hell yeah: John Dies At The End

En omdat we toch al aan het lachen waren met de “hell yeah” serie, hier nog een van de  humoristischer entries. Of is het dat eigenlijk wel? John Dies At The End. 😉

“Dave? This is John.”
“What, are you-”
Alive?
“-in an ambulance or something?”
“Yes and no. Are you still at the police station?”
“Yeah. We were both-”
“Have I died yet?”

Misschien heb je de film wel gezien, misschien heb je er wel eens van gehoord. “John Dies At The End” is een urban fantasy/horror boekenserie van (nu nog) drie boeken, geschreven door David Wong (pseudoniem van Jason Pargin).  En hier komt het deel waar ik moet gaan pitchen waarom het nu zo amazing is, en dat is waar het moeilijk wordt. De drie boeken in de serie heten “John Dies At The End“, “This Book Is Full Of Spiders (Seriously Dude, Don’t Touch It)” en “What The Hell Did I Just Read?“. Misschien dat dat het een en ander al uitlegt. 😉

“Just answer the question, please,” John said. “Did your dog ever levitate, or speak in dead languages?”
“What? No.”
“Are you sure?”
“Ma’am,” I said, “if your dog was dabbling in the occult it’s best you tell us now. We’re experts.”

John Dies at the End PosterHet gaat over John en Dave (en Amy), die in een stadje in mid-west Amerika wonen. Dankzij een avontuur met een vreemde drug genaamd “soy sauce” kunnen ze door dimensies heen kijken – eigenlijk zo ongeveer de hel in. Monsters zijn echt, ze zijn aanwezig, en ze zijn gevaarlijk.

John, Dave en Amy doen hun best om hun stadje en de wereld te redden tegen uitbraken van kosmische horror. Ze zijn echter ook niet al te slim (nouja, Amy wel), super cynisch (Dave), en eigenlijk gewoon een beetje white trash (John en Dave allebei), dus het gaat niet altijd even gemakkelijk.

“The problem isn’t that there’s not enough heroes in the world, the problem is too many dumb people assume they are one.”

Dave is de verteller van het verhaal, hoewel we soms ook stukken krijgen vanuit de perspectieven van John en Amy. Er wordt veel gespeeld met het concept van de onbetrouwbare verteller, wat een extra laag aan het verhaal meegeeft. De personages hebben allemaal een eigen stem, maar wat ze allemaal gemeen hebben is – buiten dat ze best vulgair zijn en er wat afgevloekt wordt – een hele laconieke manier om naar het leven te kijken. Ze zijn al ver voorbij de mental breakdown die je wel móét krijgen als je een leven als dat van hen leidt, en hebben zich neergelegd bij het feit dat het universum een teringbende is.

Maar wat de serie voor mij van “leuk/bij tijd en wijle hilarisch” naar “hell yeah” tilt, is dat de serie zichzelf inderdaad bepaald niet serieus neemt – meerdere malen heb ik in een deuk gelegen van het lachen – …totdat het dat wél doet. De serie is een mix van absurdistische platte humor en existentiële horror die je maanden later nog steeds aan het nadenken zet.

“PEOPLE DIE. This is the fact the world desperately hides from us from birth. Long after you find out the truth about sex and Santa Claus, this other myth endures, this one about how you’ll always get rescued at the last second and if not, your death will at least mean something and there’ll be somebody there to hold your hand and cry over you. All of society is built to prop up that lie, the whole world a big, noisy puppet show meant to distract us from the fact that at the end, you’ll die, and you’ll probably be alone.”

De drie hoofdpersonen hebben allemaal hun eigen problemen (in Johns geval verslaving, en in Daves geval depressie), en hoewel er vaak om gelachen wordt, wordt het bij tijd en wijle hartbrekend duidelijk dat ze eigenlijk gewoon goeie gasten zijn die met 3-0 tegen rondlopen in een wereld die ze niet nodig heeft. Stiekem is het een en ander psychologisch best goed verankerd, waardoor je steeds meer begint mee te leven met deze poor motherfuckers.

