Als je nog aanmoediging nodig hebt, kijk dan dit interview dat ik had met Django Mathijsen, waarin we praten over Fantastels, verhalen schrijven, en wat het je kan opleveren.
Ik heb ontzettend veel zin om jullie verhalen te jureren! ❤
De boeken van Kelly van der Laan
Als je nog aanmoediging nodig hebt, kijk dan dit interview dat ik had met Django Mathijsen, waarin we praten over Fantastels, verhalen schrijven, en wat het je kan opleveren.
Ik heb ontzettend veel zin om jullie verhalen te jureren! ❤
Het meeste van mijn schrijfsels komen er tijdens Nanowrimo uit, wat betekent dat die verschrikkelijke ‘first drafts’ die de herstructurering van mijn plot maar half overleven, er doorgaans in één keer tijdens een schrijfmarathon van drie weken uitkomen. November is mijn schrijfmaand en de rest van het jaar ben ik aan het redigeren, herschrijven en aanpassen. Na dertien Nanowrimo ervaringen (en overwinningen) is het een soort Pavlov reactie geworden dat mijn inspiratie in het najaar begint te stromen en dat mijn motivatie in november een hoogtepunt bereikt.
Dat maakt Talent en Terreur dan direct een vreemde eend in de bijt, want die ben ik begonnen te schrijven in april/mei. Ik ben tot 27K gekomen, heb kritisch naar mijn plot gekeken, en heb het vervolgens door de plee getrokken. Hoewel ik heel blij was met bepaalde scenes en concepten, werkte de logistiek voor geen meter. Schrijven is schrappen, maar 27K schrappen doet PIJN. Het torpederen van je plot werkt nogal verlammend.
Daarna kwam daar de laatste redactie en de plotselinge release van Bloed en Scherven nog bovenop – dus de orde van alledag wist mijn verlamming maar moeilijk te verbreken. Maarja, met een beoogde releasedatum op Castlefest 2016 zit ik nu wel met een deadline. Daar komt nog eens bovenop dat ik vanaf november heel druk ga zijn met het lezen van alle verhalen voor Fantastels. Ik hoor van alle juryleden dat ik het werk dat komt kijken bij Fantastels jureren niet moet onderschatten, dus daar moet ik echt voldoende tijd voor inplannen.
En als je dan je first draft voor het einde van het jaar af wil hebben, dan blijft er nog maar best weinig tijd over. Dus eind augustus ben ik gaan zitten voor mijn plot en heb ik het geherstructureerd tot iets wat best heel aardig stond, en in september ben ik eerst die door-de-plee-gespoelde 27K gaan herschrijven tot iets wat bruikbaar was… en in oktober ben ik bezig gaan met volledig nieuw materiaal. Ik zit nu op 42K in totaal. Dat is verre van een slecht totaal, maar ik ben Nanowrimo gewend en ik voel me alsof ik langzaam schrijf – iedere avond dat ik niet schrijf voel ik me schuldig, alsof ik aan Nano meedoe. Ugh!
Het is oktober, vertel ik mezelf constant. Het is niet Nanowrimo; ik doe dit jaar niet mee want ik ben bezig met een bestaande roman. Als een echte schrijver met echte deadlines. Nano is helemaal geen ding dit jaar. Ik kan steady as she goes schrijven, zolang ik aan het einde van het jaar maar grofweg 90-100K op papier heb staan. En met het tempo waarop ik ga, is dat gemakkelijk te behapstukken. (Ik heb in november zelfs nog een week vrij genomen om gewoon lekker te kunnen schrijven).
Maar die instincten, hè, die willen harder, rennen, vliegen, knallen! Stom is dat.
42K dus, en dan maar verder. Misschien moet ik me toch maar aanmelden aan Nanowrimo, om die instincten ook hun lolletje te geven. Wat vinden jullie?
