schrijfavonturen en wordcount

427407_10150640114930520_791948615_n

Soms helpt het als je van de daken schreeuwt wat je moet gaan doen; als je het immers aan anderen vertelt wat het plan is, dan kunnen zij ernaar informeren… of beter/erger nog, je eraan houden. Dit was voor mij een van de redenen om lezers en mijn uitgever op Elfia te vertellen dat ik per 1 mei aan de slag zou gaan met het (her)schrijven Vuur en Verandering.

Gewoon, om jullie te laten weten dat ik dit echt moet gaan doen, en dat ik soms hulp nodig heb om me eraan te herinneren dat ik ook echt ‘aan de schrijf’ moet gaan.

Dus, vraag je je misschien af: hoe gaat het nu? Nou… best goed! Ik loop nog ietsje achter op mijn doel – dat was om duizend woorden per dag te schrijven – maar het gaat wel goed. Vooral als je je bedenkt dat we nog bezig waren met de redactie van Enkele reis Mars af te ronden en ik de afgelopen week in mijn Peugeotje zo ongeveer het halve land doorkruist heb op weg naar consultancyafspraken bij klanten. Als je dat in gedachten neemt, dan is het niet zo erg dat ik ‘pas’ 10.000 woorden op papier heb staan. Dan is dat eigenlijk best goed. En die (eerste) 10K is toch altijd wel een beetje een mijlpaal, op een vreemde manier. Nu heb ik nog acht van die mijlpalen te gaan, maar da’s prima. De kop is eraf!

Het herschrijven is wel leuk, trouwens. Ik heb een aantal belangrijke personage wijzigingen in het verhaal doorgevoerd, waardoor eigenlijk grotendeels nog steeds hetzelfde gebeurt als in de versie die ik in november uitschreef, alleen het gevoel ervan is compleet anders. Op die manier is het een compleet nieuw verhaal, en alleen maar door een paar nuanceverschillen. Ik merk wel dat ik nu beter met mijn personages overweg kwam, en dat is echt kritiek voor mij als ik aan het schrijven ben. Wereldbouwen en magie en actie en explosies zijn leuk, maar de intrinsieke motivaties van de personages zijn bij mij het hart van het verhaal, dus dat moet wel goed zitten. En dat zit het, volgens mij. Dus op naar de volgende mijlpaal: 20k! 😀

(en voel je vrij om me aan het werk te zetten, als je me ziet lanterfanten. Dat mag!)

elfia haarzuilens 2017 en het startschot

Afgelopen weekend was Elfia 2017 en wat hebben we gezwijnd met de weersomstandigheden! Ja, op de zaterdag was het fris als de zon verdween en op zondag stond er een venijnige wind, maar het is zo’n verbetering geweest – I’ll take what I can get! De verkopen waren weer prima, maar ook de gesprekken, de sfeer, de gezelligheid, de mooiverklede mensen… ja, zo’n beurs is ongelofelijk uitputtend want je maakt belachelijk lange dagen, maar het is het zo waard. Mijn Lentagonnetjes hebben allemaal nieuwe huisjes in Nederland (en België) gevonden, en ik heb aspirant-schrijvers kunnen aanmoedigen. En zoals altijd is het gewoon zo fijn om met Team Zilver in de stand te staan. Kijk maar 😀

 

Boeken, zonneschijn, bellenblaasbellen, en hele grote grijnzen. Good times 😀

En een van de dingen die ik aankondigde aan de mensen op het event is dat ik die maandag zou gaan beginnen met schrijven van boek vier. Of boek nul, wat je wil. Mijn plan was om in mei te gaan beginnen met versie drie van Vuur & Verandering, dus dat is wat ik de afgelopen week gedaan heb. Misschien dat ik ietwat afgeleid werd door het bijkijken van mijn tv-series (en man o man, wat ziet American Gods er goed uit, en wat is The Handmaid’s Tale prachtig en perfect deprimerend), en ben ik nog bezig om de laatste hand te leggen aan de redactie van Enkele reis Mars… maar ondanks dat staan de eerste zesduizend woorden en dus het eerste hoofdstuk maar mooi op papier. En da’s al meer dan ik eerst had.

