderne, grungy setting, waarbij magie ook gebruikt kan worden, door het harnassen van natuurgeesten/summons/guardian forces. Maar ondertussen hebben ze auto’s, treinen, machinegeweren en wat dies meer zij. Ik heb er honderden uren in gezonken, in zowel de shitty PC versie als de wél werkende playstation versie.

En toen, een jaar later (eind 2000), heb ik tijdens de kerstvakantie Final Fantasy 7 eindelijk opgepakt. En daar heb ik ook van genoten. Die laatste eindbattle tegen Sephiroth zal ik nooit vergeten. Het was op een zaterdagavond laat, ik besloot de laatste dungeon (Northern Crater) in te gaan en hem te verslaan ter experiment, want ik was helemaal nog niet sterk genoeg en ik was helemaal niet zo goed in deze game als ik in FF8 was (ik vogelde pas aan het einde van de game uit dat je materia kunt breeden. UGH), maar ik had zoiets van: ach, het is zaterdagavond, let’s GO. Dus ik daalde de krater af, en dat is nog best een tijdrovende dungeon crawl, en ik kwam bij de eindbaas. Sephiroth, die de wereld zou vernietigen met een meteoorinslag. Dus we vochten. En het was EPISCH. Ik was tot drie keer aan toe een seconde verwijderd van een total party kill, en de totale battle duurde denk ik anderhalf uur. De battle music (het iconische One Winged Angel) knalde door mijn speakers. Ik schreeuwde tegen mijn TV. En toen lukte het, en ik zat trillend van de adrenaline, en Olli kwam het eindfilmpje met me kijken. En we keken naar buiten en realiseerden ons dat het buiten keihard aan het sneeuwen was en dat het twee uur ’s nachts was. Dus toen zijn we midden in de nacht door de sneeuw gaan lopen, omdat we allebei ZO HYPE waren dat we anders niet konden slapen.

Die herinnering neemt niemand me meer af. Ik heb later de anderen ook nog gespeeld, trouwens, hoor. 6, 9, 10, 12, 13, 13-2 en 15. FF11 en 14 zijn MMO’s, dus die stonden wat lager op het lijstje. Komt nog.

En als je het zo bekijkt, is het niet zo gek dat ik dus ook moderne fantasy schrijf, zoals in Final Fantasy 7 en 8. (en 15, mijn andere favoriet, maar die heb ik pas deze winter kunnen spelen)

Oh, en de Final Fantasy 7 remake? Fantastisch. Aanrader. Hell yeah, enzo. 🙂

 

quarantaineleesvoer! :)

Image result for quarantaineIn het kader van ‘het kan allemaal nog erger’ dacht ik dat het leuk was om een fragment te delen uit een van de korte verhalen uit Verloren Zielen, genaamd ‘Onze plaats in het universum‘, waarin de wereld óók gedwongen wordt om zichzelf te isoleren tijdens een virus. Niet om de infectie te verspreiden, want daarvoor is het in dit verhaal al te laat, maar om je te verstoppen voor de infectie terwijl de economie en de samenleving in elkaar storten. Het kan dus allemaal nog erger. Relativeren kun je leren! 😉

Bij deze een stukje uit Onze plaats in het universum, het verhaal wat ik samen met Corina Onderstijn geschreven heb. Een stukje leesvoer over en voor quarantaine! 🙂


 

Dag vier breekt aan en de waterdruk valt weg. Mijn drang om iets te doen wordt ondraaglijk. Het eindeloze stilzitten en niks-doen vreet aan me. Ilse grijpt het feit dat ze ook niet meer kan douchen aan om nog meer te janken. Ik ben er zo klaar mee. Ik wil iets nuttigs doen.

Linda zit ook op actie te wachten, dus we duiken Antons kasten in op zoek naar dingen die we zouden kunnen gebruiken: waxinelichtjes, lucifers, dekens… We inventariseren al het eten en delen het in op basis van houdbaarheid en bereidingswijze, want stel dat de stroom ook uitvalt, of de gastoevoer afbreekt?

Anton maakt zich daar niet zoveel zorgen om, hij toont ons een schoenendoos vol batterijen, een handaangedreven generatortje, en een petroleumstoof met flessen brandstof.

‘Het is maar zo’n sierdingetje, maar wanneer het echt koud wordt zal het helpen, al is het maar enkele dagen,’ legt hij uit. Anton, onze doomsday prepper. Ik ben hem er dankbaar voor en ben blij dat we bij hem kunnen schuilen. Hij lijkt het fijn te vinden om het voortouw te nemen, lijkt troost te vinden in de barricades en de voorraden in zijn huis. Misschien is dat hoe hij zichzelf staande houdt.

Anton besluit dat nu we nog kunnen koken, we alle bederfelijke waren eerst moeten opmaken. Ilse sputtert even tegen als hij een pak chocoladerepen bij haar weg haalt om te bewaren. Gelukkig bindt ze snel in.

