Kelly kletst over schrijven (4)

19 Best Garden Lanterns: Outdoor Lanterns, Candle Lanterns, Solar
Kom erbij zitten, gaan we lekker kletsen over schrijven!

Tijd om weer lekker te kletsen over schrijven. Het is tenslotte al een tijdje geleden. 🙂

Wat is je favoriete genre om te schrijven?

Haha, net binnen en meteen al met beide benen gestrekt hè? Zoals jullie misschien wel weten (of niet) ben ik zo iemand die niet echt binnen hokjes wil schrijven. Ik ben meestal vooral bezig met verhalen vertellen en als ik gevraagd word om er een etiketje of een genre op te plakken, begin ik meestal te stotteren. Ik doe graag gekke niche shit, genre-overstijgend, en niet helemaal standaard.

Betekent niet dat ik de meest originele persoon ter wereld ben, hoor, maar ik heb meestal meerdere genres nodig om aan te geven wat een verhaal “is”. Ik hoor het soms ook wel bij recensies. “Ik verwachtte een SF verhaal en het heeft die elementen ook, maar het leest als een thriller.” “Dus de Lentagon serie is… moderne fantasy?” Als je een klassiek 1-genre verhaal van me ziet, dan is het meestal een experiment, een uitdaging aan mezelf, of een inzending voor een verhalenwedstrijd.

Maargoed, als ze echt een pistool op mijn hoofd zouden richten en ik zou onder druk NU moeten zeggen welk genre ik het liefste schrijf? Dan denk ik dat ik zou kiezen voor “moderne fantasy”, zoals de Lentagon serie is, en zoals de Paraiso serie eigenlijk ook is/wordt.

Wat doe je om geïnspireerd te raken? Kun je het opwekken?

Inspiratie opwekken is niet echt iets wat ik kan. Inspiratie werkt voor mij op een heel andere manier. Het gaan zitten en schrijven is eigenlijk gewoon een kwestie van DOEN. Bek dicht en schrijven, kreng. Het je ertoe zetten om te gaan schrijven gaat de ene keer gemakkelijker dan de andere keer, maar dat heeft meer met energie en motivatie te maken dan met inspiratie. Inspiratie helpt me niet om te schrijven, dat is doorzettingsvermogen. Inspiratie helpt me aan ideeën.

Echte inspiratie voor mij komt uit muziek, uit dromen, uit concepten en scenario’s die ik samen met mijn schrijfmaatjes (of in mijn eentje) brainstorm. Daar komen verhaalideeën uit voort en soms knagen die zo hard aan mijn brein dat ik ze wel op moet schrijven. Soms zijn ze zo sterk dat het moeilijk is om me op de echte wereld te concentreren, en ben ik erover aan het dagdromen tijdens het autorijden of het lopen met de hond. Dát is voor mij inspiratie. Helaas is dat niet is wat ik gemakkelijk op kan wekken.

(De Lentagon serie was daarbij een uitzondering. Tegen de tijd dat ik bij Boek 3 aangeland was, had ik een Spotify playlist die ik kon aanzetten om in de stemming te komen. Ik was op het punt dat die playlist een beetje een Pavlov reactie veroorzaakte, tot janken in de auto bij een bepaald liedje aan toe. Maar dat was wel toen ik al drie jaar keihard aan de trilogie aan het werken was).

Schrijf je in stilte of met achtergrond geluid? Met mensen of in je eentje?

Het maakt mij niet zo veel uit. Ik kan prima in stilte schrijven, maar met muziek aan filter ik achtergrondgeluid weg en kan ik ietsje beter in de stemming komen. Dan maakt het niet meer uit of er mensen in de kamer zijn. Tijdens mijn laatste schrijfweekend met mijn schrijfmaatjes zat ik op de bank met mijn laptop op schoot, en had ik Nothing But Thieves (indie-rock) en de FF7 Remake OST (dus game muziek) op repeat op mijn hoofd. Het was fijn dat de anderen er waren, maar dat was vooral om iedere 2.5K een shotje Jack Daniels Fireball te nemen om onze succesjes te vieren. 😉

Welk aspect van je schrijven ben je het meest in vooruit gegaan sinds je bent gaan schrijven?

Ik denk dat ik er twee noem:

