onmogelijke keuzes maken (of: waarom ik de tv serie ‘The 100’ zo waardeer)

Net zoals jullie ben ik opgegroeid met verhalen waarin de held, wanneer hij of zij werd gesteld tussen twee keuzes, altijd de juiste keuze maakte waardoor uiteindelijk aan het einde van het verhaal, iedereen lang en gelukkig kon verder leven. Mocht het niet de juiste keuze zijn op de korte termijn, dan kwam het op de lange termijn alsnog wel goed. Het feit dat er misschien duizenden gestorven waren zodat de held kon leven, daar dachten we dan niet meer aan, want zij waren toch niet de held en de hoofdpersoon waarmee we ons identificeerden. Dus als kind lees je zulke verhalen, als volwassene zie je zulke films (ik kan me nog zo goed herinneren hoe in de film Independence Day je in spanning zat dat de hond in veiligheid zou komen terwijl er een vuurbal door een tunnel heen raasde. Hoe je juichte dat hij het redde en in de armen van het gezin gesloten werd, terwijl je kon zien dat tegelijkertijd honderden mensen door die vuurbal in de tunnel om het leven kwamen, maargoed, dat terzijde). Eind goed, al goed.

Een van de dingen die ik waardeer aan George R. R. Martins boeken, is dat als de hoofdpersonen inderdaad hun doel bereiken – ze krijgen de macht en de troon die ze begeren, en dan moeten ze gaan regeren. Ze zijn de leider van hun volk en dan moeten ze beslissingen nemen – beslissingen die de dood van tientallen mensen kunnen betekenen, om honderden te redden. Stannis Baratheon wordt gevraagd om een jongetje (zijn neefje) op te offeren, zodat hij een visioen kan krijgen wat het land kan redden. Moreel oogpunt: natuurlijk moet je dat doen. Want het koninkrijk. Maar het is geen gemakkelijke keuze (en gelukkig komt Davos tussenbeide om arme Edric Storm te redden, en als lezer ben je stiekem toch opgelucht).

En dan hebben we het nog niet eens over de zaken waar Dany, Jon en Cersei tegenaan lopen in A Dance With Dragons. Sommige keuzes zou je gewoon niet moeten maken, omdat beide keuzes fout zijn, en de compromis zelfs nog erger. ‘Ga met de keuze waarvan jij ’s nachts het beste kan slapen’, wordt er aangeraden, maar soms is geen enkele optie de juiste, en toch moet je die beslissing nemen. Jij bent verantwoordelijk, en wat zal je volk je erom haten…

qDfC7pzsRJM.market_maxresDit is waar de TV serie ‘The 100’ me ontzettend verraste. Mijn man was erg enthousiast over seizoen 2, ik was niet aan het meekijken, maar toen ik met griep op de bank lag, heb ik de serie toch maar aangezet. De eerste paar afleveringen waren slecht geacteerd en had ik een hekel aan heel veel personages, maar ergens rond aflevering 6 vond de serie zijn ‘footing’ en werd het opeens een stuk beter: opeens gingen we richting crises oplossen en karakterontwikkeling. Bellamy ontpopte zich tot verantwoordelijke held, Clarke bewees zich als leider van The 100 op aarde, Octavia werd wat minder derpy, Raven werd geïntroduceerd als badass, en Finn ging het gevaar niet uit de weg, ondanks het feit dat hij maar bleef roepen om compromissen en vrede.

De personages die in het verhaal gevolgd worden, worden een oorlog ingesleurd – eerst op een front, en in seizoen 2 zelfs op twéé fronten waar ze zich door slim nadenken, dapper vechten en wat handenzwaaierige science uit weten te redden. Technisch gezien zouden ze al honderd keer dood moeten zijn, maar weet je, ze doen hun best. En de serie schuwt niet terug van verschrikkelijke beslissingen moeten nemen en supertraumatische gebeurtenissen die de personages voor eeuwig met zich mee moeten dragen. Dit kwam allemaal bij elkaar in de mid-season finale van S2 en man, de keuze die daar gemaakt werd was het énige wat Clarke op dat moment kon doen, maar man o man, wat heb ik zitten huilen. Ik was ontroostbaar. (Laten we het over de season finale maar niet hebben trouwens, over onmogelijke beslissingen nemen gesproken!)

Soms zijn er geen alternatieven. Soms is er geen andere manier.

In heel veel series/films/boeken proberen de schrijvers er met een plotselinge plottwist of reddingsactie toch uit te komen, en dan halen we onze schouders op en denken we: tja, maar gelukkig leeft iedereen nog lang en gelukkig. Dan wil ik best over een zwakke resolutie heen kijken, want mijn favoriet leeft nog.

Maar wanneer dat dan niet gebeurt en ons hart aan stukken gaat omdat er geen alternatief was, en dat die ook niet genomen is, dan zit ik snotterend op de bank dankbaar te zijn, omdat de wereld zo veel moeilijker en gecompliceerder is dan dat we eigenlijk willen dat hij is. Er is geen zwart en geen wit. De redshirts uit Star Trek hadden waarschijnlijk ook een gezin thuis dat nu niet meer gevoed kan worden – maar gelukkig leeft de held nog, hè?

