weet je

De jury kan strax zeggen wat ze willen, maar ik ben verdomde blij met mijn verhaal.

Ik mag natuurlijk niets over de inhoud zeggen… maar hoewel dit verhaal is wat minder lyrisch dan Rode Lantaarns, wat minder actiegedreven dan Leercurve, denk ik dat de emotionele punch er niet minder om is. Ik ben heel benieuwd wat de jury ervan vindt en of ze nog goeie aanmerkingen hebben. If anything, dan zou het wat minder verdeling moeten maken tussen mannen en vrouwen. *haalt schouders op* Meer dan mijn best kan ik niet doen; en ik heb mijn best gedaan.

Van de week zal ik hem nog één keer nalezen, even in goede nette formatting zetten… en daarna vind ik het wel best, dan gaat hij de deur uit. Whee! 🙂

de daad bij het woord voegen!

Meteen na mijn vorige blogpost heb ik mezelf geschopt en ben ik ervoor gaan zitten… ik ben even mijn hele Fantastels plot gaan uitschrijven zoals ik het in mijn hoofd had zitten en prompt besloot ik ter plekke dat ik het einde ging veranderen. En nu ben ik prompt super enthousiast over mijn Fantastels verhaal. Squee!

Grappig he, hoe het dus toch zo blijkt te gaan: je moet het gewoon DOEN. Niet zeiken, gewoon schrijven. Gewoon proberen. Gewoon over die verdomde drempel heen stappen, en een nieuwe wereld ontdekken. Ze wachten op je, ze bestaan al, die werelden. Alles wat ze nodig hebben is dat jij door die deur naar ze toestapt. Maar dan moet je wel de ballen hebben om het te doen…

Ik denk zomaar dat ik dit weekend wel een first draft op papier kan zetten. Maar niet vanavond, want dan sta ik te rocken bij de band die ik onder deze link gedeeld heb. 🙂

Voel je vrij om te klikken! Ik weet dat mijn muzieksmaak soms riskant is om op te klikken, maar dit zou tamelijk inoffensive moeten zijn. Het is niet héél metal in ieder geval… deze gasten (Nederlandse band, trouwens!) staan aangeduid als experimenteel, ambient, electronica, post-rock. Dus veel plezier!

plannen voor de schrijfmaanden


Ondanks al mijn grote plannen en inspiraties, heb ik de afgelopen maand nog geen woord op papier gezet wat betreft mijn Fantastels verhaal. ARGH! Ik heb wel het een en ander wat duidelijker uitgelijnd in mijn hoofd. Het is op plekken nog wat vaag, maar jemig, dat kan ik heel gemakkelijk uitwerken.
Om de een of andere reden ben ik belachelijk zenuwachtig om dit te doen. Misschien omdat ik het twee keer al zo goed heb gedaan op Fantastels; dat ik dan het gevoel heb dat ik wéér moet presteren? Voel ik nu letterlijk druk en verwachtingen? Ik ben zo’n sukkel. De enige die verwachtingen heeft, dat ben ik zelf.
En de twee verhalen die ik in mijn hoofd heb zitten zetten me niet genoeg in vuur en vlam. Ze zijn eng, en nieuwe werelden, en ik dartel al zo lang rond in mijn favoriete werelden dat een stapje erbuiten me nerveus maakt. Mja.
Misschien moet ik deze wallpaper weer op mijn desktop zetten; misschien inspireert het me (weer). Dus. Actie! Het liefst dit weekend nog, want de deadline is nog maar drie weken weg…

En daarna is het alweer tijd voor Nano! Eigenlijk is het meedoen aan Nanowrimo inmiddels volledig overbodig geworden. Ik heb de uitdaging de afgelopen twaalf keer gewonnen, de meeste keren volledig op mijn sloffen. Ik wéét dat ik in staat ben om in een week of twee (da’s mijn gemiddelde) zo’n 50K aan woorden uit te braken, zelfs naast een drukke baan, een week tabletop roleplayen met vrienden in Engeland, en een sociaal leven.
Maar de gelegenheid is gewoon zo ideaal, en ik voel me altijd beter door het schrijven. Vorig jaar heb ik gebruikt om Bloed en Scherven te schrijven. Ik denk dat ik dit jaar Bloed en Scherven compleet ga herschrijven – nu met de veranderde Romain/Valeria connectie, een betere backdrop van de oorlog, en een steviger in haar schoenen staande Joy. Seamon en Sirka hoef ik weinig aan te veranderen. Die zijn al perfect zoals ze zijn ❤

