cover reveal en interessante weetjes!

36714988_1782340185193205_5884754852273192960_nDegenen die me op Facebook volgen, hebben het al gezien: Hij is er, de prachtige cover van Vuur & Vergankelijkheid. En wat is hij mooi! Hij is gemaakt door niemand minder dan mijn man Oliver (die soms covers maakt voor Zilverspoor/Zilverbron) en man, ik heb hem op zowel mijn smartphone, laptop als desktop geïnstalleerd als wallpaper. Hij is alles wat ik hoopte en meer. ❤

Het heeft twee jaar geduurd, maar over een paar weken is hij te koop, de prequel van de Lentagonserie: Vuur & Vergankelijkheid. Een verhaal over woeste ambitie, een stukje romantiek, over dromen, en over de wereld verbeteren met je eigen blote handen. Want als je die mogelijkheid hebt, dan moet je die toch met beide handen aangrijpen?

En, omdat ik het beloofd had, komen hier een paar leuke weetjes over het vierde (en laatste) boek in de Lentagonserie:

  • In tegenstelling tot de andere boeken van de Lentagonserie, komt dit boek uit op het Zilverspoor label. 😀
  • Het eerste idee voor dit verhaal ontstond in maart 2012, in de trein op weg naar Den Bosch. Ik wilde een liefdesverhaal schrijven tussen een Parsiaanse en een Telchiaan, terwijl de oorlog tussen de twee landen uitbarstte. In dat eerste idee had Stefan zijn naam al, zijn Parsiaanse love interest heette “Julia ofzo”.
  • Mijn vriendin Kat vroeg me – ergens in 2014, toen ze Bloed & Scherven aan het proeflezen was, hoe de oorlog tussen Parsia en Jediah eigenlijk ontstaan was, en daar had ik toen een idee over, dus ik besloot die tijdens Nanowrimo 2014 uit te schrijven. De cast en opzet van dat verhaal hebben het helaas niet overleefd. Hoewel het een aantal leuke elementen had, is er niets van over. 50.000 woorden door de plee 😦
  • Tijdens een weekendje weg in September 2016 heb ik mijn man gevraagd om met me te brainstormen over wat ik voor Vuur kon doen, en het idee dat we samen bouwden, is uiteindelijk het boek geworden dat je nu in handen hebt. 🙂
  • Het boek speelt zich een beetje af in Jediah (in Backo, om precies te zijn), en grotendeels in Surral (in de universiteit van Haen en in de kristalmijn. Je weet wel, dat ding waar Joy, Sirka en Valeria nog even rondhingen tijdens Talent & Kristal)
  • De titel was BIJNA Vuur & Verandering geweest. Ik vind nog steeds dat beide titels goed passen, trouwens 😉
  • We hebben deze keer weer een cast van vier, drie meiden en een jongen, maar verder zijn alle verhoudingen compleet verschillend. In Vuur ontmoet je Leah Telchian (uit Jediah), Stefan Lentan (uit Jediah), Iris Manderlay (uit Parsia) en Danira Surong (uit Surral).
  • En, ik ga ‘m toch noemen hoor… dit keer ben ik minder hush-hush over de sexuele geaardheid van de personages. Waar we vorige keer blink-and-you-miss-it hints kregen van Sirka’s geaardheid, ben ik er dit keer open en bloot over. En tja, voor degenen die denken dat dit is omdat ik de golf van politieke correctheid aan het besurfen ben: denk wat je wil. Ik ben zelf ook niet straight en liefde is een belangrijk onderdeel in dit verhaal. 😉
  • Oh, en het belangrijkste liedje van de soundtrack van dit verhaal? Ook belangrijk om te weten, toch – hij staat zelfs vermeld in het boek zelf – is van Zeal & Ardor en heet “Come On Down”. Zet hem luid aan, maar niet schrikken – het heeft wat metal invloeden. 😉

 

Wat vind je van de cover en de weetjes? Ik hoor het heel graag!
Laten we samen hypen voor de release aan het einde van de maand. (Ja, op tijd voor Castlefest dus!!)