Het is zo fijn als de schrijvers dat begrijpen. Maar aan de andere kant zit ik nu wel met een hart dat in duizend stukjes ligt. Dat is het nadeel.

de onbetrouwbare verteller – of waarom ik graag ik in de ‘ik-vorm’ schrijf

Laten we het meteen maar ter tafel gooien: ik ben dol op verhalen die in de ik-vorm geschreven zijn, en ik vind het fijn om ze te schrijven. Ik weet dat niet iedereen het zo ziet; ik heb wel vaker discussies met mensen die het gewoon niet prettig vinden lezen, en dat snap ik.

Verhalen in de ik-vorm limiteren de visie op de wereld, omdat je minder gemakkelijk van perspectief kunt wisselen en je gedwongen bent om te luisteren naar de hoofdpersoon. Kan je je niet vinden in de ‘stem’ van het hoofdpersoon, dan kan je net zo goed het boek wegleggen, want dan ga je je het hele boek lang irriteren. (Mijn man had dit bij ‘Kushiel’s Dart’ van Jacqueline Carey. Hij kon Phèdre’s stem niet hebben en knapte binnen twintig pagina’s af, terwijl ik juist genoot van haar rijke beschrijvingen. Gemiste kans voor hem, zou ik zeggen, want het is een fantastisch boek, maar we dwalen af).

Een van de redenen waarom ik de ‘ik-vorm’ leuk vind om te lezen en te schrijven is omdat je opeens veel dichter bij de hoofdpersoon staat. Het is waanzinnig intiem om een directe connectie met iemand’s directe gedachten te hebben. Ik geniet van die intimiteit, maar ik geniet nog veel meer van het feit dat je kan spelen met het concept onbetrouwbare verteller. Want iedereen kijkt door zijn eigen denkraam naar de werkelijkheid. Iedereen heeft een gekleurde perceptie. Iedereen beïnvloedt zijn eigen wereldbeeld en herinneringen. Ik vind het leuk om te kijken (en te speculeren) hoe ver dit beeld van de hoofdpersoon afligt van de realiteit.

Er zijn verschillende voorbeelden hiervan te benoemen maar misschien is het leuk om hiervoor naar “Stof en Schitteringen” te kijken. Een mooi voorbeeld is Joy en hoe zij Seamon ziet. Vanaf het allereerst moment dat ze hem ziet – verre van nuchter – wordt ze verliefd op hem. Joy heeft flink wat persoonlijke baggage van genegeerd worden en behoefte hebben aan aandacht en liefde, dus ze focust zich ongelofelijk op Seamon. Ze projecteert een beeld op hem van ‘haar mooie jongen’ die hij eigenlijk helemaal niet is. Seamon heeft zijn eigen problemen en trauma’s die hij met zich meesleept en laat zich haar aandacht dankbaar aanleunen, dus dat beeld van perfectie zal hij nooit waarmaken. Maar omdat we in Joy’s hoofd zitten, lijkt het alsof het zo moet zijn, alsof het iets goeds is. Dat is het niet. Die relatie begint op compleet verkeerde voet, en daarna zitten ze aan elkaar vast. Of ze het ook samen op de lange termijn zouden redden is een hele interessante vraag waar ik nog steeds niet over uit ben.

Dat gezegd hebbende, is limited third person point of view ook een manier om de onbetrouwbare verteller toe te passen. George R. R. Martin is hier bijvoorbeeld een meester in; omdat zijn derdepersoon zo gelimiteerd is in de hoofdstukken, kan hij waanzinnig goed spelen met zulke contrasterende perspectieven, ze tegenover elkaar zetten, en de lezer laten kijken wat hij of zij de echte waarheid vindt.

En het allermooiste voorbeeld van de onbetrouwbare verteller die ik ken, is wel het verhaal van Cloud Strife in Final Fantasy 7. Ik ben FF7 nu voor het eerst in veertien jaar aan het herspelen en ik ken het verhaal nu natuurlijk, dus het is nu zo mooi om te ontdekken waar de gaten in zijn verhaal blijken te zitten (en hoe Tifa erop reageert – die de waarheid wel kent, maar aan zichzelf begint te twijfelen)… ik weet nu de waarheid. De game is in de re-play eigenlijk nog leuker dan het voor de eerste keer spelen. Man, wat ben ik aan het genieten!

De onbetrouwbare verteller geeft je de mogelijkheid om te kunnen speculeren over de werkelijke waarheid van het verhaal, terwijl die met een betrouwbare verteller veel meer als een klaar klontje gepresenteerd wordt. En daarbij is de ik-vorm is de meest intense manier van onbetrouwbaar vertellen. Ik vind het dus heerlijk, maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is. Wat vinden jullie?