achtergronden·bloed in het water·Boeken·Paraiso·Prijs van water·Waarde van Bloed·zilverspoor

terugblik op 2025 / vooruitblik op 2026

foto gemaakt door Father Roderick op Comic Con

We zitten in de dagen tussen kerst en oud en nieuw en opeens staat het nieuwe jaar alweer voor de deur. (hoe dan??) Maar dat betekent wel dat het tijd wordt om terug te kijken op het afgelopen jaar, en vooruit te kijken naar het volgende. Laten we beginnen met 2025 – want wow, wat een jaar is dat geweest.

2025 stond natuurlijk in het teken van De Waarde Van Bloed. Eerst het afschrijven, want door de split van het originele manuscript en het stiekeme overhevelen van interessante dingen naar Bloed In Het Water had ik eigenlijk alleen nog een soort skelet van het verhaal over. Ik had een aantal dingen uitgehold en weggeschraapt en in boek 2 gestopt, waardoor mijn spanningsboog van boek 3 (De Waarde Van Bloed, dus) opeens super wonky was geworden. En whew, wat blokkeerde ik daar op!

Het ding met ervaren zijn qua schrijven is dat je bijna alles wel een keer meegemaakt hebt. Ik heb me al meerdere malen uit het nauw weten te schrijven, dus ik dacht: dat doe ik even. Ik vergat alleen dat ik het dan ook wel echt moest dóén, dat ik een deadline had, en dat mijn manuscript een flinke bende was. Zucht. Oja.

Het kostte me tot een schrijfweekendje met mijn matties voordat ik mezelf in het gareel wist te schoppen om het daadwerkelijk te doen. En raad eens? Het was prima te doen. Toen ik uiteindelijk die hele knoop in mijn plotdraad ontward had en er een gewone to-do-list van gemaakt had, was het eigenlijk best simpel. Alle blokkade verdween als sneeuw voor de zon, en ik had voor eind maart alles ontward en uitgeschreven. Soms is alles wat je tegenhoudt eigenlijk gewoon het DOEN. Ta da!

Daarna ging het verhaal naar de proeflezers, en heb ik in april op basis van hun opmerkingen nog abrupt een paar hele nieuwe hoofdstukken erbij geschreven. Ik kreeg eigenlijk twee kritiekpuntjes waar ik het nog wat had laten liggen, maar die kon ik elegant samenvoegen tot een extra plotpunt. En dat was mooi, want nu kwam mijn uiteindelijke woordenaantal precies weer uit waar boek 1 en 2 ook op zaten: rond de 80K woorden. Alsof het zo moest zijn 💖 En toen was het op naar de wervelwind die de redactie heet.

Yumi vond al die redactie maar saai, die vond dat ik haar moest aaien 😀

Op Castlefest had ik opeens De Waarde Van Bloed in mijn handen. Mijn boek, mijn laatste baby. En daarmee kwam een hele bevreemdende realisatie: mijn project was afgerond. Ik kon mijn lezers vertellen dat de Paraiso serie afgerond was, er was een setprijs voor de boeken met zijn drietjes. Ik had helemaal geen ijzers meer in het vuur, niets meer waarop iemand op “de volgende” zit te wachten. En dat is gek? De laatste keer dat dat gebeurde, was in 2018, toen Vuur & Vergankelijkheid uitkwam. Een slordige zeven jaar geleden. Wow.

Het is heerlijk om die eerste reacties op het einde van de Paraiso serie te zien binnenkomen. Lezers die contact met me opnemen dat ze genoten hebben van de serie, dat ze blij zijn met het einde, en de finale, en de personages & waar ze terechtkomen. Lezers die klaar zijn met Paraiso en overhoppen naar de Lentagon, omdat ze meer van me willen. Het is zo gaaf! Ik kan niet wachten om een volle ronde te maken over de beurzen, en met jullie allemaal over De Waarde Van Bloed te kunnen kletsen. ❤

