Algemeen·Stof en Schitteringen

nu wordt het spannend!

Pff, het blijft spannend hoor, je manuscript terugsturen naar je uitgever. Ik heb vorige maand de suggesties voor meta-redactie van Zilverbron ontvangen. Die vielen me ontzettend mee en waren eigenlijk niet eens zo heel erg veel werk, maar natuurlijk ga je dan weer je verhaal doorlezen en aan het einde zitten frutselen, of conversaties wijzigen, zinnen oppoetsen, scenes polijsten… serieus, volgens mij is dit verhaal nooit helemaal af.

Ik heb het verhaal inmiddels al zo vaak herschreven dat ik het idee heb dat er van de originele versie geen enkel originele zin is overgebleven, en nog steeds zie ik constant ruimte voor verbeteringen. Maar ik moet daar mee stoppen. Dit ding IS nooit af. Nooit. Maar op een gegeven moment moet je hem gewoon de deur uit doen omdat je niet meer ziet wat je nog moet doen door het woud van weerzin. Het is tijd dat er iemand anders naar kijkt.

Story of my life. Ik kan me herinneren dat ik mijn afstudeerproject voor het HBO op precies dezelfde manier uitstuurde: niet omdat het af was, maar omdat ik er zat van was constant te zitten plukken aan dingen die misschien niet eens zo heel erg fout zijn. Er was geen enkel moment dat ik euforisch ‘hoera het is af!’ riep. Ik was er gewoon klaar mee en moe van, en drukte op ‘versturen’ in mijn inbox. (Natuurlijk kreeg ik het volgende moment prompt een paniekaanval want ‘wat als het ruk blijkt te zijn?’ …Achteraf had ik een acht voor het project dus viel het allemaal hartstikke mee.)

Moraal van dit verhaal: soms moet je gewoon maar besluiten dat het af is, en je product overleveren aan de handen van de professionals. (Dan kunnen die het afbranden)

Whee! Ik ben in een hele rare bui vandaag. Dat is wat manuscripten uitsturen met me doet, blijkbaar. :’)

Algemeen·Muziek·Schrijven·Stof en Schitteringen

terugblik op 2013

Iedereen doet het; even terugblikken op het afgelopen jaar tegen de tijd dat je in december terecht komt… ik ook. Ik heb een aantal rituelen aan het einde van het jaar, als het buiten donker is. Een van die rituelen is mijn eindejaarsverslag op mijn persoonlijke blog, waarin ik letterlijk terugkijk op de hoogte- en dieptepunten in mijn leven en me afvraag wat ik van dit jaar meeneem, wat mijn doelen zijn voor het volgende jaar, etcetera. Vorig jaar heb ik mijn doelen ingesteld op genieten, veel naar concerten gaan, veel schrijven en oja, het zou héél leuk zijn als iemand Stof en Schitteringen zou willen uitgeven, maar ik verwachtte het niet… Heel bizar om hier een jaar later op terug te kijken… volgend jaar om deze tijd heb ik Stof gewoon hier naast me op mijn bureau liggen. Ik ben inmiddels al in contact met Zilverbron over (een verrassend klein stukje) metaredactie; de échte redactie begint volgende maand.

2013 is een heel goed jaar geweest. Niet alleen wat betreft schrijven (200.000 woorden geschreven én mijn boek wordt gepubliceerd) maar ik ben ook naar drie festivals en een slordige zestien concerten geweest in het afgelopen jaar (waarvan er meerderen echt volledig te gek waren). Ik heb in de zon gezeten, gelachen en gedronken en rondgehangen met mijn lieve vrienden, een fantastische vakantie gehad in Engeland, een hele inspirerende werktrip naar een klant in Budapest, gezondheid, liefde… ik denk niet dat je je heel veel meer zou kunnen wensen.