Dus terwijl ik hier allemaal tegenaan zit te hikken, heb ik plots maar “Sleepwalk City” geschreven, zo’n 10K aan League verhaal geschreven, voor Irina, omdat haar tijdlijn en motivatie me niet lekker zaten. Nu klopt het wel, maar het heeft zoveel feels losgemaakt dat ik me moeilijk op andere schrijfsels kan concentreren. Zucht…

terug van vakantie

Wauw, het Lake District in Engeland is zoooo mooi! Ik kan het iedereen aanraden. Het is er zo ongelofelijk groen, en die heuvels, en ’s nachts kun je alle sterren zo prachtig zien.
Maar oh, het water… en de uitzichten… ik ben zelf zo ongeveer op de oever van het IJsselmeer opgegroeid en dat is ongeveer het enige wat ik mis aan mijn geboorteplek; het meer zelf. Het is leuk hoor, in de Den Haag regio en zo dichtbij het strand, maar het IJsselmeer was altijd mijn liefde; ik kwam daar zo vaak, het was op loopafstand van mijn huis.
Dus om dan aan het Windermere te zitten en de hele dag prachtige uitzichten van heuvels en dramatische wolkenluchten te hebben… en uitzichten als dit…. ja, dat haalt mijn oude liefde dan wel weer terug. Zo mooi!

“Zo kan ik me het Mentornameer wel voorstellen,” zei ik tegen mijn vriendin Brenda, terwijl we op de oever van het meer zaten. “Ietsje hogere bergen misschien, wat sneeuw op de toppen, maar verder…”

Verder is het perfect 🙂

En als leuke bijkomstigheid heb ik dankzij een stel idiote dromen tijdens mijn vakantie misschien zelfs een plot voor een Fantastels verhaal. Hoera! Ik begon me al zorgen te maken want ik had echt nog helemaal niets. En nu in ieder geval een idee. Ik moet hem nog even laten bezinken en waarschijnlijk flink tweaken, maar ik ben wel enthousiast over het concept en het potentieel. 😀

all went better than expected!

Vandaag kreeg ik de uitslag van de twee verhalen die ik uitgestuurd heb voor de Fantastels verhalenwedstrijd. Tijdje geleden, nietwaar? Ik was bijna vergeten waar de verhalen over gingen… maar het was het wachten waard! Voor zo’n uitgebreid juryrapport wacht ik graag even. 🙂

Het eerste verhaal dat ik instuurde was “Getij”, een wat meer traditioneel fantasy verhaal dat plaatsvond in een oud verhaal dat mijn vriendin Wendy en ik destijds gecreëerd hebben voor mijn oude Nanowrimo project van 2003, “Balance”. Het idee van dit korte verhaal lag al eeuwen in een folder op mijn harde schijf dus ik heb het uitgewerkt, een beetje gepolijst, en ingestuurd. Het was niet mijn favoriete verhaal van de twee, maar ik had zoiets van, ‘waarom ook niet’.

Vooral omdat ik ook “Rode Lantaarns” ingestuurd had, wat een experiment was. Ik heb “Rode Lantaarns” geschreven tijdens een vakantie in Oostenrijk, gebaseerd op een liedje en videoclip van post-rock band Maybeshewill, “Red Paper Lanterns” (ga kijken, hij is zooo mooi). Het is een verhaal in de Kristal wereld, gezet na Stof en Schitteringen en vlak voor het vervolg Bloed en Scherven. Het verhaal was eigenlijk een vingeroefening om nieuw personage in het vervolg, Romain, beter te leren kennen. Wat er uit kwam was iets wat me compleet verraste en ontroerde. Het verhaal is eigenlijk gewoon een scène, een setting, en er GEBEURT eigenlijk heel weinig in het verhaal. Het is echt een experiment, geschreven in de derde persoon tegenwoordige tijd (altijd een beetje apart in het Nederlands, klinkt ietwat onnatuurlijk vind ik). Mijn man vond het verhaal maar niets, maar ik luisterde niet naar hem omdat het MIJ wel wat deed. Als er een verhaal is dat ik heb geschreven waar ik trots op ben en wat ik aan andere mensen zou laten om te laten zien waar ik toe in staat ben… dan is het die wel. Hij komt recht uit mijn hart, ondanks dat het een apart verhaal is – vooral omdat het vrij weinig fantastische elementen bezit en zo opvallend anders opgezet en geschreven is. “Getij” is het meer traditionele verhaal.

Ik vond het ongelofelijk spannend om naar de uitreiking te gaan, vooral omdat ik zo nieuwsgierig was naar hoe mijn verhalen het zouden doen. Ik was erg blij om te horen dat “Rode Lantaarns” in ieder geval niet gediskwalificeerd was doordat het zo weinig ‘fantastisch’ was. Het nieuws kwam al gauw dat “Getij” 49e geworden was, wat een beetje jammer was, maar ik gaf toch weinig om dat verhaal. “Rode Lantaarns” was mijn hartsverhaal, mijn experiment, en die werd maar steeds niet genoemd… wat goed nieuws was, aangezien ze van 91 terug naar nummer 1 telden.

