Bloed en Scherven·Redigeren

…en nu is hij helemaal klaar!

Na een allerlaatste check of alle punten, komma’s en alinea’s wel goed stonden, is “Bloed en Scherven” nu echt naar de drukker. Whoooo!

Het is toch wel een bijzonder moment, hoor. Over drie weken heb ik mijn tweede kindje in mijn handen. Dit was een zwaardere bevalling, met een aantal heftige momenten, en flink wat karakterontwikkeling en leercurves voor zowel mijn personages als mijzelf, dus ik hoop vanuit de grond van mijn hart dat mensen van Bloed gaan genieten.

Dus om het te vieren, een pretty liedje van de Lentagon soundtrack:

…and now we wait… :’)

Bloed en Scherven·Redigeren

de afronding van het redactieproces

Bloed_kaft2Iedereen is bekend met het gevoel van keihard werken om een deadline te halen. Die druk en stress die je hele leven beheerst, dat gevoel van iets moeten, anders red je het niet… dat is een tijdlang allesoverheersend. Iedere keer dat ik in bad zat, of vroeg naar bed ging, of FF13-2 opstartte, voelde ik me schuldig, want ik had eigenlijk moeten redigeren. De afgelopen twee maanden zijn best heftig geweest wat dat betreft.

Maar dat hoeft nu niet meer! Ik kreeg vanmiddag het verlossende mailtje van mijn redactrice/collega Cocky, die vertelde dat ‘Bloed en Scherven’ weggestuurd was voor de zetproef. We zijn klaar! Eindelijk! Straks nog één laatste keer de zetproef doorlezen, de bewoording voor de achterflap bedenken, en dan is hij klaar voor de druk. Het is een lange bevalling geweest, maar het is het zo waard!

En dan nu… is het tijd voor leven ná het schrijven van een boek. Ik denk dat ik een kort verhaal over Timor ga schrijven. En Final Fantasy 13-2. Gewoon, omdat het kan. 😀

Uncategorized

terugblik op 2014

op FACTSHet is die tijd van het jaar dat iedereen gaat terugblikken op het afgelopen jaar, en ik doe daar vrolijk aan mee. Dit jaar is dat geen vervelende taak. Jemig mensen, wát een jaar was 2014! Er is zo ontzettend veel gebeurd… en allemaal ook zo kort op elkaar, lijkt wel.

Na een paar maanden keihard redigeren in februari en maart kwam het in april allemaal tegelijk:

  • Ik kreeg een trofee in mijn handen omdat ik Fantastels 2013 had gewonnen met mijn verhaal “Roze Water” (op deze blog onder de ‘downloads’ link en op fantasywereld.nl te vinden)
  • Mijn boek “Stof en Schitteringen” werd in dozen aan de deur geleverd
  • Ik kreeg van uitgeverij Zilverbron prompt een contract voor het vervolg, “Bloed en Scherven” (release: ergens in maart of april 2015)
  • En daarna was het meteen al tijd voor Elfia Haarzuilens! Drie dagen in de zon collega’s ontmoeten, lezers ontmoeten, en boeken verkopen!

Dit was allemaal in drie weken tijd en ik duizelde ervan, maar het gevoel was fantastisch natuurlijk. Ik was doodsbang dat mensen mijn boek óf niet zouden kopen, of wel – en het dan niet leuk zouden vinden. Maar in beide gevallen ben in ontzettend gerustgesteld. Ik kreeg enthousiaste reacties van lezers op recensiewebsites als Goodreads, Bol.com en Hebban, boekenblogs, maar ook van toch wel belangrijke websites als Fantasyboeken.org en Fantasywereld.nl.

Ik ben naar verschillende events geweest; De Magic Fair, Fantastyval, Castlefest (mijn favoriet!), FACTS en Elfia Arcen – allemaal zulke leuke gezellige dagen waarin ik kletste met mijn collega auteurs bij Zilverbron/Zilverspoor en vooral contact legde met potentiële lezers… en bij de latere events, ook fijne reacties kreeg van mensen die mijn boek inmiddels uithadden!

En tussen alles door heb ik de bèta versie van “Bloed en Scherven” afgeschreven (waaraan we nu ieder moment aan de eindredactie kunnen beginnen) en een begin gemaakt met de alpha versie van prequel boek “Vuur en Vergankelijkheid”, die zeventig jaar voor de gebeurtenissen van het tweeluik speelt.