Op oudejaarsavond komt onze vriendengroep bij elkaar; standaard, vaste prik, als traditie. We luiden altijd samen het nieuwe jaar in met veel te veel champagne, bier, vuurwerk en goed gezelschap, maar ook met een momentje reflectie. Zo rond 22 uur gaat er een playlist aan met onze eindejaarsliedjes: juist die liedjes die voor jou 2013 representeren, of die je het vetst vond, of die je gewoon wil (laten) horen… of misschien juist je hoop uitdrukken voor 2014. We zitten met zijn allen bij elkaar en wanneer jouw liedje begint, leg je kort uit waarom. En dat is zo’n mooie traditie dat we het inmiddels al twaalf jaar volhouden. Het is soms emotioneel, maar heel vaak gewoon heel fijn om samen het jaar af te sluiten. We zijn vaak al maanden bezig met ons eindejaarsliedje uit te kiezen. Dit jaar was het voor mij een moeilijke keuze, want ik had er twee die voor de titel gingen.



Dit liedje is het geworden: “Big Thinks Do Remarkable” van And So I Watch You From Afar. (genre: math-rock, post-rock)
Waarom? Omdat deze band live speelde op de avond dat ik hoorde dat Zilverbron mijn boek wilde uitgeven. Het was het allerbeste nieuws ter wereld, en toen kwam ASIWYFA het podium op stuiteren en hun muziek is zo hoopvol, zo intens vrolijk, zo ik-kan-de-hele-wereld-aan, dat dit liedje het afgelopen jaar volledig weergeeft in mijn hoofd. Hoop en de zonneschijn in je ogen; zo zou het altijd moeten zijn.

Algemeen·Boeken·Engels·Stof en Schitteringen·TV

vrouwelijke personages in fictie

Ik struikelde vandaag op IO9 over een artikel dat gaat over een van mijn grote frustraties, namelijk mijn ‘wat is er in godesnaam toch mis met de weergave van vrouwen in TV/films/boeken?’ gevoel. Voordat ik weggeschoven word als een femi-nazi, wil ik vooropstellen ik ‘gewoon’ een feministe ben. Je weet wel, gelijke rechten, gelijke salarissen, etcetera. Ik ben me volledig bewust dat qua natuur en hormonen vrouwen anders in elkaar zitten dan mannen – maar niet zó veel. Ik kan me erg ergeren aan opmerkingen ‘dat is typisch een man’ of ‘jezus, wat ben je toch een wijf’. Nee, dat is niet geslacht… dat is persoonlijkheid! (of misschien opvoeding). Maargoed, dat is een ander verhaal.

Waar ik het over wil hebben, is dat ik gemerkt heb dat in fictie (films, tv series, boeken) de vrouwelijke personages zo verschrikkelijk onder drie groepen geschaard worden:

  1. Bitch
  2. Dom doosje
  3. Broedkip

Ik heb hier voor Geekstijl een aantal jaar geleden al flink over lopen ranten (en die gedachtes nooit afgemaakt, maar als je nieuwsgierig bent kun je hier en hier kijken), want ik word hier erg kriegel van. Ik moet letterlijk keihard nadenken om vrouwelijke personages in fictie te verzinnen die op hun eigen manier uitgediept, sterk en drie dimensionaal zijn. De meesten komen nog van vrouwelijke schrijvers ook. Waarom is dit zo’n probleem?

Vrouwelijke personages zijn net zo valide als de mannelijke personages. Ze kunnen hun sterktes en zwakheden hebben. Ze kunnen het verpesten, of ze kunnen de wereld redden. Ze kunnen aan de zijlijn staan. Het kan allemaal. Is het nu zo veel gevraagd om een uitgediept, leuk personage te hebben die gaaf en interessant is en niet geschapen voor een van de bovenstaande categoriën? Alsjeblieft?

Zoals deze quote al zei:

Screw writing “strong” women. Write interesting women. Write well-rounded women. Write complicated women. Write a woman who kicks ass, write a woman who cowers in a corner. Write a woman who’s desperate for a husband. Write a woman who doesn’t need a man. Write women who cry, women who rant, women who are shy, women who don’t take no shit, women who need validation and women who don’t care what anybody thinks. THEY ARE ALL OKAY, and all those things could exist in THE SAME WOMAN. Women shouldn’t be valued because we are strong, or kick-ass, but because we are people. So don’t focus on writing characters who are strong. Write characters who are people.