Een van de manieren waarop ik aan het plot van mijn verhaal werk, is door een playlist te maken en die op repeat te zetten terwijl ik aan mijn verhaal denk. Meestal maak ik actief tijd voor plotkauwen als ik ’s avonds de hond uit laat. Dat is een half uur lopen in het donker met een playlist die plotsuggesties in mijn oren blèrt… en in die periode dat mijn hersenen sowieso al opgegeten worden door het plot-in-wording, dan is dat nog eens extra effectief. Mijn hond Bodhi vindt het niet erg, die wil best een extra rondje om lopen als ik middenin een plotpunt zit.
Vanavond gebeurde dat dus. Playlist aan, lopen… en opeens had ik een doorbraak. Weer een puzzelstukje dat op zijn plaats viel, en wat zo lógisch is dat het plot verder stuwt en dieper laat gaan. Man, zulk soort dingen zet mijn hersenen in vuur en vlam. (Serieus, ik zou wel eens een MRI willen zien van mijn hersenen als ik aan het plotten ben. “This is your brain. Now this is your brain on plot….” :D) Ik kan alleen maar stom grijnzen en gelukkig zijn. Dit voelt zo goed. Dit gaat werken. Dit gaat hem worden. Ik ga heel binnenkort zitten en schrijven. Man, ik heb hier zin in!
In de tussentijd gaat mijn dank uit naar Protest The Hero, die ik op dat moment aan het luisteren was. En Dillinger Escape Plan. En Sonic Syndicate. Alledrie deze bands zijn verantwoordelijk voor heel belangrijke plotpunten in wat Talent en Terreur gaat worden. Ik zou willen dat ik ze kon bedanken 🙂
En mocht je je afvragen wat ik dan precies luisterde? Nou, het is niet voor iedereen. Het is een mathrocky/progmetal-y mess met een vrij geniaal einde; maar ik vind het leuk. 😀
We are your beginning
and we will be your end…
Mocht je interesse hebben in de volledige playlist van de Lentagon serie, check dit dan. Hij gaat van dance naar modern rock naar metal, heel uiteenlopend!
Het is hier alweer even stil, sorry daarvoor! Er is erg weinig te rapporteren op het moment. Zilverbron is op het moment druk bezig met het nazoeken van documentatie en papierwerk, dus over de releasedatum van Bloed en scherven kan ik helaas nog weinig vertellen. We staan ook niet op Keltfest met de Zilverspoor/bron tent, dus voorlopig wordt dat niet face-to-face bijkletsen. Het voordeel hiervan is, dat het me wel meer tijd geeft om te schrijven.
Want ja, in de tussentijd ben ik druk bezig met het schrijven aan boek 3, Talent en terreur, en dat gaat lekker. Ik ben op het moment de 20.000 woorden net voorbij, wat niet slecht is voor even ruim een maand werk. Tenminste, dat is wat ik mezelf vertel. Stiekem is het namelijk best zwaar om weer met een eerste versie bezig te zijn. Vooral als het laatste wat je deed een zesdeversie-redigeer-ronde was, en je nu met een eersteversie-schrijfsel aan het stoeien bent. Blijkt dat je schrijfsels echt beter worden in de redactie, wie had dat gedacht 😉
Daarbij opgeteld ben ik niet het soort schrijfster dat haar plot compleet uitplant en dan pas gaat schrijven. Ik heb concepten en plotpunten en ideeën die ik bedenk, thema’s en de climax van het verhaal die ik uitwerk, en natuurlijk de personageontwikkeling die ik uitschets… en dan… dan knal ik het op papier en zie ik wat werkt, en wat niet. Dat betekent wel dat ik het verhaal meestal zo’n ruwweg vier keer volledig overhoop haal, herschrijf en het plot herstructureer, voordat jullie het uiteindelijke product te zien krijgen.
