een ode aan (en een verslag van) Fantastels

headingAfgelopen zondag was het opeens zover: de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd 2017. En niet zomaar een uitreiking, want het was de laatste keer. Fantastels gaat stoppen. Gelukkig zijn er al geluiden van anderen die een dergelijke wedstrijd gaan opzetten, naar goed voorbeeld, maar het blijft toch een einde van een tijdperk.

En wat heeft Fantastels een hoop voor me betekend. Even een trip down memory lane, hoor, jongens. Daarna vertel ik hoe dit jaar is afgelopen 😉

2011: Ik weet nog zó goed hoe nerveus ik was, toen ik voor Fantastels 2011 een verhaal instuurde. Het verhaal heette Leercurve. Ik had geen idee van het speelveld, of ik uberhaupt wel goed genoeg was, wat de jury zou zeggen. Het was mijn eerste keer en ik kende niemand die dit wel eens gedaan had, dus om te zeggen dat het een schot in het donker was, is een understatement. Ik was niet eens naar de uitreiking gegaan als mijn vriendin Brenda niet aangeboden had om met me mee te gaan voor steun. We hadden er nog een zonovergoten strandmiddag bij ook, en tot mijn grote schrik was ik niet alleen niet laatste, ik werd 8e. Mijn cyberpunk verhaal over jetpacks en death match arena’s was gewaardeerd! Eén jurylid had me zelfs op nummer 1 gezet. Ik viel bijna flauw van blijheid en opluchting. De bevestiging was overweldigend. Ik kon dus tóch schrijven.

2012: Natuurlijk moest ik toen doorpakken. Ik ging voor boekpublicatie en was dat jaar druk bezig met zowel het manuscript dat Stof & Schitteringen werd, als een complete re-write van het vervolg Bloed & Scherven. En omdat ik daar middenin zat, schreef ik een kort verhaal over de overbruggingsperiode tussen Stof en Bloed. Het ging over Valeria en Romain en een moment van toenadering tussen twee vijanden. Dat werd Rode Lantaarns. Een verhaal wat mij persoonlijk naar de keel greep (ik ship Valeria en Romain in hell, oké jongens), een hartsverhaal. Dus natuurlijk stuurde in hem in – in goed gezelschap van een kort verhaal dat ik jaren daarvoor ooit in het engels had geschreven.
Dat was Getij, een fantasyverhaal over een jonge magiër die gestuurd wordt om met haar magie via een pyrrische overwinning een einde te maken aan een oorlog. Getij vond ik een leuk verhaal, maar deed me niet zo veel als Rode Lantaarns.
Het eindigde op de 49e plaats, wat ik allang al oké vond. Rode Lantaarns kwam veel verder – die kwam in de eindronde terecht, op de 7e plaats. Door twee juryleden werd het op 1 gezet (o.a. Kim ten Tusscher, die mijn verhalen blijkbaar leuk vindt) maar de rest van de jury lag er zo mee overhoop dat er een speciale prijs in het leven werd geroepen: de Deviantprijs, voor het meest polariserende verhaal :’)

En dit is waar het interessant wordt, want Cocky van Dijk van Uitgeverij Zilverspoor was ook in de zaal. En had via een speech gezegd: als je een manuscript wil pitchen, kom dan bij me langs. Een paar maanden daarvoor was Stof & Schitteringen afgewezen bij de Luitingh Manuscripten wedstrijd, en Cocky had in die jury gezeten. Ik ging hij haar langs, legde mijn deviantprijs op tafel en zei heel cheeky: “Dit is mijn pitch!” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Blijkt dat Stof was afgewezen o.a. omdat hij niet in het label van Luitingh paste. En dat Zilver best met me in zee wilde. Ik kreeg mijn contract niet precies die dag aangeboden, maar het goeie nieuws kwam wel de dag erna! :O

