Algemeen

de onbetrouwbare verteller – of waarom ik graag ik in de ‘ik-vorm’ schrijf

Laten we het meteen maar ter tafel gooien: ik ben dol op verhalen die in de ik-vorm geschreven zijn, en ik vind het fijn om ze te schrijven. Ik weet dat niet iedereen het zo ziet; ik heb wel vaker discussies met mensen die het gewoon niet prettig vinden lezen, en dat snap ik.

Verhalen in de ik-vorm limiteren de visie op de wereld, omdat je minder gemakkelijk van perspectief kunt wisselen en je gedwongen bent om te luisteren naar de hoofdpersoon. Kan je je niet vinden in de ‘stem’ van het hoofdpersoon, dan kan je net zo goed het boek wegleggen, want dan ga je je het hele boek lang irriteren. (Mijn man had dit bij ‘Kushiel’s Dart’ van Jacqueline Carey. Hij kon Phèdre’s stem niet hebben en knapte binnen twintig pagina’s af, terwijl ik juist genoot van haar rijke beschrijvingen. Gemiste kans voor hem, zou ik zeggen, want het is een fantastisch boek, maar we dwalen af).

Een van de redenen waarom ik de ‘ik-vorm’ leuk vind om te lezen en te schrijven is omdat je opeens veel dichter bij de hoofdpersoon staat. Het is waanzinnig intiem om een directe connectie met iemand’s directe gedachten te hebben. Ik geniet van die intimiteit, maar ik geniet nog veel meer van het feit dat je kan spelen met het concept onbetrouwbare verteller. Want iedereen kijkt door zijn eigen denkraam naar de werkelijkheid. Iedereen heeft een gekleurde perceptie. Iedereen beïnvloedt zijn eigen wereldbeeld en herinneringen. Ik vind het leuk om te kijken (en te speculeren) hoe ver dit beeld van de hoofdpersoon afligt van de realiteit.

Er zijn verschillende voorbeelden hiervan te benoemen maar misschien is het leuk om hiervoor naar “Stof en Schitteringen” te kijken. Een mooi voorbeeld is Joy en hoe zij Seamon ziet. Vanaf het allereerst moment dat ze hem ziet – verre van nuchter – wordt ze verliefd op hem. Joy heeft flink wat persoonlijke baggage van genegeerd worden en behoefte hebben aan aandacht en liefde, dus ze focust zich ongelofelijk op Seamon. Ze projecteert een beeld op hem van ‘haar mooie jongen’ die hij eigenlijk helemaal niet is. Seamon heeft zijn eigen problemen en trauma’s die hij met zich meesleept en laat zich haar aandacht dankbaar aanleunen, dus dat beeld van perfectie zal hij nooit waarmaken. Maar omdat we in Joy’s hoofd zitten, lijkt het alsof het zo moet zijn, alsof het iets goeds is. Dat is het niet. Die relatie begint op compleet verkeerde voet, en daarna zitten ze aan elkaar vast. Of ze het ook samen op de lange termijn zouden redden is een hele interessante vraag waar ik nog steeds niet over uit ben.

Dat gezegd hebbende, is limited third person point of view ook een manier om de onbetrouwbare verteller toe te passen. George R. R. Martin is hier bijvoorbeeld een meester in; omdat zijn derdepersoon zo gelimiteerd is in de hoofdstukken, kan hij waanzinnig goed spelen met zulke contrasterende perspectieven, ze tegenover elkaar zetten, en de lezer laten kijken wat hij of zij de echte waarheid vindt.

En het allermooiste voorbeeld van de onbetrouwbare verteller die ik ken, is wel het verhaal van Cloud Strife in Final Fantasy 7. Ik ben FF7 nu voor het eerst in veertien jaar aan het herspelen en ik ken het verhaal nu natuurlijk, dus het is nu zo mooi om te ontdekken waar de gaten in zijn verhaal blijken te zitten (en hoe Tifa erop reageert – die de waarheid wel kent, maar aan zichzelf begint te twijfelen)… ik weet nu de waarheid. De game is in de re-play eigenlijk nog leuker dan het voor de eerste keer spelen. Man, wat ben ik aan het genieten!

De onbetrouwbare verteller geeft je de mogelijkheid om te kunnen speculeren over de werkelijke waarheid van het verhaal, terwijl die met een betrouwbare verteller veel meer als een klaar klontje gepresenteerd wordt. En daarbij is de ik-vorm is de meest intense manier van onbetrouwbaar vertellen. Ik vind het dus heerlijk, maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is. Wat vinden jullie?