“A cockroach has no soul. Yet it runs and eats and shits and fucks and breeds. It has no soul, yet it lives a full life. Just like you.”
En net als je je er rot over begint te voelen, maken ze weer een platte grap en begin je weer te lachen. En dan ben je uitgelachen, en dan wordt er opeens een beeld geschetst van een parallel universum waar dingen (wel) nogal mis zijn gegaan, en dan zit je met een gruwelijk mentaal beeld dat je maanden later nog steeds achtervolgt.
Er zit een scene in boek 3 waar ik soms, in onbewaakte ogenblikken, aan moet denken. En dan zie ik dat beeld weer voor me, en dan huiver ik weer. Ik denk dat dát echte horror is. Ik word namelijk niet snel bang van boeken of films – maar deze boeken hebben me echt hier en daar wel een tik uitgedeeld.
De boeken zijn overigens niet perfect. Boek 1 heeft een traag middenstuk, boek 2 is qua toon anders dan de anderen, en boek 3 is zo’n mindfuck dat het moeilijk is om te weten wat er nou écht gaande is. Bovendien is de humor bij tijd en wijle zo plat dat als het je ding niet is, dat je waarschijnlijk afhaakt. Ik persoonlijk heb het gevoel voor humor van een twaalfjarige, dus ik vind t geweldig.
TL’;DR: Denk Dude, where is my car? ontmoet Supernatural, en dan kom je denk ik wel een heel eind. Dit is een boekenserie waarvoor ik alles laat vallen als er een nieuwe uitkomt, en die ik eens in de zoveel tijd probeer te herlezen, gewoon omdat ik het universum zo ongelofelijk gaaf vind, en omdat de personages me lief zijn.
“I didn’t cry. And if you think I did, good luck proving it, asshole.”
En, als afsluiter: ik weet vrij zeker dat als ik niet vlak ervoor What The Hell Did I Just Read had gelezen, dat ik dan eind 2017 nooit die bizarro actiedroom had gehad die de basis heeft gelegd voor mijn volgende twee boeken. De Prijs Van Water komt Q1 2020 uit. Dus, daar mogen we ook nog eens dankbaar voor zijn. 😉

gedeelde inspiratie is dubbele inspiratie

PictureLang geleden toen de wereld nog jong was, schreef ik uitgebreide recensies over de boeken die ik las, en de series en films die ik keek. Eigenlijk doe ik dat al jaren niet meer, behalve een aantal regels op Goodreads.

Het nadeel daarvan is, is dat ik eigenlijk niet echt een plekje meer heb om te gushen als ik iets echt heel mooi/gaaf/inspirerend vind. En ik krijg echt die vraag nog wel van lezers en geinteresseerden: “waar haal je je inspiratie vandaan?”

Met die gedachte heb ik besloten om de aankomende tijd dingen met jullie te delen die mij in de afgelopen tijd (jaren/maanden/weken/dagen) in vuur en vlam hebben gezet.

Over de jaren ben ik namelijk steeds kritischer geworden op wat ik écht goed vind. Da’s een beetje het nadeel van het vak natuurlijk – als je zo bezig bent met schrijven en verhaalstructuren en motivaties en plotlijnen, dan zie je overduidelijk waar het mis gaat in de verhalen die je ziet of leest (of speelt, in het geval van games). Ik heb bij tijd en wijle zowat zitten schuimbekken als ik een verhaal shit zag eindigen nadat het zo veelbelovend begon (tv-series zoals Game of Thrones, of horror films als Hereditary). Oh, ik heb méningen over zulke situaties, en frustraties – zulke frustraties – als ik het fout zie gaan, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

Ik wil de aankomende weken juist de media in het zonnetje zetten waarvan ik juichend ronddanste “JA! Zo moet het! Het kan dus toch! Kijk nou hoe briljant!”. Het soort waarvan je het ’t liefste van de daken zou willen toeteren hoe goed het is, en waarom het zo slim en passend en perfect is. Waarom je zo fucking genoten hebt. Want dat is het voordeel van het feit dat ik al zoveel gelezen, gezien en gespeeld heb – er is een hoop troep, want 90% van ALLES is troep – en dat is dat als je bij die 10% komt die dan wél perfect uitgevoerd is, dat dat zo speciaal is, dat het je oprecht even helemaal gelukkig maakt. Maar misschien moet ik dat even in de eerste persoon zeggen, want voor MIJ is dat in ieder geval zo. Geen idee hoe dat voor jou is 😉

Ik ga ook mijn best doen om wat dingen te benoemen die niet per se bij een groot publiek bekend zijn, en de aandacht zeker kunnen gebruiken. Tot dusverre heb ik een leuk lijstje van niet alleen boeken en tv-series, maar ook een paar audiodrama podcasts (een medium waarvan ik nauwelijk wist dat het bestond, tot voor een aantal maanden geleden).

