Bloed en Scherven·Schrijven

schrijfplannen voor de maand juni

De afgelopen weken ben ik hard bezig geweest om de alpha versie van “Bloed & Scherven” op papier te krijgen. Dit is pas de vierde keer dat ik het plot overhoop gehaald heb, maar ik ben nu vrij zeker dat dit de plotopbouw en tension arc is die ik de eerste keer al had willen schrijven. Met de allereerste versie door de plee spoelen heb ik een goeie daad gedaan (geloof me, bagger!!), maar versie 2/3/4 hebben heel veel baat gehad bij de nieuwe plotdraden, de veranderde climax en de storyarc. Ik ben erg optimistisch over deze versie, het voelt eindelijk goed.
Met die gedachte heb ik mijn proeflezers om hulp gevraagd (en hulp gekregen uit een aantal onverwachte hoeken, leuk!) en nu ligt “Bloed” dus bij mijn proeflezers. Spannend! Ik ben heel benieuwd wat voor feedback ik terugkrijg.

In de tussentijd heb ik afgelopen weekend met twee van mijn vrienden een schrijfdagje gehouden. Ik had een aantal bizarre writing prompts van het internet afgehaald en we gaven onszelf steeds vijftien minuten met een schrijfprompt om er zo een kort verhaaltje van te maken, zonder bedenktijd, zo uit de losse pols. De ene keer was het succesvoller dan de andere keer en ik niet heel trots over wat ik onder druk uitpoepte, maar we hadden ongelofelijk veel lol en daar gaat het om. En het toont wel dat je heerlijk los kan gaan en leuke dingen kan verzinnen… we hebben plekken van ons onderbewuste verkend waar we normaal niet komen.
Dat gezegd hebbende, is de Paul Harland Prijs deadline deze maand en ik heb een plotje liggen, dus misschien dat ik daar maar even achteraan ga in de maand dat ik wacht op feedback over “Bloed”.

Leuk hoor! Ik houd mezelf wel bezig. 🙂

Bloed en Scherven·Schrijven

storm in je hoofd

 

Ik zit op het moment tot over mijn oren in de (aanloop naar de) climax van “Bloed en Scherven”. Ik heb die ingevoegd naar aanleiding van een suggestie van proeflezer Tijs van afgelopen januari. Het duurde even voordat ik het daadwerkelijk kon doorvoeren; ik heb namelijk prompt sinds afgelopen januari er tegenaan lopen hikken. Ik wist dat hij gelijk had en ik had wel een schets van hoe het zo ongeveer zou moeten lopen, maar op de een of andere manier had ik niet het lef om er al voor te gaan zitten en het daadwerkelijk door te voeren.

Dat heb ik de afgelopen paar dagen dus gedaan. Ik heb de nieuwe scĂšnes toegevoegd aan het verhaal en holy shit, dat was zwaar. Die nieuwe plotlijn dus hĂš, die maakt alles alleen maar erger. Want wat er nu na komt, in de climax… Laten we maar zeggen dat de dingen die ik in de climax doe 1) logischer zijn en 2) nog eens een graadje harder aan komen bij de personages. Mijn hart brak gisteravond in een miljoen stukken toen ik een scĂšne tussen Romain en Sirka uitschreef. De scĂšne met Joy was niet veel beter. Het is op het moment zo emotioneel uitputtend om te schrijven dat ik gisteravond echt uitgeput in slaap viel. Alsof het stormt in mijn hoofd. Moeilijk, om je dan op je gewone werk en je gewone leven te concentreren.

Maarja, da’s het leven van een schrijver, neem ik aan. Ik zou het voor geen goud willen missen. 🙂

Fantastels·Schrijven

roze water

bowl-waterMocht je heel erg nieuwsgierig zijn naar “Roze Water”, het dystopische fantasyverhaal waarmee ik Fantastels 2013 won, dan kun je hem gaan lezen op Fantasywereld.nl.