Muziek·Nanowrimo·Schrijven·Vuur en Vergankelijkheid

vergankelijkheid en nanowrimo

NaNoWriMo 2014 is in de pocket. Ik heb het voor de dertiende keer (!) gehaald, hoera! Het was dit keer even bikkelen, omdat mijn ‘real life’ constant inbrak op mijn schrijftijd die ik normaal in november zo goed open kan houden… maar ondanks een vakantie in Engeland, een werktrip naar Praag, een paar krankzinnig drukke werkweken en een lichaam dat opeens zei: ‘Kappen nu Kel, je bent jezelf voorbijgelopen’, is het toch gelukt.

Ik heb me bijna de hele tijd aan die 2K per dag kunnen houden en was uiteindelijk dus op dag 23 klaar met NaNoWriMo, hoewel mijn verhaal nog lang niet af is. Ik denk dat ik netaan op 50-60% zit, dus er is nog zat te doen… maar vanaf nu op mijn eigen tempo, met wat minder druk.

Om het te vieren, twee kleine kadootjes:

1) Een sneak preview van mijn personages Nathan Lentan en Dannil Surong – in een conversatie die opeens de bom dropte waarin het thema van het verhaal genoemd werd:

Dannil glimlachte scheef. “Maar ben je ooit wel eens bang geweest dat Parsia jullie écht aan zou vallen?”

Ik dacht even na. “Parsia? Nee. Maar eigenlijk ben ik nooit voor wie dan ook bang geweest.”

“Precies. Daarom doen jullie die kanja in Surral ook; omdat jullie denken dat jullie ermee wegkomen. Omdat jullie toch niet teruggepakt gaan worden.”

“Denken we.”

Dannil haalde zijn schouders op en keek een beetje triest terwijl hij een warme trui in zijn koffer gooide. “Alles is vergankelijk.”

(context: Dannil is Surralisch, de ‘ik’ persoon Nathan is Jediaans, ‘kanja’ is Surralisch voor ‘stront’)

2) Dit is een van de twee liedjes die me inspireerde om vergankelijkheid in dit verhaal een thema te maken:

(context: dit is van dezelfde artiest als “Red Paper Lanterns”. Het is heel lieflijk en melodieus, en in tegenstelling tot het ándere liedje dat me inspireerde – “Ephemeral” van Insomnium – helemaal niet metal. Maak je geen zorgen!)

Films/TV·recensie

interstellar, en SF/Fantasy recensies

Interstellar_ALT_ArtowrkGisteravond zijn mijn man en ik naar de Pathé geweest om de film Interstellar in de IMAX te bekijken (hier is een trailer). De nieuwste Christopher Nolan film, en nog SF ook. De trailers zagen er veelbelovend uit, en de naam Nolan zegt tegenwoordig wel een hoop: een rustig verteld verhaal met een mooie opbouw, en waarschijnlijk nog heel goed ook.

Laat me allereerst zeggen dat het een goede film is, zeker een aanrader, Ik ben superblij dat we in een tijd leven dat SF zo mooi en fantastisch in beeld gebracht kan worden en dat iemand als Nolan zo de vrije hand krijgt – en een budget – om een film als deze te realiseren… dat een film als deze mainstream getoond kan worden. Wat dat betreft leven we letterlijk in een gouden tijd voor SF en Fantasy.

De stukken die zich in de ruimte afspeelden vóélden als space (slim gedaan ook, met hoe het geluid soms wegviel als ze in de ruimte waren enzo), de robots waren verrassend snarky en leuk passend in het plot, en het verhaal was episch genoeg. De rol van Matt Damon was trouwens echt fantastisch. De soundtrack mag trouwens ook wel een schouderklopje krijgen, die was superintens en meeslepend. Dat was het goede deel!

Dan nu voor het deel waar ik een beetje gemengde gevoelens over heb: het deel waar het hele plot op gebaseerd is; interstellar travel, het spelen met tijd en ruimte… dat is eerder gedaan. Als de woorden wibbly wobbly timey wimey je wat zeggen, dan weet je waar ik over praat. (Voor degenen die het niet weten: Doctor Who). Het laatste half uur gaf me niet de verassingen die ik gehoopt had, het was niet zo clever als ik gehoopt had dat de film zou zijn. Ofwel ze waren voorspelbaar, ofwel niet voldoende uitgelegd of te vaag en bedekt met de mantel der liefde.