2013: Tja, hoe top je zo’n entry dan? Ik had die zomer helemaal geen verhaalideeën, ik was zo druk met Stof. Tot de vakantie in de Lake District, toen ik een epische droom had over een stad middenin een plaag en een handvol goud. Ik wist daar dat ik iets had – iets dat ik alleen maar uit hoefde te werken. In zes weken werd dat Roze water, nog net voor de deadline van inzenden. Ik had niet zo veel verwachtingen van het verhaal. Het was semi-medieval fantasy, wat niet mijn forte is, en hoewel ik super blij was met de morele keuzes die in het verhaal getoond werden en het einde, vond ik toch nog wat snelheidsfoutjes in het verhaal nadat ik het ingezonden had. Bovendien waren mijn proeflezers niet wild enthousiast – de consensus was dat Rode Lantaarns van vorig jaar beter was, en ikzelf vond Corina’s inzending (Zoete val, die ik proefgelezen had) veel beter dan de mijne – dus ik ging ook alleen naar de uitreiking die april, luttele weken voordat mijn boek uitkwam.

En dan win je even. De foto die ik van de trofee maakte, is helemaal wazig omdat mijn handen zo trilden van de adrenaline. Die rush van dat winnen is onvergetelijk – het ongeloof ook vooral, want ik had het oprecht niet zien aankomen. Vooral op het moment dat Corina en ik in de top 2 belandden – toen wist ik zó zeker dat ik zou winnen, want zij had het beter verhaal, en dat vond ik helemaal verdiend. Maar toen werd de nummer twee aangekondigd en begon jurylid Gerard over ‘subtiliteit’ en toen wist ik het. Want Roze water is veel, maar niet subtiel :’)

Stof & Schitteringen was al klaar voor de drukproef op dat punt, dus we moesten nog even gauw op de kaft zetten dat ik Fantastels gewonnen had 😀

2014:  Natuurlijk kun je dat niet meer toppen, maar in 2014 had ik een verhaal (Zij die weggingen) over het vagevuur en loslaten na de dood, en daarmee schopte ik het tot de 10e plaats. Veel leuker nog was dat het verhaal van mijn vriendin/schrijfmaatje Brenda (Verborgen paden) dat jaar won. Stiekem ook een beetje mijn overwinning, want als Brenda de moeder is van dat verhaal, dan ben ik toch wel een beetje de tante. 🙂

2015: Dat jaar zat in in de jury, en wat was het leuk! Het was hard werken, maar ik las ontzettend veel verhalen – ergens in de veertig – en er zaten zulke juweeltjes tussen. Die ervaring was ook genoeg om in de Edge Zero scherpe woorden te zeggen over ‘de staat van de Nederlandstalige fantasy’ en hoe er gezegd wordt dat het niet goed genoeg is. Ik heb die verhalen gelezen. Ja, sommigen hadden nog werk nodig. Maar 90% van alles is crap. Die 10%? Ik las het met liefde. En zulke verhalen moeten gekoesterd worden, daar moet constructief advies op gegeven worden, aangemoedigd worden. Fantastels werkt vanuit dat perspectief en pas toen ik die integriteit en die liefde voelde als jurylid, begreep ik écht hoe belangrijk dat is. Ik heb mijn best gedaan om de schrijvers aan te moedigen. Want alleen zo komen we tot de verhalen.

2016:  Voor Fantastels 2015 schreef ik een kort verhaal (Uitgangen) dat ik persoonlijk een van mijn sterkste ooit vind. Het gaat over dimensies en de achterkamers van de werkelijkheid, en het is geen heldenverhaal – maar blijkbaar was het zo edgy dat het niet voor iedereen weggelegd is. Sommigen liepen ermee weg (dank je, jurylid Roos), maar anderen niet, en hij bleef steken aan het einde van de eerste ronde, op de 28e plaats. Hartbrekend. 😦 In 2017 ging het schrijven toch al niet zo lekker, dus dat was best moeilijk. Maar we geven niet op, uiteraard! Het kostte even… maar toen kwam het idee voor dit verhaal.