Ook Linda begrijpt het. Na vier dagen is haar geduld met Ilses eindeloze gejammer ook op. ‘Natuurlijk wil je douchen, we willen allemaal douchen, maar er is niet genoeg water meer! En dat is nog het minst van onze problemen! Zullen we even nadenken over drinkwater?’ snauwt ze tegen haar beste vriendin. Ik heb ze nog nooit eerder horen ruziën. Het is echter een belangrijk punt, en eentje waar ik me ook zorgen over maak. Water kun je niet voor eeuwig opslaan, maar gelukkig wonen we wel in Nederland.

Ik stapel potten en pannen op, loop ermee naar de deur en leg mijn plan uit voordat iemand me tegen kan houden. ‘We moeten van de herfstregens gebruik maken, water opvangen. Op het dak moet het nog relatief veilig zijn. Daar kunnen alleen andere bewoners bij en het is om ons heen stil geweest. Ik doe mijn oordoppen in en klop vijf keer snel achter elkaar op de deur als ik terug ben.’

Anton opent de deur voor me en legt een hand op mijn schouder. ‘Als je over een kwartier niet terug bent, kom ik je halen.’ Hij overhandigt me een verrekijker en fluistert: ‘En kijk even hoe de stad erbij ligt. We houden het niet lang vol zo.’ Een klein knikje richting de woonkamer zegt me voldoende. Vier getraumatiseerde mensen in een twee-kamer appartement. De waterdruk is misschien weg, maar de druk op emoties loopt rap op.


 

Onze plaats in het universum is een van de twaalf verhalen in de bundel, maar wel meteen de langste. There’s a lot to love! 🙂 Meer informatie over de bundel vind je hier!

Wil je weten hoe het verder gaat met Len en zijn vrienden in isolatie? Of ben je nieuwsgierig naar de andere verhalen in de bundel? Stuur me dan een berichtje en ik zorg ervoor dat je het boek (gesigneerd en al!) via de post krijgt. We regelen wel wat met een tikkie of zo. En anders kun je altijd nog kijken in de webshop van Zilverspoor, of natuurlijk Bol.com 🙂

 

winnaar winactie “verloren zielen”

Afgelopen week heb ik een lesje geleerd: mensen vragen om een gaaf berichtje te schrijven over waarom ze mijn nieuwe boek moeten hebben is een slecht idee. Alle reacties waren zo leuk en lief dat ik als een stekker baalde dat ik mensen moest teleurstellen. Ik was van plan om het compleet op basis van “leukheid” te doen, maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen.

Vandaar dat ik toch lootjes heb getrokken. Zie het plaatje hiernaast, daar liggen ze, naast mijn vrolijke regenbooglichtjes toetsenbord. En, Mariëlle…. gefeliciteerd! 😀

Stuur me je adresgegevens even via FB berichtje, dan zorg ik dat je Verloren Zielen zsm thuisgestuurd krijgt. Heel veel leesplezier!

(en, de andere inzenders… sorry dat je het niet geworden bent. Ik hoop dat je het boek alsnog komt halen op de beurs <3)

win mijn nieuwe boek!

Cover Verloren ZielenHoera, het is zover: “Verloren zielen” heeft afgelopen weekend op Fantasy Fest zijn weg al gevonden naar de eerste lezers. We zijn live! Om dat te vieren, geef ik een exemplaar van “Verloren zielen” weg naar iemand die hem graag wil lezen. 🙂

Hier vind je meer informatie over mijn boek. Klinkt leuk? Vind je het wat? Wil je hem hebben?

Dan mag je de volgende stappen nemen:

  1. Laat een berichtje hier op mijn blog achter met waarom je hem graag wil winnen.
  2. Over een paar dagen – laten we a.s. vrijdag de 6e zeggen – kies ik een winnaar van de leukste reacties (dus doe je best! trek de registers over! overtuig me waarom JIJ dit boek moet krijgen)
  3. Hou mijn blog/FB/instagram in de gaten, daar kondig ik aan of jij het geworden bent. Dan contacteer ik jou voor de adresgegevens
  4. kampeer bij de brievenbus totdat mijn boek bij je is. 😀

En niet helemaal 5., deze is volledig vrijwillig… maar ik zou het héél fijn vinden als je dan een recensie voor me zou achter willen laten op Goodreads of Bol.com. Dan helpen we elkaar, zeg maar.

Dus de teller gaat NU in. Composeer je een mooie reactie voor me? 🙂

verloren zielen

bokeh photography of person holding fireworks
sparklers voor iedereen!

Ik heb het al een paar keer aangekondigd, maar het gaat héél binnenkort gebeuren: mijn nieuwe boek komt uit! Terwijl ik dit schrijf, ligt hij bij de drukker. De zetproef is gecheckt, de kaft is afgemaakt, de verhalen zijn opgepoetst… alles is klaar. Ik hoef alleen nog maar te wachten. Als het goed is, heb ik voor het einde van de maand mijn nieuwste kindje in handen. 😀

Goed, en voordat jullie allemaal omvallen van de nieuwsgierigheid, want dat doen jullie natuurlijk ALLEMAAL… 😉 hier komen de stats:

Titel: Verloren Zielen

ISBN: 9879463081993

Uitgeverij: Zilverspoor

Inhoud: 12 korte verhalen!

