Algemeen·Bloed en Scherven·League verhalen·Schrijven·Stof en Schitteringen

getagd door de schrijveloerus

En dan word je getagd om een post te schrijven… en dan mis je dat volledig. Sorry Patricia! Te druk met genieten van de zomerzon en het opnieuw door Grandia 2 heen spelen op de PS2…. Mea culpa! Dus: liever laat dan nooit.

Waarom schrijf je wat je schrijft?
Catharsis. Schrijven is mijn manier van omgaan met de dingen die ik meemaak en om me heen zie. Het kunnen dingen zijn die mij persoonlijk overkomen, metaforen van situaties die ik meegemaakt heb, of simpelweg dingen die ik gelezen of gezien heb op TV en die aan mijn hersenen blijven plakken. Soms moet ik gewoon schrijven om het uit mijn hoofd te krijgen. Het is pure verwerking, zoals dromen. Vandaar dat ik ook vaak dromen uit kan werken tot verhalen.

In welk(e) genre(s) schrijf je?
Uh, ik heb zo’n beetje alles al gedaan; het Lentagon tweeluik (Stof en Schitteringen, en Bloed en Scherven) zijn moderne fantasy/thriller, maar ik heb zo’n beetje alles van horror, tot drama, tot SF en dystopia al gehad. Het hangt er vanaf waar mijn hoofd naar staat op het moment.

Zie je jezelf in de toekomst ooit een uitstapje maken naar een ander genre?
Eh, zie boven. Mijn Grote Project die op de plank ligt voor na de Lentagon boeken is toevallig fantasy – over magie en goden, maar als het met Stof niets geworden was, dan had ik een oude first draft voor een literary fiction verhaal herschreven. En ondertussen ben ik met mijn vriendin Brenda nog steeds aan het spelen in onze dystopische SF wereld.

Wie inspireerde je om te gaan schrijven (of om te blijven schrijven)?
Om te gáán schrijven: ikzelf. Het moest gewoon wel, verhalen vertellen. Blijven schrijven? Eerst mijn ouders, die het aanmoedigden. Toen na mijn tienerjaren was er het lieve geduld van mijn man en het fanfiction schrijven met mensen op Dragonmount.com, waar ik de lol van gedeelde creaties leerde kennen en energie kreeg van de samenwerkingen… en uiteindelijk mag ik een vriendin van mij op mijn blote knietjes danken dat ze me doorstuurde naar Nanowrimo.org, lang geleden toen de wereld nog jong was in 2002.

Wie is je favoriete door jouzelf bedachte personage?
Ha, het is alsof je moet kiezen tussen je kinderen. Moeilijk hoor. Sirka Lentan en Valeria de la Meray. Sirka om redenen die je wel zal zien in Boek 2; ze is een fantastisch personage, zit zo vol liefde en goede bedoelingen, en gaat door het vuur om haar doelen te bereiken… en Valeria is gewoon fantastisch. Kickass, sassy, en ze doet zich zo sterk voor tegenover anderen dat ze het bíjna wordt – terwijl ze diep van binnen best in puin ligt. Een opmerking van een van mijn proeflezers laatst deed me opeens een voorstelling maken van wat er gebeurd zou zijn als Sirka en Valeria samen die auto hadden gedeeld, nog voordat alles zo mis ging. Kan je het je voorstellen? Al dat talent, die competentie, en die capaciteit tot liegen? De wereld zou aan hun voeten liggen.

In welk lettertype werk je het liefst?
Arial.

In welk lettertype zou je nóóit werken?
Comic Sans

Welk boek had je zelf geschreven willen hebben?
Ik heb letterlijk hardop gezegd dat ik The Hunger Games had willen schrijven. Vooral omdat ik al sinds 2004 schrijf over deathmatch arena’s en toernooien met live weaponry. Dat was destijds gebaseerd op Unreal Tournament en Battle Royale, dus Collins en ik putten uit dezelfde inspiratiebron. Maar qua stijl; zelfs qua POV vorm, hebben we een hoop gemeen. Behalve dat ze een stuk beter is dan ik (obviously).