En weet je, bovenstaand citaat gaat natuurlijk niet alleen om vrouwelijke personages. Hetzelfde geldt voor mannelijke personages. Ik hoef geen prinsen op het witte paard; ik wil mijn mannen ook met fouten en interessante trekjes die hen gaaf maakt om over te lezen. Geef mij een Jaime Lannister met al zijn fouten en zijn coping mechanismes (Song of Ice and Fire; van George R R Martin) boven een Richard Rahl, waarvoor de meiden bij bosjes vallen omdat de de meest perfecte persoon OOIT is (Sword of Thruth; van Terry Goodkind). Geef mij een Skyler White (TV: Breaking Bad) die het beste moest maken uit een krankzinnige situatie (en oh, de haat die haar personage ontving… maar da’s een ander verhaal) of een Lucretia (TV: Spartacus), die een gruwel was tegen haar slaven en tegenstanders, maar zo ontzettend veel van haar man Batiatus en haar vriendin Gaia hield. Ik wil geen perfectie; ik wil menselijkheid. Dan interesseert het me niet zo veel wat het geslacht is; zolang het personage maar fantastisch is (ander voorbeeld: Raymond Reddington in de TV serie The Blacklist). Het is meer dat het zoveel makkelijker is om een geweldig mannelijk personage te verzinnen dan een geweldig vrouwelijk personage. En is dat niet raar? Is dat niet jammer?

Dat zou niet zo moeilijk moeten zijn, toch?

Ik ben me bewust van het feit dat ik met een blogpost als deze verschrikkelijke valkuilen aan het opzetten ben; ik ben dingen aan het benoemen waar een recensent me later op kan ‘pakken’. Maar als ik naar Stof en Schitteringen kijk (en ook het vervolg Bloed en Scherven, dat de verhaallijn afmaakt), dan zie ik een kracht in al mijn personages. Zelfs terwijl ze fouten maken – BRUTE fouten – zijn ze zichzelf, roeien ze met de riemen die ze hebben. Zelfs Sirka, met al haar goede bedoelingen. Zelfs Valeria, die allereerst handelt vanuit zelfbehoud. En zelfs Joy, die in haar pacifistische naïviteit zich te veel laat aanleunen. Ze hebben allemaal een verhaallijn, ze groeien allemaal, ze maken fouten en ze leren ervan.
Voor wat het waard is, ik doe mijn best. Nu de rest van de wereld nog. 😉

Bloed en Scherven·Fantastels·Schrijven·Stof en Schitteringen

dus, nanowrimo

Ik zit een beetje te dubben of ik dit jaar wel meedoe aan Nanowrimo. Aan de ene kant heb ik dit jaar al een slordige 160K (!!!!!!) geschreven, dus het is niet alsof ik het nodig heb. Aan de andere kant is het wel een waanzinnig mooie gelegenheid om weer terug te keren naar mijn kristal wereld; in December begin ik als het goed is samen met Zilverbron aan de revisies van Stof en Schitteringen, en ik heb inmiddels een veel beter idee van hoe ik Bloed en Scherven (het vervolg) wil laten lopen.

Dus ik weet dat het een perfecte gelegenheid is om Bloed aan te pakken. Het nadeel is alleen dat dit de derde keer is dat ik het verhaal compleet overnieuw schrijf. En dan slaat de weerzin toe: gedachtes als ‘ugh, zoveel werk’ en ‘het wordt toch weer inadequaat’ zetten de rem op mijn zin op weer aan de slag te gaan.
Wat grappig is, want de vorige keer dat ik Bloed tackelde, had ik het verhaal in een week op papier staan. Dus de hoeveelheid werk kan het niet eens zijn. ZOVEEL moeite is het nou ook weer niet. Ik KAN het wel.