  • Roze water, dystopische fantasy, winnaar van Fantastels 2013. Een jonge poortwachter moet keuzes maken om haar stad te beschermen van een plaag.
  • Rode Lantaarns, een Lentagon verhaal, winnaar van de Fantastels Deviantprijs 2012. Twee vijanden hebben een moment op Herdenkingsdag.
  • Blauwe luchten, een Lentagon verhaal, volgt direct op Rode lantaarns – de volgende morgen.
  • Theta, een Lentagon verhaal, speelt zich af tijdens de eerste vier hoofdstukken van Bloed & scherven en toont het directe moment dat de oorlog tussen Parsia en Jediah weer oplaait.
  • Nachtdienst, horror. Een jonge vrouw wordt lastiggevallen tijdens haar nachtdienst, en haar aanvaller is niet menselijk.
  • Excuses, fantasy. Een priester is op weg om het leven van zijn god te redden.
  • Uitgangen, urban fantasy/horror/existentiële shit (:D). Een jonge man ontdekt onder de invloed van drugs dat hij de mogelijkheid heeft om buiten de tijd te stappen.
  • Rozegeur en maneschijn, science fiction/fantasy, 3e plaats Waterloper verhalenwedstrijd 2019. Een dief probeert in het keizerlijk paleis in te breken om de kroonjuwelen te stelen.
  • Leercurve, cyberpunk. Twee broers melden zich aan voor een deathmatch toernooi.
  • Getij, fantasy. Een meisje met doodsmagie wordt er op uit gestuurd om de oorlog te beëindigen.
  • Onze plaats in het universum, dystopisch. Een mindfulness app gaat viral. De gevolgen zijn niet te overzien.
  • Zij die weggingen, urban fantasy. Geesten zijn niet alleen tijdens de schemering zichtbaar. Onder de juiste omstandigheden kan iedereen geesten zien.

Je kunt Verloren zielen binnenkort bestellen via alle bekende kanalen (boekhandels, bol.com, etcetera), het boek komen halen op beurzen (ik sta in maart en april op Fantasy Fest, Comic Con, FACTS en Elfia Haarzuilen met de rest van mijn lieve collega auteurs), of direct bij mij bestellen.

Voor nu wil ik afsluiten met hoe blij en trots ik ben dat deze verhalen eindelijk met jullie kan delen. Ik heb bij ieder verhaal in het boek kort iets gezegd, maar ik zou er dagen over kunnen door kletsen, want ieder van deze verhalen gaat me na aan het hart en is om zijn eigen reden speciaal voor me. Dus het feit dat jullie eindelijk deze verhalen kunnen lezen….. nou… sparklers voor iedereen, dus! 😀
Meer informatie volgt nog, inclusief de kaft. 🙂

 

een afsluiting en een begin

photo_2019-12-30_00-49-01.jpgTien jaar is niet niets. Natuurlijk moet je een decennium afsluiten met iets van een terugblik. En nu ik vandaag eindelijk uit mijn nestivus-modus (Nestivus: de dagen tussen kerst en Oud & Nieuw, zie plaatje aan de rechterkant) gekropen ben (en Final Fantasy XV bijna uitgespeeld heb *kuch kuch*), is het tijd om weer wat te gaan doen. We beginnen dus heel ambitieus: met een terugblik! Hij is nogal uitgebreid, dus bereid je maar voor… Hij is compleet met plaatjes en foto’s en vanalles. Het wordt een feestje! 😀

Oktober 2010, toen was ik al met bollen bezig 🙂

2010: Ergens in het eerste decennium van dit millennium, toen ik weer fanatiek begon met schrijven, beloofde ik mezelf dat ik voor publicatie zou gaan. Ik wilde rond mijn dertigste gepubliceerd worden, zei ik. En ik schreef en schreef en schreef, maar ik liet de eerste versies altijd liggen en verstoffen. Ik was meters aan het maken, ik experimenteerde, ik bouwde werelden. Ik had lol. Maar het was nog altijd amateurwerk. Natuurlijk was het dat 🙂
En eind 2010 (toen ik dus net dertig was) las ik een advertentie van Pure Fantasy: “Heb lef, stuur een verhaal in naar PF!” en dat deed ik, in een vlaag van verstandsverbijstering. Brutale mensen hebben de halve wereld, nietwaar? Ik pakte het enige verhaal dat ik in het Nederlands had liggen, poetste het op, en stuurde het in naar Pure Fantasy verhalenmagazine. …En ze haatten het niet. Het had werk nodig, maar ze wilden het best publiceren. Ik viel bijna flauw. En vervolgens sloeg de onzekerheid toe. Kón ik dit wel? Maar ik ging toch aan de slag. 🙂