…en dat alles ook nog eens náást de rest van mijn leven. Wat een feest, mensen! Het was een enerverend jaar, kan ik wel zeggen. Een schitterend jaar. 😉

Nu dan, wat staat er op stapel voor 2015?

  • de release van “Bloed en Scherven” (en jongens, jongens, wat ben ik benieuwd wat jullie dáár van vinden… dit boek is nog veel meer mijn kindje dan “Stof”; ik ben hier keihard kapot op gegaan. Ik hoop zo dat jullie ervan genieten!)
  • het afschrijven van “Vuur en Vergankelijkheid” (verhaal zit nu op 50K van Nanowrimo maar alle plotlijnen liggen overhoop en het is een logistieke bende. het wordt een leuke uitdaging om dat allemaal op één lijn te krijgen, maar ik heb er alle vertrouwen in)
  • en dan misschien… héél misschien… heb ik nog een idee voor een verhaal post-“Bloed”. Dat zou de serie geen tweeluik meer maken maar een trilogie, met “Vuur” als een prequel. Maar ik weet nog niet precies of en hoe ik dat vorm moet gaan geven.
  • verder: ???? wie weet. 2015 is nog een onbeschreven blad.

Ik wens jullie allemaal fijne feestdagen, een topfeest tijdens nieuwjaar, en het allerbeste voor 2015! Heel veel liefs!

Algemeen·Stof en Schitteringen

schrijven met een handicap

Misschien hebben jullie het al op mijn auteurspagina zien staan, maar ik schrijf met een handicap. Het is een wat minder bekende handicap, maar eentje die voor mij een aspect van beschrijven toch wel een uitdaging geeft: ik ben anosmisch. (Voor degenen die niet weten wat het is: ik kan niet ruiken.) Het is niet helemaal duidelijk of ik ermee geboren ben, of dat de oorinfectie die ik zo rond mijn tweede/derde jaar opliep mijn reukzin de das om gedaan heeft, maar het feit is dat ik dus niet kan ruiken en me ook niet kan herinneren hoe het is om te ruiken.

In het dagelijks leven is dit niet heel erg een probleem. We koken thuis elektrisch (geen gas dus), en ik heb een man en hond met een prima reukzin, dus ik kom mijn leven prima door. Ik eet met veel plezier, want ik houd van eten, maar ik zal ongetwijfeld veel minder proeven dan jij aangezien (blijkbaar) heel veel van de smaak in je neus al gebeurt. Ik kan heel slecht thee smaakjes onderscheiden (tenzij het zoethout, citroen of munt bevat), en als je me yoghurt toetjes voorschotelt, weet ik welke ik lekkerder vind en dat het fruitig is, maar ik zal de framboos en de aardbei niet onafhankelijk van elkaar kunnen benoemen. Ik geniet bijvoorbeeld dan wel weer ontzettend van de textuur van goeie mozzarella en vanille.

Maar ik zal nooit weten hoe de zee ruikt (ik kan hem wel op mijn lippen proeven, het is zout, als je op het strand bent), waarom mensen zo kicken op verse koffie, brood, gemaaid gras, de geur van mijn huis, mijn man, of zelfs mijn hond. Want is er wat aan te doen? Nee dus.

Als ik geuren beschrijf, ben ik altijd doodsbang dat de lezer het merkt. Het is iets wat ik bewust moet inlassen, omdat het voor mij zo’n non-iets is, ik maak het niet mee.

Een groot deel van de reden dat Joy geen groot magiegebruiker is in Stof en Schitteringen is een reflectie van ik in het echte leven: als mijn man door alleen aan mijn haren te ruiken prompt weet dat ik de shampoo van mijn vriendin gebruikt heb toen ik bij haar sliep, dan is dat magie voor mij. Jullie kunnen allemaal magie, en ik niet. Het is een talent, een vaardigheid, die ik gewoon niet bezit en waar ik me heel slecht een voorstelling van kan maken. Joy’s schouderophalen over ‘dat kunnen jullie, en voor mij is het niet zo boeiend dus ik leef er wel omheen’ is mijn eigen levenshouding. Dit is een schril contrast met het verdriet en de depressie die zowel Seamon als Sirka ervaren als ze afgesneden worden van hun talenten. In Bloed en Scherven wordt er heel mooi beschreven dat Joy gewoon geen idee heeft van wat ze mist:

“De hulpeloosheid die ik nu ervaar, dat gevoel van afgesneden zijn van de realiteit, van gehandicapt zijn, incompetent zijn, van niets kunnen controleren, alles maar laten gebeuren… dat is haar leven. Dat is haar normale wereld. En ik ga eraan kapot, want ik weet wat ik verloren heb.”

Er zijn natuurlijk andere redenen, verhaaltechnische redenen, waarom ik expres van Joy geen talent heb gemaakt; maar dit is de belangrijkste. Omdat jullie geen idee hebben van de magie die jullie bezitten. 🙂

Bloed en Scherven·Redigeren

altijd een gaaf moment…

1662211_10152582485710211_795705930755279086_nIk heb er net een streep onder gezet, onder mijn eigen woordredactie. Zoals jullie in mijn vorige stukje over redigeren al hebben kunnen lezen, is de laatste stap in mijn persoonlijke redactieproces het uitprinten van mijn manuscript en er met de pen doorheen gaan. Op de een of andere manier is dat toch anders dan van een scherm aflezen; als ik van medium wissel, zie ik opeens de fouten beter.

Nou, voor degenen die van statistieken houden: mijn manuscript telt op het moment 163 pagina’s en 73825 woorden. Er zijn in totaal drie pagina’s waar een krul op staat, en geen enkele streep, kras of pijl-en-cirkel. Een van die drie heilige pagina’s is de laatste pagina van het verhaal (saillant detail: dat was bij ‘Stof en Schitteringen’ ook het geval).

Nu wordt het tijd om al die strepen en krassen door te gaan voeren in MS Word, en dan mijn formatting op orde te gaan krijgen. Ik heb met Zilverbron een deadline voor september afgesproken om ‘Bloed en Scherven’ klaar voor (meta) redactie te krijgen, en zoals het er naar uit ziet, lig ik goed op schema! Vooral omdat ik vanaf de 20e ook nog eens een week vrij heb, voordat ik naar Engeland vertrek voor drie dagen rock festival genot op ArcTangent.

Het voelt een beetje als een mijlpaal. 🙂

(zo, dan kan ik nu Grandia 2 weer een paar dagen verder spelen…)

Bloed en Scherven·Redigeren

een kijkje in het edit proces

Een van de meestgestelde vragen die ik krijg over mijn schrijven, naast ‘waar haal je je inspiratie vandaan?’ is: ‘hoe lang kost het je nu om een boek te schrijven?’. Het antwoord is een beetje tweeledig, want het opschrijven van de eerste versie kost me meestal maar een week of twee, hooguit een maand.

Het is het redigeren wat erna komt, wat het meeste tijd kost. Het herschrijven. Het schrappen. Het invoegen van nieuwe plotdraden. Het nadenken over wie, wat, waarom en waar. Je plotseling realiseren dat wat de gebeurtenis die je bedacht had, helemaal niet realistisch is. Opeens een ontzettend gave plottwist bedenken. Daarna prompt alles moeten retconnen om het er goed in te werken. Dat is hetgene wat het meeste tijd kost.

Dáárna komt het daadwerkelijke woord editen pas. De grammatica is bij mij pas een van de laatste dingen die ik doe. Zinsbouw is niet zo heel belangrijk, als het verhaal eerst maar staat. Als ik brute fouten vind, dan zal ik ze in die eerste stadia heus wel verbeteren hoor, maar het heeft geen prioriteit.

Tot nu dus. Ik ben op het moment per 30 pagina’s Bloed en Scherven aan het uitprinten en aan het krassen en strepen op de pagina’s. Hoo boy, mijn zinsbouw is bij tijd en wijle zó Engels. Ugh. En soms zijn er fouten waarvan ik denk: “ECHT?!” Sommige pagina’s zijn erger dan anderen, maar doorgaans zien ze er allemaal een beetje uit als de foto hiernaast. Ik ben inmiddels op pagina 100 en ik ben pas 1 pagina tegengekomen waarop ik niet heb kunnen krassen (heb er in plaats daarvan een triomfantelijke krul op gezet). Maar goed, het is op naar de volgende 60 pagina’s in de aankomende paar dagen.

(En dan misschien nog even naar de relatie naar Romain kijken, want die is ietwat shakey geworden met de nieuwe plotdraad erin)

Hoe pakken jullie je edit proces aan? Doen jullie het anders? Hebben jullie nog tips?