En dan de laatste rem nog: ‘maar ik zit helemaal met mijn hoofd niet bij Kristal’ – dat is de enige die écht waar is. Ja, in mijn hoofd zit ik nog bij mijn Fantastels verhaal en bij de League. Mijn tijd met mijn Fantastels verhaal en de laatste 10K voor Irina zijn me niet in de koude kleren gaan zitten.

Seamon, Sirka, Valeria en Joy (en ook Romain, die je gaat ontmoeten in Bloed) zijn op het moment als verre vrienden waarvan je al een tijd niets meer gehoord hebt. Warme herinneringen, maar niet BIJ je op dit moment.

Ach, ik moet het ook gewoon gaan doen. The only way to fail is not to write. Of, zoals mijn wallpaper heel hulpvaardig zegt: Stop fucking off. :’)

Algemeen·Fantastels·Stof en Schitteringen

terug van vakantie

Wauw, het Lake District in Engeland is zoooo mooi! Ik kan het iedereen aanraden. Het is er zo ongelofelijk groen, en die heuvels, en ’s nachts kun je alle sterren zo prachtig zien.
Maar oh, het water… en de uitzichten… ik ben zelf zo ongeveer op de oever van het IJsselmeer opgegroeid en dat is ongeveer het enige wat ik mis aan mijn geboorteplek; het meer zelf. Het is leuk hoor, in de Den Haag regio en zo dichtbij het strand, maar het IJsselmeer was altijd mijn liefde; ik kwam daar zo vaak, het was op loopafstand van mijn huis.
Dus om dan aan het Windermere te zitten en de hele dag prachtige uitzichten van heuvels en dramatische wolkenluchten te hebben… en uitzichten als dit…. ja, dat haalt mijn oude liefde dan wel weer terug. Zo mooi!

“Zo kan ik me het Mentornameer wel voorstellen,” zei ik tegen mijn vriendin Brenda, terwijl we op de oever van het meer zaten. “Ietsje hogere bergen misschien, wat sneeuw op de toppen, maar verder…”

Verder is het perfect 🙂

En als leuke bijkomstigheid heb ik dankzij een stel idiote dromen tijdens mijn vakantie misschien zelfs een plot voor een Fantastels verhaal. Hoera! Ik begon me al zorgen te maken want ik had echt nog helemaal niets. En nu in ieder geval een idee. Ik moet hem nog even laten bezinken en waarschijnlijk flink tweaken, maar ik ben wel enthousiast over het concept en het potentieel. 😀

Bloed en Scherven·Stof en Schitteringen

wild licht

Afgelopen week heb ik gezellig zitten mailen met Zilverbron collegaatje Mara van Ness over zowel haar als mijn manuscript, omdat we nieuwsgierig waren naar elkanders werk. Daar kwamen eigenlijk twee dingen uit:
1) Jullie moeten allemaal haar Magnetar gaan lezen, echt een super verhaal, ik heb het in één ruk uit gelezen!
2) Ik werd weer met mijn neus op de feiten gedrukt dat ik toch echt de kinken uit de kabel moet gaan werken wbt Bloed en Scherven, het vervolg op Stof en Schitteringen.

De afgelopen twee dagen is er een idee bij me ontstaan waar ik vanavond van besloot dat ik er gewoon een vingeroefening mee zou gaan doen. Eens kijken hoe het zou aanvoelen, dit plotpunt. 1400 woorden later heb ik een nieuw google drive bestand genaamd ‘Wild Licht’ en is de situatie tussen Valeria en Romain compleet veranderd.
En weet je? Nu voelt het wel goed.

Dus.
(OMG ik voel me hier zoooo veel beter over!)

Muziek·Stof en Schitteringen

soundtracks tijdens het schrijven

Ik ben een enorme muziekliefhebber; eentje van het soort die eigenlijk iedere maand of twee maanden wel bij een concert uit haar dak staat te gaan en per jaar minstens twee festivals bijwoont. Het is grotendeels in het rock-segment, maar hoewel ik een snob kan zijn, heb ik waardering voor heel veel muzikanten. Dientengevolge heb ik op deze manier zowat iedere band die je je kan voorstellen wel live gezien. Ik krijg een ontzettende energie en inspiratie van muziek (vooral tijdens live performances, maar also als ik keihard meezing in de auto of als ik met mijn oordopjes in buiten loop om de hond uit te laten).