Wie is de eerste die jouw verhalen leest (behalve jijzelf natuurlijk)?
Mijn vriendin Brenda is het dichtst betrokken bij het creatieproces. Ik kaats heel veel plotideeën op haar af, op het moment dat ze op komen zetten. Daarna komen mijn andere vrienden, en mijn man is meestal een van de laatsten.

Heb je weleens meegedaan aan een schrijfwedstrijd en/of in de jury van zo’n wedstrijd gezeten? (Zo ja: hoe was dat?)
Fantastels 2011 (98 inzendingen), 1 verhaal genaamd “Leercurve” – achtste plaats behaald
Fantastels 2012 (92 inzendingen), 2 verhalen, “Getij” werd 49e, “Rode Lantaarns” werd 7e en won de Deviant prijs
Fantastels 2013 (145 inzendingen), 1 verhaal, “Roze Water”, wedstrijd gewonnen!

Goeie ervaringen dus! In alle gevallen waren het complete verrassingen. “Leercurve” was mijn eerste verhalenwedstrijd en kwam compleet out of the blue – ik hoopte alleen maar dat ik niet laatste zou zijn en werd echt helemaal gek toen ik die 8e plaats in de wacht sleepte. “Getij” was niet zo’n best verhaal, dus 49e viel me alleszinds mee. “Rode Lantaarns” was een verhaal dat me heel na aan het hart ging, dus ik hoopte zo dat die het goed zou doen. Het interesseerde me neit hoe goed, maar een top 10 evenaring zou fantastisch zijn. Toen juryleden me vertelden dat mijn verhaal ze bij de strot gegrepen had, en twee van de zeven juryleden me op #1 hadden geplaatst en de jury zo verdeelden dat ik een extra prijs kreeg… dat was pure duizelingwekkende opluchting. Ik wilde dat het verhaal emoties losmaakte, en dat was gelukt.
En dat “Roze Water” in 2013 won… hahaha, nouja, da’s nu drie maanden geleden en dat kan ik nóg niet geloven 😀

Ik heb ook meegedaan met de Luitingh Manuscripten wedstrijd, maar haalde de longlist niet met Stof en Schitteringen. Van ellende heb ik de maanden erna zo’n 100.000 woorden in de League wereld geschreven. Ik was zo teleurgesteld! Totdat een babbeltje met Cocky van Dijk me leerde dat Stof gewoon niet in het portfolio van Luitingh paste… en dat Zilverbron hem graag op zou pikken 😀

Hoeveel verhalen zwerven er op dit moment door je hoofd heen?
Buiten het feit dat “Bloed” mijn hersenen aan het opeten is, en ik mijn Fantastels 2014 verhaal in de eerste versie af heb – is er altijd nog de League. Ik heb een hele stapel met ideeën voor die wereld, dingen die ik nog wil verkennen, concepten. Niet zo veel meer als vorig jaar, want dat heb ik er inmiddels wel allemaal uit geschreven, maar de verhalen voor de League zijn nog altijd niet klaar. We blijven schaven, retconnen, oppoetsen en aanpassen. Het is een project dat nooit af is. Héérlijk.

Wat is jouw schrijfvalkuil?
Ik heb er meerdere. Een van de belangrijkste is dat ik de spagaat doe tussen het Engels en het Nederlands en mijn NL dus ongelofelijk vervuild is door het Engels. Een van de anderen is dat mijn plot volledig in dienst staat van mijn personages, waardoor ik de hulp van proeflezers soms nodig heb om mijn plot weer op de rails te krijgen – vooral omdat ik de logistiek van het verhaal niet altijd op orde heb. Maar daar ben ik gelukkig wel wat beter in geworden met het voorbijgaan van de jaren.