Dat klinkt best prima, totdat je je realiseert dat het gemiddelde schrijfproces voor mij, aan mijn kant van het boek, er ongeveer zo uitziet:

En dat is best bikkelen, zoals je waarschijnlijk wel begrijpt.;)
Maar het is ook superleuk! Het creatieve ontdekkingsproces is net zo gaaf als dat het frustrerend is. Soms moet je gewoon even door het ????? deel heen om een goed nieuw idee naar boven te halen en dan weer op een wat vastere fundering te kunnen doorschrijven. En dat wéét ik, maar soms blijft het wel moeilijk. Tegelijkertijd ben ik wel ongelofelijk blij dat ik weer tijd mag doorbrengen met mijn personages (op het moment heb ik een toptijd met mijn amusement over de manier waarop Seamon en Valeria elkaar constant irriteren :D). Ik heb zo’n woeste liefde voor al mijn babies, en ik kan niet wachten om Morgan en Paris beter te leren kennen. Dus; ik spreek jullie later… ik ga verder schrijven! 🙂
NaNoWriMo 2014 is in de pocket. Ik heb het voor de dertiende keer (!) gehaald, hoera! Het was dit keer even bikkelen, omdat mijn ‘real life’ constant inbrak op mijn schrijftijd die ik normaal in november zo goed open kan houden… maar ondanks een vakantie in Engeland, een werktrip naar Praag, een paar krankzinnig drukke werkweken en een lichaam dat opeens zei: ‘Kappen nu Kel, je bent jezelf voorbijgelopen’, is het toch gelukt.
Ik heb me bijna de hele tijd aan die 2K per dag kunnen houden en was uiteindelijk dus op dag 23 klaar met NaNoWriMo, hoewel mijn verhaal nog lang niet af is. Ik denk dat ik netaan op 50-60% zit, dus er is nog zat te doen… maar vanaf nu op mijn eigen tempo, met wat minder druk.
Om het te vieren, twee kleine kadootjes:
1) Een sneak preview van mijn personages Nathan Lentan en Dannil Surong – in een conversatie die opeens de bom dropte waarin het thema van het verhaal genoemd werd:
Dannil glimlachte scheef. “Maar ben je ooit wel eens bang geweest dat Parsia jullie écht aan zou vallen?”
Ik dacht even na. “Parsia? Nee. Maar eigenlijk ben ik nooit voor wie dan ook bang geweest.”
“Precies. Daarom doen jullie die kanja in Surral ook; omdat jullie denken dat jullie ermee wegkomen. Omdat jullie toch niet teruggepakt gaan worden.”
“Denken we.”
Dannil haalde zijn schouders op en keek een beetje triest terwijl hij een warme trui in zijn koffer gooide. “Alles is vergankelijk.”
(context: Dannil is Surralisch, de ‘ik’ persoon Nathan is Jediaans, ‘kanja’ is Surralisch voor ‘stront’)
2) Dit is een van de twee liedjes die me inspireerde om vergankelijkheid in dit verhaal een thema te maken:
(context: dit is van dezelfde artiest als “Red Paper Lanterns”. Het is heel lieflijk en melodieus, en in tegenstelling tot het ándere liedje dat me inspireerde – “Ephemeral” van Insomnium – helemaal niet metal. Maak je geen zorgen!)
November (en dus Nanowrimo) zijn alweer half voorbij! Als je Fantasyboeken.org leest en mijn gastblog daar gezien hebt, dan heb je al een beetje een indruk gekregen van mijn ervaringen met Nanowrimo dit jaar. In tegenstelling tot andere jaren heb ik het dit jaar best zwaar. Normaal ben ik namelijk rond deze tijd van de maand al gewoon klaar met mijn verhaal; dit jaar zit ik middenin die verschrikkelijke periode tussen 25000 en 35000 woorden waarin het lijkt dat het verhaal nergens naartoe gaat en ik nog mijlenver verwijderd lijk van het deel van het verhaal waar alles samenkomt tijdens de climax.