Dus toen hoorde ik dat “Rode Lantaarns” door was naar de tweede ronde. Top 20. Top 12.

Net zoals vorig jaar schoot mijn hartslag naar de 180 en stierf ik duizend doden… tot mijn verhaal genoemd werd.

OMG 7e plaats! (zelfs ietsje beter dan vorig jaar)

Niet alleen dat, maar twee van de juryleden waren zo geraakt door mijn verhaal dat ze mijn verhaal op de eerste plaats gezet hadden. IK WAS DE WINNAAR voor niet een, maar twee juryleden. Uit 91 verhalen. Zelfs de uiteindelijke winnaar had maar 1 jurylid dat hem op #1 had gezet. En blijkbaar was dit verhaal nogal polariserend voor de jury; de dames hadden me allemaal heel hoog gezet, en de heren een stuk minder. Niet zo vreemd, aangezien het een verhaal was dat focuste op emotie en minder op actie (in tegenstelling tot vorig jaar, wat arena deathmatches en explosies en jetpacks was).
Dus de jury gaf me prompt een extra prijs. De ‘Deviant’ prijs, omdat dit het verhaal was waar de jury het meest met elkaar overhoop lag.
Wat me echt ongelofelijk amuseert, want dit was precies het experiment en het had het gewenste effect: vorig jaar schreef ik een verhaal voor een mannelijk publiek waar de heren het leuk vonden en de dames wat minder… en dit jaar was het compleet omgekeerd. Net zoals bij mij thuis, eigenlijk, waar ik wilde liefde had voor dit verhaal en mijn man het haatte. Dit was mijn experiment, en het is niet gefaald.

Het juryrapport complimenteerde me op alle dingen waar ik diep in mijn hart trots op was in dit verhaal en bekritiseerden me op de afwezigheid van een fantastische setting (wat ik geanticipeerd had). Dus ik ben ongelofelijk blij.

En om het allemaal nog even beter te maken had ik na de prijsuitreiking een heel goed gesprek met Cocky van Dijk van Zilverbron (die destijds “Geboorterecht” met me geredigeerd heeft voor Pure Fantasy – zelfde wereld, en een van de organisatoren was van de Luitingh verhalenwedstrijd waar ik niet eens door de voorrondes kwam). Ze vertelde me dat Stof en Schitteringen niet afgewezen was omdat het slecht is, maar omdat het domweg niet in het portfolio van Luitingh paste.

Ik ben zo opgelucht dat ik wel kan janken. En, nouja, we hebben wat verdergebabbeld over dat onderwerp, maar daar ga ik verder nog niets over zeggen totdat het officieel is maar… ja, de toekomst ziet er zonnig uit. Misschien ga ik eerder terugkeren naar mijn Kristal wereld dan ik dacht! 🙂 🙂 🙂

nog steeds zo geweldig

Hij viel net een half uur geleden op mijn deurmat: Pure Fantasy 28.
De allerlaatste Pure Fantasy, met mijn verhaal “Leercurve”
Dit is Logan, die er helemaal badass en happy uit ziet met jetpack!

Dit is geweldig en ik ben ongelofelijk trots. Ik had nooit verwacht dat “Leercurve” het zo goed zou doen; ik weet nog dat ik het verschrikkelijk slecht vond toen ik het de eerste keer uitschreef op vakantie in Italië. Het uitsturen naar Fantastels 2011 was meer voor de lol dan iets anders. Niemand was verbaasder dan ik toen hij op de 8e plaats eindigde (van de 98)

Met de jurycommentaren in mijn hoofd polijstte ik het verhaal nog even bij en stuurde het uiteindelijk uit naar Pure Fantasy. Ik verwachtte er niet heel veel van aangezien het een SF verhaal is en de PF doorgaans iets doller is op fantasy. Toen het nieuws kwam dat Pure Fantasy opgeheven zou worden, ging ik er niet vanuit dat het nog zou gaan gebeuren. Maar nee; toch wel. “Leercurve” staat in de allerlaatste editie van het magazine, en ik ben er waanzinnig trots op.

Ik vind de illustratie ook geweldig. Logan kijkt tegelijkertijd zo blij als een kind en ongelofelijk badass. Ik zou het niet erg vinden om hem ook als een poster aan de muur te hebben, naast de illustratie van Sirka.