2017: Voor dit jaar stuurde ik een verhaal in dat ik ook al naar de Harland Awards van 2015 had gestuurd, en wat ik ietwat gestroomlijnd had, want daar werd hij (maar) 51e. Boem, bij Fantastels knalde ik met Excuses (vroeger Deus ex machina, wat een veel betere titel is) door naar de 2e ronde en een mooie 19e plaats. Ofwel mijn redactie heeft geholpen, of de Fantastels jury heeft een betere smaak. Laten we het maar op een beetje van allebei houden. 😉

En tegelijkertijd had ik de stoute schoenen aangetrokken en Corina overgehaald om ons ‘er is een iets’ concept uit… wat, 2015? – uit te werken tot een echt verhaal, een zombie apocalypse met een gave twist. Dat werd Een tijdelijke oplossing. En ondanks dat het een pittige samenwerking was omdat Corina het eigenlijk veel te druk had om te schrijven en we blijkbaar compleet andere schrijfritmes hebben, schopten we het tot de 9e plaats! Super blij, super tevreden, en man man, wat was het spannend! Want het tafeltje waar wij aan zaten nam zo ongeveer de helft van de top 10 in beslag.  Corina en ik werden 9e, Wendy werd 8e, Tijs werd 7e met zijn Harland veteranenverhaal… Mike Jansen en Sophia Drenth, die bij ons zaten werden 3e en 4e respectievelijk, en toen had Tijs zijn laatste verhaal nog in de race… en WON met zijn Rassenhaat in vijf gangen. ZO GAAF! Wat een heerlijke hoge noot om op te eindigen.

photo_2018-04-08_17-44-27

Tijs, Wendy, Corina, Brenda en ik hebben samen een chatgroepje, waarin we over schrijven kletsen, elkaar aanmoedigen, en voor elkaar proeflezen. We hebben elkaar geholpen om beter te worden. En zonder de lieve aanmoediging en het vertrouwen dat Fantastels me gegeven heeft, was dit nooit zo ver gekomen. Dan hadden Corina en ik niet kunnen bonden over onze inzendingen, waren we geen vriendinnen geworden. Dan had ik Cocky van Dijk nooit zo direct aangesproken om mijn boek aan haar te pitchen. Dan had ik nu geen drie boeken uitgegeven en een vierde onderweg.

Fantastels heeft mij geinspireerd om te creëren, om kansen aan te grijpen. Om béter te worden (want ik heb Roze water onlangs herlezen, en dat proza kan ik inmiddels beter). Om te genieten van creatie, om te spelen, en te experimenteren. En daar ben ik dankbaar om 🙂

Zoals Curtiss al zong:

Let me see your creation
like a gift you, you give to me.
Hey, go on to create!
If you don’t create anymore, who’ll give the world another meaning?
Hey, please go on to play!
If you don’t create anymore, who’ll give humankind inspiration?

Dank je wel, Anaïd en de juryleden van de afgelopen jaren. Het was me een genoegen ❤

 

Advertenties

zo goed als klaar voor de redactie!

IMG_20180320_100401863.jpg

#redactieselfie

De afgelopen maanden zijn hectisch geweest wat schrijven betreft. Nadat mijn proeflezers me met ideeën voor een extra plotdraad opscheepten, heb ik zo’n 20K aan het verhaal bijgeschreven. Niet dat je er héél veel van gaat merken, want ik heb ook een aantal goeie schrapsessies achter de rug, dus Vuur & Vergankelijkheid klokt nu in op 91K. Ongeveer even veel woorden als Stof & Schitteringen dus!

En ja, de titel staat nu ook eindelijk vast. Hij werd al genoemd in het leuke interview dat ik met Connie had voor Connies boekenblog, maar het is nu echt officieel. Het is lang tobben geweest omdat er zeker ook wat te zeggen is voor de andere titel die ik in mijn hoofd had, maar uiteindelijk denk ik dat deze beter past. En heel eerlijk, ‘vergankelijkheid’ is gewoon een mooi woord en zit al in mijn hoofd sinds de eerste exercitie om dit verhaal op te schrijven (wat niet eens leek op wat ik nu heb).

De opzet voor de kaft is er nu ook, maar die houd ik nog eventjes geheim.