2011:  In 2011 werkte ik samen met een van de toen-nog-redacteuren van Pure Fantasy, Cocky van Dijk, samen om mijn kortverhaal “Geboorterecht” publiceerbaar te maken. De samenwerking was super fijn. We begonnen onze mailwisseling over het verhaal met “Met vriendelijke groet” ondertekeningen, en eindigen met liefs en xxx. En toen, in oktober, verscheen de Pure Fantasy met mijn verhaal. Compleet met illustratie van Melchior van Rijn. De illustratie hangt in poster-vorm boven mijn bureau. Ik kan naar Sirka kijken wanneer ik wil 🙂  Ik vond het fantastisch.
Op de forums raakte ik aan de praat met Corina, die ook debuteerde met een kort verhaal in dezelfde bundel. En dat was het begin van onze vriendschap 😀
Eind 2011 riep Luitingh een manuscripten wedstrijd uit, waarbij het winnende boek gepubliceerd zou worden. Aangezien de reacties op “Geboorterecht” goed waren, besloot ik het verhaal dat ik in 2006 had geschreven (waar “Geboorterecht” de proloog van was), uit het Engels terug naar het Nederlands te vertalen en te herschrijven, redigeren en klaar te maken voor publicatie. Dream big, right? 🙂

aww, check dat “eerste versie” dan 🙂

2012: Dit jaar stond in het teken van twee dingen: 1) Het herschrijven van wat nu “Stof & Schitteringen” zou worden, en 2) de ontdekking dat mijn ingestuurde kortverhaal voor Fantastels verhalenwedstrijd goed was voor een 8e plaats! De hype van Fantastels gaf me de hoop dat ik dit kon, en het hele jaar werkte ik aan mijn manuscript, geholpen met een stel lieve proeflezers (*blaast kusjes naar de Braining schrijfgroep en haar man*). Tegelijkertijd begon ik aan het herschrijven van wat nu “Bloed & Scherven” is, want ook daar had ik een eerste versie van rondslingeren op mijn harde schijf (daterende uit 2008). Om een beter gevoel te krijgen voor antagonist Romain schreef ik kortverhaal “Rode Lantaarns”, die ik die herfst uitstuurde naar Fantastels verhalenwedstrijd, want waarom niet, toch?
“Stof & Schitteringen” stuurde ik vlak voor de deadline op 31 december uit naar de manuscriptenwedstrijd. En toen was het wachten geblazen.

knuffel van Cocky! Check mijn ongelovige gezicht, zo kijk je als je hoort dat je wss uitgegeven gaat worden 🙂

2013: Dit jaar begon slecht, met een afwijzing van Luitingh. Ik haalde de shortlist niet eens, en dat was even heel rauw op mijn dak. Om mezelf te troosten, schreef ik keihard door (serieus, ik denk dat 2013 mijn meest productieve jaar OOIT is, meer dan 200.000 woorden) aan de League wereld die ik deel met Brenda. Ik maakte bizar veel meters.
En toen kwam in de lente de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd, en werd “Rode Lantaarns” 7e en won de Deviant prijs. En niet alleen dat. Tijdens de uitreiking sprak ik Cocky van Dijk aan, nu redactrice bij Zilverbron, of zij “Stof” misschien niet zouden willen uitgeven.
Niet veel later kreeg ik het verlossende woord. JA.
Ik zette dit blog op en ging hard aan de slag met herschrijven, want het zou nog even duren voordat we zouden beginnen met de redactie. Maar dat was prima. Dankzij die wachttijd hebben we een véél betere scène in de boot op het Mentornameer.
Oja, en ik herschreef ook nog even een roman in de League wereld af, genaamd “Expendable Souls”, een oude Nanowrimo uit 2007. Gewoon, omdat het kon. Die zal het levenslicht waarschijnlijk nooit zien, maar ik heb hem laatst teruggelezen en het is misschien een van mijn favoriete verhalen die ik ooit geschreven heb.
Tijdens een vakantie in het Lake District in Engeland had ik een droom over een stad tijdens een plaag, en een poortwachter die goud aanneemt – en dat schreef ik uit tot een kortverhaal genaamd “Roze Water”, dat ik uitstuurde als mijn Fantastels inzending, en ging ik verder met mijn herschrijven voor “Bloed en Scherven”, omdat ik toch al ‘in the zone’ was.

2014-04-06 22.03.03
en zo kijk je als je Fantastels wint…

2014: Dit was het jaar van “Stof & Schitteringen”. De redactie, de publicatie, het nieuws dat we meteen “Bloed & Scherven” het jaar erop zouden uitgeven, Elfia…de andere beurzen, de eerste recensies… wat een stroomversnelling.
En niet alleen dat, omdat we toch al aan het winnen waren, won ik Fantastels verhalenwedstrijd met mijn verhaal “Roze Water”, een week voordat “Stof” gepubliceerd werd. We moesten gauw de achterflap van mijn boek op het laatste moment nog aanpassen. Ik kon het niet geloven – nog steeds niet, eigenlijk. 😉
Dat jaar tijdens Nanowrimo schreef ik de allereerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”, omdat ik een idee had voor een prequel. Daar is later letterlijk NIETS van overgebleven. Nouja, op de titel na, dan. Maar dat maakt niet uit. Je kan niet altijd winnen. En het is niet alsof ik het jaar niet afsloot met de redactie voor “Bloed & Scherven”.
…En de opmerking van Cocky dat ‘sorry, het einde moet echt anders…’ Dat was nog wel een dingetje. Ik moest de volgende dag 2 uur naar Heerlen rijden, naar een klant. Ik heb de hele weg (heen & terug) geknarsetand over hoe ik dit op moest lossen, maar uiteindelijk had ik een nieuw einde, en dat is het einde wat we allemaal kennen. Het einde wat de opening zou geven voor “Talent & Kristal”, maar daar komen we nog.