Dus als de film een 9.0 op IMDB krijgt, dan ben ik het daar niet mee eens. Hij was niet zo groundbreaking als Inception, wat ik toch echt een slimmer in elkaar gezet verhaal vond, met minstens zulke mooie visuals.

En misschien komt dat wel omdat ik heel veel SF en Fantasy gezien en gelezen heb. Misschien komt het wel omdat ik een beroepsdeformatie niet meer normaal naar een film kan kijken of een boek kan lezen zonder te zien waar het fout gaat. Maar aan de andere kant betekent dat ook dat wanneer een film of verhaal het voor mij wel goed doet, als ik compleet verrast of overdonderd ben – dan ben ik zo blij. Daar kan ik zo van genieten!

Ik ben niet compleet afgestompt voor fantasy en SF. Ik ben blij dat het bestaat en ik ben dankbaar dat er qua films grote budgetten tegenaan gegooid worden en dat schrijvers als Brandon Sanderson en George R R Martin toegestaan wordt om boeken van meer dan 1000 pagina’s te schrijven. Ik geniet van goede verhalen en kan mezelf helemaal laten meeslepen als het in mijn ogen wél goed gedaan worden. Maar ik heb een baggage als schrijver en als SF/Fantasy liefhebber en misschien ben ik soms wat minder goed te verrassen… vooral wat betreft films, die wat minder lang de tijd hebben om een verhaal te vertellen dan een boek(enserie).

Dus; samengevat als recensie: ik ben blij dat ik Interstellar gezien heb in de IMAX, ik heb het geld er graag voor neergeteld. Het is een leuke film, maar niet Nolan’s beste. Ik ben benieuwd wat jij ervan vond. 🙂

Zo, en nu terug naar NaNoWriMo…

Nanowrimo·Schrijven·Vuur en Vergankelijkheid

dus, hoe gaat het nu?

November (en dus Nanowrimo) zijn alweer half voorbij! Als je Fantasyboeken.org leest en mijn gastblog daar gezien hebt, dan heb je al een beetje een indruk gekregen van mijn ervaringen met Nanowrimo dit jaar. In tegenstelling tot andere jaren heb ik het dit jaar best zwaar. Normaal ben ik namelijk rond deze tijd van de maand al gewoon klaar met mijn verhaal; dit jaar zit ik middenin die verschrikkelijke periode tussen 25000 en 35000 woorden waarin het lijkt dat het verhaal nergens naartoe gaat en ik nog mijlenver verwijderd lijk van het deel van het verhaal waar alles samenkomt tijdens de climax.

En hoewel ik weet dat ik áltijd last heb van die 25K-35K hobbel, lijkt de situatie nu best uitzichtsloos, waarschijnlijk ook omdat Vuur en Vergankelijkheid best een zogenoemde slow burner is vergelijken bij mijn andere verhalen. Hoewel ik de weg naar het conflict fijn aan het plaveien ben, zijn mijn personages eigenlijk op het moment nog veel te druk bezig met elkaar te versieren om zich druk te maken over een kristalcrisis in Surral. Daar ben ik blijkbaar niet aan gewend, haha 😀

Dus, om mezelf te motiveren, laten we nu even de dingen benoemen waar ik na 31K wél blij mee ben:
– Dat ik, ondanks een vakantie in Engeland en een werktrip naar Praag tot 31K heb weten te komen. Ik heb meer geschreven dan ik dacht.
– Mijn personages! Nathan, Dannil en Iris zijn fijn om mee om te gaan. Voordat ik ging schrijven had ik Dannil heel goed in mijn hoofd, maar ik was bang dat ik de stemmen van Nathan en Iris niet zou kunnen vinden. Die angsten zijn volledig ongegrond.
– De romantiek. Volgens mij – maar dat weet ik niet zeker, want ik zit er middenin – ben ik de opbloeiende romance niet aan het verpesten. Het is een uitdaging om een opbloeiende, niet-dysfunctionele romance te schrijven, want ik heb het nog nooit eerder gedaan (wat, dacht je dat Joy en Seamon een gezonde relatie hadden? wat mij betreft niet) …maar wel heel erg leuk!
– Ik ben nog steeds heel erg blij met de titel, maar daar ga ik binnenkort een andere blogpost aan wijden. 🙂