Ben je weleens herkend in het openbaar als ‘de schrijver van…’?
Ik ben een aantal keer aangesproken als de winnaar van Fantastels – op de Elf Fantasy Fair. Onbekenden die me aankeken en zeiden: hey, jij hebt toch Fantastels gewonnen? – en op basis daarvan Stof en Schitteringen kochten. Helemaal super!

Dit was de Schrijveloerustag. Dank je wel voor het taggen, Patricia/Ninesisters!
Ik mag nu zelf mensen taggen – dus bij deze tag ik Mara van Ness… maar het zal nog even duren voordat die dit ziet, want ze is lekker op vakantie! 🙂

Algemeen·Schrijven·Stof en Schitteringen

namen zijn belangrijk

Naar aanleiding van Kim’s Facebook post en het herlezen van Patrick Rothfuss’ “The Name Of The Wind”, dacht ik dat het misschien wel leuk was om te delen waar ik de namen van mijn personages vandaan heb gehaald. Namen zijn belangrijk en goede namen zijn nog beter. Joy en Valeria heb ik bewust hun namen gegeven, nadat aan Sirka en Seamon eigenlijk niet te tornen viel (toen ik de droom kreeg die aan geboorte gaf aan “Stof en Schitteringen”, heetten ze letterlijk zo, dus ik wilde er eigenlijk niets meer aan doen).

Sirka was altijd al donkerharig, competent, en ontzettend sterk met haar magie. Dit is sinds mijn eerste idee niet meer veranderd. Grappig genoeg betekent Sirka in het Pakistaans ‘stelen’ en noemt een duitse website de naam Sirka een verbastering van Siegrun, wat ‘macht en overwinning’ betekent.

Seamon (spreek uit als SJEE-mon, trouwens. Zoals Seamus) betekent qua naam niet zo veel. Het houdt het midden tussen Seamus en Simon, waarbij Seamus betekent ‘hij die verdringt’… wat natuurlijk wel grappig is omdat hij later geboren wordt dan Sirka en haar record qua talent verbreekt. Maar eigenlijk hangt er niet zo veel aan zijn naam vast. Hij had die naam gewoon in mijn droom, kan ik niet zo veel meer aan doen. Wil je met me babbelen over zijn sterrenbeeld, dan kan ik nog wel een boekje over hem opendoen… (hij is kreeft, trouwens).

Joy heb ik heel bewust haar naam gegeven. Haar volledige naam is natuurlijk Joiya (een naam die je heel misschien kent als Egwene’s visioendochtertje in “Wheel of Time” – die is blijven hangen), maar iedereen noemt haar Joy. Blijdschap. Plezier. Ik wilde een positieve naam, want Joy is van nature heel positief ingesteld. Ze houdt van lol maken, feesten, en kan heel intens genieten. Haar insteek qua mensen is ook positief, want ze ziet het goede in iedereen die ze ontmoet.

(bamf toch?)

Valeria is weer een heel ander verhaal, want Valeria heb ik letterlijk vernoemd naar het personage uit de RPG Suikoden. Vanaf het moment dat ik Suikoden 1 en 2 op mijn PSX speelde (in 2001 al), was ze een van de favoriete personages om in mijn party te hebben. Ze schopte bijzonder veel kont, was een van de sterkere personages, dus het was logisch om haar altijd mee op pad te slepen. Ik heb vijf jaar zitten wachten op de mogelijkheid om een personage naar haar te vernoemen, maar het moest wel iemand zijn die de naam waardig was. Dat werd dus Val.
Maar grappig genoeg betekent haar naam ook ‘kracht’, dus het past perfect bij haar als personage.

In boek 2 “Bloed en Scherven” ontmoet je Romain, die oorspronkelijk Ramon heette. De naam lijkt enigszins op Seamon, omdat zowel Seamon als Ramon hele Jediaanse namen zijn. Ze werken veel met de O klinker in jongensnamen (zie ook Timor). (Ik weet trouwens niet wat pappa en mamma Lentan aan het denken waren toen ze Seamon een Jediaanse naam gaven zo vlak na de oorlog, maargoed – ik neem aan dat Johann zijn achtergrond eer aan wilde doen). Maargoed, tijdens het schrijven realiseerde ik me dat Ramon en Seamon écht te veel op elkaar leken, dus heb ik een naam gezocht die er op leek. Ik heb nog aan Roman zitten denken, maar die naam (net als Kain) is té vaak de naam van de slechterik in films en boeken. Vandaar Romain.