Dit wordt de “hell yeah” serie. Ik kan niet wachten om al deze gave dingen met jullie te delen. 🙂

onmogelijke keuzes maken (of: waarom ik de tv serie ‘The 100’ zo waardeer)

Net zoals jullie ben ik opgegroeid met verhalen waarin de held, wanneer hij of zij werd gesteld tussen twee keuzes, altijd de juiste keuze maakte waardoor uiteindelijk aan het einde van het verhaal, iedereen lang en gelukkig kon verder leven. Mocht het niet de juiste keuze zijn op de korte termijn, dan kwam het op de lange termijn alsnog wel goed. Het feit dat er misschien duizenden gestorven waren zodat de held kon leven, daar dachten we dan niet meer aan, want zij waren toch niet de held en de hoofdpersoon waarmee we ons identificeerden. Dus als kind lees je zulke verhalen, als volwassene zie je zulke films (ik kan me nog zo goed herinneren hoe in de film Independence Day je in spanning zat dat de hond in veiligheid zou komen terwijl er een vuurbal door een tunnel heen raasde. Hoe je juichte dat hij het redde en in de armen van het gezin gesloten werd, terwijl je kon zien dat tegelijkertijd honderden mensen door die vuurbal in de tunnel om het leven kwamen, maargoed, dat terzijde). Eind goed, al goed.

Een van de dingen die ik waardeer aan George R. R. Martins boeken, is dat als de hoofdpersonen inderdaad hun doel bereiken – ze krijgen de macht en de troon die ze begeren, en dan moeten ze gaan regeren. Ze zijn de leider van hun volk en dan moeten ze beslissingen nemen – beslissingen die de dood van tientallen mensen kunnen betekenen, om honderden te redden. Stannis Baratheon wordt gevraagd om een jongetje (zijn neefje) op te offeren, zodat hij een visioen kan krijgen wat het land kan redden. Moreel oogpunt: natuurlijk moet je dat doen. Want het koninkrijk. Maar het is geen gemakkelijke keuze (en gelukkig komt Davos tussenbeide om arme Edric Storm te redden, en als lezer ben je stiekem toch opgelucht).

En dan hebben we het nog niet eens over de zaken waar Dany, Jon en Cersei tegenaan lopen in A Dance With Dragons. Sommige keuzes zou je gewoon niet moeten maken, omdat beide keuzes fout zijn, en de compromis zelfs nog erger. ‘Ga met de keuze waarvan jij ’s nachts het beste kan slapen’, wordt er aangeraden, maar soms is geen enkele optie de juiste, en toch moet je die beslissing nemen. Jij bent verantwoordelijk, en wat zal je volk je erom haten…

qDfC7pzsRJM.market_maxresDit is waar de TV serie ‘The 100’ me ontzettend verraste. Mijn man was erg enthousiast over seizoen 2, ik was niet aan het meekijken, maar toen ik met griep op de bank lag, heb ik de serie toch maar aangezet. De eerste paar afleveringen waren slecht geacteerd en had ik een hekel aan heel veel personages, maar ergens rond aflevering 6 vond de serie zijn ‘footing’ en werd het opeens een stuk beter: opeens gingen we richting crises oplossen en karakterontwikkeling. Bellamy ontpopte zich tot verantwoordelijke held, Clarke bewees zich als leider van The 100 op aarde, Octavia werd wat minder derpy, Raven werd geïntroduceerd als badass, en Finn ging het gevaar niet uit de weg, ondanks het feit dat hij maar bleef roepen om compromissen en vrede.

De personages die in het verhaal gevolgd worden, worden een oorlog ingesleurd – eerst op een front, en in seizoen 2 zelfs op twéé fronten waar ze zich door slim nadenken, dapper vechten en wat handenzwaaierige science uit weten te redden. Technisch gezien zouden ze al honderd keer dood moeten zijn, maar weet je, ze doen hun best. En de serie schuwt niet terug van verschrikkelijke beslissingen moeten nemen en supertraumatische gebeurtenissen die de personages voor eeuwig met zich mee moeten dragen. Dit kwam allemaal bij elkaar in de mid-season finale van S2 en man, de keuze die daar gemaakt werd was het énige wat Clarke op dat moment kon doen, maar man o man, wat heb ik zitten huilen. Ik was ontroostbaar. (Laten we het over de season finale maar niet hebben trouwens, over onmogelijke beslissingen nemen gesproken!)

