preview: de proloog van Vuur & Vergankelijkheid

De release datum van Vuur & vergankelijkheid komt nu wel héél dichtbij, hè? Volgende week begint Castlefest, dan kun je hem gesigneerd komen halen, maar voor die tijd kun je hem al voorbestellen in de Zilverspoor webshop. Of stuur mij een berichtje, dan stuur ik ‘m zelf naar je toe, gesigneerd en al!

Ben je benieuwd naar een kleine preview van het verhaal? Klik dan verder, want bij deze deel ik mijn proloog!

Proloog
Leah

‘Nee, je snapt het niet, Leah,’ zei Stefan. Hij gebaarde ietwat te wild met zijn bierglas. Hij had mazzel dat het glas zo goed als leeg was, zodat hij zijn bier niet knoeide over de mensen die naast ons aan een tafeltje zat. Het stel keek ons een beetje geïrriteerd aan, dus ik glimlachte verontschuldigend naar hen. Het was de week voor midwinternacht en het bier was goedkoop, zoals altijd in deze periode, dus de tent zat vol met bierdrinkende studenten zoals wij.

Stefan ging zo op in zijn argument dat hij niet eens merkte dat hij andere mensen tot last was. Hij veegde zijn donkere haren uit zijn ogen. Eigenlijk had hij al weken geleden naar de kapper moeten gaan; de hoeveelheid gel die hij in zijn haren smeerde om het nog in model te houden begon belachelijk te worden. Ik vroeg me af of ik het hem moest vertellen.

Ik steunde met mijn kin op mijn handpalm en grijnsde naar hem, blij om de discussie aan te gaan. Nuchter was voor mij ook een drankje of drie geleden. We hadden vandaag meerdere colleges gevolgd en daarna nog een tijd aan onze afstudeerprojecten zitten werken. Het was een lange dag geweest en we hadden eigenlijk niet zo veel gegeten behalve de borrelhapjes die we bij ons eerste rondje besteld hadden.

‘Jíj snapt het niet,’ zei ik. ‘Voor jou is poorten bijna banaal. Jij kan, als je je een beetje concentreert, een gat in het tijd-ruimte continuüm trekken en er doorheen stappen zodat je ergens anders bent. Dat is toch prachtig? Bekijk het eens vanuit een wetenschappelijk perspectief, dat is en blijft een klein wonder. Dat je dat kán… dat is om jaloers op te worden.’

‘En nog steeds is het nutteloos,’ hield hij aan. Hij leunde naar me toe. Hij had intense blik in zijn bruine ogen en drukte zijn handpalmen op het plakkerige tafelblad. ‘Ik moet me als een idioot concentreren, de realiteitsmanipulatie kost me zo veel dat ik daarna met een migraineaanval mijn bed in kruip, en dan kan ik… wat, een millometer poorten? Anderhalf? Het is het niet waard. In die tijd die ik nodig heb om die poort te trekken, kan ik ook gewoon op mijn twee voeten naar mijn bestemming toe lopen, zonder dat mijn hersenen uit mijn oren lekken.’

Ik schoot in de lach. ‘Wat druk jij je lekker uit, man.’

Hij grijnsde naar me. ‘Je snapt wel wat ik bedoel, toch? Het is inderdaad heel mooi dat ik als een van de weinige mensen ter wereld kan poorten, maar ik heb nog nooit een praktische toepassing voor de mogelijkheid gevonden. Als je die vindt, laat het me weten.’

‘Je zou er een bank mee kunnen beroven,’ beredeneerde ik. Ik nam de laatste slok bier en zette het lege glas aan de zijkant van ons tafeltje. Het was niet het enige glas dat er stond. Misschien moest ik zo zelf maar wat glazen terugbrengen, de medewerkers van het café hadden het duidelijk te druk om ze te komen halen.

Ons stamcafé bevond zich vlak naast de universiteit, dus had altijd wel aanloop van studenten, maar vanavond was het dankzij de midwinterkortingen zo druk dat Stefan en ik geluk hadden gehad om een tafeltje en twee barkrukken achterin in de hoek te vinden, bijna met ons hoofd in de zilveren midwinter versierselen. Ik pakte gedachteloos een bierviltje op en gebruikte het om ons geknoeide bier van het tafelblad te vegen. Het werkte niet geweldig.

Stefan knikte. ‘Vast. Maar de resten van de realiteitsbreuk blijven urenlang hangen en er zijn vier mensen in heel Jediah die kunnen poorten, dus ze zouden me maar al te snel gevonden hebben. Geen goed idee dus. Maar blijf komen met je opties, ik hoor het graag.’

‘Je hebt hier al uitgebreid over nagedacht, hè,’ plaagde ik hem.

‘Over een bank beroven? Tuurlijk. Jij niet dan? Mijn moeder kan het geld goed gebruiken. En ik ook.’

Ik grijnsde weer. ‘Je bent zo’n moederskindje.’

‘Zak erin, mijn moeder is fantastisch.’

Daar kon ik hem geen ongelijk in geven. Stefans moeder was een warme persoonlijkheid, en eigenlijk was ze sinds Stefan en ik zo’n acht jaar geleden tijdens onze staatsopleiding in dezelfde klas terecht kwamen en bevriend waren geraakt, ook een beetje mijn moeder geworden. Ik voelde me bij hen thuis altijd welkom. Bonus was dat ze nooit aan had gedrongen dat we een relatie moesten beginnen; ze had onze vriendschap gewoon geaccepteerd. ‘Bankroof is dus geen optie,’ zei ik nadenkend en telde uit op mijn vingers: ‘Eigenlijk heb je dus twee problemen. Eén: de afstand van je poort is te kort. Twee: het kost meer energie dan je in je eentje goed kan opbrengen.’

‘Stel je voor dat we gewoon een continent over konden poorten. Of alleen al een land. Dat je met een poort in Calania zou staan. Of, weet ik veel, in Parsia of Kolter of zo,’ mijmerde Stefan met zijn bierglas aan zijn mond. ‘Dat je op de een of andere manier de energie van meerdere mensen kan bundelen… met kristal of zo. We weten dat als je samenwerkt, je energie kan bundelen; dat werkte destijds al via bloed. Nu met de doorbraken in kristaltechnologie zou je veel verder moeten komen.’ Hij zweeg even, alsof hij zichzelf verbaasde. Toen vroeg hij: ‘Denk je dat ze als ze genoeg rendement uit energieversterking via kristal kunnen halen dat zoiets mogelijk zou zijn?’

Huh. Ik keek op van mijn bierviltjes-schoonmaak-actie. ‘Misschien wel. Maar daar heeft vast iemand al eens over nagedacht, toch? Dat moet al eens geprobeerd zijn.’

Hij zette zijn bierglas met een klap neer. ‘Niet in de afgelopen tien jaar. En toen kon het nog niet. Maar nu…’

‘De hoeveelheid energie die je zou moeten oproepen om de realiteit genoeg te breken voor zo’n aangrijpende poort, is wel flink, hoor.’ Maar die tegenwerping was eigenlijk een reflex, want wat als het wel genoeg zou zijn? Stefan had gelijk. De vooruitgangen op  het gebied van energieversterking via kristal gingen razendsnel en waren spectaculair te noemen. ‘Dus stel dat het wel zou kunnen, hè, stel dat je op de een of andere manier genoeg energie zou kunnen oproepen…’

Stefans ogen begonnen te stralen van enthousiasme toen hij merkte dat ik zijn gedachte-experiment oppikte. ‘En wat nu als je daar iets permanents van kunt maken. Gewoon als een soort… Net als een vliegveld. Dat mensen zich daar kunnen aanmelden als reizigers, en dat ze van het ene land naar het andere kunnen reizen. Met een… poortstation…? Ja, dat daar een poortstation staat.’

‘Dat is echt een geweldige naam,’ complimenteerde ik hem. Ik groef in mijn tas, die aan een haak onder de tafel hing. Ik had een pen nodig, dit moesten we uitwerken voordat we het vergaten. ‘Dus stel, zo’n poortstation, en zo’n gat in de realiteit, zo’n permanente poort. Hoe zouden we dat moeten aanvliegen? Wat zou er nodig zijn?’

‘Belachelijk veel kristal, belachelijk veel energie.’

‘Dus stel: we vinden topkwaliteit kristal en een aantal hooggetalenteerde mensen.’ Ik had inmiddels mijn pen gevonden en vond een nog niet doorweekt bierviltje. ‘Dan hebben we iets nodig dat de energie kan geleiden en verdelen, want je zou echt bagger veel energie moeten oproepen om zo’n grote poort te trekken, en die moet gelijkmatig gebruikt kunnen worden.’

‘Wacht…’ Stefan strekte zijn hand uit naar mijn bierviltje en mijn pen. ‘Ik weet hoeveel energie je nodig hebt om een poort waarmee je een millo kan overbruggen te trekken… laat me even kijken…’

Ik gaf hem de pen en het bierviltje aan en keek toe hoe hij begon te krabbelen. ‘Wat zou je er voor over hebben om de wereld te veranderen?’ vroeg ik nadenkend.

Hij keek een seconde op van zijn gekrabbel en lachte stralend. ‘Alles. Stel je toch voor wat dit zou kunnen betekenen…’

Daar begon het mee. Op dat moment waren we er nog lacherig over. Het was gewoon een gedachte-experiment. Een “zou het niet geweldig zijn als…” idee. Van het soort dat je hebt als je jong bent en over de toekomst droomt.

Ik realiseerde me de volgende morgen pas, toen ik dat bierviltje uit mijn jaszak viste, dat dit mógelijk zou zijn. We waren opgegroeid in een tijdperk waarin de technologische ontwikkelingen elkaar in zo’n rap tempo opvolgden dat alles mogelijk leek. Met de hoeveelheden energie die we tegenwoordig konden genereren, waren we over een grens gegaan van mogelijkheden naar een toekomstige realiteit. Ónze realiteit.

Starend naar de ruwe berekeningen, wist ik direct dat we de wereld hiermee op zijn grondvesten konden laten schudden. Mijn hart stokte in mijn borst en ik rende over de campus naar Stefans kamer, bonsde op zijn deur. Hij had een kater en het duurde even voordat hij de deur opende, maar toen ik het hem uitgelegd had, begon het vuur ook in zijn ogen te branden.

Een kort onderzoek leerde ons dat er nog niemand op dit idee was gekomen; nog niemand was dit aan het bouwen. Maar wij konden dit. We hadden allebei een ingenieursachtergrond, de kennis van kristalversterking, en we stonden op het punt om af te studeren in beide onderwerpen. Stefan was zelfs een supertalent die wist hoe je met grote hoeveelheden magische energie om moest gaan. Het was alsof de goden ermee speelden: we hadden een doctoraatproject gevonden tijdens een avondje doorzakken in de kroeg. En dit was een belangrijke, dat voelden we allebei.

Soms vraag ik me af wat er gebeurd zou zijn als ik die avond dat bierviltje niet had meegenomen en het in de vuilnisbak van dat café beland was. Wat zou de wereld er dan nu anders uit zien.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s