Het verhaal kwam tot stand nadat ik op vakantie in Engeland afgelopen september wakker werd uit een heel heftige droom. Het had hele sterke, indringende beelden, alsof ik een film zat te kijken. En hoewel veel van de beelden en gebeurtenissen in deze droom het uiteindelijke verhaal niet eens gehaald hebben, waren een aantal concepten (de stad tijdens de plaag, de sfeer) en de personages (Reka, Zita en Denis) direct uit de droom gegrepen.

De originele titel was trouwens “Een handvol goud” maar uiteindelijk heb ik toch voor “Roze water” gekozen. Het gaat over morele dilemma’s, familie, en de dingen die je doet voor de veiligheid van de mensen die je liefhebt. Hoewel ik het concept van het verhaal zelf erg leuk vond, had ik nooit van mijn leven verwacht dat het verhaal het zo goed zou doen op Fantastels. Dit was om meerdere redenen:

1) Ik leef nog steeds in de veronderstelling dat het feit dat mensen mijn schrijfsels leuk vinden een toevalstreffer is.

2) Ik vind stiekem mijn verhaal “Rode lantaarns” van vorig jaar een beter verhaal, omdat het dichter bij mijn hart ligt.

3) Omdat ik “Roze water” heel kort op de Fantastels deadline heb geschreven, zaten er nog wat slordigheidjes in het verhaal.

Toen ik vervolgens die trofee in mijn handen kreeg wist ik van verbazing niet waar ik kruipen moest. En stom eigenlijk, want eigenlijk ben ik toch wel heel blij met hoe “Roze water” geworden is. Ik wilde een verhaal schrijven dat gevoelens in je loslaat, dat je doet afvragen wat JIJ zou doen in deze situatie, en dat bij je blijft als het al uit is. Het juryrapport van Fantastels leek aan te geven dat dit gelukt is. Daarom, toen Dave van Fantasywereld me benaderde om “Roze water” op hun website te delen, ging ik akkoord. Omdat ik dit verhaal graag wĂ­l delen. Ik wil graag kijken of ik gevoelens in je kan losmaken. Meningen.

Laat je het me weten of dat zo is? 🙂

Algemeen·Bloed en Scherven·Schrijven

over bijkomen en kettingreacties

Ik heb bewust eventjes een weekje vrijgenomen van alles wat schrijven betreft. Na Elfia was ik compleet afgedraaid van alle indrukken en mijn gewone dagelijkse werk vond het nodig om ook superdruk te zijn, dus een adempauze was even hard nodig.

Afgelopen week begon het echter weer te kriebelen en ben ik hard gaan nadenken over Bloed & Scherven. Proeflezer Tijs had al in januari een goede suggestie voor de spanningsopbouw in het verhaal die ik tot op heden nog steeds niet goed heb kunnen doorvoeren. Dat had meerdere redenen: allereerst was ik natuurlijk superdruk met Stof & Schitteringen, maar aan de andere kant is het soms gewoon eng om te gaan graven in een verhaal; dan is er een soort weerstand om de gesettelde orde overhoop te gaan halen.  En misschien was het ook gewoon niet genoeg hoor, dat idee. Misschien was het alleen maar een aanzet.

Want afgelopen weekend heb ik eerst een paar ideeĂ«n op mijn vriendin (en plotmaatje) Brenda afgestuurd, en daarna de wat meer gekristalliseerde vorm op mijn man Olli uitgetest. Mijn man gaf me een suggestie die me dat ‘Huh’ gevoel gaf dat ik zo goed ken. Dat is de ‘huh’ die vooraf gaat aan ‘huh. Cool’, en dat gaat weer vooraf aan ‘Als ik nou X doe…’ en de ‘OMG da’s wel vet want dan klopt Y en Z ook beter!’  Een soort kettingreactie. De beste kettingreactie van allemaal!

Dus nu heb ik Ideeën met een hoofdletter I.

Wellicht dat ik die scenes in de aankomende weken dan eindelijk kan gaan uitwerken. Zou gaaf zijn.