Door het harde werken aan de redactie en het afschrijven van de serie zat ik na het uitkomen van boek 3 wel even goed aan mijn tax, dus ik had ook nog echt geen nieuw project om me op te focussen. Ik was druk bezig met verschillende dingen, hoor – de jurering van Waterloper Verhalenwedstrijd, de redactie van verschillende boeken voor Zilverbron en Quasis, en ik heb tussen neus en lippen door twee korte verhalen geschreven, eentje voor de Harland Awards en eentje voor de nieuwe klimaatbundel van Johan Klein Haneveld. (Dus eigenlijk had en heb ik het stiekem nog steeds hartstikke druk, ik lach me dood. Ik en mijn plannen…)

tijdens het schrijfweekend 🙂

En toen kwam opeens Davey Cobben van Fantasywereld op de lijn, of ik zin had om voor een cozy fantasybundel een verhaal te schrijven. Het wordt een raamvertelling van zes verhalen door vijf auteurs, waarin we samen een mysterie oplossen in het stadje Aethelburg. En het is dus cozy fantasy, wat ik nog nooit eerder gedaan heb! Maargoed, het is een leuke uitdaging en waarom niet, dus daar ben ik dan stiekem nu lekker mee bezig. De eerste versie (💩) staat al, nu is het een kwestie van redigeren en passend maken bij de andere verhalen.

Het is me nog steeds een raadsel waarom Davey bij mij uitkwam, want mijn verhalen zijn doorgaans bepaald niet cozy – maar ik heb altijd geroepen dat mijn vólgende verhaal dit keer écht over ponies en regenbogen zou gaan, dat alles goed zou komen en iedereen happy zou zijn. Nou, let’s fucking go, jongens. Mijn verhaal heeft geen ponies, maar wél regenbogen. Gewoon, omdat het kan. 😀 Meer informatie over dit project volgt naarmate we richting de releasedatum komen. Maar dat staat dus op de planning voor 2026. Van die dingen waar je absoluut niet mee bezig bent en die op je pad komen, waardoor je alsnog lekker bezig bent. Leuk he 🙂 Ik ben zó benieuwd hoe de bundel wordt!

Verder heb ik tijdens mijn afgelopen schrijfweekend in november (met mijn lieve en getalenteerde schrijfmaatjes) geplot voor een nieuw project. Ik weet dat ik eind vorig jaar geluiden maakte over een oud idee wat ik van de plank af wilde halen, maar dat is een hele trilogie, en ik weet niet of ik daar nu zin in heb? Het nieuwe project is nog heel ruw, ik heb het nog niet eens officieel gepitcht bij mijn uitgever. Ik wil hier nog even een tijdje op broeden, want het is heel interessant en anders dan wat ik eerder gedaan heb – het zou urban fantasy zijn, zich afspelend in déze wereld.

Ik kan er nog niet te veel over vertellen, want ik heb eigenlijk alleen nog de 3-act structuur staan, en netaan de namen van de personages. Mijn plan is om er in 2026 in ieder geval mee aan de slag te gaan en de eerste versie op papier te zetten – eens kijken hoe die eruit komt. Maar heel eerlijk? We gaan het meemaken. Misschien kom ik nog wel op een heel ander idee in de tussentijd… het zou niet de eerste keer dat dát gebeurt.

2026 ligt wijd open, en ik kan doen wat wil wil. Dus wie weet wat er verder nog op mijn pad komt? Ik heb er in ieder geval zin in.

Algemeen

de onbetrouwbare verteller – of waarom ik graag ik in de ‘ik-vorm’ schrijf

Laten we het meteen maar ter tafel gooien: ik ben dol op verhalen die in de ik-vorm geschreven zijn, en ik vind het fijn om ze te schrijven. Ik weet dat niet iedereen het zo ziet; ik heb wel vaker discussies met mensen die het gewoon niet prettig vinden lezen, en dat snap ik.