Bonus 2: Joy’s beste vriendin Brenya is een cameo van mijn eigen vriendin Brenda (haar naam is verbasterd naar het liedje van A Perfect Circle). Bren verdiende hem, omdat zij aan de wieg stond van een aantal heel belangrijke plotpunten in het verhaal. Let wel, de real life Brenda is een stuk minder jongensgek en egocentrisch als Brenya, haha 🙂

Bloed en Scherven·Schrijven

schrijfplannen voor de maand juni

De afgelopen weken ben ik hard bezig geweest om de alpha versie van “Bloed & Scherven” op papier te krijgen. Dit is pas de vierde keer dat ik het plot overhoop gehaald heb, maar ik ben nu vrij zeker dat dit de plotopbouw en tension arc is die ik de eerste keer al had willen schrijven. Met de allereerste versie door de plee spoelen heb ik een goeie daad gedaan (geloof me, bagger!!), maar versie 2/3/4 hebben heel veel baat gehad bij de nieuwe plotdraden, de veranderde climax en de storyarc. Ik ben erg optimistisch over deze versie, het voelt eindelijk goed.
Met die gedachte heb ik mijn proeflezers om hulp gevraagd (en hulp gekregen uit een aantal onverwachte hoeken, leuk!) en nu ligt “Bloed” dus bij mijn proeflezers. Spannend! Ik ben heel benieuwd wat voor feedback ik terugkrijg.

In de tussentijd heb ik afgelopen weekend met twee van mijn vrienden een schrijfdagje gehouden. Ik had een aantal bizarre writing prompts van het internet afgehaald en we gaven onszelf steeds vijftien minuten met een schrijfprompt om er zo een kort verhaaltje van te maken, zonder bedenktijd, zo uit de losse pols. De ene keer was het succesvoller dan de andere keer en ik niet heel trots over wat ik onder druk uitpoepte, maar we hadden ongelofelijk veel lol en daar gaat het om. En het toont wel dat je heerlijk los kan gaan en leuke dingen kan verzinnen… we hebben plekken van ons onderbewuste verkend waar we normaal niet komen.
Dat gezegd hebbende, is de Paul Harland Prijs deadline deze maand en ik heb een plotje liggen, dus misschien dat ik daar maar even achteraan ga in de maand dat ik wacht op feedback over “Bloed”.

Leuk hoor! Ik houd mezelf wel bezig. 🙂

Bloed en Scherven·Schrijven

storm in je hoofd

 

Ik zit op het moment tot over mijn oren in de (aanloop naar de) climax van “Bloed en Scherven”. Ik heb die ingevoegd naar aanleiding van een suggestie van proeflezer Tijs van afgelopen januari. Het duurde even voordat ik het daadwerkelijk kon doorvoeren; ik heb namelijk prompt sinds afgelopen januari er tegenaan lopen hikken. Ik wist dat hij gelijk had en ik had wel een schets van hoe het zo ongeveer zou moeten lopen, maar op de een of andere manier had ik niet het lef om er al voor te gaan zitten en het daadwerkelijk door te voeren.

Dat heb ik de afgelopen paar dagen dus gedaan. Ik heb de nieuwe scènes toegevoegd aan het verhaal en holy shit, dat was zwaar. Die nieuwe plotlijn dus hè, die maakt alles alleen maar erger. Want wat er nu na komt, in de climax… Laten we maar zeggen dat de dingen die ik in de climax doe 1) logischer zijn en 2) nog eens een graadje harder aan komen bij de personages. Mijn hart brak gisteravond in een miljoen stukken toen ik een scène tussen Romain en Sirka uitschreef. De scène met Joy was niet veel beter. Het is op het moment zo emotioneel uitputtend om te schrijven dat ik gisteravond echt uitgeput in slaap viel. Alsof het stormt in mijn hoofd. Moeilijk, om je dan op je gewone werk en je gewone leven te concentreren.