Fantastels·Schrijven

fantastels verhalenwedstrijd 2013

2014-04-06 22.03.03“En hoe voel je je nu?” vragen mensen me. “Had je het verwacht?”

Ik kan iedereen maar met een hele grote grijns aanstaren. Nee, ik had het niet verwacht. “Roze Water” als winnaar van Fantastels 2013? Als je me dat vorige week gezegd zou hebben, had ik je waarschijnlijk lachend weggewuifd. Ondanks dat ik na het schrijven erg blij was met de emotionele punch en het morele dillemma in het verhaal, had ik na het herlezen van de week opeens flinke twijfels. Er zaten echt nog wel wat slordigheidjes in; of in ieder geval zinnen die ik beter had kunnen schrijven. Het concept was heel gaaf, maar ik vond dat ik de uitwerking nog wel had kunnen verbeteren. Ik had eigenlijk gewoon nog een paar weken nodig gehad, maar het idee en de moed om het uit te schrijven kwamen maar heel kort voor de deadline.

Dus wat had ik verwacht? Ik hoopte top 50. “Getij” deed het vorig jaar ook ongeveer op die hoogte. Dit verhaal was beter, maar de concurrentie was ook moordend. 145 ingestuurde verhalen! Mijn Zilverbron collega’s Robert Bijman en Mara van Ness hadden verhalen ingestuurd, en Corina Onderstijn ook. Ik had de verhalen van Corina en Mara zelfs nog proefgelezen. (Corina’s verhaal was mijn favoriet. Niemand doet subtiele sfeerschetsen zo goed als zij).

En toen kregen we weer die zenuwslopende uitreiking, waarin met iedere slide van namen die langskomt waar jij niet tussen staat, je hartslag oploopt. Tegen de tijd dat we de tweede ronde bereikten en dus al 120 mensen achter ons gelaten hadden, schoot mijn hartslag weer boven de 150. Toen we de top 10 bereikten stierf ik duizend doden. En dan het gevoel van toen ik de achtste en de zevende plaats voorbij ging… verbetering van de vorige twee keren. In 2011 werd ik achtste, in 2012 werd ik zevende. En toen nummer zes, nummer vijf, nummer vier… toen was er alleen nog maar ongeloof en die woeste hoop en een “het zal toch niet…”

Toen Gerard van den Akker de nummer twee aankondigde en begon iets te zeggen over “Subtiliteit” en iets van een vloek, toen wist ik het. Dat was Corina’s verhaal, ik herkende de concepten en dat betekende dat ik de winnaar was.

Het staat er toch echt op die bokaal. Fantastels 2013, 1e prijs, Kelly van der Laan, Roze Water.

En wat een mooie bokaal! En de eer, knuffels van iedereen, trillende handen terwijl ik foto’s maakte van mijn bokaal, enthousiaste reactie van Cocky en Zilverbron… zulke lieve reacties via social media… wauw.

Ik leef in een droom, mensen. Mike Jansen, de winnaar van vorig jaar, wist me te melden dat de roes hiervan een week of twee duurt.

Da’s prima. Over twee weken komt “Stof en Schitteringen” uit. Ik hou deze high voorlopig nog wel even vast, hihi….