Soms zijn er geen alternatieven. Soms is er geen andere manier.

In heel veel series/films/boeken proberen de schrijvers er met een plotselinge plottwist of reddingsactie toch uit te komen, en dan halen we onze schouders op en denken we: tja, maar gelukkig leeft iedereen nog lang en gelukkig. Dan wil ik best over een zwakke resolutie heen kijken, want mijn favoriet leeft nog.

Maar wanneer dat dan niet gebeurt en ons hart aan stukken gaat omdat er geen alternatief was, en dat die ook niet genomen is, dan zit ik snotterend op de bank dankbaar te zijn, omdat de wereld zo veel moeilijker en gecompliceerder is dan dat we eigenlijk willen dat hij is. Er is geen zwart en geen wit. De redshirts uit Star Trek hadden waarschijnlijk ook een gezin thuis dat nu niet meer gevoed kan worden – maar gelukkig leeft de held nog, hè?

Het is zo fijn als de schrijvers dat begrijpen. Maar aan de andere kant zit ik nu wel met een hart dat in duizend stukjes ligt. Dat is het nadeel.

de onbetrouwbare verteller – of waarom ik graag ik in de ‘ik-vorm’ schrijf

Laten we het meteen maar ter tafel gooien: ik ben dol op verhalen die in de ik-vorm geschreven zijn, en ik vind het fijn om ze te schrijven. Ik weet dat niet iedereen het zo ziet; ik heb wel vaker discussies met mensen die het gewoon niet prettig vinden lezen, en dat snap ik.

Verhalen in de ik-vorm limiteren de visie op de wereld, omdat je minder gemakkelijk van perspectief kunt wisselen en je gedwongen bent om te luisteren naar de hoofdpersoon. Kan je je niet vinden in de ‘stem’ van het hoofdpersoon, dan kan je net zo goed het boek wegleggen, want dan ga je je het hele boek lang irriteren. (Mijn man had dit bij ‘Kushiel’s Dart’ van Jacqueline Carey. Hij kon Phèdre’s stem niet hebben en knapte binnen twintig pagina’s af, terwijl ik juist genoot van haar rijke beschrijvingen. Gemiste kans voor hem, zou ik zeggen, want het is een fantastisch boek, maar we dwalen af).

Een van de redenen waarom ik de ‘ik-vorm’ leuk vind om te lezen en te schrijven is omdat je opeens veel dichter bij de hoofdpersoon staat. Het is waanzinnig intiem om een directe connectie met iemand’s directe gedachten te hebben. Ik geniet van die intimiteit, maar ik geniet nog veel meer van het feit dat je kan spelen met het concept onbetrouwbare verteller. Want iedereen kijkt door zijn eigen denkraam naar de werkelijkheid. Iedereen heeft een gekleurde perceptie. Iedereen beïnvloedt zijn eigen wereldbeeld en herinneringen. Ik vind het leuk om te kijken (en te speculeren) hoe ver dit beeld van de hoofdpersoon afligt van de realiteit.

Er zijn verschillende voorbeelden hiervan te benoemen maar misschien is het leuk om hiervoor naar “Stof en Schitteringen” te kijken. Een mooi voorbeeld is Joy en hoe zij Seamon ziet. Vanaf het allereerst moment dat ze hem ziet – verre van nuchter – wordt ze verliefd op hem. Joy heeft flink wat persoonlijke baggage van genegeerd worden en behoefte hebben aan aandacht en liefde, dus ze focust zich ongelofelijk op Seamon. Ze projecteert een beeld op hem van ‘haar mooie jongen’ die hij eigenlijk helemaal niet is. Seamon heeft zijn eigen problemen en trauma’s die hij met zich meesleept en laat zich haar aandacht dankbaar aanleunen, dus dat beeld van perfectie zal hij nooit waarmaken. Maar omdat we in Joy’s hoofd zitten, lijkt het alsof het zo moet zijn, alsof het iets goeds is. Dat is het niet. Die relatie begint op compleet verkeerde voet, en daarna zitten ze aan elkaar vast. Of ze het ook samen op de lange termijn zouden redden is een hele interessante vraag waar ik nog steeds niet over uit ben.