Ik heb ook gemerkt dat ik muziek heel erg verbind aan het schrijven. Soms zit ik met een scene in mijn hoofd en ontdek ik een liedje dat daar zo ontzettend bij past, dat ik het nummer op repeat aan moet zetten als ik aan het schrijven ben. Het kan ook andersom, trouwens; soms resoneert een liedje zo erg in mijn hoofd dat ik er een verhaal omheen bouw.

Omdat ik al bezig ben met mijn kristal wereld sinds 2006 (en de eerste ideeën ervoor al op kwamen zetten in november 2004), is de soundtrack die ik gebruik voor het schrijven en het editen aan “Stof en Schitteringen” inmiddels vrij groot geworden. Een aantal van de nummers zijn gewoon voor ‘flavour’ omdat ik die veel luisterde in die periode, maar sommige van de liedjes zijn heel intens toepasbaar op het verhaal – tot op het punt dat ik ze niet eens kan horen zonder meteen te associëren met het verhaal. De lijst loopt qua opbouw nogal uiteen, van poprock tot metal en alles wat ertussen ligt (inclusief uitstapjes naar screamo, progrock, post-hardcore en dromerig instrumentaal werk), maar ik ben wel trots op de verzameling.

Het liefste zou ik nu een uitgebreide verhandeling gaan houden met precies waarom ieder liedje zo waanzinnig past bij het verhaal. Sommige liedjes op deze lijst hadden letterlijk voor dit verhaal geschreven kunnen zijn. Anderen hebben letterlijk geboorte gegeven aan bepaalde scènes. En weer anderen zijn brute spoilers voor het vervolg “Bloed en Scherven”, dus die mag ik al helemaal niet ten opzichte van jullie bespreken. Dat zou jammer zijn, want er zitten nog wel een aantal verassingen aan te komen in het tweede deel!

Dus ik houd het kort. De liedjes waar dit verhaal écht op leunt:

  • “When You Were Young” – The Killers
  • “The Backseat” – The Gaslight Anthem
  • “The Crestfallen” – Soilwork
  • “Welcome To The Family” – Avenged Sevenfold

Als je wil weten waarom…. moet je eerst het verhaal lezen en naar de liedjes luisteren. Daarna kunnen we verder praten! De rest is ofwel flavour, ofwel spoilers voor deel twee.

Mocht je ooit interesse hebben, dit is de Spotify playlist. En pas dus op, deze lijst bevat SPOILERS. 😉

Stof en Schitteringen

droom castings….

“Ik kan me niet voorstellen dat je daar nog nooit over nagedacht hebt!” zei mijn man een week geleden. “Als je iets schrijft of iets leest, dan denk je toch altijd na over wie de personages zou moeten spelen in een film of tv serie?”

Grappig genoeg had ik dat inderdaad niet. Mijn personages leven zo in mijn hoofd dat het heel raar is om ze voor te stellen als een echt bestaand persoon die mijn personages zou moeten spelen. Nu heb ik wel vertrouwen dat een goeie persoon mijn personages goed zou kunnen casten, zelfs als ze fysiek niet helemaal passen – dat ze het personage wel zouden kunnen dragen en ermee weg kunnen lopen. Zelfs nu al, nu ik nadenk over wie ik denk dat mijn personages zouden moeten spelen, nu al zijn ze fysiek niet perfect. Maar het is ook het gevoel dat je krijgt bij een personage, hè? Hoe je je voelt als je in hun ogen kijkt, hun lichaamstaal.

Ik heb natuurlijk ook al de extra informatie van Bloed en Scherven; ik weet bijvoorbeeld dat we strax ook extra personage Romain in de mix krijgen, en dat de acteur die Seamon speelt strax heel erg hard zijn best moet gaan doen, omdat er voor hem heftige stuff aan zit te komen. Dus daar houd ik ook rekening mee.