Verhalen in de ik-vorm limiteren de visie op de wereld, omdat je minder gemakkelijk van perspectief kunt wisselen en je gedwongen bent om te luisteren naar de hoofdpersoon. Kan je je niet vinden in de ‘stem’ van het hoofdpersoon, dan kan je net zo goed het boek wegleggen, want dan ga je je het hele boek lang irriteren. (Mijn man had dit bij ‘Kushiel’s Dart’ van Jacqueline Carey. Hij kon Phèdre’s stem niet hebben en knapte binnen twintig pagina’s af, terwijl ik juist genoot van haar rijke beschrijvingen. Gemiste kans voor hem, zou ik zeggen, want het is een fantastisch boek, maar we dwalen af).

Een van de redenen waarom ik de ‘ik-vorm’ leuk vind om te lezen en te schrijven is omdat je opeens veel dichter bij de hoofdpersoon staat. Het is waanzinnig intiem om een directe connectie met iemand’s directe gedachten te hebben. Ik geniet van die intimiteit, maar ik geniet nog veel meer van het feit dat je kan spelen met het concept onbetrouwbare verteller. Want iedereen kijkt door zijn eigen denkraam naar de werkelijkheid. Iedereen heeft een gekleurde perceptie. Iedereen beïnvloedt zijn eigen wereldbeeld en herinneringen. Ik vind het leuk om te kijken (en te speculeren) hoe ver dit beeld van de hoofdpersoon afligt van de realiteit.

Er zijn verschillende voorbeelden hiervan te benoemen maar misschien is het leuk om hiervoor naar “Stof en Schitteringen” te kijken. Een mooi voorbeeld is Joy en hoe zij Seamon ziet. Vanaf het allereerst moment dat ze hem ziet – verre van nuchter – wordt ze verliefd op hem. Joy heeft flink wat persoonlijke baggage van genegeerd worden en behoefte hebben aan aandacht en liefde, dus ze focust zich ongelofelijk op Seamon. Ze projecteert een beeld op hem van ‘haar mooie jongen’ die hij eigenlijk helemaal niet is. Seamon heeft zijn eigen problemen en trauma’s die hij met zich meesleept en laat zich haar aandacht dankbaar aanleunen, dus dat beeld van perfectie zal hij nooit waarmaken. Maar omdat we in Joy’s hoofd zitten, lijkt het alsof het zo moet zijn, alsof het iets goeds is. Dat is het niet. Die relatie begint op compleet verkeerde voet, en daarna zitten ze aan elkaar vast. Of ze het ook samen op de lange termijn zouden redden is een hele interessante vraag waar ik nog steeds niet over uit ben.

Dat gezegd hebbende, is limited third person point of view ook een manier om de onbetrouwbare verteller toe te passen. George R. R. Martin is hier bijvoorbeeld een meester in; omdat zijn derdepersoon zo gelimiteerd is in de hoofdstukken, kan hij waanzinnig goed spelen met zulke contrasterende perspectieven, ze tegenover elkaar zetten, en de lezer laten kijken wat hij of zij de echte waarheid vindt.

En het allermooiste voorbeeld van de onbetrouwbare verteller die ik ken, is wel het verhaal van Cloud Strife in Final Fantasy 7. Ik ben FF7 nu voor het eerst in veertien jaar aan het herspelen en ik ken het verhaal nu natuurlijk, dus het is nu zo mooi om te ontdekken waar de gaten in zijn verhaal blijken te zitten (en hoe Tifa erop reageert – die de waarheid wel kent, maar aan zichzelf begint te twijfelen)… ik weet nu de waarheid. De game is in de re-play eigenlijk nog leuker dan het voor de eerste keer spelen. Man, wat ben ik aan het genieten!

De onbetrouwbare verteller geeft je de mogelijkheid om te kunnen speculeren over de werkelijke waarheid van het verhaal, terwijl die met een betrouwbare verteller veel meer als een klaar klontje gepresenteerd wordt. En daarbij is de ik-vorm is de meest intense manier van onbetrouwbaar vertellen. Ik vind het dus heerlijk, maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is. Wat vinden jullie?