En hoewel ik weet dat ik áltijd last heb van die 25K-35K hobbel, lijkt de situatie nu best uitzichtsloos, waarschijnlijk ook omdat Vuur en Vergankelijkheid best een zogenoemde slow burner is vergelijken bij mijn andere verhalen. Hoewel ik de weg naar het conflict fijn aan het plaveien ben, zijn mijn personages eigenlijk op het moment nog veel te druk bezig met elkaar te versieren om zich druk te maken over een kristalcrisis in Surral. Daar ben ik blijkbaar niet aan gewend, haha 😀
Dus, om mezelf te motiveren, laten we nu even de dingen benoemen waar ik na 31K wél blij mee ben:
– Dat ik, ondanks een vakantie in Engeland en een werktrip naar Praag tot 31K heb weten te komen. Ik heb meer geschreven dan ik dacht.
– Mijn personages! Nathan, Dannil en Iris zijn fijn om mee om te gaan. Voordat ik ging schrijven had ik Dannil heel goed in mijn hoofd, maar ik was bang dat ik de stemmen van Nathan en Iris niet zou kunnen vinden. Die angsten zijn volledig ongegrond.
– De romantiek. Volgens mij – maar dat weet ik niet zeker, want ik zit er middenin – ben ik de opbloeiende romance niet aan het verpesten. Het is een uitdaging om een opbloeiende, niet-dysfunctionele romance te schrijven, want ik heb het nog nooit eerder gedaan (wat, dacht je dat Joy en Seamon een gezonde relatie hadden? wat mij betreft niet) …maar wel heel erg leuk!
– Ik ben nog steeds heel erg blij met de titel, maar daar ga ik binnenkort een andere blogpost aan wijden. 🙂
….En dan nu: schrijven! Nog even een slordige 4K en dan ben ik over die nare hobbel heen. Dan kan ik naar het conflict in Surral toe. Komop Kelly, gewoon doen, gewoon schrijven! The only way to fail is not to write. *kraakt knokkels*
Aanmoedigingen in de reacties worden zeer gewaardeerd ❤
Oh jongens, spannend is dat he? 31 oktober is in mijn casa al jarenlang een zenuwachtige dag. Al twaalf jaar tel ik af tot middernacht, zodat ik dan mijn eerste woorden op papier kan zetten voor Nanowrimo.
Ieder jaar zijn daar weer die zenuwen of het me wel gaat lukken, of mijn verhaal wel leuk genoeg is om eraan door te schrijven, of ik wel genoeg tijd ga hebben, genoeg motivatie, of mijn plot en mijn personages wel vertrouwd genoeg zijn… je zou zeggen dat het met de jaren gemakkelijker wordt, maar dat wordt het klaarblijkelijk dus niet.
Vooral nu ik voor het eerst in lange tijd met compleet nieuwe personages op pad gaan. Dannil, Nathan en Iris, dat zijn ze. Snap ik ze wel genoeg – begrijp ik hun motivaties en reacties? Kan ik hun stemmen horen? Rammelt mijn plot niet aan alle kanten? Heb ik na vier dagen RPen op Indiecon nog wel genoeg fut om verder te schrijven? Is dit het jaar dat ik faal?
Ergens na middernacht ga ik dat google drive bestand vullen met woorden. We zien vanzelf wel of ik de 50K haal. (ik moet niet zeuren, ik weet dat ik het op mijn sloffen kan redden, het is niet eens meer een kwestie van trots) We zien vanzelf wel of ze goed zijn. (dat is belangrijker, denk ik. ik hoop dat dit geen teleurstelling wordt).
We gaan het merken. Nog een paar uurtjes.
Afgelopen zomer heb ik “Bloed en Scherven” aan een aantal van mijn vrienden gegeven, zodat ze de alpha versie van het boek konden doorlezen en er commentaar op konden leveren. Het proeflezen is een belangrijk onderdeel van mijn schrijfproces. Misschien komt er ooit een dag dat ik dit niet meer doe, maar voorlopig zal dit altijd een ding blijven. Simpelweg omdat ik zo veel geniet van het uitwisselen van ideeën over mijn verhaal; een stukje creativiteit dat loskomt als je samen met een ander persoon aan het brainstormen bent. Heerlijk vind ik dat. Soms laat ik de opmerkingen van de proeflezer naast me liggen, en soms… heel soms… dan krijg ik er Ideeën van. Met een hoofdletter I.