Dat gezegd hebbende, is limited third person point of view ook een manier om de onbetrouwbare verteller toe te passen. George R. R. Martin is hier bijvoorbeeld een meester in; omdat zijn derdepersoon zo gelimiteerd is in de hoofdstukken, kan hij waanzinnig goed spelen met zulke contrasterende perspectieven, ze tegenover elkaar zetten, en de lezer laten kijken wat hij of zij de echte waarheid vindt.

En het allermooiste voorbeeld van de onbetrouwbare verteller die ik ken, is wel het verhaal van Cloud Strife in Final Fantasy 7. Ik ben FF7 nu voor het eerst in veertien jaar aan het herspelen en ik ken het verhaal nu natuurlijk, dus het is nu zo mooi om te ontdekken waar de gaten in zijn verhaal blijken te zitten (en hoe Tifa erop reageert – die de waarheid wel kent, maar aan zichzelf begint te twijfelen)… ik weet nu de waarheid. De game is in de re-play eigenlijk nog leuker dan het voor de eerste keer spelen. Man, wat ben ik aan het genieten!

De onbetrouwbare verteller geeft je de mogelijkheid om te kunnen speculeren over de werkelijke waarheid van het verhaal, terwijl die met een betrouwbare verteller veel meer als een klaar klontje gepresenteerd wordt. En daarbij is de ik-vorm is de meest intense manier van onbetrouwbaar vertellen. Ik vind het dus heerlijk, maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is. Wat vinden jullie?

top tien vrouwelijke personages in boeken

naomiJullie hebben me ongetwijfeld al eerder horen ranten over hoe weinig echt gave vrouwelijke personages er te vinden zijn in fictie. Toen ik via Ninesisters over een lijst van de beste tien vrouwelijke personages struikelde (en dank je wel dat mijn Valeria de lijst haalde!!), vond ik dat ik daar aan mee moest doen, want zo’n lijst is gaaf om te maken. Helaas kostte het me ook eventjes, om die tien namen bij elkaar te krijgen. Ik merk dat ik heel veel vrouwelijke personages okay vind, of tolereer, of ik snap wat een ander personage in ze ziet maar ik zie het zelf niet… daarom was het stiekem best moeilijk. En dan vergeten we even de personages waar ik de schurft aan heb, trouwens.

Dus hier is mijn lijst, in no particular order:

Naomi Nagata – The Expanse serie, James S.A. Corey
Naomi is intelligent, heeft gevoel voor humor, een sterke persoonlijkheid, en heel belangrijk, she gets shit done. Ik lees graag over haar, want ik voel me met haar veilig, geamuseerd, en ze licht een kamer op wanneer ze er binnenloopt. Ik snap wat Holden in haar ziet, want ik zie het ook.

 

Phèdre nó Delaunay & Melisande Shahrizai – Kushiel serie, Jacqueline Carey
Deze dames moeten saampjes, met hun dysfunctionele relatie waar de chemie simpelweg vanaf SPAT. Phèdre is een warm, rond personage die compleet geen excuses maakt voor wat ze is, maar wel vanuit pure liefde en compassie handelt, en Melisande is natuurlijk de antagonist, maar met een vreemd eergevoel dat ik zeker kan waarderen. Ik shipte ze zo hard saampjes, ookal is die relatie compleet ongezond. Iedere pagina die ze samen deelde knetterde van de spanning. Ik heb dat zelden zo heftig gezien.

 

Arya Stark – A Song Of Ice And Fire, George R.R. Martin
Let op hoe ik de boekenserie noem, niet Game of Thrones. Hoewel Arya in de TV serie ook haar charme heeft, is het Arya om wie ik een beetje moest huilen toen ze de ridderpop van een ander meisje kapot trok, de vulling naar buiten rukte, en schreeuwde: “DIT is hoe een ridder er echt uitziet!”, dit is het meisje waarvoor ik naar voren bladerde in A Storm Of Swords om te zien of ze niet dood was, please laat haar niet dood zijn… Ik geef heel veel om Arya en ik wens haar het allerbeste toe.