Advertenties

een tipje van de sluier

piotr-dura-crystal-cave2k
art by Piotr Dura

En opeens komt die releasedatum van Vuur en vergankelijkheid steeds dichterbij.. nog drie maanden en dan is ook dit kindje geboren! Mijn redacteur Cocky en ik zijn op dit moment hard bezig met de redactie, we zijn bijna halverwege. Het gaat lekker! Het is vooral strak trekken van de proza (zo veel stopwoordjes :() en dat is genoeg om me tijdens mijn vakantie (ik begin 15 mei met een nieuwe job) goed van de straat te houden!

In de tussentijd realiseerde ik me dat jullie eigenlijk nog heel weinig weten van dit verhaal, dus ik wilde graag een tipje van de sluier oplichten. Dit verhaal is namelijk heel anders dan de Lentagontrilogie. Ja, het speelt zich af in dezelfde wereld, maar zo’n zeventig jaar eerder, dus het sci-fi element moeten we voor een deel loslaten. Ze hebben nog telefoons met draaitoetsen, geen comms en dergelijke, want het internet is er nauwelijks en computers/TVs zijn luxeproducten 😀 De ‘feel’ van het verhaal wordt daarom een stuk minder futuristisch. Denk meer jaren ’80 fantasy, haha 🙂

Vuur & Vergankelijkheid gaat grotendeels over de uitvinding van het poortstation, en wat er nu uiteindelijk in die kristalmijn in Surral gebeurd is. Oplettende lezers van Talent & Kristal hebben de passage vast opgemerkt, toen Joy, Valeria en Sirka de grotten insneakten van wat vroeger de grote kristalmijn van Haen was, en nu nauwelijks begaanbaar:

‘Stel je voor hoe het hier zeventig jaar geleden was,’ zei Valeria. ‘Met al dat kristal, al dat potentieel…’ Ze klonk bijna gretig.

‘Mijn vader vertelde dat mijn grootouders dat nog gezien hebben. Hij beweerde zelfs dat ze erbij waren toen de mijn opgeblazen werd,’ zei Sirka.

Valeria grinnikte. ‘Zelfs je grootouders waren al revolutionairen. Het zit jou en Seamon blijkbaar in het bloed.’

‘Dat, of onze familie is gewoon vervloekt.’

Wat is er zeventig jaar geleden gebeurd? Dat vertelt dit boek. 🙂

een ode aan (en een verslag van) Fantastels

headingAfgelopen zondag was het opeens zover: de uitreiking van Fantastels verhalenwedstrijd 2017. En niet zomaar een uitreiking, want het was de laatste keer. Fantastels gaat stoppen. Gelukkig zijn er al geluiden van anderen die een dergelijke wedstrijd gaan opzetten, naar goed voorbeeld, maar het blijft toch een einde van een tijdperk.

En wat heeft Fantastels een hoop voor me betekend. Even een trip down memory lane, hoor, jongens. Daarna vertel ik hoe dit jaar is afgelopen 😉

2011: Ik weet nog zó goed hoe nerveus ik was, toen ik voor Fantastels 2011 een verhaal instuurde. Het verhaal heette Leercurve. Ik had geen idee van het speelveld, of ik uberhaupt wel goed genoeg was, wat de jury zou zeggen. Het was mijn eerste keer en ik kende niemand die dit wel eens gedaan had, dus om te zeggen dat het een schot in het donker was, is een understatement. Ik was niet eens naar de uitreiking gegaan als mijn vriendin Brenda niet aangeboden had om met me mee te gaan voor steun. We hadden er nog een zonovergoten strandmiddag bij ook, en tot mijn grote schrik was ik niet alleen niet laatste, ik werd 8e. Mijn cyberpunk verhaal over jetpacks en death match arena’s was gewaardeerd! Eén jurylid had me zelfs op nummer 1 gezet. Ik viel bijna flauw van blijheid en opluchting. De bevestiging was overweldigend. Ik kon dus tóch schrijven.

