nanowrimo dag 1

NaNo-2015-Participant-BannerOfficieel is dit de eerste dag van Nanowrimo en ik sta aangemeld op de website, maar eigenlijk ben ik niet écht aan het meedoen. De bedoeling van Nanowrimo is namelijk dat je een volledig nieuw project gaat uitschrijven tijdens de maand van november, maar ik héb al een project waar ik mee bezig ben… en ik wil Nanowrimo gebruiken om mezelf een extra 50K boost te geven.

Je kunt het eigenlijk zien als een soort marathon die ik aan het lopen ben met Talent en terreur; ik zat al op 60K, en om mezelf naar 110K te krijgen ben ik mezelf nu harder aan het pushen. Mijn doel was om iedere dag 1000 woorden te schrijven en daar hield ik me aardig aan – de 60K in twee maanden zijn daar testament aan – en nu in November wordt mijn doel gewoon verdubbeld. Officieel zegt Nanowrimo dat je 1667 woorden per dag aan kan houden, maar ik schrijf graag met een buffer, zodat je niet achter komt te lopen als je een keertje onvoorziene omstandigheden hebt (ziek, moe, etc). Even de pas verhogen, dus!

Echter, om het mezelf moeilijker te maken struikelde ik van de week over een logistiek punt in mijn plot dat nogal een staak tussen de wielen van mijn vrolijk voorthobbelende plot knalde. En het klopt, ik móét hier iets mee. De gevolgen echter… *zucht*

Vanochtend onder de douche heb ik besloten hoe ik dit op kan lossen, maar het geeft me wel een extra subplot wat uitgewerkt moet worden en het boek tegelijkertijd gaat verlengen en verrijken. Oh, en me compleet van het pad afrukt dat ik met mijn plot had geplaveid. Een detour, neem ik aan. De panoramische route. Nouja, dat is Nanowrimo voor, neem ik aan. De eerste versie hoeft niet perfect te zijn… alleen maar geschréven.

Dag 1 was goed voor 3500 woorden, al dan niet met de hulp van de Write Or Die website. Op naar de 5K, en dan langzamerhand naar de 50K.
Hier is het bewijs:

schrijfinstincten en het proces

Het meeste van mijn schrijfsels komen er tijdens Nanowrimo uit, wat betekent dat die verschrikkelijke ‘first drafts’ die de herstructurering van mijn plot maar half overleven, er doorgaans in één keer tijdens een schrijfmarathon van drie weken uitkomen. November is mijn schrijfmaand en de rest van het jaar ben ik aan het redigeren, herschrijven en aanpassen. Na dertien Nanowrimo ervaringen (en overwinningen) is het een soort Pavlov reactie geworden dat mijn inspiratie in het najaar begint te stromen en dat mijn motivatie in november een hoogtepunt bereikt.

Dat maakt Talent en Terreur dan direct een vreemde eend in de bijt, want die ben ik begonnen te schrijven in april/mei. Ik ben tot 27K gekomen, heb kritisch naar mijn plot gekeken, en heb het vervolgens door de plee getrokken. Hoewel ik heel blij was met bepaalde scenes en concepten, werkte de logistiek voor geen meter. Schrijven is schrappen, maar 27K schrappen doet PIJN. Het torpederen van je plot werkt nogal verlammend.

Daarna kwam daar de laatste redactie en de plotselinge release van Bloed en Scherven nog bovenop – dus de orde van alledag wist mijn verlamming maar moeilijk te verbreken. Maarja, met een beoogde releasedatum op Castlefest 2016 zit ik nu wel met een deadline. Daar komt nog eens bovenop dat ik vanaf november heel druk ga zijn met het lezen van alle verhalen voor Fantastels. Ik hoor van alle juryleden dat ik het werk dat komt kijken bij Fantastels jureren niet moet onderschatten, dus daar moet ik echt voldoende tijd voor inplannen.

En als je dan je first draft voor het einde van het jaar af wil hebben, dan blijft er nog maar best weinig tijd over. Dus eind augustus ben ik gaan zitten voor mijn plot en heb ik het geherstructureerd tot iets wat best heel aardig stond, en in september ben ik eerst die door-de-plee-gespoelde 27K gaan herschrijven tot iets wat bruikbaar was… en in oktober ben ik bezig gaan met volledig nieuw materiaal. Ik zit nu op 42K in totaal. Dat is verre van een slecht totaal, maar ik ben Nanowrimo gewend en ik voel me alsof ik langzaam schrijf – iedere avond dat ik niet schrijf voel ik me schuldig, alsof ik aan Nano meedoe. Ugh!

Het is oktober, vertel ik mezelf constant. Het is niet Nanowrimo; ik doe dit jaar niet mee want ik ben bezig met een bestaande roman. Als een echte schrijver met echte deadlines. Nano is helemaal geen ding dit jaar. Ik kan steady as she goes schrijven, zolang ik aan het einde van het jaar maar grofweg 90-100K op papier heb staan. En met het tempo waarop ik ga, is dat gemakkelijk te behapstukken. (Ik heb in november zelfs nog een week vrij genomen om gewoon lekker te kunnen schrijven).

Maar die instincten, hè, die willen harder, rennen, vliegen, knallen! Stom is dat.

42K dus, en dan maar verder. Misschien moet ik me toch maar aanmelden aan Nanowrimo, om die instincten ook hun lolletje te geven. Wat vinden jullie?

vergankelijkheid en nanowrimo

NaNoWriMo 2014 is in de pocket. Ik heb het voor de dertiende keer (!) gehaald, hoera! Het was dit keer even bikkelen, omdat mijn ‘real life’ constant inbrak op mijn schrijftijd die ik normaal in november zo goed open kan houden… maar ondanks een vakantie in Engeland, een werktrip naar Praag, een paar krankzinnig drukke werkweken en een lichaam dat opeens zei: ‘Kappen nu Kel, je bent jezelf voorbijgelopen’, is het toch gelukt.

Ik heb me bijna de hele tijd aan die 2K per dag kunnen houden en was uiteindelijk dus op dag 23 klaar met NaNoWriMo, hoewel mijn verhaal nog lang niet af is. Ik denk dat ik netaan op 50-60% zit, dus er is nog zat te doen… maar vanaf nu op mijn eigen tempo, met wat minder druk.

Om het te vieren, twee kleine kadootjes:

1) Een sneak preview van mijn personages Nathan Lentan en Dannil Surong – in een conversatie die opeens de bom dropte waarin het thema van het verhaal genoemd werd:

Dannil glimlachte scheef. “Maar ben je ooit wel eens bang geweest dat Parsia jullie écht aan zou vallen?”

Ik dacht even na. “Parsia? Nee. Maar eigenlijk ben ik nooit voor wie dan ook bang geweest.”

“Precies. Daarom doen jullie die kanja in Surral ook; omdat jullie denken dat jullie ermee wegkomen. Omdat jullie toch niet teruggepakt gaan worden.”

“Denken we.”

Dannil haalde zijn schouders op en keek een beetje triest terwijl hij een warme trui in zijn koffer gooide. “Alles is vergankelijk.”

(context: Dannil is Surralisch, de ‘ik’ persoon Nathan is Jediaans, ‘kanja’ is Surralisch voor ‘stront’)

2) Dit is een van de twee liedjes die me inspireerde om vergankelijkheid in dit verhaal een thema te maken:

(context: dit is van dezelfde artiest als “Red Paper Lanterns”. Het is heel lieflijk en melodieus, en in tegenstelling tot het ándere liedje dat me inspireerde – “Ephemeral” van Insomnium – helemaal niet metal. Maak je geen zorgen!)

ik was vergeten hoe geestelijk uitputtend dit verhaal is

Dus na een paar dagen als een idioot doorschrijven en aanpassingen maken in mijn manuscript zit ik inmiddels op 47.390 woorden voor Bloed en Scherven, maar ik geef op het moment eigenlijk maar bar weinig om mijn woordenaantal. Nanowrimo is maar een excuus; ik wil dit verhaal gewoon in deze versie goed op papier hebben, en dat gaat als een tierelier.

Ik zit middenin de eindconfrontatie en ik moet even adem halen, want dit is zo verdomde intens. Ik heb eindelijk Romain en Seamon tegenover elkaar staan en mijn haren rijzen te berge, want ik weet hoe dit afloopt; ik weet al een jaar hoe dit afloopt en het wordt er echt niet gemakkelijker op. Dit ben ik op het moment:

Waarom doe ik dit mezelf toch steeds aan? :’)

enthousiasme

Weet je waarom ik zo ongelofelijk enthousiast ben over Bloed op het moment? (Want dat ben ik; mensen in mijn directe omgeving worden nu al tureluurs over mijn gebabbel over dit verhaal). Het is niet het feit dat mijn wordcount weer als een idioot oploopt (ik zit op 16K), maar omdat ik het gevoel heb dat ik het deze keer eindelijk GOED doe.

Dit is de derde keer dat ik dit verdomde verhaal van start tot einde volledig uitschrijf, maar dit keer voelt het als de waarheid. Alsof ik eindelijk ergens kom en het begin geen totale stront is. Natuurlijk heb ik nu net de eerste ‘explosie’ gehad en ben ik nog niet bij het rustiger deel in het verhaal aangekomen, maar ik heb er vertrouwen in dat als ik een paar gebeurtenissen gewoon van plek wissel, een paar andere aanpas en er een paar nieuwe in plaats, dat die drie dagen van spanning in de bungalow net zo lekker gaan weglezen als het spectaculaire (al zeg ik het zelf) einde.

Het einde was de eerste keer dat ik het verhaal schreef al prima – het was gewoon die eerste 35K die niet lekker liep. Dit keer voel ik me een stuk positiever over hoe alles gaat…. en ik zit nu op 16K. Eens zien wat de volgende 20K gaat brengen (en de rest!)