….En dan nu: schrijven! Nog even een slordige 4K en dan ben ik over die nare hobbel heen. Dan kan ik naar het conflict in Surral toe. Komop Kelly, gewoon doen, gewoon schrijven! The only way to fail is not to write. *kraakt knokkels*

Aanmoedigingen in de reacties worden zeer gewaardeerd ❤

Schrijven·Vuur en Vergankelijkheid

nog een paar uurtjes

Oh jongens, spannend is dat he? 31 oktober is in mijn casa al jarenlang een zenuwachtige dag. Al twaalf jaar tel ik af tot middernacht, zodat ik dan mijn eerste woorden op papier kan zetten voor Nanowrimo.

Ieder jaar zijn daar weer die zenuwen of het me wel gaat lukken, of mijn verhaal wel leuk genoeg is om eraan door te schrijven, of ik wel genoeg tijd ga hebben, genoeg motivatie, of mijn plot en mijn personages wel vertrouwd genoeg zijn… je zou zeggen dat het met de jaren gemakkelijker wordt, maar dat wordt het klaarblijkelijk dus niet.

Vooral nu ik voor het eerst in lange tijd met compleet nieuwe personages op pad gaan. Dannil, Nathan en Iris, dat zijn ze. Snap ik ze wel genoeg – begrijp ik hun motivaties en reacties? Kan ik hun stemmen horen? Rammelt mijn plot niet aan alle kanten? Heb ik na vier dagen RPen op Indiecon nog wel genoeg fut om verder te schrijven? Is dit het jaar dat ik faal?

Ergens na middernacht ga ik dat google drive bestand vullen met woorden. We zien vanzelf wel of ik de 50K haal. (ik moet niet zeuren, ik weet dat ik het op mijn sloffen kan redden, het is niet eens meer een kwestie van trots) We zien vanzelf wel of ze goed zijn. (dat is belangrijker, denk ik. ik hoop dat dit geen teleurstelling wordt).

We gaan het merken. Nog een paar uurtjes.

Algemeen·Stof en Schitteringen

de hebban fantasy awards

8eToen Hebban Fantasy de shortlist bekend maakte voor de Hebban Fantasy Awards met de top 5 boeken die doorgingen, was ik eigenlijk alleen maar bezig met het feit dat mijn collega Jolien Tonnon in de shortlist stond. Zo spannend, zou ze winnen?

Helaas heb ik afgelopen weekend de plaag mee teruggenomen van FACTS in Gent, dus ik moest de daadwerkelijke uitreiking missen – ik zat op de bank met een kop thee en een dekentje over me heen. Jammer hoor, want de uitreiking was nog praktisch bij me om de hoek ook.

Maar het nieuws bereikte me gisteravond snel genoeg: Martijn Adelmund & Iris Compiet wonnen de Hebban Fantasy award. Ik heb hun boek Heksenwaan niet gelezen, maar ik gun het ze van harte! Jolien’s Aiya’s Strijd werd tweede. Wat ongelofelijk goed! 🙂

Cocky van Dijk was wel bij de uitreiking, en die rapporteerde dat Jolien’s runner-up prijs niet het enige goede nieuws was: de uitslag voor team Zilverspoor/Zilverbron was nog veel beter:

“Op 6 Spiegelgeest van Cocky van Dijk
Op 7 Het derde verbond van Liane Baltus
Op 8 Stof en schitteringen van Kelly van der Laan
Op 10 Gabriël van Bianca Schepel”

Go team Zilver! Gefeliciteerd allemaal, jullie hebben het verdiend! Wat een goeie uitslag zeg, met vijf boeken in de top 10!

Het fotobewijs is ietwat wazig, maar mijn boek staat daar dus echt. Ik ben 8e geworden, dankzij jullie stemmen. Bedankt voor de eer, bedankt voor de liefde. Ik had er helemaal niets van verwacht en vond de nominatie al fantastisch, maar om ook nog eens in de top 10 geëindigd te zijn is briljant.