 

Lanfear (Mierin Eronaile) – Wheel Of Time, Robert Jordan
Lanfear is mijn guilty pleasure. Ze is compleet batshit insane. Die scène in de haven in Cairhien waarin ze flipte en een seconde verwijderd was van Rand compleet afmaken is nog steeds in mijn geheugen gegrift. Ik denk dat ik hem nog zou kunnen quoten als je dat zou willen. Ik vond het leuk dat in een wereld waar iedereen zo overduidelijk aan de Light of Shadow zijde stond, Lanfear zoiets had van ‘whatever, ik ga met de kant mee die me het meeste macht geeft’. Ze was een van de weinigen in een wereld die zo zwart/wit was.

 

Valentine Wiggin – Ender Series, Orson Scott Card
Ik kan heel veel zeggen over Orson Scott Card en zijn homophobia en de verschrikkelijke moralistische ZOOI die zijn latere boeken geworden zijn, maar ik werd op mijn veertiende verliefd op Valentine Wiggin en zal voor altijd van haar houden. Ze is een prachtig warm personage, briljant intelligent, en ik zal vechten met iedereen die dat niet zo vindt.
Ik zou Petra Arkanian ook heel graag willen noemen, want ze was fantastisch tot Card roofbouw op haar personage pleegde in Shadow Puppets – waarschijnlijk één van de redenen waarom ik niets meer van hem zal lezen. Petra was mijn heldin, verdomme! 😦

 

Shallan Davar – Stormlight Archive, Brandon Sanderson
Heerlijke meid, Shallan. Ze is slim, super gevat (oh, de puns die ze maakt), ontzettend getalenteerd als kunstenaar en blijkbaar ook met magie, en ze heeft een prachtig complexe achtergrond waarmee ze alle kanten op kan. Als Brandon in volgende boeken (verder) de duisternis met haar ingaat, zal ik dat helemaal begrijpen en eigenlijk hoop ik dat wel een beetje, want dat zou fantastisch zijn, juist omdat ze zo ongelofelijk sympathiek is. Shallan heeft zoveel potentieel en we zitten pas op boek 2… Ik ben benieuwd!

 

Devi – Kingkiller Chronicles, Patrick Rothfuss
Wat, Devi? Niet Denna? Yep. Ik vind Devi leuker. Ze is een business owner, maakt het beste van een vervelende situatie, maar heeft wel heel competent haar zaakjes op orde en dat waardeer ik heel erg. Oja, en ze heeft een geweldig gevoel voor humor. Ik heb begrepen dat ze in oudere versies van de serie niet eens als personage bestond. Ik ben héél blij dat Rothfuss haar ingevoegd heeft, want ze verrijkt het boek.

 

Katniss Everdeen – Hunger Games serie, Suzanne Collins
Wat ik vooral heel mooi vond aan Katniss is dat ze geen beautiful unique perfect snowflake is. Zelfs in het beste geval, als we haar trauma’s niet meetellen, is ze van nature al niet goed met mensen, ze moet hard werken en clever door PR mensen gestuurd worden voordat mensen haar aardig vinden – maar diep van binnen heeft ze wel een groot hart, dat heel erg beschadigd is door haar omstandigheden. Ik vond Katniss met haar diepe complexe problemen met haar moeder, met vertrouwen, met verlies en pijn – heel erg goed en aandachtig in beeld gebracht. Ze voelde heel erg menselijk aan.

 

Sabetha Belacoros – Gentleman Bastards serie, Scott Lynch
Lynch had het zichzelf moeilijk gemaakt: hij heeft twee boeken lang Sabetha lopen hypen als Locke’s grote liefde, zijn rivale, de enige die net zo’n goede dief/acteur was als hij – maar haar niet laten zien, tot in boek 3. Ik was héél bang dat het een teleurstelling zou worden, maar nee, Sabetha was competent, sterk, got shit done, en kon in alle gevallen tegen Locke opboksen en het regelmatig zelfs van hem winnen. Wat knap is, met een larger than life personage als Locke Lamora. Ik was ontzettend opgelucht dat Sabetha alles was wat Lynch in eerdere boeken beloofde. Ze was heerlijk om over te lezen!

Zo, dat was leuk! Het was hard nadenken, maar heerlijk om me weer even te wentelen in mijn favoriete personages in mijn favoriete boekenseries. Binnenkort de jongens maar even uitschrijven… 🙂