  1. Het framen van scènes: iedere keer dat je een scene start, moet het voor de lezers duidelijk zijn waar we zijn, wie er aanwezig zijn, en wat ze aan het doen zijn. Zonder dat beeld is het voor de lezer ontzettend moeilijk om een voorstelling te maken van de situatie, en krijg je situaties als: “Oh, was hij er ook bij?” / “Waar komt hij nou opeens vandaan?” of: “Oooh, ze zitten aan het avondeten!” als je halverwege de scene bent en de hele tijd confuus bent geweest over de context. Context is belangrijk! Het wordt door jongere schrijvers regelmatig over het hoofd gezien – ook door mij, toen ik net begon met schrijven. Grappig genoeg heb ik het geleerd door narrative roleplayen, waar je gedwongen wordt om te beschrijven wie er aanwezig zijn en wat we aan het doen zijn, omdat anders je medespelers geen idee hebben waar we mee bezig zijn.
  2. het schrijven van actiescènes: ik ben pur sang een personageschrijver en ik werk vanuit mijn emoties. Dus ik zal eerder de gedachten en de gevoelens van een personage beschrijven, en bijvoorbeeld de sensaties (geur, smaak, kleur, licht) en acties daarna pas. Dat is op zich niet heel erg, maar als er dingen naast het personage exploderen – en dat gebeurt in de Lentagonserie vaker dan je zou denken – moeten de personages in de actie zitten. Geen tijd om na te denken, maar go go go! Mijn proeflezers en redacteur hebben daar best een dagtaak aan gehad om dat er een beetje uit te meppen, maar ik hoor het steeds minder vaak, dus… yay?
    Gelieerd hieraan is dat ik erg veel vechtsport kijk, en daardoor inmiddels ook weet hoe een vuistgevecht werkt. Whoo! Hebben al die nachten MMA kijken toch nog hun nut. 🙂

Je zwakke punten als schrijver

Zo, even met de billen bloot… er zijn twee manieren om deze vraag op te vatten, dus ik noem ze allebei:

  1. ik denk dat het bovenstaand is; omdat ik werk vanuit emotie en minder vanuit fysieke sensatie, zit ik soms nog wel eens vast in de hoofden van personages.
  2. Ik ben van het hollen en stilstaan. Ik probeer netjes door te schrijven, maar zonder een verhaal dat actief aan mijn brein vreet, heb ik echt een deadline nodig om te presteren. Zo niet, dan doe ik helemaal niets aan schrijven. Wat gek is, want ik ben dol op schrijven. Of meer, op geschreven hebben. 😉

Je sterke punten als schrijver

Nu de billen toch bloot zijn, laten we er veren in steken 😀

Ik denk dat mijn sterke punten als schrijver allereerst mijn personages zijn. Ik steek een hoop tijd in personages, motivaties, en persoonlijkheden, en ik denk dat dat ook wel toont. Als redacteur merk ik ook dat ik schrijvers daar goed mee kan helpen, dus ik zou deze als mijn belangrijkste sterke punt benoemen.
Mijn andere sterke punt (ik had ook twee zwakke punten, dus er komt er nog een) zijn denk ik mijn dialogen. 🙂

Wat denk je als je ouder werk terugleest?

Het is heel grappig, want ouder werk teruglezen is echt zo’n trip down memory lane. Ik last laatst iets terug wat ik in 2009 geschreven had (mijn laatste keer pur-sang real world thriller, als ik er over nadenk) en ik werd er helemaal nostalgisch van. Door details in het verhaal werd ik meteen weer teruggebracht naar de periode waarin ik het schreef. Dingen waar ik in die tijd mee bezig was, plaatsen waar ik kwam, onderwerpen die me toen na aan het hart lagen, namen van personages die ik overnam van klanten, of collega’s, of games of boeken die ik cool vond.

Aan de andere kant was ik aan het lachen om mijn proza, en hoe mijn zwakke punten in ouder werk nog veel scherper tonen… maar dat hou je, denk ik.

Zijn er onderwerpen waar je oncomfortabel mee bent om ze op te schrijven?

Ik had er een paar: namelijk seks, verkrachting en marteling. Ik vond die vroeger echt moeilijk om te schrijven, maar dat heb ik destijds gefikst door mezelf gewoon te dwingen dergelijke scenes te schrijven, zodat ik er minder tegenop zou zien. Oefening baart kunst, enzo!

Seks was uiteindelijk heel makkelijk – zolang je in gedachten houdt dat de scene de plot moet dienen en een functie moet hebben in het verhaal, kun je het goed een plaatsje geven. Ik zal nooit ronduit smutty porn gaan schrijven, maar ik ben er niet meer bang voor of zo. Het is gewoon onderdeel van het verhaal. En als Joy en Seamon een vluggertje onder de douche willen hebben voordat ze een gevaarlijke situatie ingaan, wie ben ik dan om ze tegen te houden? 😉

Verkrachting en marteling waren een stuk delicatere onderwerpen, en die heb ik mezelf daadwerkelijk gedwongen om te schrijven. Ik heb een personage in de League wereld – ze heet Irina Weisz en ze is een van mijn favoriete personages ooit – die uiteindelijk zichzelf naar de top van een maffia syndicaat had gewerkt (na veel trauma en bullshit), en toen moest ik wel. Ik had eroverheen kunnen kletsen, maar dat vond ik laf. Show, don’t tell, tenslotte. Als Irina dat in haar rugzakje had zitten, moest ik het ook onder ogen komen, vond ik.

Ik vond het heel waardevol om dergelijke scenes geschreven te hebben, hoewel ik me achteraf echt wilde douchen met dikke bleek. Ik heb er erg veel van geleerd. 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s