Redigeren·Schrijven·Stof en Schitteringen

over personages en koppigheid

Disclaimer: ik ben me bewust van het feit dat het volgende ietwat raar klinkt voor niet-schrijvende mensen. Maar schrijvers zullen dit ongetwijfeld herkennen. Het zit namelijk zo: er zijn twee soorten schrijvers, voor zover ik kan zien: de schrijvers die vanuit het plot een verhaal bouwen, en schrijvers die vanuit de personages een verhaal bouwen. Ik zit vrij ferm in het tweede kamp. Ik bedenk concepten voor verhalen en bedenk dan personages die het plot verder drijven. Het kan ook andersom, maar die manier werkt voor mij minder. Ik kan waanzinnig genieten van de psychologie die komt kijken bij het leren kennen en verder uitwerken van je personage. Het geeft een kick om ze zo uitgewerkt te krijgen dat je letterlijk je ogen kan sluiten, ze saampjes in een bar kan neerzetten, en ze een willekeurige conversatie kan laten voeren – waarbij jij als schrijver zowat alleen nog maar notulist bent.
Het nadeel is echter dat ze na zoveel werk vrij stevig in hun schoenen staan. Je personages hebben een eigen willetje. Vooral als je ze van haver tot gort kent en ze al zo’n acht jaar ‘in je hoofd leven’. Dat is fantastisch natuurlijk. Behalve als ze niet mee willen werken… want dat is de keerzijde van de medaille.

Van alle personages die ik ooit geschreven heb, is Joy Harting misschien de meest pacifistische en vriendelijke. Ze gaat van nature aanvaringen uit de weg en probeert (als het even kan) altijd compromissen te sluiten. Iets wat ook wel moet, als je een auto deelt met opgewonden standjes als Valeria en Seamon. Je zou dus zeggen, dat met Joy als eerste persoon verhalenverteller, dat je haar gemakkelijk aan het praten hebt. Dat ze met je mee zou werken, als je besluit dat er een plotverandering is. “Oh, schrijver, je wil dit? Nou, let me tell you…”

Mja, niet dus. Wat blijkt is dat Joy zich heel veel laat aanleunen, maar als ze ergens geen zin in heeft, dan is ze net een oester. Ze klapt dicht en zet haar hakken in het zand; en als schrijver kan je alleen maar soebatten om haar zover te krijgen dat ze doet wat jij wil. Het is letterlijk alsof je op een paard zit dat besluit geen stap meer te verzetten… zo frustrerend. Mijn redacteur vond dat ik een scĂšne uitgebreider moest beschrijven die voor Joy ietwat traumatiserend was. Ze was onder de invloed en doodsbang tijdens die gebeurtenissen, dus ze was er in haar vertelling wat vager over voor de lezer – iets wat mij eigenlijk niet zo heel erg opviel. Totdat ik nu dus meer moest beschrijven in het kader van show, don’t tell. Pfff… dat was het equivalent van kiezen trekken. Dat kostte even moeite!

En dit, dames en heren, is waarom schrijvers drinken.
Maargoed, ik ga weer terug naar mijn revisies. Fijne avond allemaal!

Algemeen·Schrijven·Stof en Schitteringen

koude voeten

Afgelopen week heb ik samen met mijn editor de eerste anderhalf hoofdstukken van Stof en Schitteringen geĂ«dit. Vanaf hier gaat het in stroomversnelling – over een paar maanden heb ik mijn boek – mijn baby – echt in handen.

Ik krijg steeds vaker de vraag of ik het niet ongelofelijk spannend vind. Het antwoord is altijd een volmondig “Ja”. Buiten de intense hoop dat het leuk gevonden gaat worden, komt er nu namelijk ook de twijfel of ik het wel goed doe. Of ik niet over een jaar of drie terugkijk op dit manuscript en denk “Shit, dat had ik veel beter moeten doen… als ik nou X en Y had gedaan, was het verhaal veel sterker geweest”. Ik heb dat namelijk nu al. De versie die ik vorig jaar uitgestuurd heb naar uitgeverij Zilverbrond was een stuk zwakker dan waar mijn redacteur en ik nu mee bezig zijn. Ik maak me niet zo veel zorgen over de syntax en de manier waarop zinnen geschreven zijn, daar helpt mijn redacteur me mee. Dat komt wel goed. Maar verhaaltechnisch… De scĂšne in de boot is veel heftiger, ik heb een beter einde, we zien meer van Valeria’s gevoelens. En dit is gekomen nĂĄdat ik in December 2012 eigenlijk wel vond dat het verhaal af was.