Een belangrijk deel van het plot “Bloed en Scherven” wordt gevoed door de soms-koude-soms-hete (en nu dus weer hete) oorlog tussen Parsia en Jediah. Mijn vriendin Kat vroeg me: hoe is dat conflict destijds ontstaan?
Ik antwoordde haar dat het voor het verhaal niet uitmaakte, net zoals al die oude conflicten die je overal ter wereld ziet. Door jaren, decennia, soms zelfs eeuwen haat en wantrouwen te recyclen, maakt het niet meer uit wie er destijds ‘begonnen’ is. Beide naties, beide groepen inwoners van deze landen zijn even schuldig. Iedereen heeft meegewerkt aan de tragedie die erop volgde.
Maar zij wilde het weten. Wie is er begonnen? Hoe is dit ontstaan?
En ja hoor, daar ging ik. Ik ben gaan nadenken over het ‘ontstaan’ van het conflict. Ja, Jediah en Parsia zijn altijd al economisch en technologisch competitief geweest. Ze hebben nooit harmonieus samengeleefd. Maar wat veroorzaakte nu de oorlog? Waarom is het tot schieten en bombarderen gekomen? Het lijkt erop dat het antwoord op deze vraag in Surral ligt, en daarom gaat dit verhaal zich voor een vrij groot deel in Surral afspelen.
Wat betreft de personages; daar had ik al jaren een vagelijk plotidee voor liggen; ik wilde al jaren iets doen met opa en oma Lentan – hoe is het zo gekomen dat opa Lentan in Parsia terechtgekomen is, en een gezinnetje stichtte met een Parsiaanse? Wat lag ten grondslag aan die relatie? Nou, die twee concepten heb ik gecombineerd. Ja, we ontmoeten opa en oma Lentan. Ja, we zien het begin van de oorlog. Wordt het een klassiek liefdesverhaal? Bepaald niet. Ik ga heel veel lol hebben met de personages in dit verhaal. Rebelse Iris (Seamon heeft zijn passie en zijn politieke inslag van zijn oma), Nathan met zijn verleden in Jediah, en dan is er ook nog Dannil, het Surralische genie die we in de mix gooien. De werktitel van het verhaal is Vuur en Vergankelijkheid.
Ik ga er tijdens Nanowrimo mee aan de slag – ik kan niet wachten.
(Doe jij ook mee met Nanowrimo? Zoek me daar op, mijn accountnaam is Lanfir Leah!)
Ik ken een hoop mensen die, net als ik, ook verhalen schrijven. Dit heeft een paar grote voordelen. Een ervan is dat je samen kunt plotten, elkaar ideeën kunt geven, feedback geven, en samen genieten van de werelden die je schept – lang voordat anderen die kunnen betreden. Dat is fantastisch!
Ook kun je elkaar helpen met verhalen; proeflezen voor manuscripten en verhalenwedstrijden bijvoorbeeld. Ik doe dat ontzettend graag, want het geeft me de gelegenheid om een van de eersten te zijn die waanzinnig gave werelden van anderen kan ontdekken, om de schrijver een hart onder de riem te steken dat dit écht wel verdomd veel potentieel heeft, maar ook om te helpen het verhaal en de wereld te polijsten door kritische vragen te stellen en soms suggesties te geven. Die samenwerking, daar geniet ik van, met volle teugen. Laat mij maar meegenieten tijdens de alpha versie van het verhaal; ik laat met liefde alles vallen om je te helpen.
Het nádeel echter, is dat wanneer je dat doet bij verhalenwedstrijden, dat je dan door dat proeflezen een heel accuut idee hebt van hoe sterk de competitie is. Misschien had ik dat liever niet willen weten, want hoewel ik zelf vierkant achter mijn eigen ingestuurde verhaal sta, weet ik het zeker: Fantastels 2014 gaat een flinke kluif worden! En mijn verhaal dit jaar is qua sfeer en opzet wéér compleet anders dan vorige jaren, weer een experiment. Het is dus afwachten hoe de jury erop reageert, en of mijn hart breekt als ze mijn verhaal niet waarderen. (spoiler alert: dat gaat totaal gebeuren, want ik heb weer eens flinke feels bij mijn verhaal).
En nu kan je honderd keer zeggen dat ik vorig jaar toch al gewonnen heb (en verder nog twee top-tien noteringen) en dus niets meer hoef te bewijzen, maar mijn sterrenbeeld is Leeuw en ik heb dus meer trots dan goed voor me is. Het is heel duaal. Ik ben supertrots op mijn vrienden en schrijfcollega’s die keihard gaan rocken in de lijsten, maar stiekem zou je bijna niet willen dat ze meedoen, want dat betekent dat de competitie alleen maar zwaarder wordt. Stom he? 😀
Nou ja, ik kan in ieder geval al zeggen dat de jury gaat GENIETEN dit jaar; want ik heb de beste verhalen al gelezen en ze zijn fantastisch. 🙂
En voor iedereen die onderdeel is van de competitie… have fun, schrijfze, trek je niets aan van de competitie, geniet van je proces… en we zien elkaar op de uitreiking in de lente! 😀
September is weer voorbij, dus dat betekent dat er vanalles voor mij in het vooruitzicht ligt qua schrijven. In de zomer ben ik meestal snel afgeleid door mooi weer en sociaal doen met vrienden (de dodelijke combinatie van de World Cup en barbecues), maar in de herfst heb in van orgine heel veel inspiratie en focus. Ik denk dat het komt door NaNoWriMo in november, en Fantastels in oktober. Er is gewoon altijd zoveel te plotten, plannen en schrijven in deze tijd van het jaar!
Wat staat er voor deze herfst op de planning:
* Twee dagen FACTS in Gent, met mijn collega’s boeken verkopen en signeren bij de zuiderburen (leuk!)
* In oktober wil ik Stof en Schitteringen gaan vertalen in het Engels. De originele versie van het verhaal heb ik destijds (2006) in het Engels geschreven, maar ik dacht dat ik met dit verhaal meer kans op publicatie zou hebben in Nederland, dus ik heb het in 2011 vertaald en herschreven. Het slechte nieuws is dat ik nu dus weer terug mag vertalen, want die oude versie is door de vele revisies en verbeteringen niet meer bruikbaar. Het goede nieuws is dat ik sommige frases die op het altaar der vertaling gesneuveld zijn, nu weer kan terughalen. Hoera!
* In november, en dit is nieuws hier op mijn blog, wil ik me gaan focussen op de prequel die ik in gedachten heb in de Lentagon wereld. ‘Maar Kelly,’ hoor ik je vragen, ‘het was toch het Lentagon tweeluik?’
Dat klopt! En dat blijft het ook. Ik heb een verhaalopzet liggen voor een boek dat zich zo’n 50-60 jaar afspeelt vóór Stof en Schitteringen en Bloed en Scherven. Het gaat over het begin van de oorlog tussen Parsia en Jediah (en Surral), en wordt beschreven vanuit de ogen van opa en oma Lentan – en hoe die elkaar ontmoeten en hun levens met elkaar verstrengelen. Het is niet precies een liefdesverhaal, we houden het wel nog steeds in de actie. Ik heb nog geen titel voor dit project, alleen maar héél veel enthousiasme voor NaNoWriMo… het is al een hele tijd geleven dat ik met compleet nieuw materiaal aan de slag kon! Zo spannend! 😀
En wat staat er niet op de planning:
* Een verhaal voor Fantastels, want die is al af! Woei! Het is weer een lekker experimenteel verhaal – het concept is misschien niet heel erg origineel, maar de uitwerking ervan volgens mij wel. Ik ben benieuwd hoe hij het gaat doen, we gaan vanzelf wel zien wat de jury ervan vindt. Ik kan Fantastels 2013 toch niet meer toppen, dus we zien wel hoe ver we komen 🙂