Over een week of twee ga ik met Cocky beginnen met de officiële redactie. Spannend hoor! En man, wat ben ik er klaar voor om de laatste oppoetsronde in te gaan en de proza recht te trekken, want ik zie het niet meer. Ik zit op het punt dat ik een frase lees en denk: oh nee, gebruik ik die niet te vaak?! en dan een control-F door mijn document doe en zie dat het maar drie keer gebruikt is in het hele verhaal. Ik heb het inmiddels duidelijk te vaak gelezen :’)

Tijd voor échte redactie. En dan een release in Augustus op Castlefest.

My body is ready!

over plot en draden

tumblr_ojzkdynlni1vy2c2ho1_400Zo zeg, anders bedenk je even een hele nieuwe plotdraad nadat je proeflezers zeggen dat ze wat meer conflict in je verhaal willen. En dat terwijl je een deadline hebt van 1 maart. En je ook aan het bezig bent als redacteur voor een ander boek. …En dan als klap op de vuurpijl bedenk je óók nog eens, terwijl je een weekje in de bossen in Duitsland zit, een nieuw boekidee.

Gaat goed hier, joh! 😉

Als je denkt, goh, wat is die Kelly stil… nouja, dat is de reden dus. In de kerstvakantie kreeg ik de kritieken terug van mijn harde, maar rechtvaardige (en getalenteerde, knappe, geweldige…) proeflezers. En gelukkig stipten ze voor een groot deel de punten aan waar ik zelf ook mee zat, en waar ze me handvaten gaven voor verbetering, kon ik daar meteen ook wat mee. Nieuwe ideeën bloeiden op en begin januari ben ik begonnen met de hopelijk laatste versie voordat het manuscript naar Zilverspoor gaat.

Ik ben hard bezig met het vlechten van een extra plotdraad in mijn Lentagon boek, het herschrijven en schrappen van scènes die veel te veel wauwelen (zo’n 500 woorden per hoofdstuk, lekker joh), en het algehele oppoetsen van het hele verhaal. Het is een hoop werk, en het moet even gebeuren, maar het verhaal wordt er zo veel beter van. Dus we ploeteren verder.

(en intussen… intussen broeden we op een nieuw verhaal. Een heel andere wereld, een urban fantasy/horror plot. héél anders dan de Lentagon. maar zo, zo leuk!)

Oh ja, en als je in de tussentijd nog een leuk interview met me wil lezen, klik dan hier! 🙂

First draft: klaar!

tumblr_oex8qoOw4V1v7al35o1_400Laat ik maar met de deur in huis vallen: gisteravond heb ik mijn first draft naar mijn alpha proeflezers gestuurd. YES EINDELIJK!

Ik zal heel eerlijk zijn; dit was een stroef proces. Ondanks dat ik in het verhaal geloofde en in het potentieel, had ik een tijdje maar heel weinig geloof in mezelf. Stom hè, hoe dat gaat. Een nieuw project, nieuwe personages, wel dezelfde wereld maar een andere tijd-setting, en opeens is alles eng. Ben ik wel origineel genoeg? Kan ik je genoeg om de personages laten geven als ik maar één boek de tijd heb? Geef ik genoeg om deze mensen? Is mijn spanningsboog interessant genoeg?

Zulk soort dingen. Het kostte me een lange tijd om over die hobbel heen te komen, en die deadline van de uitgeverij komt steeds maar dichterbij. Tot twee weken geleden, toen ik in één keer de geest kreeg en de climax van het verhaal er zomaar uit knalde. Wat het hem deed? Het lezen van Brandon Sanderson’s laatste boek, Oathbringer. Op de een of andere manier weet Sanderson, met zijn kwaliteitsoutput en zijn waanzinnige werkethiek me altijd te inspireren. Het was zijn Mistborn serie die me destijds de moed gaf om mijn eerste kort verhaal te redigeren en in te sturen (dat was Geboorterecht, de proloog van Stof en Schitteringen), en nu heeft hij me weer de moed gegeven om het gewoon te DOEN.

Dus nu ligt de Lentagon prequel bij de proeflezers en is het een kwestie van afwachten wat zij er van gaan vinden. Spannend hoor!

Oh, en de titel? Die staat weer even op losse schroeven. Daar kom ik nog bij je op terug.

fantastels, dus…

headingOmdat ik een sukkel ben die het zichzelf graag moeilijk maakt, en omdat ik tevens een sukkel ben die altijd het gevoel hebt dat ik dat wel even doe/dat het wel goedkomt, heb ik dit jaar voor Fantastels de handen ineengeslagen met mijn vriendin Corina. Gewoon om te kijken of het kon. (wees niet bang, ik zal geen spoilers geven ;))

Begin augustus liep ik ’s avonds met de hond buiten, niet helemaal nuchter (laten we eerlijk zijn, het was vakantie, een zomeravond, en ik had een paar wijntjes op) en had een ‘holy shit’ moment, gerelateerd aan een oud idee dat we op de plank hadden liggen. Dus ik app Corina direct – ‘Ik denk dat ik een invalshoek heb voor ons oude verhaalidee’ zei ik, of iets in die geest. ik weet nog dat ik dacht, ‘hey Kel, da’s nog best laconiek voor het feit dat je GEEST IN BRAND STAAT’ en moest om mezelf lachen. Ik geloof dat ik, in al mijn niet-nuchtere-glorie, een beetje pushy was, en vond dat het moest gebeuren. Dit moest geschreven worden. Dus ik besloot alvast te gaan schrijven, met Corina’s zegen – ik moest dit kwijt.

Ik heb haar er een beetje in gesleurd en ondanks alle obstakels op de weg (zowel qua tijd – gelukkig had Corina het niet superdruk in die tijd *kuch kuch* sorry! – als aanpak als schrijfstijl) hebben we een verhaal afgeleverd, anderhalve dag voor de deadline. HOERA 😀

Wat een ervaring is het, zo’n samenwerkingsproces! Wat een leerproces! Dat je er dan achter komt hoe erg je verschilt in de manier waarop je het schrijfproces aanvliegt… Dat Corina veel langer over concepten wil nadenken en een outline in elkaar wil zetten terwijl ik al vijfduizend woorden aan pure stront heb geschreven die allemaal door de plee moeten… (en terecht trouwens hoor!) Dat Corina veel meer zintuiglijk schrijft en ik meer emotioneel. En de concessies die je moet doen aan de deadline, die met rasse schreden nadert.
‘Nou, zo moet het maar…’ was het gevoel bij inzending… maar dan diep van binnen ben ik toch wel trots op dit verhaal, en toch ook wel heel erg benieuwd zijn naar wat de jury ervan vindt. We hebben ons best gedaan, we gaan het zien.

En nu is het wachten geblazen…

(Corina, als het verhaal niet door de voorronde komt, dan is dat mijn schuld. Aan jouw schrijven lag het niet. Je was amazing en ik ben ongetwijfeld niet de gemakkelijkste. ILY! <3)

EDGE.ZERO – de beste verhalen van 2016

51u9zgzsz0l-_sx331_bo1204203200_Edge Zero is een initiatief van Peter Kaptein en Mike Jansen om de beste, meest spraakmakende en interessante verhalen van 2016 van Nederlandstalige schrijvers onder de aandacht van een zo groot mogelijk publiek te brengen. Schrijvers worden aangemoedigd om de verhalen die ze het afgelopen jaar naar verhalenwedstrijden ingezonden hebben, in te sturen naar Edge Zero; onafhankelijk van hoe goed ze het gedaan hebben. De Edge Zero jury/selectiecommissie kiest vervolgens via twee selectierondes de beste verhalen, die vervolgens gepubliceerd (en zelfs betaald!) worden.

Afgelopen lente vroeg Mike mij of ik plaats wilde nemen in de Edge Zero jury. “Lekker slush pile lezen,” zei hij nog, en ik dacht: dat doe ik wel even. Ahem. Such a sweet summer child I was. 😉

Edge Zero was mijn grote project van afgelopen zomer. Het kostte even wat meer tijd dan ik dacht, maar het was het wel waard. Er waren 139 verhalen ingestuurd, die in eerste instantie door een slush pile ronde heen moesten komen – en dan een tweede ronde, met een diepere beoordeling. De 20 beste verhalen kwamen in de bundel terecht.