We gaan lekker door!

korte verhalen vs boeken schrijven

Kort-verhaalAls schrijver krijg je vaak de vraag gesteld: wat schrijf je liever, korte verhalen of volledige boeken? Ik las vandaag een blogje van Vanessa Gerrits hierover, en tijdens het panel op de Harland Awards werd die vraag me ook al gesteld. Het is een interessante vraag, en eentje waarbij ik echt even goed moest nadenken om die vraag te beantwoorden.

Verhalen schrijven en boeken schrijven vereisen namelijk een compleet andere techniek; waar een kortverhaal een kop-midden-staart en een conflict+resolutie moet bevatten, een hoofd plotlijn en misschien nog een subje, als je tijd hebt, en je heel economisch moet schrijven om de wereld op te zetten, de lezer te laten geven om te personages en het conflict óók nog eens op te lossen… is een hele roman hele andere koek. Je hebt meer de tijd om de wereld en de personages te beschrijven, ze ontwikkelingen te laten doormaken, maar je hebt ook te maken met uitgedieptere conflicten, consequenties, meerdere plotlijnen die je al dan niet met elkaar moet vervlechten, gedetailleerdere uitwerkingen… ja, het is toch echt een heel ander beestje. Eigenlijk bestaat een boek uit een aantal verhalen, die samen de grotere narrative maken.

Maar de grap is eigenlijk dat in de basis het allemaal niet zo veel uitmaakt. Je moet een verhaal vertellen, en dat verhaal moet klóppen. Het is de uitvoering die het verschil maakt, niet het schrijven zelf. Want je moet sowieso altijd een goed conflict neerzetten, een bevredigende resolutie (ofwel emotioneel, ofwel logistiek/plotmatig, het liefste allebei), mooie ronde personages schetsen, een ontwikkeling neerzetten, en gewoon ervoor zorgen dat je de lezer vervoert met jouw verhaal. In essentie zijn de tools die je toepast om een goed verhaal te vertellen, nog steeds hetzelfde.

Het is een beetje het verschil tussen een sprintje trekken of een marathon rennen. In beide gevallen ben je aan het rennen, maar de manier waarop verschilt nogal. De hardloper zal vast een voorkeur hebben, maar ik als schrijver heb dat eigenlijk niet echt. Het hangt van het verhaal af, in mijn geval.

Ik heb eens in de zoveel tijd een idee wat ik gaaf vind en dat ik uit wil schrijven. (Niet zo vaak als ik zou willen – hoe doen sommige mensen dat, plotideeën uitbraken alsof het niets is?! Ik heb misschien twee/drie interessante ideeën per jaar)

Instinctief weet ik dan al wat de vorm gaat worden van dat verhaal: of het een boek of een korter verhaal wordt, is eigenlijk nooit een vraag. Die realisatie komt mee met het idee. En beide vormen hebben hun voordelen, maar het verhaal vraagt bij mij ook om een bepaalde vorm.

Het is soms fijn om er binnen een avond, of een week tijd, een verhaal uit te knallen. Dan moet je iets van het hart, of ik wil iets beschrijven, en dan ben je gauw klaar. Nog een beetje redigeren, straktrekken, nuanceren en verduidelijken… fini! Ik vind dat persoonlijk heel prettig, ik hou wel van een vluggertje 😉

Maar een boek schrijven, de commitment, het je compleet kunnen onderdompelen in een wereld, de personages, het plot, en oh hoe het allemaal straks klópt en heb je díe foreshadowing gezien, en dát stuk dialoog, en het einde brengt alles samen en je zit in de auto te janken als je nadenkt over de personage-ontwikkeling en wat je je arme baby’s aandoet… dat is iets heel, heel bijzonders. Op een roman kan ik helemaal stukgaan, juist omdat die hartsverbintenis in dat lange schrijfproces zoveel intenser is. En dat is soms verschrikkelijk, maar meestal is dat juist fantastisch.