selfie met mijn boek!
ik ben hier zo happy, dat je nauwelijks ziet dat ik 4 uur slaap had die nacht

2015: Want dit was een flinke terugslag. Direct na het afronden van de redactie en mooi ‘on schedule’ voor de publicatie van “Bloed & Scherven” sloeg het noodlot toe, en mijn uitgever, Jos Weijmer, overleed plotseling…
Opeens was alles onzekerheid en verdriet. Ik kende Jos niet zo goed, dus ik leefde mee met anderen, en leefde in angst dat ik een contract getekend had, maar wat als de boeken nu niet meer uit zouden komen? We hadden net besloten dat er een deel 3 zou komen, namelijk. Ik had nét een geweldig idee gepitcht. Een paar maanden lang leefden we in limbo wat er met de uitgeverij zou gebeuren. De beurzen waren super weird en verdrietig.
Fantastels dat jaar werd gewonnen door mijn schrijfbuddy Brenda (ik werd 10e, waar ik super blij mee was, want mijn verhaal “Zij die weggingen” was een experiment ver buiten mijn comfort zone).
En toen, terwijl ik op vakantie was in Schotland, kwam het verlossende woord: Cocky en Barry zouden de uitgeverij overnemen, en de boeken die klaar hadden gelegen voor Elfia, zouden op Castlefest alsnog uitkomen! OMG!
Castlefest was geweldig, een droom. Elfia Arcen en FACTS volgden. En ik schreef, en ik schreef, en schreef aan de eerste versie van “Talent & Kristal”. 122K in drie maanden. Fucking gekkenhuis. Maar dit moest eruit, dit was het einde van de trilogie. Ik brak mijn hart in duizend stukken op dit einde.

2016: Corina’s boek “Vanbinnen en Vanbuiten” kwam uit, ik jureerde voor Fantastels verhalenwedstrijd, en het beursseizoen was een gekkenhuis. Ik mocht in een panel zitten voor “jonge, spannende stemmen in het genre” op de Harland Awards. Ik herschreef “Talent” voordat Cocky en ik samen aan de redactie togen. Het was een intense tijd, maar het zo waard. En toen kwam “Talent & Kristal” uit. Castlefest was een gekkenhuis qua verkoop, en toen moest de boekpresentatie op de Logeerboot in Dordrecht nog komen. Wat een heerlijke dagen waren dat ❤
In september was ik een weekendje weg met mijn man en hebben we samen de premisse herbedacht van “Vuur & Vergankelijkheid” waar ik vol enthousiasme aan wilde beginnen, maar helaas ging dat niet zo makkelijk als ik wilde.
Ik had een flinke burnout van “Talent & Kristal” en het afschrijven van de trilogie, dus schrijven voelde als dikke stront. Het enige wat lekker ging, was een kortverhaal genaamd “Uitgangen”, dat ik instuurde naar Fantastels. Misschien lukte dat alleen omdat het niet Lentagon-gerelateerd is. Ondanks dat, is het wel een van mijn favoriete kortverhalen ooit.

met Joris en Kim tijdens een panel op World Con

2017: In 2017 redigeerde ik boeken voor Zilverbron, want dat had ik erbij opgepakt. Wel fijn, want dan ben je toch creatief zelfs al komt er qua proza weinig uit je handen. “Elins keuze”, “Bloedengel” en “Enkele reis Mars” kwamen aan het begin van het jaar uit – van mijn rode pen als redacteur.
Mijn kortverhaal “Uitgangen” was te controversieel om door de eerste ronde van Fantastels heen te komen, en dat was een flinke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Gekoppeld met het feit dat schrijven voor geen meter ging, had ik het in 2017 niet makkelijk. Gelukkig waren de recensies van “Talent”, beurzen, de verkoop en de lieve lezers ontmoeten wel super leuk.
Ik zat in de jury van Edge Zero, wat pokkeveel werk was, schreef het voorwoord van die bundel, ging naar World Con met een aantal van mijn collega schrijvers (en had er een super tijd), en dwong Corina om een kortverhaal voor Fantastels met me te schrijven, ondanks dat ze het super druk had. Dat verhaal werd “Een tijdelijke oplossing”. In de aankomende verhalenbundel (daar later meer over) heeft hij een nieuwe titel, genaamd “Onze plaats in het universum”. Daarna leek het alsof er een dam brak. Iets in de combo van samen met Corina schrijven, en het lezen van Oathbringer van Brandon Sanderson opende een deur in mijn hoofd. Ik kon weer schrijven en ragde direct door naar het einde van de eerste versie van “Vuur & Vergankelijkheid”. Pffff.