Maar dit is wie ik tot dusverre heb gevonden:

Joy Harting: Rachel Hurd-Wood.

Wat ik leuk vind van deze meid is dat ze een hele open blik heeft en een lieve glimlach. Haar haren mogen een paar tinten donkerder (Joy is donkerblond, maar op de een of andere manieren pingden meerderen van mijn proeflezers daar niet op en noemden haar een blondine…) Ze heeft die girl next door look, iets naïefs, maar wel een leuke meid.
Het is heel gemakkelijk om Joy af te schrijven als een naïef doosje, maar dat is ze niet. Ze is vooral jong en goed van vertrouwen… en een echte raspacifist. Ze gelooft heel graag dat de dingen allemaal wel goed gaan komen, en ze heeft écht wel een mening over zaken.

Ze is 20 jaar oud en ze heeft er nog nooit alleen voor gestaan; ze is wanhopig bezig haar eigen identiteit te zoeken en los te breken uit de verstikkende omgeving waarin ze vastgehouden wordt. Dus er zit wat rebelsheid, een beetje ‘sass’. Joy is niet dom, en ik wil niet dat mijn personage dit uitstraalt. Ze is gewoon een lieverd eigenlijk.

Ik denk dat deze actrice wel met haar wegloopt.

Valeria de la Meray: Sarah Carter.

Yup, die badass chick in “Falling Skies”. Deze meid is op het moment veel te blond natuurlijk; Valeria is roodharig. Maar de attitude is wel perfect, en daar gaat het me om.

Grappig genoeg was het mijn man die haar aandroeg, en ik heb het eerste seizoen van Falling Skies gezien, en ik was het eigenlijk meteen met hem eens. Knip haar haar kort, verf haar haren, en ja, daar gaan we.

Ze heeft een soort hardheid in haar gezicht, een fijne stem, ziet er goed uit in badass kleding, heeft een athletische bouw, en kan goed sassen. Da’s eigenlijk het belangrijkste.  Vooral in het eerste verhaal toont Valeria eigenlijk maar bar weinig kwetsbaarheid, maar later zijn er wel momenten dat haar grote zus instincten naar boven komen, en dat we meer warmte van haar zien. Sarah Carter kan dat wel aan. Ik heb alle vertrouwen in haar 😀

Seamon Lentan: tot ik iets beters gevonden heb, ofwel Thomas Dekker, ofwel Aaron Paul.

Thomas Dekker maakte veel indruk op me tijdens Terminator: The Sarah Connor Chronicles. Ja, hij speelde John Connor in een tv serie die veel te weinig gewaardeerd werd en door FOX compleet gebutcherd werd toen het eigenlijk net goed begon te worden. Wat ik leuk vind aan Thomas Dekker (hij is nu uiteraard 25 en begint te oud te worden, maar toen hij in die rol was, was hij de perfecte leeftijd) is dat hij een mooie jongen is, maar die broeierige blik die Seamon heeft heel goed kan overbrengen. Woede doet hij ook erg goed. Dus hij zou voor mij best een goeie optie zijn.

Ja, ik weet dat Aaron Paul te oud is. Hij is geboren in 1979 en Seamon is toch echt maar net 21 jaar oud. Hij is ook veel te lichtharig; ik zie Seamon als licht van huid, maar heel donker van haar en ogen. Dus qua dat klopt hij eigenlijk totaal niet.Maar als Aaron Paul aan het emoten is, dan huil je mee. Hij is een geweldig acteur; hij verkoopt Jesse Pinkman in “Breaking Bad” volledig. Wanhoop, kwetsbaarheid, bravado, woede, hij doet het allemaal perfect. En ik heb er absoluut vertrouwen in dat je op Aaron Paul als Seamon hartstikke verliefd zou worden.

Sirka Lentan: Michelle Ryan.