(Hm, misschien werkt de metafoor van een one night stand vs een lange relatie hier nog beter dan een sprintje vs een marathon.)

Dat gezegd hebbende, denk ik dat er nog een zuster verhaal aan zit te komen voor ‘Extracurriculaire activiteiten‘. Want soms als je romans schrijft, dan heb je een paar korte verhalen nodig om van te voren of tijdens het schrijfproces de wereld te verder te kunnen verkennen. Tenminste, ik wel.

En zo blijven we bezig 🙂

fantastels verhalenwedstrijd 2016

IMG_20170402_150950Afgelopen weekend was Fantastels Verhalenwedstrijd 2016. Zoals jullie wel weten, ben ik een soort van ambassadeur voor de wedstrijd: na vier top 10 noteringen (en een winst) heb ik vorig jaar als jurylid mogen fungeren, wat ik echt heel erg leuk vond om te doen. Ik miste echter het schrijven en meedoen, dus voor 2016 ben ik weer in mijn metaforische pen geklommen en heb ik een verhaal ingezonden.

‘Uitgangen’ vond ik persoonlijk een van mijn beste werken – rauw, edgy, en een tikkeltje controversieel wat betreft het einde. De laatste duizend woorden heb ik geprobeerd om zowel beklemmend als tamelijk afschuwelijk neer te zetten. In tegenstelling tot andere jaren vond ik dit verhaal niet alleen op het moment van inzenden leuk, maar zelfs zo vlak voor de uitreiking. Ik had goede hoop!

Zal je net zien natuurlijk dat je op de rand van de tweede ronde struikelt. Het verhaal werd 28e. Waar het ene jurylid ermee wegliep (dank je wel voor je lovende woorden, Roos), vond het andere jurylid het einde te open, te depressief (boeh, Django, boeh!). En zo struikel je net in het peloton. Zo verdomde jammer. Ik baal er een beetje van, want dit verhaal is een van mijn favorieten.

Maarja, zo kan het verkeren natuurlijk. Ieder jaar daag ik mezelf uit om iets te schrijven dat origineel is, fris, experimenteel, en vooral ook iets wat ik nog nooit eerder gedaan heb. Juist omdat ik crazy shit in mijn verhalen doe, is daar altijd de mogelijkheid dat daar in de voorronde niet positief op gereageerd wordt. En aangezien je in de eerste ronde maar twee juryleden hebt die je verhaal beoordelen, is de kans aanzienlijk dat het niet lukt. In voorgaande jaren heb ik mazzel gehad… dit jaar duidelijk niet. Heel jammer.

Gelukkig was het wel nog steeds een hele leuke dag. Mijn vriendin Wendy Torenvliet schopte het met haar verhaal ‘Donkere Wolken’ namelijk maarliefst tot de 5e (!!) plaats (dus ik mag weer een I told you so zeggen, en wat trots putten uit het feit dat ik dit verhaal heb mogen redigeren, proeflezen en aanmoedigen), en ik mocht een praatje houden op het podium over hoe je een verhalenwedstrijd wint en wat het met je doet, en de dag was weer prima geregeld natuurlijk! Gefeliciteerd aan alle winnaars, het is jullie gegund!!

Fantastels is niets dan integriteit, enthousiasme, aanmoediging voor schrijvers en passie voor het vak. Een juweeltje voor het fantasygenre, en ik hoop dat het nog vele jaren blijft bestaan. In ieder geval volgend jaar nog, want ik plan natuurlijk revanche.

En ‘Uitgangen’? Nou, ik hoor dat Edge.Zero nog coole verhalen zoekt…

over rebound personages en hechtingsproblemen

Afgelopen weekend stond ik op Retro-Con met mijn lieve collega schrijvers. Uiteraard hadden we de tijd om tussen de boekenverkoop en het signeren door de tijd om lekker met elkaar bij te kletsen. Joris vertelde dat hij super lekker gaat met het schrijven van zijn nieuwe boek (goed man, ik kijk er al naar uit om hem te lezen!), maar ik moest toegeven dat het bij mij niet zo lekker gaat als ik wilde.