signeren ftw

2018: Ik was druk aan het herschrijven voor “Vuur & Vergankelijkheid”, en vond na acht jaar bij CX een nieuwe baan (want ja, ik werk er ook nog naast). Minder training, meer consultancy bij de klanten thuis. Dat was best pittig, ook om dat nog te combineren met de redactie van “Vuur” die zomer. Fantastels was dat jaar voor het laatst. Het verhaal van Corina en mij werd 9e, waar we erg blij mee waren. Mijn schrijfgroep buddy Tijs won!
Castlefest was het publicatiemoment van “Vuur & Vergankelijkheid” en het was zo heerlijk om te zien hoe mensen bijna op me af renden om mijn nieuwe boek te halen. Ik redigeerde aan Kirsten Groots “De terugkeer van Layhar”, en dat project hield me ook lekker bezig.
En tja, toen was het tijd om te beginnen met een nieuw verhaal, een nieuwe boekenserie. Ik begon met “De prijs van water” schrijven. Iets héél anders! 🙂

mooi he, met zijn viertjes!

2019: Doordat mijn nieuwe baan qua drukte best wel mijn kont aan het schoppen was, kwam er van schrijven veel minder terecht dan ik zou willen. En toen het bedrijf waar ik werkte ging fuseren, maakte ik van de gelegenheid gebruik om wéér te switchen. Nog een baanwissel in twee jaar tijd, pffff.
In de tussentijd schreef ik kleine beetjes aan “Prijs”, redigeerde “Echo der Stervenden” voor mijn schrijfcollegaatje Natascha, schreef twee korte verhalen voor nieuwe verhalenwedstrijd Waterloper, genaamd “Nachtdienst” en “Rozengeur en maneschijn” (waarvan de laatste samen met schrijfbuddy Brenda) en probeerde tijd te vinden voor mezelf.
Ik telde woordenaantallen en realiseerde me dat ik met al mijn verhalenwedstrijd inzendingen en wat leuke Lentagon kortverhalen genoeg geschreven had om een bundel te kunnen vullen. Cocky vond mijn pitch leuk, en ik redigeerde samen met Tamara die zomer de verhalen. De bundel komt Q1 2020 uit, en heet “Verloren Zielen”. Ook schreef ik eindelijk de eerste versie van “De prijs van water” af, en rondde ik de redactie af van Ian Lavermans “De schaduwzijde van magie”. Pfew, dat was een bevalling, zo naast de rest van leven en mijn nieuwe baan!
Tijdens de uitreiking van Waterloper verhalenwedstrijd werden Brenda en ik 3e met ons verhaal “Rozengeur en manenschijn”, en mijn horrorverhaal “Nachtdienst” werd 10e. Ik was met allebei SUPER blij. “Nachtdienst” omdat het een experiment was (ik doe niet zo vaak échte horror), en “Rozengeur” omdat het een belofte is voor meer, later, een grotere, gedeelde wereld.
En nu is het jaar bijna af. Ik heb meerdere redactieprojecten tegelijkertijd lopen (*zwaait naar Roos, Suzanne en Heather*), en Cocky en ik zijn begonnen met de redactie van “De prijs van water”.

En nu?

  • Q1 2020: Bundel met kortverhalen “Verloren zielen“. Sorry, die hadden jullie nog tegoed, ik had dit najaar écht geen tijd voor de promotie van dit boek, dus die hebben we over het nieuwe jaar heen getild. In de bundel staan alle kortverhalen die ik in dit verslag genoemd heb (plus nog een paar leuke Lentagon verhalen), dus eigenlijk is “Verloren zielen” ook een terugblik op de afgelopen tien jaar 🙂
  • Elfia 2020: “De prijs van water“, boek 1 in de Paraiso serie. Ik zeg nu nog dat het een tweeluik is, maar dat heb ik vaker gezegd, dus ik durf niets meer te roepen 😉 Een actieverhaal in een moderne fantasysetting, maar een stuk bloederiger van spannender dan je van me gewend bent. Want monsters. En magie. En een kantoortoren, waarin mensen opgesloten zitten. Ik ben heel benieuwd hoe jullie hem gaan vinden!

Conclusie:

De afgelopen tien jaar hebben in het kader gestaan van schrijven, schrijven, schrijven. Vier boeken zijn het resultaat, en een bundel vol met kortverhalen die het bijna allemaal goed hebben gedaan op verhalenwedstrijden (en die ene die het niet goed deed, is het beste van allemaal). En dan kunnen we de geredigeerde boeken natuurlijk niet vergeten. Wat een absoluut gekkenhuis.