Dat was niet eens zo moeilijk eigenlijk. Ik zag Michelle Ryan voor het eerst in de BBC serie Jekyll, waar ze roodharig was. Wat me zo ongelofelijk trof aan haar was die rust in haar ogen. Ze heeft iets mysterieus als ze niet lacht en je recht aankijkt, alsof ze geheimen in haar hart draagt. Het is oprecht een hele mooie meid die niet genoeg acteeropties in haar schoot geworpen krijgt, maar haar lichaamstaal, de manier waarop ze beweegt en kijkt en rondloopt, zij zou mijn perfecte Sirka zijn. (op de blauwe ogen na, maar ook daar kan ik mee leven)

Nu kan ik niet wachten om haar te zien zoals ze aan het einde van Stof is; verre van rustig – in zo’n rol heb ik Michelle eigenlijk nooit gezien, maar daar heb ik eigenlijk wel vertrouwen in. Ik denk dat ze een perfecte Sirka zou zijn. Gekoppeld met Thomas Dekker zou ze ook best werken.

Dus ja, als enige TV producer dit ooit leest; ik heb nog wel wat ideetjes hoor, voor een TV serie van mijn verhaal. Het zou perfect te verfilmen zijn, en dit zijn mijn ideeën bij de cast 😉

Redigeren·Stof en Schitteringen

retcon

Volgens wikipedia:

Retroactive continuity, or retcon for short, is the alteration of previously established facts in the continuity of a fictional work.

Dat is wat ik nu aan het doen ben. Mijn eindconfrontatie bestaat eigenlijk uit drie grote momenten die ik toen ik het verhaal de eerste keer uitschreef absoluut niet uitgepland had. In 2006 (toen ik de allereerste versie van het verhaal schreef) heb ik op dit punt letterlijk tegen mijn personages gezegd: “okay, hier ben je, dit is de situatie, SUCCES!” …en ben gaan schrijven zoals het in mijn hoofd opkwam. Het was heel intens, want ik maakte het mee zoals zij het meemaakten, zat op mijn stoel te wippen van de zenuwen en had mijn hart in mijn keel. Het eerste confrontatiemoment was super heftig. Het tweede confrontatiemoment was vooral ik die met mijn hoofd op het bureau aan het slaan was over hoe ik dit logistiek kon laten werken (en een brainwave de volgende ochtend, toen ik in de metro zat). Daarbij vergeleken viel het laatste confrontatiemoment alles op zijn plaats en ging dat volledig natuurlijk (was heel bevredigend).

Maar dat eerste confrontatiemoment heb ik nu in overleg met mijn man volledig veranderd. Hij is nog eventjes heftiger geworden, wat alleen maar fantastisch is voor de progressie van mijn personages en de intensiteit van het verhaal.

Het nadeel: Dat tweede confrontatiemoment? Ligt nu logistiek volledig in puin. *zucht* Dus ik ben nu aan het brainstormen met Olli (mijn man) en Brenda (BFF) om dit in orde te krijgen. Ik dénk dat ik inmiddels een idee heb, en volgens mij gaat het werken om enigszins intens & geloofwaardig over te komen. Maar het is hard werken. Het gaat het waard zijn, dat weet ik. Het is gewoon verrotte moeilijk en dood eng, omdat ik bang ben om het te verpesten.

(En dit is reden #1235589202 waarom schrijvers naar de fles grijpen)

Redigeren·Stof en Schitteringen

schrijfsels om 4 uur ’s nachts

Nou, die scène in de eindconfrontatie waar mijn man opbouwende kritiek op had… die is volledig anders geworden in het herschrijven. Een stuk beter ook. Hij is eigenlijk een stuk heftiger en gruwelijker geworden, voor zover het mogelijk was. Op het moment van het schrijven was ik er gewoon nerveus van. De spanning gierde door mijn keel, ik zat te wippen op mijn stoel. Mijn vingers jeukten om wat te doen, ik moest mijn personages letterlijk tegenhouden om niet (nog) domme(re) dingen te gaan doen. Pffff….

Sirka, meid, ik zou willen zeggen dat ik verbaasd ben dat je het in je hebt… maar eigenlijk verbaast het me heel erg weinig.

(God, wat houd ik van deze wereld, deze situatie en deze personages…)