Vandaag maakte iemand op Tumblr de volgende opmerking (in referentie naar J.K. Rowling die onlangs in een interview toegaf dat ze eigenlijk vindt dat ze Hermione en Ron nooit samen hadden moeten eindigen):

Nothing anything that the author says after the fact changes what was already written, and once you put your work out there, then that’s it. It’s out there, it’s over, and you really have no more say in regards to things like interpretations of character personalities and relationships. At that point, it becomes the reader’s responsibility to decide what to do with what you’ve given them. Coming out after the fact as the author and saying, “well this is what MY interpretation is” doesn’t actually mean anything, and IMO the author’s opinion doesn’t carry any more weight than anyone else’s. The work stands as it is, and if you as the author failed to get across what you meant to, then that’s not the reader’s problem NOR is it a failing of the work itself.

Dus ja. Als iemand zich afvraagt of ik het publiceren van mijn manuscript eng vind?
Het antwoord is zo heel erg “Ja”.

(maar het is ook fantastisch. Laat niemand je wat anders vertellen)

Bloed en Scherven·Muziek·Schrijven·Stof en Schitteringen

because we don’t back down, we won’t run and hide

Ik heb al eerder gebabbeld over muziek en hoe ik een soundtrack heb voor Stof en Schitteringen. Niet alleen voor dat verhaal, trouwens. Al vanaf het begin heb ik playlists gebouwd voor de verhalen die ik schreef. Het heeft waanzinnig veel voordelen:

  • Het sluit je af van geluidsinvloeden van buitenaf
  • Je besteedt tijd aan de mood en feel van het verhaal als je gaat nadenken over het verhaal wat je gaat schrijven en de muziek die erbij hoort
  • Andersom kan je geĂŻnspireerd raken en ideeĂ«n krijgen van muziek – kan het leiden tot nieuwe plotwendingen, concepten en personages
  • En allerlaatst, werkt het ook in retrospect: zelfs al het verhaal al tijden klaar is, kunnen alle gevoelens en ideeĂ«n met een klap terugkomen als je een liedje hoort dat op die verhalen playlist staat. (Zo kan ik “When You Were Young” van de Killers en “Red Paper Lanterns” van Maybeshewill niet normaal meer horen). Het wordt bijna een soort Pavlov reactie, die associaties.

Op het moment ben ik aan het genieten van het laatste: terwijl ik aan het wachten ben op de redactie die ik terugkrijg van Zilverbron, ben ik lekker in de League aan het schrijven met mijn vriendin Brenda. Een hele nieuwe plotlijn, zo’n tien jaar later, veel meer SF en wat minder dystopian future. Ik ben heerlijk aan het genieten van die nieuwe mogelijkheden… en toen gaf Spotify me opeens Rise Against, “Sattelites”.

Ik had het nummer letterlijk nog nooit eerder gehoord. En hoewel het meeste van het liedje niet helemaal past, sloegen deze lyrics in als een bom:

We’ll sneak out when they sleep
And sail off in the night.
We’ll come clean and start over the rest of our lives.
When we’re gone we’ll stay gone.
Out of sight, out of mind.
It’s not too late,
We have the rest of our lives.

En ik had opeens zoveel feels voor mijn cast tijdens Bloed en Scherven. Nu wil ik prompt Bloed gaan herlezen en editen, en dat laatste stuk dat ik moet aanpassen gaan doorwerken. Grappig hoe zoiets gaat. 😀

Dit is het liedje:

Algemeen·Muziek·Schrijven·Stof en Schitteringen

terugblik op 2013

Iedereen doet het; even terugblikken op het afgelopen jaar tegen de tijd dat je in december terecht komt… ik ook. Ik heb een aantal rituelen aan het einde van het jaar, als het buiten donker is. Een van die rituelen is mijn eindejaarsverslag op mijn persoonlijke blog, waarin ik letterlijk terugkijk op de hoogte- en dieptepunten in mijn leven en me afvraag wat ik van dit jaar meeneem, wat mijn doelen zijn voor het volgende jaar, etcetera. Vorig jaar heb ik mijn doelen ingesteld op genieten, veel naar concerten gaan, veel schrijven en oja, het zou héél leuk zijn als iemand Stof en Schitteringen zou willen uitgeven, maar ik verwachtte het niet… Heel bizar om hier een jaar later op terug te kijken… volgend jaar om deze tijd heb ik Stof gewoon hier naast me op mijn bureau liggen. Ik ben inmiddels al in contact met Zilverbron over (een verrassend klein stukje) metaredactie; de Ă©chte redactie begint volgende maand.