Ik had er geen seconde van willen missen ❤
Bedankt voor het lezen, het commentaar, jullie meeleven, jullie aanwezigheid, jongens. Laten we van 2020 een feestje maken. See you on the flip side! xx

 

 

hell yeah: mr. robot

Image result for mr. robot

Hier is de volgende aflevering van de “Hell yeah” serie. We gaan nu wat serieuzer, want Mr. Robot is heel veel dingen, maar grappig zou ik het niet noemen. Deze TV-serie is de reden dat ik begonnen ben met de Hell Yeah serie, want nadat ik de 7e aflevering van S4 had gezien, had ik zo’n behoefte om er met mensen over te praten, dat ik op Facebook naar support zocht. Reddit en Twitter zijn daar doorgaans prima voor, maar ik wilde even emotionele support vinden bij mensen die ik kénde. 🙂

Even een stapje terug. Wat is Mr. Robot? Aldus de broadcaster USA: MR. ROBOT is a psychological thriller that follows a young programmer who works as a cyber-security engineer by day and a vigilante hacker by night.” De hoofdrolspeler is Rami Malek, die in de tussentijd bekend is geworden met (en awards heeft gekregen voor) zijn Freddy Mercury rol in de Queen film. 

Iets meer informatie over de plot: Elliot en zijn zus Darlene (en damn, Darlene is een fucking koningin! i love her <3) zitten in een hackergroep genaamd fsociety die erop gebrand zijn om de 1% van de 1% van de rijksten in de wereld via slimme hacks onderuit te halen. Daarmee vernietigen ze ook zo ongeveer en passant de wereldeconomie, trouwens – en vanuit daar sneeuwbalt de boel flink de vernieling in. Twee stappen naar voren, drie stappen terug, zeg maar. En ja, probeer dan maar eens te redden wat er te redden valt…

Er zijn een hoop dingen die deze serie uniek maken. Het acteerwerk, de cinematografie en de muziek zijn fan-tas-tisch, bijvoorbeeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van de unreliable narrator, wat een van mijn grote zwakheden is (ik ben er dol op). Het effect lukt niet altijd 100% (in seizoen 2 werkt het een beetje tegen, zelfs – ik hoorde van mensen dat ze toen afgehaakt zijn, en ik vond zelf S2 ook het minste seizoen), maar de momenten dat het werkt, is het fantastisch.

Er worden flinke uithalen gemaakt naar ons 21e eeuwse leven, naar late stage capitalism, naar social media, maar ook naar de dingen die ons gaande houden. Sommige dingen moeten gezegd worden, en ik ben blij dat Mr. Robot ze zegt, ook al is het soms oncomfortabel om te horen.

Juist omdat het verhaal zo strak geplot is, mag je de serie iedere keer dat er weer een mindfuck onthulling gedaan wordt, opnieuw gaan kijken omdat bepaalde dialogen en keuzes dan in een ander licht worden getoond. Alles is zo dubbelzinnig en goed uitgewerkt dat de mindfucks echt geweldig werken. Genoeg dat ik een paar weken geleden op de bank zat en er tranen over mijn wangen biggelden van ellende omdat ik het opeens begreep, en ik weet dat zodra de serie totaal klaar is, ik heb weer opnieuw ga kijken. Voor de… derde keer, of zo.

Related image

Dus even als disclaimer: seizoen 1 start ontzettend sterk, seizoen 2 is een beetje wonky, seizoen 3 is weer erg goed, en seizoen 4 – recht naar het einde, is tot op dit punt (met nog 4 afleveringen te gaan) echt ongelofelijk goed. Iedere aflevering voelt als een season finale. (Vooral die van afgelopen week – ik zou bijna hier afhaken, dit was zo emotioneel cathartisch dat ik bijna niet verder wil kijken… ben bang dat alles alsnog de shit in draait) Dus ja, aanrader. Als je door S2 heen bent, ben je home free en is het genieten tot het einde. 😀

Oja, en had ik al gezegd dat de ICT en het hacken daadwerkelijk (grotendeels) klopt in Mr. Robot? Ik werk in de ICT en hoewel ik geen expert ben, snap ik wel het een en ander. Mijn man is nog veel tech-er dan ik en zit regelmatig bij films en series te schuimbekken omdat er letterlijk onzin op het scherm staat. Mr. Robot doet het goed. En dat is wel heel bijzonder, vind ik.

Dus ja, hell yeah! 🙂

 

 

 

hell yeah: John Dies At The End

En omdat we toch al aan het lachen waren met de “hell yeah” serie, hier nog een van de  humoristischer entries. Of is het dat eigenlijk wel? John Dies At The End. 😉

“Dave? This is John.”
“What, are you-”
Alive?
“-in an ambulance or something?”
“Yes and no. Are you still at the police station?”
“Yeah. We were both-”
“Have I died yet?”

Misschien heb je de film wel gezien, misschien heb je er wel eens van gehoord. “John Dies At The End” is een urban fantasy/horror boekenserie van (nu nog) drie boeken, geschreven door David Wong (pseudoniem van Jason Pargin).  En hier komt het deel waar ik moet gaan pitchen waarom het nu zo amazing is, en dat is waar het moeilijk wordt. De drie boeken in de serie heten “John Dies At The End“, “This Book Is Full Of Spiders (Seriously Dude, Don’t Touch It)” en “What The Hell Did I Just Read?“. Misschien dat dat het een en ander al uitlegt. 😉

“Just answer the question, please,” John said. “Did your dog ever levitate, or speak in dead languages?”
“What? No.”
“Are you sure?”
“Ma’am,” I said, “if your dog was dabbling in the occult it’s best you tell us now. We’re experts.”