YAY!

alles bij elkaar best een hele goeie dag

Tijdens een vakantie in Italië in 2010 heb ik het concept van een League verhaal uitgewerkt. Het draaide allemaal om de quote ‘Dan wordt het tijd dat je het leert’ en er zouden jetpacks in zitten, omdat ik in die tijd veel aan het luisteren naar de band We Were Promised Jetpacks. Ik had de eerste opzet in het Engels staan (zoals alle League verhalen eigenlijk), maar toen ik vorig jaar het nieuws kreeg dat Geboorterecht gepubliceerd ging worden, besloot ik om hem te vertalen en uit te werken in het Nederlands. Ik noemde het verhaal Leercurve maar was niet heel blij met hoe het eruit gekomen was. In tegenstelling tot Geboorterecht was dit verhaal een ongelofelijk gevecht om in het Nederlands te krijgen omdat de wereld waarin dit verhaal speelt in het Engels geschreven wordt. Ik heb sinds 2004 al meer dan 100.000 woorden in die wereld geschreven en ze zijn allemaal Engels, dus dit klonk zo geforceerd en vreemd in het Nederlands.

Maar in een vlaag van verstandsverbijstering heb ik hem toch uitgestuurd naar Fantastels want, waarom niet, toch? (Ik heb wel mijn man zo ver gekregen dat hij de ergste anglicismes er voor me uit heeft gehaald, de schat). Mensen die mee deden aan de verhalenwedstrijd zouden een uitgebreid juryrapport ontvangen met kritieken en tips, en dat was iets wat ik altijd goed kan gebruiken.

Dus vandaag was de uitreiking van de verhalenwedstrijd. Ik speelde met het idee om heen te gaan omdat het in Katwijk was, maar een half uurtje van huis. Mijn vriendin Brenda zei dat ze met me mee zou gaan om me te supporten, en in nog zo’n vlaag van ‘waarom ook niet’ besloot ik om toch heen te gaan. En oh, wat ben ik blij dat ik geweest ben! Zelfs voor de vroege middag in het zonnetje bij de strandtent was het t al waard geweest, maar ik deed het nog eens beter dan ik verwacht had ook!

Serieus: ik had niet verwacht dat ik het zo goed zou doen. Een van mijn vriendinnen zei heel vrolijk “Je gaat vast winnen” op Facebook, maar die gedachte was zelfs nooit bij me opgekomen. Er waren 98(!) verhalen in de wedstrijd en alles wat ik kon denken was laat me in godsnaam niet laatste zijn. Ik zou met de top 50 al tevreden zijn geweest. De top 26 zou nog beter zijn, want dat zou betekenen dat ik de eerste ronde had overleefd; en er waren drie rondes waar je voorbij moest als je verhaal in de uiteindelijke top 12 zou komen.

Ze kondigden de winnars aan in een hotel in Katwijk, via een powerpoint presentatie waar iedere keer dat Anaïd Haen (de organisator) op de knop drukte we een nieuwe slide zagen en een nieuwe lijst met 10 namen in beeld kwam. We telden terug van 98, dus iedere keer dat zij op de knop drukte en mijn naam niet in beeld kwam sloeg mijn hart een slag over. Iedere slide waar we voorbij gingen werd het beter en beter. En tegen de tijd dat we de top 25 bereikten zat mijn hartslag op zo’n 180. Ik was aan het zweten en mijn handen trilden.

Holy shit top 25?
Top 15?
DERDE RONDE?
TOP TIEN?!?!

En toen gebeurde dit:

 

Serieus, ik ben zo ongelofelijk blij. 😀

Een van de juryleden had me zelfs op de eerste plaats gezet. Hij vond dat ik had moeten winnen, ik was zijn nummer 1. Ik heb iemand volledig ondersteboven geblazen met mijn verhaal. Hoe cool is dat dan? (Hij vindt ook dat ik verder moet gaan met deze personages en deze wereld – hij had al wat ideetjes voor een roman voor me. Dat riepen ze over Geboorterecht ook al…)

Er waren wat tegenstrijdige commentaren in het juryrapport, wat maar weer toont hoe ongelofelijk subjectief zo’n verhalenwedstrijd is. Het was ook interessant om te zien hoe dit verhaal het veel beter deed bij de heren dan bij de dames. Maargoed, het is begrijpelijk dat death matching en arenavechten in een SF setting iets is dat jonge mannen meer aanspreekt. Ik had gewoon mazzel dat er meer mannen dan vrouwen in de jury zaten dit jaar, haha!

Maar ze waren wel unaniem okay met de setup en het einde, en dat was hetgene waar ik het hele verhaal omheen gebouwd heb, die ‘dan wordt het tijd dat je het leert’ regel. Het werkte, en ik ben er blij mee.

Maargoed, ik ga even genieten van mijn kleine triomf. Het was een geweldige dag. 🙂