2012: Natuurlijk moest ik toen doorpakken. Ik ging voor boekpublicatie en was dat jaar druk bezig met zowel het manuscript dat Stof & Schitteringen werd, als een complete re-write van het vervolg Bloed & Scherven. En omdat ik daar middenin zat, schreef ik een kort verhaal over de overbruggingsperiode tussen Stof en Bloed. Het ging over Valeria en Romain en een moment van toenadering tussen twee vijanden. Dat werd Rode Lantaarns. Een verhaal wat mij persoonlijk naar de keel greep (ik ship Valeria en Romain in hell, oké jongens), een hartsverhaal. Dus natuurlijk stuurde in hem in – in goed gezelschap van een kort verhaal dat ik jaren daarvoor ooit in het engels had geschreven.
Dat was Getij, een fantasyverhaal over een jonge magiër die gestuurd wordt om met haar magie via een pyrrische overwinning een einde te maken aan een oorlog. Getij vond ik een leuk verhaal, maar deed me niet zo veel als Rode Lantaarns.
Het eindigde op de 49e plaats, wat ik allang al oké vond. Rode Lantaarns kwam veel verder – die kwam in de eindronde terecht, op de 7e plaats. Door twee juryleden werd het op 1 gezet (o.a. Kim ten Tusscher, die mijn verhalen blijkbaar leuk vindt) maar de rest van de jury lag er zo mee overhoop dat er een speciale prijs in het leven werd geroepen: de Deviantprijs, voor het meest polariserende verhaal :’)

En dit is waar het interessant wordt, want Cocky van Dijk van Uitgeverij Zilverspoor was ook in de zaal. En had via een speech gezegd: als je een manuscript wil pitchen, kom dan bij me langs. Een paar maanden daarvoor was Stof & Schitteringen afgewezen bij de Luitingh Manuscripten wedstrijd, en Cocky had in die jury gezeten. Ik ging hij haar langs, legde mijn deviantprijs op tafel en zei heel cheeky: “Dit is mijn pitch!” Ze moest lachen en we raakten aan de praat. Blijkt dat Stof was afgewezen o.a. omdat hij niet in het label van Luitingh paste. En dat Zilver best met me in zee wilde. Ik kreeg mijn contract niet precies die dag aangeboden, maar het goeie nieuws kwam wel de dag erna! :O

2013: Tja, hoe top je zo’n entry dan? Ik had die zomer helemaal geen verhaalideeën, ik was zo druk met Stof. Tot de vakantie in de Lake District, toen ik een epische droom had over een stad middenin een plaag en een handvol goud. Ik wist daar dat ik iets had – iets dat ik alleen maar uit hoefde te werken. In zes weken werd dat Roze water, nog net voor de deadline van inzenden. Ik had niet zo veel verwachtingen van het verhaal. Het was semi-medieval fantasy, wat niet mijn forte is, en hoewel ik super blij was met de morele keuzes die in het verhaal getoond werden en het einde, vond ik toch nog wat snelheidsfoutjes in het verhaal nadat ik het ingezonden had. Bovendien waren mijn proeflezers niet wild enthousiast – de consensus was dat Rode Lantaarns van vorig jaar beter was, en ikzelf vond Corina’s inzending (Zoete val, die ik proefgelezen had) veel beter dan de mijne – dus ik ging ook alleen naar de uitreiking die april, luttele weken voordat mijn boek uitkwam.

En dan win je even. De foto die ik van de trofee maakte, is helemaal wazig omdat mijn handen zo trilden van de adrenaline. Die rush van dat winnen is onvergetelijk – het ongeloof ook vooral, want ik had het oprecht niet zien aankomen. Vooral op het moment dat Corina en ik in de top 2 belandden – toen wist ik zó zeker dat ik zou winnen, want zij had het beter verhaal, en dat vond ik helemaal verdiend. Maar toen werd de nummer twee aangekondigd en begon jurylid Gerard over ‘subtiliteit’ en toen wist ik het. Want Roze water is veel, maar niet subtiel :’)

Stof & Schitteringen was al klaar voor de drukproef op dat punt, dus we moesten nog even gauw op de kaft zetten dat ik Fantastels gewonnen had 😀

2014:  Natuurlijk kun je dat niet meer toppen, maar in 2014 had ik een verhaal (Zij die weggingen) over het vagevuur en loslaten na de dood, en daarmee schopte ik het tot de 10e plaats. Veel leuker nog was dat het verhaal van mijn vriendin/schrijfmaatje Brenda (Verborgen paden) dat jaar won. Stiekem ook een beetje mijn overwinning, want als Brenda de moeder is van dat verhaal, dan ben ik toch wel een beetje de tante. 🙂

2015: Dat jaar zat in in de jury, en wat was het leuk! Het was hard werken, maar ik las ontzettend veel verhalen – ergens in de veertig – en er zaten zulke juweeltjes tussen. Die ervaring was ook genoeg om in de Edge Zero scherpe woorden te zeggen over ‘de staat van de Nederlandstalige fantasy’ en hoe er gezegd wordt dat het niet goed genoeg is. Ik heb die verhalen gelezen. Ja, sommigen hadden nog werk nodig. Maar 90% van alles is crap. Die 10%? Ik las het met liefde. En zulke verhalen moeten gekoesterd worden, daar moet constructief advies op gegeven worden, aangemoedigd worden. Fantastels werkt vanuit dat perspectief en pas toen ik die integriteit en die liefde voelde als jurylid, begreep ik écht hoe belangrijk dat is. Ik heb mijn best gedaan om de schrijvers aan te moedigen. Want alleen zo komen we tot de verhalen.

2016:  Voor Fantastels 2015 schreef ik een kort verhaal (Uitgangen) dat ik persoonlijk een van mijn sterkste ooit vind. Het gaat over dimensies en de achterkamers van de werkelijkheid, en het is geen heldenverhaal – maar blijkbaar was het zo edgy dat het niet voor iedereen weggelegd is. Sommigen liepen ermee weg (dank je, jurylid Roos), maar anderen niet, en hij bleef steken aan het einde van de eerste ronde, op de 28e plaats. Hartbrekend. 😦 In 2017 ging het schrijven toch al niet zo lekker, dus dat was best moeilijk. Maar we geven niet op, uiteraard! Het kostte even… maar toen kwam het idee voor dit verhaal.

2017: Voor dit jaar stuurde ik een verhaal in dat ik ook al naar de Harland Awards van 2015 had gestuurd, en wat ik ietwat gestroomlijnd had, want daar werd hij (maar) 51e. Boem, bij Fantastels knalde ik met Excuses (vroeger Deus ex machina, wat een veel betere titel is) door naar de 2e ronde en een mooie 19e plaats. Ofwel mijn redactie heeft geholpen, of de Fantastels jury heeft een betere smaak. Laten we het maar op een beetje van allebei houden. 😉

En tegelijkertijd had ik de stoute schoenen aangetrokken en Corina overgehaald om ons ‘er is een iets’ concept uit… wat, 2015? – uit te werken tot een echt verhaal, een zombie apocalypse met een gave twist. Dat werd Een tijdelijke oplossing. En ondanks dat het een pittige samenwerking was omdat Corina het eigenlijk veel te druk had om te schrijven en we blijkbaar compleet andere schrijfritmes hebben, schopten we het tot de 9e plaats! Super blij, super tevreden, en man man, wat was het spannend! Want het tafeltje waar wij aan zaten nam zo ongeveer de helft van de top 10 in beslag.  Corina en ik werden 9e, Wendy werd 8e, Tijs werd 7e met zijn Harland veteranenverhaal… Mike Jansen en Sophia Drenth, die bij ons zaten werden 3e en 4e respectievelijk, en toen had Tijs zijn laatste verhaal nog in de race… en WON met zijn Rassenhaat in vijf gangen. ZO GAAF! Wat een heerlijke hoge noot om op te eindigen.

photo_2018-04-08_17-44-27

Tijs, Wendy, Corina, Brenda en ik hebben samen een chatgroepje, waarin we over schrijven kletsen, elkaar aanmoedigen, en voor elkaar proeflezen. We hebben elkaar geholpen om beter te worden. En zonder de lieve aanmoediging en het vertrouwen dat Fantastels me gegeven heeft, was dit nooit zo ver gekomen. Dan hadden Corina en ik niet kunnen bonden over onze inzendingen, waren we geen vriendinnen geworden. Dan had ik Cocky van Dijk nooit zo direct aangesproken om mijn boek aan haar te pitchen. Dan had ik nu geen drie boeken uitgegeven en een vierde onderweg.

Fantastels heeft mij geinspireerd om te creëren, om kansen aan te grijpen. Om béter te worden (want ik heb Roze water onlangs herlezen, en dat proza kan ik inmiddels beter). Om te genieten van creatie, om te spelen, en te experimenteren. En daar ben ik dankbaar om 🙂

Zoals Curtiss al zong:

Let me see your creation
like a gift you, you give to me.
Hey, go on to create!
If you don’t create anymore, who’ll give the world another meaning?
Hey, please go on to play!
If you don’t create anymore, who’ll give humankind inspiration?

Dank je wel, Anaïd en de juryleden van de afgelopen jaren. Het was me een genoegen ❤

 

zo goed als klaar voor de redactie!

IMG_20180320_100401863.jpg
#redactieselfie

De afgelopen maanden zijn hectisch geweest wat schrijven betreft. Nadat mijn proeflezers me met ideeën voor een extra plotdraad opscheepten, heb ik zo’n 20K aan het verhaal bijgeschreven. Niet dat je er héél veel van gaat merken, want ik heb ook een aantal goeie schrapsessies achter de rug, dus Vuur & Vergankelijkheid klokt nu in op 91K. Ongeveer even veel woorden als Stof & Schitteringen dus!

En ja, de titel staat nu ook eindelijk vast. Hij werd al genoemd in het leuke interview dat ik met Connie had voor Connies boekenblog, maar het is nu echt officieel. Het is lang tobben geweest omdat er zeker ook wat te zeggen is voor de andere titel die ik in mijn hoofd had, maar uiteindelijk denk ik dat deze beter past. En heel eerlijk, ‘vergankelijkheid’ is gewoon een mooi woord en zit al in mijn hoofd sinds de eerste exercitie om dit verhaal op te schrijven (wat niet eens leek op wat ik nu heb).

De opzet voor de kaft is er nu ook, maar die houd ik nog eventjes geheim.

Over een week of twee ga ik met Cocky beginnen met de officiële redactie. Spannend hoor! En man, wat ben ik er klaar voor om de laatste oppoetsronde in te gaan en de proza recht te trekken, want ik zie het niet meer. Ik zit op het punt dat ik een frase lees en denk: oh nee, gebruik ik die niet te vaak?! en dan een control-F door mijn document doe en zie dat het maar drie keer gebruikt is in het hele verhaal. Ik heb het inmiddels duidelijk te vaak gelezen :’)

Tijd voor échte redactie. En dan een release in Augustus op Castlefest.

My body is ready!

over plot en draden

tumblr_ojzkdynlni1vy2c2ho1_400Zo zeg, anders bedenk je even een hele nieuwe plotdraad nadat je proeflezers zeggen dat ze wat meer conflict in je verhaal willen. En dat terwijl je een deadline hebt van 1 maart. En je ook aan het bezig bent als redacteur voor een ander boek. …En dan als klap op de vuurpijl bedenk je óók nog eens, terwijl je een weekje in de bossen in Duitsland zit, een nieuw boekidee.

Gaat goed hier, joh! 😉

Als je denkt, goh, wat is die Kelly stil… nouja, dat is de reden dus. In de kerstvakantie kreeg ik de kritieken terug van mijn harde, maar rechtvaardige (en getalenteerde, knappe, geweldige…) proeflezers. En gelukkig stipten ze voor een groot deel de punten aan waar ik zelf ook mee zat, en waar ze me handvaten gaven voor verbetering, kon ik daar meteen ook wat mee. Nieuwe ideeën bloeiden op en begin januari ben ik begonnen met de hopelijk laatste versie voordat het manuscript naar Zilverspoor gaat.

Ik ben hard bezig met het vlechten van een extra plotdraad in mijn Lentagon boek, het herschrijven en schrappen van scènes die veel te veel wauwelen (zo’n 500 woorden per hoofdstuk, lekker joh), en het algehele oppoetsen van het hele verhaal. Het is een hoop werk, en het moet even gebeuren, maar het verhaal wordt er zo veel beter van. Dus we ploeteren verder.

(en intussen… intussen broeden we op een nieuw verhaal. Een heel andere wereld, een urban fantasy/horror plot. héél anders dan de Lentagon. maar zo, zo leuk!)

Oh ja, en als je in de tussentijd nog een leuk interview met me wil lezen, klik dan hier! 🙂

First draft: klaar!

tumblr_oex8qoOw4V1v7al35o1_400Laat ik maar met de deur in huis vallen: gisteravond heb ik mijn first draft naar mijn alpha proeflezers gestuurd. YES EINDELIJK!