John Dies at the End PosterHet gaat over John en Dave (en Amy), die in een stadje in mid-west Amerika wonen. Dankzij een avontuur met een vreemde drug genaamd “soy sauce” kunnen ze door dimensies heen kijken – eigenlijk zo ongeveer de hel in. Monsters zijn echt, ze zijn aanwezig, en ze zijn gevaarlijk.

John, Dave en Amy doen hun best om hun stadje en de wereld te redden tegen uitbraken van kosmische horror. Ze zijn echter ook niet al te slim (nouja, Amy wel), super cynisch (Dave), en eigenlijk gewoon een beetje white trash (John en Dave allebei), dus het gaat niet altijd even gemakkelijk.

“The problem isn’t that there’s not enough heroes in the world, the problem is too many dumb people assume they are one.”

Dave is de verteller van het verhaal, hoewel we soms ook stukken krijgen vanuit de perspectieven van John en Amy. Er wordt veel gespeeld met het concept van de onbetrouwbare verteller, wat een extra laag aan het verhaal meegeeft. De personages hebben allemaal een eigen stem, maar wat ze allemaal gemeen hebben is – buiten dat ze best vulgair zijn en er wat afgevloekt wordt – een hele laconieke manier om naar het leven te kijken. Ze zijn al ver voorbij de mental breakdown die je wel móét krijgen als je een leven als dat van hen leidt, en hebben zich neergelegd bij het feit dat het universum een teringbende is.

Maar wat de serie voor mij van “leuk/bij tijd en wijle hilarisch” naar “hell yeah” tilt, is dat de serie zichzelf inderdaad bepaald niet serieus neemt – meerdere malen heb ik in een deuk gelegen van het lachen – …totdat het dat wél doet. De serie is een mix van absurdistische platte humor en existentiële horror die je maanden later nog steeds aan het nadenken zet.

“PEOPLE DIE. This is the fact the world desperately hides from us from birth. Long after you find out the truth about sex and Santa Claus, this other myth endures, this one about how you’ll always get rescued at the last second and if not, your death will at least mean something and there’ll be somebody there to hold your hand and cry over you. All of society is built to prop up that lie, the whole world a big, noisy puppet show meant to distract us from the fact that at the end, you’ll die, and you’ll probably be alone.”

De drie hoofdpersonen hebben allemaal hun eigen problemen (in Johns geval verslaving, en in Daves geval depressie), en hoewel er vaak om gelachen wordt, wordt het bij tijd en wijle hartbrekend duidelijk dat ze eigenlijk gewoon goeie gasten zijn die met 3-0 tegen rondlopen in een wereld die ze niet nodig heeft. Stiekem is het een en ander psychologisch best goed verankerd, waardoor je steeds meer begint mee te leven met deze poor motherfuckers.

“A cockroach has no soul. Yet it runs and eats and shits and fucks and breeds. It has no soul, yet it lives a full life. Just like you.”
En net als je je er rot over begint te voelen, maken ze weer een platte grap en begin je weer te lachen. En dan ben je uitgelachen, en dan wordt er opeens een beeld geschetst van een parallel universum waar dingen (wel) nogal mis zijn gegaan, en dan zit je met een gruwelijk mentaal beeld dat je maanden later nog steeds achtervolgt.
Er zit een scene in boek 3 waar ik soms, in onbewaakte ogenblikken, aan moet denken. En dan zie ik dat beeld weer voor me, en dan huiver ik weer. Ik denk dat dát echte horror is. Ik word namelijk niet snel bang van boeken of films – maar deze boeken hebben me echt hier en daar wel een tik uitgedeeld.
De boeken zijn overigens niet perfect. Boek 1 heeft een traag middenstuk, boek 2 is qua toon anders dan de anderen, en boek 3 is zo’n mindfuck dat het moeilijk is om te weten wat er nou écht gaande is. Bovendien is de humor bij tijd en wijle zo plat dat als het je ding niet is, dat je waarschijnlijk afhaakt. Ik persoonlijk heb het gevoel voor humor van een twaalfjarige, dus ik vind t geweldig.
TL’;DR: Denk Dude, where is my car? ontmoet Supernatural, en dan kom je denk ik wel een heel eind. Dit is een boekenserie waarvoor ik alles laat vallen als er een nieuwe uitkomt, en die ik eens in de zoveel tijd probeer te herlezen, gewoon omdat ik het universum zo ongelofelijk gaaf vind, en omdat de personages me lief zijn.
“I didn’t cry. And if you think I did, good luck proving it, asshole.”
En, als afsluiter: ik weet vrij zeker dat als ik niet vlak ervoor What The Hell Did I Just Read had gelezen, dat ik dan eind 2017 nooit die bizarro actiedroom had gehad die de basis heeft gelegd voor mijn volgende twee boeken. De Prijs Van Water komt Q1 2020 uit. Dus, daar mogen we ook nog eens dankbaar voor zijn. 😉