Cheers jongens! ❤

Nanowrimo·Schrijven·Vuur en Vergankelijkheid

inspiratie voor nanowrimo

10687117_10152612541999299_6204440739000161855_nAfgelopen zomer heb ik “Bloed en Scherven” aan een aantal van mijn vrienden gegeven, zodat ze de alpha versie van het boek konden doorlezen en er commentaar op konden leveren. Het proeflezen is een belangrijk onderdeel van mijn schrijfproces. Misschien komt er ooit een dag dat ik dit niet meer doe, maar voorlopig zal dit altijd een ding blijven. Simpelweg omdat ik zo veel geniet van het uitwisselen van ideeën over mijn verhaal; een stukje creativiteit dat loskomt als je samen met een ander persoon aan het brainstormen bent. Heerlijk vind ik dat. Soms laat ik de opmerkingen van de proeflezer naast me liggen, en soms… heel soms… dan krijg ik er Ideeën van. Met een hoofdletter I.

Een belangrijk deel van het plot “Bloed en Scherven” wordt gevoed door de soms-koude-soms-hete (en nu dus weer hete) oorlog tussen Parsia en Jediah. Mijn vriendin Kat vroeg me: hoe is dat conflict destijds ontstaan?

Ik antwoordde haar dat het voor het verhaal niet uitmaakte, net zoals al die oude conflicten die je overal ter wereld ziet. Door jaren, decennia, soms zelfs eeuwen haat en wantrouwen te recyclen, maakt het niet meer uit wie er destijds ‘begonnen’ is. Beide naties, beide groepen inwoners van deze landen zijn even schuldig. Iedereen heeft meegewerkt aan de tragedie die erop volgde.

Maar zij wilde het weten. Wie is er begonnen? Hoe is dit ontstaan?

En ja hoor, daar ging ik. Ik ben gaan nadenken over het ‘ontstaan’ van het conflict.  Ja, Jediah en Parsia zijn altijd al economisch en technologisch competitief geweest. Ze hebben nooit harmonieus samengeleefd. Maar wat veroorzaakte nu de oorlog? Waarom is het tot schieten en bombarderen gekomen? Het lijkt erop dat het antwoord op deze vraag in Surral ligt, en daarom gaat dit verhaal zich voor een vrij groot deel in Surral afspelen.

Wat betreft de personages; daar had ik al jaren een vagelijk plotidee voor liggen; ik wilde al jaren iets doen met opa en oma Lentan – hoe is het zo gekomen dat opa Lentan in Parsia terechtgekomen is, en een gezinnetje stichtte met een Parsiaanse? Wat lag ten grondslag aan die relatie? Nou, die twee concepten heb ik gecombineerd. Ja, we ontmoeten opa en oma Lentan. Ja, we zien het begin van de oorlog. Wordt het een klassiek liefdesverhaal? Bepaald niet. Ik ga heel veel lol hebben met de personages in dit verhaal. Rebelse Iris (Seamon heeft zijn passie en zijn politieke inslag van zijn oma), Nathan met zijn verleden in Jediah, en dan is er ook nog Dannil, het Surralische genie die we in de mix gooien. De werktitel van het verhaal is Vuur en Vergankelijkheid.

Ik ga er tijdens Nanowrimo mee aan de slag – ik kan niet wachten.

 

(Doe jij ook mee met Nanowrimo? Zoek me daar op, mijn accountnaam is Lanfir Leah!)

Algemeen·Stof en Schitteringen

reacties op recensies

recensiesAfgelopen week publiceerde Fantasyboeken.org een column van Rianne Werring, met als tagline: Reageer meer! Ik las het met veel interesse, omdat ik natuurlijk als schrijver van te recenseren boeken aan de andere kant van de tafel zit. Ik kan me haar uitgangspunt goed voorstellen; juist omdat recenseren zo subjectief is, zou je als recensent graag een reactie willen zien van de schrijver – wat die van de recensie denkt, welke stukken zij of hij gemist heeft in het boek, hoe de ervaring nog verrijkt kan worden. Ik snap helemaal wat ze bedoelt, want in dialoog met de schrijver kan de recensent nog veel dieper op een boek ingaan en gavere inzichten krijgen en delen met de rest van de wereld.

Ik moet echter toegeven dat ik over deze column een paar dagen heb moeten nadenken, want mijn eerste instinct is dat reageren op een recensie een ongelofelijke faux-pas is, vooral als hij een erg ‘meh’ gevoel geeft. Moet je nu echt gaan protesteren als iemand je visie niet ziet… of erger nog, niet snapt? Als er gecommuniceerd wordt, en het bericht niet doorkomt, is dat dan de ‘schuld’ van de zender of van de ontvanger? Had je dan niet als schrijver beter moeten communiceren? Of moet je het gewoon laten gaan? Als schrijver heb je absoluut geen controle over wat voor gevoelens de lezer bij je verhaal krijgt; of de associaties die het opwekt.

Dit heb ik al gemerkt tijdens de verhalen die ik schreef voor Fantastels: in het juryrapport van mijn eerste inzending in 2011 werd er door het ene juryrapport opgemerkt dat de relatie tussen de twee broers geforceerd aanvoelde en dat hun dialogen ietwat houterig waren, en het andere jurylid genoot van de dialogen en hoe Logan en Jamie echt als broers aandeden. Dit was in hetzelfde juryrapport! Uitgaande van precies hetzelfde materiaal, werden dezelfde zinnen op compleet verschillende manieren geïnterpreteerd. Hier kan je als schrijver zo weinig aan doen.

Met de recensies voor Stof en Schitteringen heb ik tot dusverre geluk gehad, maar zelfs hier merkte ik dat sommige dingen wat polariserend werkten: het drugsgebruik van de personages werd door de ene recensente als ietwat afstotend ervaren, terwijl de ander het juist wel leuk vond omdat het ’t verhaal een wat rauwer randje geeft. En ik als schrijver? Ik moet lachen, want het gebruik van partydrugs in het verhaal is voor mij helemaal niet zo belangrijk, buiten het feit dat het een onderdeel is van de hedonistische in-het-nu-levende levenshouding die Joy en Valeria met elkaar delen en wat in eerste instantie de hoeksteen van hun vriendschap is. (De échte reden waarom de personages zo aan de drugs zitten? Dat is omdat ik 39 graden koorts had toen ik de first draft van het verhaal schreef. Dat is ook de reden waarom nevel je mond doet tintelen – dat was de trachitol die ik toen voor mijn ontstoken keel aan het slikken was. Ahem!)

Veel interessanter zijn de reacties die er komen op de verhouding tussen Joy en Seamon. Het kost me echt moeite om hier mijn mond niet over open te doen, want oh, ik heb hele uitgesproken ideeën bij deze relatie. Ik weet alleen niet of het aan mij is om hier iets over te zeggen, want weet je, op het moment dat je verhaal de wijde wereld in gaat – op het moment dat het gepubliceerd wordt… dan is het verhaal niet meer van jou.

Dan is het eigendom van de lezer, die zijn of haar eigen gevoelens en ideeën heeft over het verhaal, en die zijn net zo valide (of misschien nog wel meer) als wat jij erover kan zeggen. Je kan alleen maar hopen en bidden dat er weinig verloren is gegaan in de communicatie tussen jou en de lezer, en dat zij of hij snapt wat je bedoelt. Ik heb er afgelopen februari al over geblogd, want het is een heel interessant spanningsveld, tussen schrijver en lezer. Of tussen schrijver en recensent. Moet ik echt met je in discussie gaan? Wil je écht wel weten wat ik ervan vind? Is mijn mening over het verhaal meer valide dan die van jou?

Ik weet het niet.

Maar dat gezegd hebbende…. wil je écht weten wat ik denk over de relatie tussen Joy en Seamon? Kom dan maar op! 😀

Fantastels·Schrijven

fantastels 2014

Ik ken een hoop mensen die, net als ik, ook verhalen schrijven. Dit heeft een paar grote voordelen. Een ervan is dat je samen kunt plotten, elkaar ideeën kunt geven, feedback geven, en samen genieten van de werelden die je schept – lang voordat anderen die kunnen betreden. Dat is fantastisch!

Ook kun je elkaar helpen met verhalen; proeflezen voor manuscripten en verhalenwedstrijden bijvoorbeeld. Ik doe dat ontzettend graag, want het geeft me de gelegenheid om een van de eersten te zijn die waanzinnig gave werelden van anderen kan ontdekken, om de schrijver een hart onder de riem te steken dat dit écht wel verdomd veel potentieel heeft, maar ook om te helpen het verhaal en de wereld te polijsten door kritische vragen te stellen en soms suggesties te geven. Die samenwerking, daar geniet ik van, met volle teugen. Laat mij maar meegenieten tijdens de alpha versie van het verhaal; ik laat met liefde alles vallen om je te helpen.

Het nádeel echter, is dat wanneer je dat doet bij verhalenwedstrijden, dat je dan door dat proeflezen een heel accuut idee hebt van hoe sterk de competitie is. Misschien had ik dat liever niet willen weten, want hoewel ik zelf  vierkant achter mijn eigen ingestuurde verhaal sta, weet ik het zeker:  Fantastels 2014 gaat een flinke kluif worden! En mijn verhaal dit jaar is qua sfeer en opzet wéér compleet anders dan vorige jaren, weer een experiment.  Het is dus afwachten hoe de jury erop reageert, en of mijn hart breekt als ze mijn verhaal niet waarderen. (spoiler alert: dat gaat totaal gebeuren, want ik heb weer eens flinke feels bij mijn verhaal).

En nu kan je honderd keer zeggen dat ik vorig jaar toch al gewonnen heb (en verder nog twee top-tien noteringen) en dus niets meer hoef te bewijzen, maar mijn sterrenbeeld is Leeuw en ik heb dus meer trots dan goed voor me is. Het is heel duaal. Ik ben supertrots op mijn vrienden en schrijfcollega’s die keihard gaan rocken in de lijsten, maar stiekem zou je bijna niet willen dat ze meedoen, want dat betekent dat de competitie alleen maar zwaarder wordt. Stom he? 😀

Nou ja, ik kan in ieder geval al zeggen dat de jury gaat GENIETEN dit jaar; want ik heb de beste verhalen al gelezen en ze zijn fantastisch. 🙂

En voor iedereen die onderdeel is van de competitie… have fun, schrijfze, trek je niets aan van de competitie, geniet van je proces… en we zien elkaar op de uitreiking in de lente! 😀

Fantastels·Schrijven

het is weer herfst, het schrijfseizoen!

September is weer voorbij, dus dat betekent dat er vanalles voor mij in het vooruitzicht ligt qua schrijven. In de zomer ben ik meestal snel afgeleid door mooi weer en sociaal doen met vrienden (de dodelijke combinatie van de World Cup en barbecues), maar in de herfst heb in van orgine heel veel inspiratie en focus. Ik denk dat het komt door NaNoWriMo in november, en Fantastels in oktober. Er is gewoon altijd zoveel te plotten, plannen en schrijven in deze tijd van het jaar!

Wat staat er voor deze herfst op de planning:
* Twee dagen FACTS in Gent, met mijn collega’s boeken verkopen en signeren bij de zuiderburen (leuk!)
* In oktober wil ik Stof en Schitteringen gaan vertalen in het Engels. De originele versie van het verhaal heb ik destijds (2006) in het Engels geschreven, maar ik dacht dat ik met dit verhaal meer kans op publicatie zou hebben in Nederland, dus ik heb het in 2011 vertaald en herschreven. Het slechte nieuws is dat ik nu dus weer terug mag vertalen, want die oude versie is door de vele revisies en verbeteringen niet meer bruikbaar. Het goede nieuws is dat ik sommige frases die op het altaar der vertaling gesneuveld zijn, nu weer kan terughalen. Hoera!
* In november, en dit is nieuws hier op mijn blog, wil ik me gaan focussen op de prequel die ik in gedachten heb in de Lentagon wereld. ‘Maar Kelly,’ hoor ik je vragen, ‘het was toch het Lentagon tweeluik?’
Dat klopt! En dat blijft het ook. Ik heb een verhaalopzet liggen voor een boek dat zich zo’n 50-60 jaar afspeelt vóór Stof en Schitteringen en Bloed en Scherven. Het gaat over het begin van de oorlog tussen Parsia en Jediah (en Surral), en wordt beschreven vanuit de ogen van opa en oma Lentan – en hoe die elkaar ontmoeten en hun levens met elkaar verstrengelen. Het is niet precies een liefdesverhaal, we houden het wel nog steeds in de actie. Ik heb nog geen titel voor dit project, alleen maar héél veel enthousiasme voor NaNoWriMo… het is al een hele tijd geleven dat ik met compleet nieuw materiaal aan de slag kon! Zo spannend! 😀

En wat staat er niet op de planning:
* Een verhaal voor Fantastels, want die is al af! Woei! Het is weer een lekker experimenteel verhaal – het concept is misschien niet heel erg origineel, maar de uitwerking ervan volgens mij wel. Ik ben benieuwd hoe hij het gaat doen, we gaan vanzelf wel zien wat de jury ervan vindt. Ik kan Fantastels 2013 toch niet meer toppen, dus we zien wel hoe ver we komen 🙂