Even uitgaande dat de reguliere redenen (ik heb het super druk op mijn werk, en ik ben daarnaast ook nog druk bezig met mijn eerste officiële redactie job van het tweede boek van Gaby Raaymakers, Elins Keuze – wat wordt hij leuk!), dan is er eigenlijk ook nog iets anders wat me een beetje dwars zit, en dat is dat ik mijn draai niet kan vinden met mijn nieuwe personages. Ze zijn nieuw, ik ken ze nog niet goed genoeg, ze zijn een stuk introverter dan mijn vorige cast, en ik heb echt moeite om ze aan het praten te krijgen. Ik mis mijn vorige cast een beetje, die ik blind in een situatie kon neerzetten en die reageerden, praatten en dachten zonder enig filter richting mij als schrijver. Die connectie was zo sterk en intens dat ik me nooit zorgen hoefde te maken over wat de personages zouden doen. Die babbelden wel met me. Het is alsof deze mensen – lief en leuk als ze zijn – dat nog niet doen.

“Oh,” reageerde Joris op mijn uitleg, “dus eigenlijk zijn dit een beetje rebound personages!”

En dat is het precies. Het is een beetje alsof je vorige relatie beëindigd is en je al een nieuwe relatie gestart bent, maar je nog niet helemaal over je vorige liefde heen bent. Stiekem is de relatie met de nieuwe persoon waarmee je bent toch wat moeizamer, er is nog geen vertrouwen, je moet elkaar nog ontdekken — en diep van binnen blijf je toch vergelijken met de vorige persoon.

Tel daar nog eens mee op dat ik mezelf op het moment midden in de fase van het woordenaantal zit dat ik meestal een gezonde weerzin voor mijn verhaal heb (dat wordt meestal na 35000 woorden beter, en ik zit nu op de 30K), en je hebt een mooi recept voor het stroef verlopen van mijn schrijfproces. Tja. Nanowrimo is hem dit jaar dus niet geworden. Het is wel goed geweest voor 30K aan woorden die ik daarvoor niet had, dus ik ben niet ontevreden, het is nog steeds een mooie output, maar die 50 is helaas onmogelijk… voor het eerst in 15 jaar. Bleh.

DSC_1568.JPG
de post-it methode! ziehier een overzicht van het plot van boek 4, hopelijk niet precies leesbaar want hij staat vol met spoilers 😉

Maar, ogen op de horizon, wat gaan we er aan doen?

  1. Even het verhaal laten rusten, het dan van begin tot einde in 1x doorlezen
  2. Een band opbouwen met mijn nieuwe personages – lekker gaan zitten met character sheets, desnoods wat fluff schrijven om ze beter te leren kennen
  3. Dan SCHRIJVEN! Het doel is om mezelf langs die 35K en verder persen – ik heb vorige week geoutlined met de post-it methode, en dat hielp al heel erg. Ik heb 8 hoofdstukken gehad, ongeveer nog 17 te gaan, en ik weet nu wat er in ieder hoofdstuk moet gebeuren.

Met kaders, een leuke cast met personages, en een supergaaf plot zou het straks helemaal goed moeten komen. Maar eerst even rustig aan doen. Kwaliteit kost soms een beetje tijd!

 

 

we gaan ervoor!

deelname

Het is gelukt! Netjes voor de deadline heb ik mijn inzending voor Fantastels op de website geupload. Ik kan er nu niets meer aan doen. Natuurlijk was de eerste reactie nadat ik de bevestigingsmail ontving een ‘Oh mijn god wat heb ik gedaan, ik had vast nog dingen kunnen verbeteren!!’ maar die gevoelens zijn inmiddels bekend terrein. Dit is nu de vijfde keer dat ik meedoe en het wordt duidelijk niet gemakkelijker.

Ieder jaar heb ik wel weer een excuus waarom ik van mezelf vind waarom ik mezelf moet overtreffen; dus zelfs het achterover zitten en ‘ik zie wel waar ik eindig’ komt niet natuurlijk. (Dit jaar is mijn excuus dat ik vorig jaar in de jury gezeten heb en dat ik mijn top-10-streak niet wil verbreken) Ik wil het gewoon te graag; ik hecht me zo aan mijn verhalen. Het worden mijn babies en ik wil graag dat andere mensen ze ook leuk gaan vinden. Stom hè?

Dus wat heb ik dit jaar geschreven? Tja, dat mag ik niet zeggen natuurlijk. Ik ga wel zeggen dat ik hem weer lekker ballsy is, dat ik hem origineel vind, en dat ik het een van mijn betere verhalen vind (iig beter dan Zij Die Weggingen, die 10e werd op Fantastels 2014 en Deus Ex Machina, die het niet zo goed deed op de Harland Awards). Maarja, dat betekent niets, he? Ik ben de jury niet!

Waar vorig jaar als jurylid het werk nu ging beginnen, leg ik het nu neer. Tijd om te gaan afwachten…. oh, en natuurlijk me te gaan focusen op Nanowrimo! 🙂

achtergronden en worldbuilding

Tijdens het heroutlinen van ‘Talent en Kristal’ ben ik ook een stukje verdere worldbuilding op papier aan het zetten. Gewoon, omdat als ik dingen aan mezelf en mijn proeflezers wil uitleggen het handiger is om de zaken uitgeschetst te zien. Dat is waarschijnlijk een stukje beroepsdeformatie; ik ben tenslotte IT trainer van beroep en ik ben zó vaak op het whiteboard pijlen en wolkjes en cirkels en woorden met elkaar aan het verbinden om mijn uitleg handen en voeten te geven… Ik ben niet heel erg dol op grafiekjes, maar overzicht helpt een hoop. Vooral bij uitleg.

Dus toen dacht ik: misschien is het wel handig om het een en ander ook met jullie te delen.

Hieronder vind je een tweetal staafdiagrammen die de opbouw van de bevolkingen van Parsia en Jediah weergeven, gebaseerd op hun talentscore op de Telchian schaal.

Telchian

(Ik heb Parsia een groene staafdiagram gegeven want hun landskleuren zijn groen en geel. Jediah is zilver en zwart, maar dat komt niet helemaal lekker over, dus die heb ik maar donkergrijs gemaakt)

Het is heel interessant om te zien dat Parsia een veel groter percentage lagergetalenteerden heeft dan Jediah. Jediah maakt een veel groter punt van je voortplanten als je getalenteerd bent, en de economie leunt veel meer op de getalenteerden in hun samenleving. Heb je een hoog talent, dan word je automatisch de universiteit ingesleurd en ofwel het leger, ofwel de engineering in gesleept (hangt af van je IQ, neem ik aan).

Jediah is heel vooruitstrevend op paramagisch technologisch gebied. Ze zijn innovatief en stimuleren hun talenten veel meer. Er hangt ook een flink stuk status aan vast; dus het nodigt ook uit om in Jediah te gaan wonen als je een hoge Telchian score hebt.

(Detail: in Jediah wordt de familienaam niet patriarchaal of matriarchaal aan het nageslacht doorgegeven, maar op basis van de hoogste Telchian score. Een kind krijgt de achternaam van de meest getalenteerde ouder. Bij gelijke scores tussen de twee talenten wordt het in goed overleg gekozen)

In Parsia is dit dus een stuk minder – dit is meer een afspiegeling van een ‘reguliere’ bevolking in deze wereld. De niet-magische technologie heeft hier een veel grotere voet aan de grond, omdat simpelweg veel mensen het talent niet hebben om hun douchewater te blijven verwarmen. Er wordt veel geïnvesteerd in reguliere technologie, zodat iedereen toch toegang heeft tot levensgemakken als warm douchewater, liften, elektriciteit, enzovoorts – ondanks hun Telchian score.

Dit is waarom Joys familie zo rijk kan zijn, ondanks dat ze niet erg getalenteerd zijn. De Hartings hebben hun fortuin vergaard door slim investeren en later invloed verzameld via de politiek. In Jediah was dit waarschijnlijk en stuk moeilijker geweest. Misschien niet voor Victor Harting (die netjes mid-veertig scoort), maar wel voor zijn vrouw en dochter.

Bij deze, een stukje wereldbouw. Mochten jullie dergelijke achtergrondstukken leuk vinden, geef een gil, dan komt er meer!

50K binnen, maar we blijven schrijven

NaNo-2015-Winner-Banner.jpg

Net zoals vorig jaar was 23 november de grote dag dat ik 50.000 woorden binnensleepte. Eigenlijk natuurlijk niet helemaal eerlijk, want het was niet 50K maar 110K – ik had in september en oktober al 60.000 woorden geschreven. Dus hoewel ik nu een prachtig winnersembleem heb, is het nog niet klaar.

Het verhaal is nog niet af; ik zit middenin de eindconfrontatie. 112K staat er nu op de teller – ik denk dat ik de 120-125K wel ga bereiken (eerst de eindconfrontatie afmaken, en dan het denouement nog… ja dat redden we wel).

Wat echt een absoluut record gaat zijn, en dus zal twee dingen zal betekenen: 1) Talent wordt langer dan de andere twee boeken, en 2) ik mag voor het eerst echt gaan schrappen in plaats van bijschrijven. Een compleet nieuwe ervaring!

Waarom is dit verhaal nu zoveel langer? Ik dacht eigenlijk dat ik gewoon veel te veel had zitten wauwelen terwijl ik het verhaal aan mezelf probeerde te vertellen, maar toen ik gisteren mijn man aan het updaten was van wat er allemaal in mijn plot gebeurd was, realiseerde ik me dat er stiekem best ambitieus veel de revue passeert. Misschien kunnen sommige scènes eruit, maar er gebeurt in ieder geval zat in het verhaal.

Vooral nu. Precies nu, zeg maar. Het is super spannend en intens en dramatisch op het moment, dus het is tijd om weer verder te gaan.

Ik ga weer schrijven. Wens me succes?

 

nanowrimo dag 19

Het is heel gek. Toen ik begin september ging zitten om voor het einde van het jaar Talent en terreur volledig in de first draft uit te schrijven, wist ik dat het niet gemakkelijk zou worden. Ik had al een hele tijd niets écht nieuws meer geschreven; de afgelopen jaren hebben volledig in het teken gestaan van het herschrijven en redigeren van twee boeken die al jarenlang in eerdere versies hadden bestaan.

Talent en terreur was een idee dat zichzelf (met de subtiliteit van een blikseminslag) aan me presenteerde in de internationale trein tussen Brussel en Den Haag, eind maart dit jaar. Verder was er, behalve wat vage concepten die me wel leuk leken, nog helemaal niets. Dus ja, dat was weer even vanaf het nulpunt beginnen. Weer een first draft schrijven, terwijl hetgeen wat ik de afgelopen jaren gezien heb, vierde versies en vijfde versies na acht redactierondes met Cocky waren.

Dus dan moet je even terug naar de basis en jezelf vertellen dat je het natúúrlijk nog kan. Ja, de proza in die eerste versie is niet fantastisch; maar dat ben ik die het verhaal aan mezelf vertel, die is niet voor jullie. De discrepantie tussen Kelly die tegen zichzelf grotendeels dialogen en setups doet en Kelly die jullie een verhaal vertelt waar ze haar best op heeft gedaan om het zo mooi mogelijk te maken… die is best groot.

fe157e3c07a2fec9ea705900766efabb

De eerste tachtigduizend woorden van het verhaal schrijven, voelde als vechten tegen de bierkaai. Dat proces in dat plaatje boven (ik heb hem al eens eerder gepost) is geen grapje, zo ging het. En toen, ergens afgelopen weekend, toen ik de negentigduizend overschreed en eindelijk mijn einde in zicht had en al die ???SCREAMING?!?!! delen van mijn plot gehad had… toen begonnen dingen eindelijk op hun plaats te vallen. (Beetje jammer dat dat na 90K pas komt, maar liever laat dan nooit.)