2013 is een heel goed jaar geweest. Niet alleen wat betreft schrijven (200.000 woorden geschreven Ă©n mijn boek wordt gepubliceerd) maar ik ben ook naar drie festivals en een slordige zestien concerten geweest in het afgelopen jaar (waarvan er meerderen echt volledig te gek waren). Ik heb in de zon gezeten, gelachen en gedronken en rondgehangen met mijn lieve vrienden, een fantastische vakantie gehad in Engeland, een hele inspirerende werktrip naar een klant in Budapest, gezondheid, liefde… ik denk niet dat je je heel veel meer zou kunnen wensen.

Op oudejaarsavond komt onze vriendengroep bij elkaar; standaard, vaste prik, als traditie. We luiden altijd samen het nieuwe jaar in met veel te veel champagne, bier, vuurwerk en goed gezelschap, maar ook met een momentje reflectie. Zo rond 22 uur gaat er een playlist aan met onze eindejaarsliedjes: juist die liedjes die voor jou 2013 representeren, of die je het vetst vond, of die je gewoon wil (laten) horen… of misschien juist je hoop uitdrukken voor 2014. We zitten met zijn allen bij elkaar en wanneer jouw liedje begint, leg je kort uit waarom. En dat is zo’n mooie traditie dat we het inmiddels al twaalf jaar volhouden. Het is soms emotioneel, maar heel vaak gewoon heel fijn om samen het jaar af te sluiten. We zijn vaak al maanden bezig met ons eindejaarsliedje uit te kiezen. Dit jaar was het voor mij een moeilijke keuze, want ik had er twee die voor de titel gingen.



Dit liedje is het geworden: “Big Thinks Do Remarkable” van And So I Watch You From Afar. (genre: math-rock, post-rock)
Waarom? Omdat deze band live speelde op de avond dat ik hoorde dat Zilverbron mijn boek wilde uitgeven. Het was het allerbeste nieuws ter wereld, en toen kwam ASIWYFA het podium op stuiteren en hun muziek is zo hoopvol, zo intens vrolijk, zo ik-kan-de-hele-wereld-aan, dat dit liedje het afgelopen jaar volledig weergeeft in mijn hoofd. Hoop en de zonneschijn in je ogen; zo zou het altijd moeten zijn.

Bloed en Scherven·Schrijven

post-nanowrimo leven

Het is inmiddels een week geleden dat ik Bloed en Scherven afschreef. Het verhaal klokt in totaal in op 57K en waarschijnlijk is er nog steeds vanalles mis mee, maar ik heb nog niet de moed gehad om te gaan teruglezen.

Dus in plaats daarvan heb ik vanavond uit de losse pols zo’n 1000 woorden geschreven. De scĂšne is heerlijk bitterzoet en gaat waarschijnlijk niet eens in het verhaal terecht komen, maar ik kon het gewoon niet laten. Ik heb beelden in mijn hoofd en ze moeten eruit, of ze nu plotgerelateerd zijn of niet. *zucht* Alsof je fanfiction schrijft voor je eigen verhaal. Bizar. Ik zit te dicht op deze personages om afscheid van ze te kunnen nemen; dit losmaakproces gaat nog wel even duren, vrees ik.

Nouja, het houdt me van de straat, neem ik aan. En om heel eerlijk te zijn, vind ik het concept van nog even wat tijd dorbrengen met mijn personages niet zo heel erg. 🙂