Maarja, da’s het leven van een schrijver, neem ik aan. Ik zou het voor geen goud willen missen. 🙂

Fantastels·Schrijven

roze water

bowl-waterMocht je heel erg nieuwsgierig zijn naar “Roze Water”, het dystopische fantasyverhaal waarmee ik Fantastels 2013 won, dan kun je hem gaan lezen op Fantasywereld.nl.

Het verhaal kwam tot stand nadat ik op vakantie in Engeland afgelopen september wakker werd uit een heel heftige droom. Het had hele sterke, indringende beelden, alsof ik een film zat te kijken. En hoewel veel van de beelden en gebeurtenissen in deze droom het uiteindelijke verhaal niet eens gehaald hebben, waren een aantal concepten (de stad tijdens de plaag, de sfeer) en de personages (Reka, Zita en Denis) direct uit de droom gegrepen.

De originele titel was trouwens “Een handvol goud” maar uiteindelijk heb ik toch voor “Roze water” gekozen. Het gaat over morele dilemma’s, familie, en de dingen die je doet voor de veiligheid van de mensen die je liefhebt. Hoewel ik het concept van het verhaal zelf erg leuk vond, had ik nooit van mijn leven verwacht dat het verhaal het zo goed zou doen op Fantastels. Dit was om meerdere redenen:

1) Ik leef nog steeds in de veronderstelling dat het feit dat mensen mijn schrijfsels leuk vinden een toevalstreffer is.

2) Ik vind stiekem mijn verhaal “Rode lantaarns” van vorig jaar een beter verhaal, omdat het dichter bij mijn hart ligt.

3) Omdat ik “Roze water” heel kort op de Fantastels deadline heb geschreven, zaten er nog wat slordigheidjes in het verhaal.

Toen ik vervolgens die trofee in mijn handen kreeg wist ik van verbazing niet waar ik kruipen moest. En stom eigenlijk, want eigenlijk ben ik toch wel heel blij met hoe “Roze water” geworden is. Ik wilde een verhaal schrijven dat gevoelens in je loslaat, dat je doet afvragen wat JIJ zou doen in deze situatie, en dat bij je blijft als het al uit is. Het juryrapport van Fantastels leek aan te geven dat dit gelukt is. Daarom, toen Dave van Fantasywereld me benaderde om “Roze water” op hun website te delen, ging ik akkoord. Omdat ik dit verhaal graag wíl delen. Ik wil graag kijken of ik gevoelens in je kan losmaken. Meningen.

Laat je het me weten of dat zo is? 🙂

Algemeen·Bloed en Scherven·Schrijven

over bijkomen en kettingreacties

Ik heb bewust eventjes een weekje vrijgenomen van alles wat schrijven betreft. Na Elfia was ik compleet afgedraaid van alle indrukken en mijn gewone dagelijkse werk vond het nodig om ook superdruk te zijn, dus een adempauze was even hard nodig.

Afgelopen week begon het echter weer te kriebelen en ben ik hard gaan nadenken over Bloed & Scherven. Proeflezer Tijs had al in januari een goede suggestie voor de spanningsopbouw in het verhaal die ik tot op heden nog steeds niet goed heb kunnen doorvoeren. Dat had meerdere redenen: allereerst was ik natuurlijk superdruk met Stof & Schitteringen, maar aan de andere kant is het soms gewoon eng om te gaan graven in een verhaal; dan is er een soort weerstand om de gesettelde orde overhoop te gaan halen.  En misschien was het ook gewoon niet genoeg hoor, dat idee. Misschien was het alleen maar een aanzet.

Want afgelopen weekend heb ik eerst een paar ideeën op mijn vriendin (en plotmaatje) Brenda afgestuurd, en daarna de wat meer gekristalliseerde vorm op mijn man Olli uitgetest. Mijn man gaf me een suggestie die me dat ‘Huh’ gevoel gaf dat ik zo goed ken. Dat is de ‘huh’ die vooraf gaat aan ‘huh. Cool’, en dat gaat weer vooraf aan ‘Als ik nou X doe…’ en de ‘OMG da’s wel vet want dan klopt Y en Z ook beter!’  Een soort kettingreactie. De beste kettingreactie van allemaal!

Dus nu heb ik Ideeën met een hoofdletter I.

Wellicht dat ik die scenes in de aankomende weken dan eindelijk kan gaan uitwerken. Zou gaaf zijn.

Fantastels·Schrijven

fantastels verhalenwedstrijd 2013

2014-04-06 22.03.03“En hoe voel je je nu?” vragen mensen me. “Had je het verwacht?”

Ik kan iedereen maar met een hele grote grijns aanstaren. Nee, ik had het niet verwacht. “Roze Water” als winnaar van Fantastels 2013? Als je me dat vorige week gezegd zou hebben, had ik je waarschijnlijk lachend weggewuifd. Ondanks dat ik na het schrijven erg blij was met de emotionele punch en het morele dillemma in het verhaal, had ik na het herlezen van de week opeens flinke twijfels. Er zaten echt nog wel wat slordigheidjes in; of in ieder geval zinnen die ik beter had kunnen schrijven. Het concept was heel gaaf, maar ik vond dat ik de uitwerking nog wel had kunnen verbeteren. Ik had eigenlijk gewoon nog een paar weken nodig gehad, maar het idee en de moed om het uit te schrijven kwamen maar heel kort voor de deadline.

Dus wat had ik verwacht? Ik hoopte top 50. “Getij” deed het vorig jaar ook ongeveer op die hoogte. Dit verhaal was beter, maar de concurrentie was ook moordend. 145 ingestuurde verhalen! Mijn Zilverbron collega’s Robert Bijman en Mara van Ness hadden verhalen ingestuurd, en Corina Onderstijn ook. Ik had de verhalen van Corina en Mara zelfs nog proefgelezen. (Corina’s verhaal was mijn favoriet. Niemand doet subtiele sfeerschetsen zo goed als zij).

En toen kregen we weer die zenuwslopende uitreiking, waarin met iedere slide van namen die langskomt waar jij niet tussen staat, je hartslag oploopt. Tegen de tijd dat we de tweede ronde bereikten en dus al 120 mensen achter ons gelaten hadden, schoot mijn hartslag weer boven de 150. Toen we de top 10 bereikten stierf ik duizend doden. En dan het gevoel van toen ik de achtste en de zevende plaats voorbij ging… verbetering van de vorige twee keren. In 2011 werd ik achtste, in 2012 werd ik zevende. En toen nummer zes, nummer vijf, nummer vier… toen was er alleen nog maar ongeloof en die woeste hoop en een “het zal toch niet…”

Toen Gerard van den Akker de nummer twee aankondigde en begon iets te zeggen over “Subtiliteit” en iets van een vloek, toen wist ik het. Dat was Corina’s verhaal, ik herkende de concepten en dat betekende dat ik de winnaar was.

Het staat er toch echt op die bokaal. Fantastels 2013, 1e prijs, Kelly van der Laan, Roze Water.

En wat een mooie bokaal! En de eer, knuffels van iedereen, trillende handen terwijl ik foto’s maakte van mijn bokaal, enthousiaste reactie van Cocky en Zilverbron… zulke lieve reacties via social media… wauw.

Ik leef in een droom, mensen. Mike Jansen, de winnaar van vorig jaar, wist me te melden dat de roes hiervan een week of twee duurt.

Da’s prima. Over twee weken komt “Stof en Schitteringen” uit. Ik hou deze high voorlopig nog wel even vast, hihi….

Redigeren·Schrijven·Stof en Schitteringen

over personages en koppigheid

Disclaimer: ik ben me bewust van het feit dat het volgende ietwat raar klinkt voor niet-schrijvende mensen. Maar schrijvers zullen dit ongetwijfeld herkennen. Het zit namelijk zo: er zijn twee soorten schrijvers, voor zover ik kan zien: de schrijvers die vanuit het plot een verhaal bouwen, en schrijvers die vanuit de personages een verhaal bouwen. Ik zit vrij ferm in het tweede kamp. Ik bedenk concepten voor verhalen en bedenk dan personages die het plot verder drijven. Het kan ook andersom, maar die manier werkt voor mij minder. Ik kan waanzinnig genieten van de psychologie die komt kijken bij het leren kennen en verder uitwerken van je personage. Het geeft een kick om ze zo uitgewerkt te krijgen dat je letterlijk je ogen kan sluiten, ze saampjes in een bar kan neerzetten, en ze een willekeurige conversatie kan laten voeren – waarbij jij als schrijver zowat alleen nog maar notulist bent.
Het nadeel is echter dat ze na zoveel werk vrij stevig in hun schoenen staan. Je personages hebben een eigen willetje. Vooral als je ze van haver tot gort kent en ze al zo’n acht jaar ‘in je hoofd leven’. Dat is fantastisch natuurlijk. Behalve als ze niet mee willen werken… want dat is de keerzijde van de medaille.

Van alle personages die ik ooit geschreven heb, is Joy Harting misschien de meest pacifistische en vriendelijke. Ze gaat van nature aanvaringen uit de weg en probeert (als het even kan) altijd compromissen te sluiten. Iets wat ook wel moet, als je een auto deelt met opgewonden standjes als Valeria en Seamon. Je zou dus zeggen, dat met Joy als eerste persoon verhalenverteller, dat je haar gemakkelijk aan het praten hebt. Dat ze met je mee zou werken, als je besluit dat er een plotverandering is. “Oh, schrijver, je wil dit? Nou, let me tell you…”

Mja, niet dus. Wat blijkt is dat Joy zich heel veel laat aanleunen, maar als ze ergens geen zin in heeft, dan is ze net een oester. Ze klapt dicht en zet haar hakken in het zand; en als schrijver kan je alleen maar soebatten om haar zover te krijgen dat ze doet wat jij wil. Het is letterlijk alsof je op een paard zit dat besluit geen stap meer te verzetten… zo frustrerend. Mijn redacteur vond dat ik een scène uitgebreider moest beschrijven die voor Joy ietwat traumatiserend was. Ze was onder de invloed en doodsbang tijdens die gebeurtenissen, dus ze was er in haar vertelling wat vager over voor de lezer – iets wat mij eigenlijk niet zo heel erg opviel. Totdat ik nu dus meer moest beschrijven in het kader van show, don’t tell. Pfff… dat was het equivalent van kiezen trekken. Dat kostte even moeite!

En dit, dames en heren, is waarom schrijvers drinken.
Maargoed, ik ga weer terug naar mijn revisies. Fijne avond allemaal!

Algemeen·Schrijven·Stof en Schitteringen

koude voeten

Afgelopen week heb ik samen met mijn editor de eerste anderhalf hoofdstukken van Stof en Schitteringen geëdit. Vanaf hier gaat het in stroomversnelling – over een paar maanden heb ik mijn boek – mijn baby – echt in handen.

Ik krijg steeds vaker de vraag of ik het niet ongelofelijk spannend vind. Het antwoord is altijd een volmondig “Ja”. Buiten de intense hoop dat het leuk gevonden gaat worden, komt er nu namelijk ook de twijfel of ik het wel goed doe. Of ik niet over een jaar of drie terugkijk op dit manuscript en denk “Shit, dat had ik veel beter moeten doen… als ik nou X en Y had gedaan, was het verhaal veel sterker geweest”. Ik heb dat namelijk nu al. De versie die ik vorig jaar uitgestuurd heb naar uitgeverij Zilverbrond was een stuk zwakker dan waar mijn redacteur en ik nu mee bezig zijn. Ik maak me niet zo veel zorgen over de syntax en de manier waarop zinnen geschreven zijn, daar helpt mijn redacteur me mee. Dat komt wel goed. Maar verhaaltechnisch… De scène in de boot is veel heftiger, ik heb een beter einde, we zien meer van Valeria’s gevoelens. En dit is gekomen nádat ik in December 2012 eigenlijk wel vond dat het verhaal af was.

Vandaag maakte iemand op Tumblr de volgende opmerking (in referentie naar J.K. Rowling die onlangs in een interview toegaf dat ze eigenlijk vindt dat ze Hermione en Ron nooit samen hadden moeten eindigen):

Nothing anything that the author says after the fact changes what was already written, and once you put your work out there, then that’s it. It’s out there, it’s over, and you really have no more say in regards to things like interpretations of character personalities and relationships. At that point, it becomes the reader’s responsibility to decide what to do with what you’ve given them. Coming out after the fact as the author and saying, “well this is what MY interpretation is” doesn’t actually mean anything, and IMO the author’s opinion doesn’t carry any more weight than anyone else’s. The work stands as it is, and if you as the author failed to get across what you meant to, then that’s not the reader’s problem NOR is it a failing of the work itself.

Dus ja. Als iemand zich afvraagt of ik het publiceren van mijn manuscript eng vind?
Het antwoord is zo heel erg “Ja”.

(maar het is ook fantastisch. Laat niemand je wat anders vertellen)

Bloed en Scherven·Muziek·Schrijven·Stof en Schitteringen

because we don’t back down, we won’t run and hide

Ik heb al eerder gebabbeld over muziek en hoe ik een soundtrack heb voor Stof en Schitteringen. Niet alleen voor dat verhaal, trouwens. Al vanaf het begin heb ik playlists gebouwd voor de verhalen die ik schreef. Het heeft waanzinnig veel voordelen:

  • Het sluit je af van geluidsinvloeden van buitenaf
  • Je besteedt tijd aan de mood en feel van het verhaal als je gaat nadenken over het verhaal wat je gaat schrijven en de muziek die erbij hoort
  • Andersom kan je geïnspireerd raken en ideeën krijgen van muziek – kan het leiden tot nieuwe plotwendingen, concepten en personages
  • En allerlaatst, werkt het ook in retrospect: zelfs al het verhaal al tijden klaar is, kunnen alle gevoelens en ideeën met een klap terugkomen als je een liedje hoort dat op die verhalen playlist staat. (Zo kan ik “When You Were Young” van de Killers en “Red Paper Lanterns” van Maybeshewill niet normaal meer horen). Het wordt bijna een soort Pavlov reactie, die associaties.

Op het moment ben ik aan het genieten van het laatste: terwijl ik aan het wachten ben op de redactie die ik terugkrijg van Zilverbron, ben ik lekker in de League aan het schrijven met mijn vriendin Brenda. Een hele nieuwe plotlijn, zo’n tien jaar later, veel meer SF en wat minder dystopian future. Ik ben heerlijk aan het genieten van die nieuwe mogelijkheden… en toen gaf Spotify me opeens Rise Against, “Sattelites”.

Ik had het nummer letterlijk nog nooit eerder gehoord. En hoewel het meeste van het liedje niet helemaal past, sloegen deze lyrics in als een bom:

We’ll sneak out when they sleep
And sail off in the night.
We’ll come clean and start over the rest of our lives.
When we’re gone we’ll stay gone.
Out of sight, out of mind.
It’s not too late,
We have the rest of our lives.

En ik had opeens zoveel feels voor mijn cast tijdens Bloed en Scherven. Nu wil ik prompt Bloed gaan herlezen en editen, en dat laatste stuk dat ik moet aanpassen gaan doorwerken. Grappig hoe zoiets gaat. 😀

Dit is het liedje: