Stof en Schitteringen·Zilverbron

stof en schitteringen op bol.com

‘Stof en Schitteringen’ op bol.com

Daar staat hij dan, mensen: “Stof en Schitteringen”, op bol.com. ISBN en alles, helemaal echt.
Klaar om te bestellen. Het is nog in de pre-order, want officieel verschijnt “Stof” pas op de 18e (en bij bol.com blijkbaar op de 28e), maar je kunt alvast je bestelling maken als je dat wil. Wil je hem graag al eerder én gesigneerd hebben? Neem hem dan mee naar Elfia, daar sta ik bij de stand van Zilverbron te signeren!

Hopelijk tot dan! 😀

Bloed en Scherven·Stof en Schitteringen·Zilverbron

het tweeluik en de kaften!

Het afgelopen jaar heeft alles om Stof en Schitteringen gedraaid, wat mijn schrijfsels betreft. Oh, ik heb de eerste (eigenlijk derde) versie van Bloed en Scherven (het vervolg) wel uitgeschreven, maar dat was nog toekomstmuziek. Hoewel ik lol had met mijn plotlijnen en mijn personage in het tweede verhaal, heb ik toch echt het meeste energie gestoken in het redigeren en herschrijven van Stof en Schitteringen, want dat was degene die gepubliceerd zou worden. Bloed was een bonus voor de toekomst, nog niet echt iets om me zorgen over te maken.

Totdat Zilverbron besloot er werk van te maken en de twee boeken als tweeluik te gaan marketen, me vroeg om een pitch, en me prompt een contract toestuurde. Bloed en Scherven komt uit in April 2015. Ik word verondersteld om Bloed klaar te hebben voor de metaredactie in Augustus – dat betekent dat ik dus nog even ruim drie maanden heb. Het boek bestaat al, hoor, maar het is nog hartstikke ruw. Ik heb gisteren pas de proloog bedacht en op 80% van het verhaal zit een break die ik nog STEEDS moet herschrijven. En daarna het polijsten, het wegwassen van mijn anglicismes en mijn slechte grammatica, het opleuken van mijn zinnen. Drie maanden. Toen ik het op het contract zag staan, vond ik het goed te doen, maar nu vind ik het toch wel spannend. Voor Stof had ik anderhalf jaar. Nu drie maanden. Tja, dat zal het leven van een schrijver zijn, hè? Tijd om de knokkels te kraken, dus!

Stof en Schitteringen en Bloed en Scherven zijn een tweeluik. Het ene boek volgt op het andere, en vervult de beloftes gemaakt aan het einde van het eerste boek. Het maakt de verhaallijn af, de thema’s en de personageontwikkeling worden compleet. Ik heb soms nog gedacht of het niet beter 1 boek kon worden, maar in overleg met Zilverbron hebben we besloten om er een tweeluik van te maken. En zo gaan ze ook gepromoot worden. Ik heb de kaften gezien, jongens, en ze zijn mooi. Ze passen perfect bij elkaar – de kleuren zijn precies zoals ik het in gedachten had: blauw/grijs voor Stof, en donkerrood voor Bloed. Het is heel bizar om naar zo’n kaft te kijken en te denken: dit worden mijn boeken. Dit worden mijn kindjes.

En kijk ze eens, jongens: zijn ze niet mooi?

Stof en Schitteringen Bloed en Scherven

 

 

Redigeren·Stof en Schitteringen·Zilverbron

stoeien met de zetproef

Ik heb zojuist de zetproef check van Stof en Schitteringen de deur uit gedaan. Ik ben er helemaal stuiterig van! Grappig toch, hoe zo’n kleine actie als op de ‘verzend’ knop drukken zoveel lading kan hebben.

Mijn man Oliver en mijn vriendin Brenda hebben me de afgelopen dagen keihard geholpen om nog dingen te vinden die ik (en het woordredactie team van Zilverbron) misschien nog gemist zouden kunnen hebben. Ik hoop dat we alle laatste kleine foutjes gevonden hebben! Het is bizar om zo’n zetproef kritisch door te lezen. Op een gegeven moment begin je overal aan te twijfelen; hoe zit het met het afbreekstreepje in ‘realiteit’ – is dat zo wel goed? Is ‘besefte’ wel de juiste verleden tijd van beseffen? Het ziet er zo raar uit – etcetera. We hebben ons er doorheen geworsteld. Als we het echt niet meer wisten en de woordenboeken geen uitkomst meer konden bieden, hebben we het woord gewoon op de lijst gezet voor Zilverbron; zij zijn beter op de hoogte van grammatica dan ik.

Pffff, spannend hoor! Nu kan ik er écht niets meer aan doen, nu is het écht uit mijn handen.

“Stof en Schitteringen” gaat naar de drukkerij. Wauw!

 

 

Stof en Schitteringen·Zilverbron

helemaal blij!

Ik was vandaag de hele dag bij een van mijn klanten. Tijdens de lunch checkte ik mijn e-mail op mijn telefoon en merkte dat ik een mailtje had van Zilverbron: de zetproef van “Stof en Schitteringen” zat daar, zomaar in mijn gmail inbox. Klaar voor mij om de zetting te checken, of er niet rare afbrekingen in zitten of dat er nog dingen cursief moeten of pagina opbouwen niet mooi zijn en dergelijke. Maar toen ik het bestand opende, gingen mijn ogen daar niet meteen heen.

Ik keek naar het font, naar de pagina opbouw, naar de pagina hoeveelheid (zo te zien 316 pagina’s), hoe de letters op de pagina stonden, het font. En stom genoeg, toen ik naar de opdraging keek, en het eerste hoofdstuk en die eerste regel van het verhaal, kreeg ik spontaan een beetje natte ogen. Ik wist dat ik er mushy van zou worden; ik vermoedde al dat het een beetje zou voelen alsof je je kindje voor het eerst in je armen houdt. Dat was nu dus al… stel je voor hoe het straks voelt om het fysieke boek met een kaft en alles in je handen te houden.
Ik denk niet dat ik droog ga houden, haha.

Dus hier zit ik, met een cider in mijn hand, aan mijn bureau, luisterend naar Russian Circles, en ik voel me domweg gelukkig 😀

Redigeren·Stof en Schitteringen

nu kan het grote aftellen beginnen…

Ze zijn klaar! Mijn revisies zijn klaar! Hoera! Ik heb net mijn mailtje uitgestuurd naar Zilverbron en ik ben trots en blij.

Er is uiteindelijk best een hoop overbodige herhaling uit geschrapt, maar een stuk minder dan dat ik bang voor was. Het verhaal is er wat actiever door geworden, wat directer. Een paar beschrijvingen erbij, wat reflecties eruit… maar de kracht van het verhaal is absoluut niet teniet gedaan en daar ben ik heel erg blij mee. De daadwerkelijke print gaat nu dichterbij komen en ik vind het zo spannend. Is het al april? 😀

voor degenen die van wordcount statistieken houden, meer informatie onder de ‘lees verder’…

Doorgaan met het lezen van “nu kan het grote aftellen beginnen…”

Redigeren·Schrijven·Stof en Schitteringen

over personages en koppigheid

Disclaimer: ik ben me bewust van het feit dat het volgende ietwat raar klinkt voor niet-schrijvende mensen. Maar schrijvers zullen dit ongetwijfeld herkennen. Het zit namelijk zo: er zijn twee soorten schrijvers, voor zover ik kan zien: de schrijvers die vanuit het plot een verhaal bouwen, en schrijvers die vanuit de personages een verhaal bouwen. Ik zit vrij ferm in het tweede kamp. Ik bedenk concepten voor verhalen en bedenk dan personages die het plot verder drijven. Het kan ook andersom, maar die manier werkt voor mij minder. Ik kan waanzinnig genieten van de psychologie die komt kijken bij het leren kennen en verder uitwerken van je personage. Het geeft een kick om ze zo uitgewerkt te krijgen dat je letterlijk je ogen kan sluiten, ze saampjes in een bar kan neerzetten, en ze een willekeurige conversatie kan laten voeren – waarbij jij als schrijver zowat alleen nog maar notulist bent.
Het nadeel is echter dat ze na zoveel werk vrij stevig in hun schoenen staan. Je personages hebben een eigen willetje. Vooral als je ze van haver tot gort kent en ze al zo’n acht jaar ‘in je hoofd leven’. Dat is fantastisch natuurlijk. Behalve als ze niet mee willen werken… want dat is de keerzijde van de medaille.

Van alle personages die ik ooit geschreven heb, is Joy Harting misschien de meest pacifistische en vriendelijke. Ze gaat van nature aanvaringen uit de weg en probeert (als het even kan) altijd compromissen te sluiten. Iets wat ook wel moet, als je een auto deelt met opgewonden standjes als Valeria en Seamon. Je zou dus zeggen, dat met Joy als eerste persoon verhalenverteller, dat je haar gemakkelijk aan het praten hebt. Dat ze met je mee zou werken, als je besluit dat er een plotverandering is. “Oh, schrijver, je wil dit? Nou, let me tell you…”

Mja, niet dus. Wat blijkt is dat Joy zich heel veel laat aanleunen, maar als ze ergens geen zin in heeft, dan is ze net een oester. Ze klapt dicht en zet haar hakken in het zand; en als schrijver kan je alleen maar soebatten om haar zover te krijgen dat ze doet wat jij wil. Het is letterlijk alsof je op een paard zit dat besluit geen stap meer te verzetten… zo frustrerend. Mijn redacteur vond dat ik een scène uitgebreider moest beschrijven die voor Joy ietwat traumatiserend was. Ze was onder de invloed en doodsbang tijdens die gebeurtenissen, dus ze was er in haar vertelling wat vager over voor de lezer – iets wat mij eigenlijk niet zo heel erg opviel. Totdat ik nu dus meer moest beschrijven in het kader van show, don’t tell. Pfff… dat was het equivalent van kiezen trekken. Dat kostte even moeite!

En dit, dames en heren, is waarom schrijvers drinken.
Maargoed, ik ga weer terug naar mijn revisies. Fijne avond allemaal!

Algemeen·Stof en Schitteringen

Stof en Schitteringen op facebook

Ik heb heel erg lang zitten dubben wat ik nu precies aanmoest met mijn ‘presence’ op Facebook. Wilde ik een aparte auteurspagina aanmaken, wilde ik mijn eigen naam gewoon blijven gebruiken, wilde ik uberhaupt alles wel delen… etcetera, etcetera. Omdat ik onder mijn eigen naam schrijf (nu ja, mijn meisjesnaam), ben ik erg gemakkelijk te googelen en omdat ik in een industrie werk die erg fanatiek is met social media, vond ik het een tijd lang best spannend. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ik er gewoon voor moest gaan. Geen geheimen!

Daarom is mijn persoonlijke Facebook pagina ook gewoon gelinkt van de Zilverbron website. We gaan ervoor!

Maarja, als je een product wil promoten, dan ben je wel beter af als je er een echte Facebook pagina voor maakt. Dus dat heb ik vanavond maar gedaan. Hoera, we doen aan Social Media! 🙂
Dus, als je nieuwsgierig bent: HIER vind je mijn Facebook pagina. En vergeet hem om hem een ‘like’ of een ‘vind ik leuk’ te geven – mocht je dat zo vinden natuurlijk.
Alvast bedankt voor je steun!

Algemeen·Schrijven·Stof en Schitteringen

koude voeten

Afgelopen week heb ik samen met mijn editor de eerste anderhalf hoofdstukken van Stof en Schitteringen geëdit. Vanaf hier gaat het in stroomversnelling – over een paar maanden heb ik mijn boek – mijn baby – echt in handen.

Ik krijg steeds vaker de vraag of ik het niet ongelofelijk spannend vind. Het antwoord is altijd een volmondig “Ja”. Buiten de intense hoop dat het leuk gevonden gaat worden, komt er nu namelijk ook de twijfel of ik het wel goed doe. Of ik niet over een jaar of drie terugkijk op dit manuscript en denk “Shit, dat had ik veel beter moeten doen… als ik nou X en Y had gedaan, was het verhaal veel sterker geweest”. Ik heb dat namelijk nu al. De versie die ik vorig jaar uitgestuurd heb naar uitgeverij Zilverbrond was een stuk zwakker dan waar mijn redacteur en ik nu mee bezig zijn. Ik maak me niet zo veel zorgen over de syntax en de manier waarop zinnen geschreven zijn, daar helpt mijn redacteur me mee. Dat komt wel goed. Maar verhaaltechnisch… De scène in de boot is veel heftiger, ik heb een beter einde, we zien meer van Valeria’s gevoelens. En dit is gekomen nádat ik in December 2012 eigenlijk wel vond dat het verhaal af was.

Vandaag maakte iemand op Tumblr de volgende opmerking (in referentie naar J.K. Rowling die onlangs in een interview toegaf dat ze eigenlijk vindt dat ze Hermione en Ron nooit samen hadden moeten eindigen):

Nothing anything that the author says after the fact changes what was already written, and once you put your work out there, then that’s it. It’s out there, it’s over, and you really have no more say in regards to things like interpretations of character personalities and relationships. At that point, it becomes the reader’s responsibility to decide what to do with what you’ve given them. Coming out after the fact as the author and saying, “well this is what MY interpretation is” doesn’t actually mean anything, and IMO the author’s opinion doesn’t carry any more weight than anyone else’s. The work stands as it is, and if you as the author failed to get across what you meant to, then that’s not the reader’s problem NOR is it a failing of the work itself.

Dus ja. Als iemand zich afvraagt of ik het publiceren van mijn manuscript eng vind?
Het antwoord is zo heel erg “Ja”.

(maar het is ook fantastisch. Laat niemand je wat anders vertellen)

Bloed en Scherven·Muziek·Schrijven·Stof en Schitteringen

because we don’t back down, we won’t run and hide

Ik heb al eerder gebabbeld over muziek en hoe ik een soundtrack heb voor Stof en Schitteringen. Niet alleen voor dat verhaal, trouwens. Al vanaf het begin heb ik playlists gebouwd voor de verhalen die ik schreef. Het heeft waanzinnig veel voordelen:

  • Het sluit je af van geluidsinvloeden van buitenaf
  • Je besteedt tijd aan de mood en feel van het verhaal als je gaat nadenken over het verhaal wat je gaat schrijven en de muziek die erbij hoort
  • Andersom kan je geïnspireerd raken en ideeën krijgen van muziek – kan het leiden tot nieuwe plotwendingen, concepten en personages
  • En allerlaatst, werkt het ook in retrospect: zelfs al het verhaal al tijden klaar is, kunnen alle gevoelens en ideeën met een klap terugkomen als je een liedje hoort dat op die verhalen playlist staat. (Zo kan ik “When You Were Young” van de Killers en “Red Paper Lanterns” van Maybeshewill niet normaal meer horen). Het wordt bijna een soort Pavlov reactie, die associaties.

Op het moment ben ik aan het genieten van het laatste: terwijl ik aan het wachten ben op de redactie die ik terugkrijg van Zilverbron, ben ik lekker in de League aan het schrijven met mijn vriendin Brenda. Een hele nieuwe plotlijn, zo’n tien jaar later, veel meer SF en wat minder dystopian future. Ik ben heerlijk aan het genieten van die nieuwe mogelijkheden… en toen gaf Spotify me opeens Rise Against, “Sattelites”.

Ik had het nummer letterlijk nog nooit eerder gehoord. En hoewel het meeste van het liedje niet helemaal past, sloegen deze lyrics in als een bom:

We’ll sneak out when they sleep
And sail off in the night.
We’ll come clean and start over the rest of our lives.
When we’re gone we’ll stay gone.
Out of sight, out of mind.
It’s not too late,
We have the rest of our lives.

En ik had opeens zoveel feels voor mijn cast tijdens Bloed en Scherven. Nu wil ik prompt Bloed gaan herlezen en editen, en dat laatste stuk dat ik moet aanpassen gaan doorwerken. Grappig hoe zoiets gaat. 😀

Dit is het liedje: