Algemeen·Stof en Schitteringen

schrijven met een handicap

Misschien hebben jullie het al op mijn auteurspagina zien staan, maar ik schrijf met een handicap. Het is een wat minder bekende handicap, maar eentje die voor mij een aspect van beschrijven toch wel een uitdaging geeft: ik ben anosmisch. (Voor degenen die niet weten wat het is: ik kan niet ruiken.) Het is niet helemaal duidelijk of ik ermee geboren ben, of dat de oorinfectie die ik zo rond mijn tweede/derde jaar opliep mijn reukzin de das om gedaan heeft, maar het feit is dat ik dus niet kan ruiken en me ook niet kan herinneren hoe het is om te ruiken.

In het dagelijks leven is dit niet heel erg een probleem. We koken thuis elektrisch (geen gas dus), en ik heb een man en hond met een prima reukzin, dus ik kom mijn leven prima door. Ik eet met veel plezier, want ik houd van eten, maar ik zal ongetwijfeld veel minder proeven dan jij aangezien (blijkbaar) heel veel van de smaak in je neus al gebeurt. Ik kan heel slecht thee smaakjes onderscheiden (tenzij het zoethout, citroen of munt bevat), en als je me yoghurt toetjes voorschotelt, weet ik welke ik lekkerder vind en dat het fruitig is, maar ik zal de framboos en de aardbei niet onafhankelijk van elkaar kunnen benoemen. Ik geniet bijvoorbeeld dan wel weer ontzettend van de textuur van goeie mozzarella en vanille.

Maar ik zal nooit weten hoe de zee ruikt (ik kan hem wel op mijn lippen proeven, het is zout, als je op het strand bent), waarom mensen zo kicken op verse koffie, brood, gemaaid gras, de geur van mijn huis, mijn man, of zelfs mijn hond. Want is er wat aan te doen? Nee dus.

Als ik geuren beschrijf, ben ik altijd doodsbang dat de lezer het merkt. Het is iets wat ik bewust moet inlassen, omdat het voor mij zo’n non-iets is, ik maak het niet mee.

Een groot deel van de reden dat Joy geen groot magiegebruiker is in Stof en Schitteringen is een reflectie van ik in het echte leven: als mijn man door alleen aan mijn haren te ruiken prompt weet dat ik de shampoo van mijn vriendin gebruikt heb toen ik bij haar sliep, dan is dat magie voor mij. Jullie kunnen allemaal magie, en ik niet. Het is een talent, een vaardigheid, die ik gewoon niet bezit en waar ik me heel slecht een voorstelling van kan maken. Joy’s schouderophalen over ‘dat kunnen jullie, en voor mij is het niet zo boeiend dus ik leef er wel omheen’ is mijn eigen levenshouding. Dit is een schril contrast met het verdriet en de depressie die zowel Seamon als Sirka ervaren als ze afgesneden worden van hun talenten. In Bloed en Scherven wordt er heel mooi beschreven dat Joy gewoon geen idee heeft van wat ze mist:

“De hulpeloosheid die ik nu ervaar, dat gevoel van afgesneden zijn van de realiteit, van gehandicapt zijn, incompetent zijn, van niets kunnen controleren, alles maar laten gebeuren… dat is haar leven. Dat is haar normale wereld. En ik ga eraan kapot, want ik weet wat ik verloren heb.”

Er zijn natuurlijk andere redenen, verhaaltechnische redenen, waarom ik expres van Joy geen talent heb gemaakt; maar dit is de belangrijkste. Omdat jullie geen idee hebben van de magie die jullie bezitten. 🙂

Fantastels·Schrijven

fantastels verhalenwedstrijd 2013

2014-04-06 22.03.03“En hoe voel je je nu?” vragen mensen me. “Had je het verwacht?”

Ik kan iedereen maar met een hele grote grijns aanstaren. Nee, ik had het niet verwacht. “Roze Water” als winnaar van Fantastels 2013? Als je me dat vorige week gezegd zou hebben, had ik je waarschijnlijk lachend weggewuifd. Ondanks dat ik na het schrijven erg blij was met de emotionele punch en het morele dillemma in het verhaal, had ik na het herlezen van de week opeens flinke twijfels. Er zaten echt nog wel wat slordigheidjes in; of in ieder geval zinnen die ik beter had kunnen schrijven. Het concept was heel gaaf, maar ik vond dat ik de uitwerking nog wel had kunnen verbeteren. Ik had eigenlijk gewoon nog een paar weken nodig gehad, maar het idee en de moed om het uit te schrijven kwamen maar heel kort voor de deadline.

Dus wat had ik verwacht? Ik hoopte top 50. “Getij” deed het vorig jaar ook ongeveer op die hoogte. Dit verhaal was beter, maar de concurrentie was ook moordend. 145 ingestuurde verhalen! Mijn Zilverbron collega’s Robert Bijman en Mara van Ness hadden verhalen ingestuurd, en Corina Onderstijn ook. Ik had de verhalen van Corina en Mara zelfs nog proefgelezen. (Corina’s verhaal was mijn favoriet. Niemand doet subtiele sfeerschetsen zo goed als zij).

En toen kregen we weer die zenuwslopende uitreiking, waarin met iedere slide van namen die langskomt waar jij niet tussen staat, je hartslag oploopt. Tegen de tijd dat we de tweede ronde bereikten en dus al 120 mensen achter ons gelaten hadden, schoot mijn hartslag weer boven de 150. Toen we de top 10 bereikten stierf ik duizend doden. En dan het gevoel van toen ik de achtste en de zevende plaats voorbij ging… verbetering van de vorige twee keren. In 2011 werd ik achtste, in 2012 werd ik zevende. En toen nummer zes, nummer vijf, nummer vier… toen was er alleen nog maar ongeloof en die woeste hoop en een “het zal toch niet…”

Toen Gerard van den Akker de nummer twee aankondigde en begon iets te zeggen over “Subtiliteit” en iets van een vloek, toen wist ik het. Dat was Corina’s verhaal, ik herkende de concepten en dat betekende dat ik de winnaar was.

Het staat er toch echt op die bokaal. Fantastels 2013, 1e prijs, Kelly van der Laan, Roze Water.

En wat een mooie bokaal! En de eer, knuffels van iedereen, trillende handen terwijl ik foto’s maakte van mijn bokaal, enthousiaste reactie van Cocky en Zilverbron… zulke lieve reacties via social media… wauw.

Ik leef in een droom, mensen. Mike Jansen, de winnaar van vorig jaar, wist me te melden dat de roes hiervan een week of twee duurt.

Da’s prima. Over twee weken komt “Stof en Schitteringen” uit. Ik hou deze high voorlopig nog wel even vast, hihi….