Ik had ook een verhaal ingestuurd, (wat ik uiteraard niet zelf mocht beoordelen), maar die ga je helaas niet in de bundel vinden… hij is de eerste ronde doorgekomen maar heeft het niet tot de bundel gered. Boeh! Blijkt dat ik iets in het verhaal zag wat anderen er niet in zagen, maar niet iedereen heeft mijn goede smaak, blijkt maar weer. Nouja, volgende keer beter. 😉

Alle gepubliceerde auteurs: heel erg gefeliciteerd! Jullie verdienen het!! Er staan wat prachtverhalen tussen, dus ik raad iedereen zeker aan om te gaan lezen. De losse verhalen zijn te lezen op de Edge Zero website, maar je kunt de bundel ook kopen via Amazon.

Wat er niet op de Edge Zero website gepost is (tenminste, daar heb ik hem nog niet gezien, kan zijn dat ik een beetje scheel ben, sluit ik niet uit), is het voorwoord voor de verhalenbundel. Deze heb ik mogen schrijven. Ik heb heel lang zitten nadenken wat ik zou willen zeggen, want dit was mijn kans om iets in publiek te zeggen over “de staat van de Nederlandse genre literatuur”. Net als heel schrijvend Nederland, heb ook ik daar meningen over. Opgepast, een paar hele eerlijke en rake woorden hier. Ze komen recht uit mijn hart.

Er is de afgelopen jaren veel gezegd en geschreven over “de staat van de Nederlandse genreliteratuur”. Ieder jaar, in de lente, na de uitreiking van verhalenwedstrijden is er een jurylid, een inzender van korte verhalen, of een betrokkene, die in de pen klimt (of het toetsenbord) om een mening de wereld in te slingeren over hoe de Nederlandse markt voor Science Fiction, Fantasy en Horror erbij staat. (Alsof het een plantje is). Er wordt gekeken naar de internationale markt, naar de “grote namen”, en er wordt vergeleken. De vergelijking valt ieder jaar in ons nadeel uit. Ieder jaar wordt er dramatisch gezucht dat er geen kwaliteit in de Nederlandse (en Belgische) genreliteratuur te vinden is. Er is geen originaliteit, er is geen passie, er is niets baanbrekends. En laten we over de staat van de grammatica en het proza maar niet eens spreken.

Ik vraag me in dat geval af in hoeverre deze meningslingeraars deze verhalen daadwerkelijk gelezen hebben. Ja, natuurlijk zitten er een hoop verhalen tussen die niet goed genoeg zijn. De vuistregel is immers dat negentig procent van alles pure troep is. Maar die tien procent van de verhalen die wél goed zijn, die ruwe diamantjes die met een beetje liefde, proeflezen en redactie opgepoetst kunnen worden tot iets wat de lezers kan beroeren?

In veel gevallen zullen die nooit gezien worden. Soms sneuvelen ze in het peloton, omdat de juryleden nu eenmaal gruwelijk subjectief zijn, en smaken kunnen radicaal verschillen. Wat de een tot tranen roert kan de ander tenslotte compleet ijskoud laten. Soms redden de juweelverhalen het tot de top tien, maar blijft het verhaal vervolgens op de plank liggen omdat de auteur het niet publiceert.

De redenen zijn ontzettend uiteenlopend en het speelveld is zoveel breder dan de meesten denken. Als lid van de selectiecommissie van Edge Zero heb ik dit jaar een hoop verhalen onder ogen gekregen, meer dan ik als jurylid van Fantastels destijds ooit gelezen heb. Onder tijdsdruk en het mom van slushpile-lezen heb ik verhalen moeten afwijzen waar wellicht nog potentieel in zat. Helaas, want er kunnen maar zoveel verhalen in de bundel komen te staan. Het goede nieuws is dat ik die goede verhalen wel gezien heb. Er ís potentieel in de geesten en de toetsenborden van de Nederlandse en Belgische SF/F/H-schrijvers. Ik heb het gezien, en de mooiste verhalen van het afgelopen jaar zijn gebundeld in deze editie van Edge Zero. Nouja, subjectief gezien natuurlijk, want ook deze selectiecommissie is het met elkaar flink oneens geweest.