Ik zal heel eerlijk zijn; dit was een stroef proces. Ondanks dat ik in het verhaal geloofde en in het potentieel, had ik een tijdje maar heel weinig geloof in mezelf. Stom hè, hoe dat gaat. Een nieuw project, nieuwe personages, wel dezelfde wereld maar een andere tijd-setting, en opeens is alles eng. Ben ik wel origineel genoeg? Kan ik je genoeg om de personages laten geven als ik maar één boek de tijd heb? Geef ik genoeg om deze mensen? Is mijn spanningsboog interessant genoeg?

Zulk soort dingen. Het kostte me een lange tijd om over die hobbel heen te komen, en die deadline van de uitgeverij komt steeds maar dichterbij. Tot twee weken geleden, toen ik in één keer de geest kreeg en de climax van het verhaal er zomaar uit knalde. Wat het hem deed? Het lezen van Brandon Sanderson’s laatste boek, Oathbringer. Op de een of andere manier weet Sanderson, met zijn kwaliteitsoutput en zijn waanzinnige werkethiek me altijd te inspireren. Het was zijn Mistborn serie die me destijds de moed gaf om mijn eerste kort verhaal te redigeren en in te sturen (dat was Geboorterecht, de proloog van Stof en Schitteringen), en nu heeft hij me weer de moed gegeven om het gewoon te DOEN.

Dus nu ligt de Lentagon prequel bij de proeflezers en is het een kwestie van afwachten wat zij er van gaan vinden. Spannend hoor!

Oh, en de titel? Die staat weer even op losse schroeven. Daar kom ik nog bij je op terug.

fantastels, dus…

headingOmdat ik een sukkel ben die het zichzelf graag moeilijk maakt, en omdat ik tevens een sukkel ben die altijd het gevoel hebt dat ik dat wel even doe/dat het wel goedkomt, heb ik dit jaar voor Fantastels de handen ineengeslagen met mijn vriendin Corina. Gewoon om te kijken of het kon. (wees niet bang, ik zal geen spoilers geven ;))

Begin augustus liep ik ’s avonds met de hond buiten, niet helemaal nuchter (laten we eerlijk zijn, het was vakantie, een zomeravond, en ik had een paar wijntjes op) en had een ‘holy shit’ moment, gerelateerd aan een oud idee dat we op de plank hadden liggen. Dus ik app Corina direct – ‘Ik denk dat ik een invalshoek heb voor ons oude verhaalidee’ zei ik, of iets in die geest. ik weet nog dat ik dacht, ‘hey Kel, da’s nog best laconiek voor het feit dat je GEEST IN BRAND STAAT’ en moest om mezelf lachen. Ik geloof dat ik, in al mijn niet-nuchtere-glorie, een beetje pushy was, en vond dat het moest gebeuren. Dit moest geschreven worden. Dus ik besloot alvast te gaan schrijven, met Corina’s zegen – ik moest dit kwijt.

Ik heb haar er een beetje in gesleurd en ondanks alle obstakels op de weg (zowel qua tijd – gelukkig had Corina het niet superdruk in die tijd *kuch kuch* sorry! – als aanpak als schrijfstijl) hebben we een verhaal afgeleverd, anderhalve dag voor de deadline. HOERA 😀

Wat een ervaring is het, zo’n samenwerkingsproces! Wat een leerproces! Dat je er dan achter komt hoe erg je verschilt in de manier waarop je het schrijfproces aanvliegt… Dat Corina veel langer over concepten wil nadenken en een outline in elkaar wil zetten terwijl ik al vijfduizend woorden aan pure stront heb geschreven die allemaal door de plee moeten… (en terecht trouwens hoor!) Dat Corina veel meer zintuiglijk schrijft en ik meer emotioneel. En de concessies die je moet doen aan de deadline, die met rasse schreden nadert.
‘Nou, zo moet het maar…’ was het gevoel bij inzending… maar dan diep van binnen ben ik toch wel trots op dit verhaal, en toch ook wel heel erg benieuwd zijn naar wat de jury ervan vindt. We hebben ons best gedaan, we gaan het zien.

En nu is het wachten geblazen…

(Corina, als het verhaal niet door de voorronde komt, dan is dat mijn schuld. Aan jouw schrijven lag het niet. Je was amazing en ik ben ongetwijfeld niet de gemakkelijkste. ILY! <3)