Ik heb nu een goed gevoel over wat ik aan het doen ben; dat het verhaal verteld moet worden, en dat de logistieke/motivationele problemen die ik nu in de lijn van het verhaal zie, gemakkelijk opgelost kunnen worden. De ergste heuvel is genomen, nu wordt het een run naar de finish.

En die gaat heftig worden, want de climax van het verhaal is best heftig. Moet ook, als het ’t einde van een trilogie betekent, maar ja, het wordt bikkelen. Maar voor het eerst sinds ik met dit project begonnen ben, kijk ik er echt naar uit. Het gaat niet gemakkelijk worden, maar wel geweldig.

BRING. IT. ON. 😀

Nanowrimo wordcount update: 37K voor nanowrimo, 97K voor het verhaal in totaal. Als het goed is, ga ik de 100K vandaag of morgen halen en dat is toch ook wel weer een triomf. Ik heb ooit al eens, lang geleden, een 125K verhaal geschreven, maar dat was met een pauze van een half jaar ertussen. Ik heb nog nooit in één keer in een marathon sessie 100K in een keer geschreven. Dus hoera 😀

dit is wel moeilijk, hoor

Nee, niet Nanowrimo. Dat gaat inmiddels best aardig. Alle achterstanden die ik had, heb ik inmiddels ingelopen en ik zit na 15 dagen op een comfortabele 30K en een gemiddelde van 2K per dag. Ik heb volgende week de hele week vrij, dus alle tijd van de wereld om het verhaal af te schrijven; ik heb alles klaar staan voor de eindconfrontatie, dus de aankomende 20K gaat het lekker knallen. Qua schrijven gaat het stiekem toch best heerlijk op rolletjes, ookal is het overduidelijk een first draft en ben ik logistiek aan het goochelen om alles te laten lukken en de geloofwaardigheid op een hoog (genoeg) niveau te houden. Dat is niet moeilijker dan normaal.

Wat er moeilijk is, is dat dit boek letterlijk Talent en Terreur als werktitel heeft, en dat de belangrijkste thema’s zich centreren om dingen als: hoe ver ga je voor je vrijheid? ga je over lijken om een betere wereld te creëren? zou je over lijken gaan om een oorlog te voorkomen? wanneer ben je een moordenaar en wanneer ben je een vrijheidsvechter? tussen alle vechtende partijen, wie heeft er eigenlijk gelijk?

Mijn boek speelt zich voor een groot deel af bij een terroristische organisatie genaamd de Jonge Radicalen en die zijn geen lieverdjes. Nu is niemand dat, in deze wereld – en de oorlogszuchtigheid van de strijdende partijen is geen toeval ofzo. Het is eigenlijk een aanklacht tegen wat er op dit moment gaande is in de wereld. Haatzaaien, racisme, angst opwekken, terrorisme, de oorlog tegen terrorisme, corruptie… dat dus. Die thema’s kwamen in de vorige boeken al naar voren, maar komen tot een echt conflict in dit boek.

En dan zie je zulke dingen gebeuren als in Parijs en Beiroet en Syrië en dat klapt er toch wel keihard in, hoor.  Ik voel me er absoluut niet lekker bij en het zit me flink dwars.  (Genoeg dat ik echt ga twijfelen aan de titel van mijn boek, bijvoorbeeld. Kan dit wel? Is dit wel respectvol?) Ik ga in dit boek dus best heel diep in mijn eigen ideologieën en mijn hart, heel anders dan in Bloed en Scherven… en het is moeilijk. Maar ik voel wel dat dit verhaal verteld moet worden, dus ik zet het door. Ik hoop dat ik de intensiteit van mijn gevoelens en mijn hoop voor een betere wereld een beetje vorm kan geven, dat ik het op een integere manier aan jullie over kan brengen.

Vingers gekruist.