En nu vind je ze hier, in deze bundel. Neem eens de tijd om deze bloemlezing van fantastische verhalen te lezen, en wees lekker subjectief. Dat mag je zijn, als lezer. Als jurylid ook.

Maar laten we ons vooral ook focussen op de positieve punten, op initiatieven als Edge Zero. Laten we de staat van de Nederlandse en Vlaamse verbeeldingsliteratuur samen verbeteren, in plaats van ons af te spiegelen aan een markt die veel groter en volwassener is. Laten we schrijven, laten we lezen, laten we genieten. Laten we teruggaan naar de basis van de creatie en de verwondering en van daaruit sterker worden. Er is niets dat zegt dat we niet kunnen leren, dat we zelf niet in onze kracht kunnen staan en elkaar vooruit kunnen helpen. Door constructief commentaar te leveren, maar vooral ook door zelf te schrijven en de tijd te nemen om fantastische verhalen zoals die in deze bundel te lezen. Laten we hier beginnen. De organisatoren en selectiecommissie leden van Edge Zero hopen dat je zal genieten!

Dus. 😀

Uitslag winactie & camp nanowrimo

DSC_2259

het beste aan de zomer: lekker in de tuin schrijven!

Zo, de maand juli is weer voorbij. Wat is hij omgevlogen! Het was een drukke maand; zo met camp nanowrimo en de Edge Zero jurering. In de laatste heb ik me flink verkeken, vrees ik, dat is een stuk meer werk dan ik gedacht had (ik lees nu in een paar weken tijd anderhalf keer zo veel verhalen als ik voor Fantastels gelezen heb), dus dat is nog even aanpoten.

Gelukkig is het me wel gelukt om te schrijven. Niet zo veel als ik hoopte – uiteindelijk ben ik voor de maand juli op 15000 woorden geëindigd, maar het zijn wel goede woorden geweest. Ik heb tijd doorgebracht met mijn antagonist, ik heb heerlijk gechilld met mijn andere personages, en het plot begint nu echt te lopen. Het lijkt alsof die rottige 30K hobbel nu echt wel genomen is, en daar deed ik het voor. We gaan nu in een hogere versnelling, waar het spannend gaat worden, dus dan wordt het sowieso leuker. Vuur en verandering staat nu op 45000 woorden – ik denk dat we ongeveer halverwege zijn! 😀

Nou en dan verder nog, over de winactie: bedankt voor alle lieve reacties en felicitaties, mensen. Het was even moeilijk kiezen, maar ik ben tot een beslissing gekomen… ik wil Kirsten Groot graag feliciteren, want zij heeft mijn verjaardag winactie gewonnen. Ik stuur je een berichtje op Facebook, dan gaan we even afstemmen hoe Stof en Schitteringen bij je terecht gaan komen.

Voor degenen die toch nog nieuwsgierig zijn naar mijn boeken – aankomend weekend ben ik tijdens het leukste event van Nederland – Castlefest dus – het hele weekend te vinden in de stand van Zilverspoor/Zilverbron, dus kom vooral even langs voor een praatje… of om mijn boeken te bekijken. Vind ik gezellig!

WINACTIE: ik ben jarig, dus je kan winnen!

Het is 28 juli, de mooiste dag van het jaar (nouja, ondanks de regenbuien). Serieus, dat is wetenschappelijk bewezen (CHECK!). Om dat te vieren, net zoals vorig jaar, wil ik graag een van mijn boeken van de Lentagon trilogie verloten onder de commenters hier.

Je mag zelf kiezen of je Boek 1 (Stof en Schitteringen), boek 2 (Bloed en Scherven), of boek 3 (Talent en Kristal) wil hebben – dat hangt er een beetje vanaf hoe ver je al in de serie bent en of je de voorgaande delen al gelezen heb. Ik zal hem zelfs voor je signeren, met extra verjaardagsliefde!

Alles wat jij hoeft te doen is 1) me een fijne verjaardag wensen, en 2) vertellen waarom je dit boek graag zou willen lezen. (meer informatie over de boeken vind je op de website van mijn uitgever, of hier.) Maak er iets moois van, laat het uit je tenen komen. De leukste reactie krijgt van mij het Lentagon boek naar keuze.

Veel plezier, en drink er eentje van mij vandaag! xx

camp nanowrimo update

IMG_0029

Kelly anno 2004 (duidelijk nog een baby hier), op een camping in Valkenburg – schrijvend, omdat laptops meeleuren naar een tentencamping niet zo’n goed idee is. Maarja, wat moet je dan als je een goed verhaal idee hebt? Juist ja… notitieboekjes. Niet zo praktisch, dus! Het is een goed ding dat Camp Nano virtueel kamperen behelst… 😉

We zijn op dag 10 van Camp Nanowrimo. Ik zit in een virtuele ‘cabin’ met gezellige schrijfvriendinnetjes (en een schrijfvriend), en ik ben lekker aan het schrijven. Het gaat nog niet zo hard als ik zou willen, maar we zijn inmiddels bijna 8000 woorden verder (totale wordcount op het moment: 38K), en ik ben alweer lekker van mijn plot aan het afwijken en interessante details aan het bedenken die mijn verhaal verder tillen dan alleen een outline die uitgewerkt wordt.

Dat je dan gepland had dat Iris en Stefan een relatie zouden aangaan die niet bepaald over rozen ging door een valse start aan het begin – en dat ze vervolgens allebei smoorverliefd zijn en er geen speld tussen te krijgen is. Of dat ze de kristalmijn ingaan om kristal te halen en ze vervolgens gaan sightsee’en en de prachtigste dingen ontdekken. En Danira, die een wel ontzettend leuke manier heeft om niet te erg beïnvloed te worden door het kristal. Zulk soort dingen maken me domweg gewoon gelukkig; dit is waarom schrijven leuk is. Soms is schrijven het equivalent van kiezen trekken, maar soms is het ook het ontdekken van een wereld die misschien al ergens diep in je onderbewuste bestond, met al die sprankelende details en wereldbouw en persoonlijkheden. Dit is waarom ik het doe.

Help me hieraan herinneren als ik straks hopeloos in de knoei zit, alsjeblieft! 😉

camp nanowrimo

camp1Laten we meteen maar even met de deur in huis vallen: 30.000 woorden. Op dat wordcount bevindt Vuur en Verandering zich nu. Gaat best lekker, zou je zeggen, toch? Natuurlijk had ik al op het dubbele willen zitten, mijn doel was 1000 woorden per dag, maar voor wat het waard is, ben ik niet heel erg ontevreden. Ik ben ook op het punt aanbeland waar ik vorige keer stopte, dus vanaf nu ben ik niet meer aan het omgooien en herschrijven, maar vanaf nu komt er allemaal nieuw materiaal.

Dus, om een stok achter de schrijfdeur te houden, heb ik mezelf aangemeld voor Camp Nanowrimo. Even een mini-Nanowrimo om mezelf aan het produceren te krijgen en houden. Er zijn tenslotte deadlines te halen en ik wil dit verhaal nu écht een keer op papier schrijven. (De climax van dit verhaal wordt echt a-ma-zing en ik kan niet wachten tot ik die scenes uit kan schrijven!)

Ik heb net zoals de vorige twee maanden mijn wordcount op 30K gezet. Moet eigenlijk 31K zijn, aangezien juli 30 dagen heeft, maar ach. 😉 Mijn man gaat een weekje de deur uit, die gaat naar zijn ouders in Oostenrijk, dus ik heb het huis alleen. Om de eenzaamheid te verlichten, ga ik dan gewoon schrijven, is mijn doel. Bovendien heb ik een schrijfdagje met mijn vriendin Wendy ingepland, dus hopelijk kunnen we dan ook wat meters maken. Of ik kan een begin maken met dat korte verhaal idee dat ik al jaren in mijn hoofd heb zitten…. hmm…

Maar eerst: terug naar de slushpile van Edge-Zero. Er zijn verhalen die beoordeeld moeten worden!